21-07-07

Profeet Adam(a.s)

Profeet Adam:Al-Hicr

26. Waarlijk Wij schiepen de mens uit droge, klinkende klei, uit zwarte modder in vorm gewrocht.

27. En Wij hadden voorheen de djinn uit vlammend vuur geschapen.

28. Toen uw Heer tot de engelen zei: "Ik ga de mens uit droge, klinkende klei scheppen, uit leem gewrocht."

29. "Wanneer Ik hem daaruit heb gevormd en hem Mijn geest heb ingeblazen, valt dan in onderdanigheid voor hem neder."

30. De engelen onderwierpen zich allen tezamen.

31. Maar Iblies weigerde tot degenen te behoren die zich onderwierpen.

32. Hij zei: "O Iblies, wat hapert u dat u niet onder degenen bent die zich onderwerpen?"

33. Hij antwoordde: "Ik ga mij niet onderwerpen aan de mens, die U uit droge, klinkende klei heeft geschapen, uit leem gemaakt."

34. God zei: "Ga dan heen, u bent voorzeker verworpen."

35. "Mijn vloek zal tot de Dag des Oordeels op u rusten."

36. Hij zei: "Mijn Heer, schenk mij dan uitstel tot de Dag waarop zij zullen worden opgewekt."

37. God zei: "U wordt uitstel verleend."

38. "Tot de Dag van de bekende tijd."

39. Hij antwoordde: "Mijn Heer, daar U mij verloren heeft geacht, zal ik voor hen (de dingen) op aarde schoonschijnend maken en hen allen doen dwalen."

40. "Met uitzondering van Uw oprechte dienaren onder hen."

41. God zei: "Dit is een pad, rechtstreeks tot Mij."

42. "U zult over Mijn dienaren zeker geen macht hebben, met uitzondering van de dwalenden die u volgen."

43. "En de hel is zeker de beloofde plaats voor hen allen."

44. "Zij heeft zeven poorten en elke poort heeft een gedeelte hunner toegewezen gekregen."

45. Voorwaar, de rechtschapenen zullen te midden van tuinen met bronnen zijn.

46. "Gaat er met vrede en veiligheid binnen."

47. En Wij zullen alle wrok uit hun hart uitroeien, op tronen zullen zij als broeders tegenover elkander zitten.

48. Vermoeidheid zal hen daar niet raken noch zullen zij er van worden verdreven.

49. Zeg tot Mijn dienaren dat Ik voorzeker Vergevensgezind, Genadevol ben.
---Ar-Rum:

21. En dit is onder Zijn tekenen, dat Hij uit uw midden echtgenoten voor u schiep, opdat u er rust in moogt vinden, en Hij heeft liefde en tederheid onder u geplaatst. Daarin zijn zeker tekenen voor een volk, dat nadenkt.

22. En tot Zijn tekenen behoort ook de schepping der hemelen en der aarde, en de verscheidenheid van uw talen en (huids) - kleuren. En dit zijn voorzeker tekenen voor degenen, die willen begrijpen.

23. En tot Zijn tekenen behoort uw slapen 's nachts en uw zoeken naar Zijn overvloed overdag. Daarin zijn zeker tekenen voor een volk, dat luistert.

24. En tot Zijn tekenen behoort eveneens dat Hij u de bliksem toont als vrees en hoop. En dat Hij water uit de hemel nederzendt waarmede hij de aarde doet herleven na haar dood. Hierin zijn zeker tekenen voor een volk, dat wil begrijpen.

25. En dit is onder Zijn tekenen, dat de hemelen en de aarde in stand blijven door Zijn gebod. Dan, wanneer Hij u eenmaal van de aarde zal roepen, ziet! zult u gaan.

26. En aan Hem behoort een ieder, die in de hemelen en op aarde is; allen zijn Hem gehoorzaam.

27. En Hij is het, Die de schepping voortbrengt en haar daarna herhaalt, dit is gemakkelijk voor Hem. En voor Hem zijn de verhevenste attributen in de hemelen en op aarde, en Hij is de Almachtige, de Alwijze.

28. Hij geeft een gelijkenis uit uzelf. Heeft u onder uw ondergeschikten deelgenoten in hetgeen waarvan Wij u hebben voorzien, zodat u dienaangaande gelijken wordt en vreest u hen, zoals u elkander vreest? - Zo leggen Wij de tekenen uit aan een volk dat begrijpt.

29. Nee, de onrechtvaardigen volgen hun eigen neigingen zonder enige kennis. En wie kan hen leiden, die Allah liet dwalen? Voor hen zullen er geen helpers zijn.

30. Daarom, richt uw aangezicht oprecht tot de (ware) godsdienst, overeenkomstig de natuur naar welke Allah de mensen heeft geschapen. - De schepping van Allah kent geen verandering. - Dat is het ware geloof. Maar de meeste mensen weten het niet. -
---As-Sajdah:

7. Die de schepping van alles voltooide. En Hij begon de schepping van de mens uit klei.

8. Daarna maakte Hij zijn nageslacht uit een uittreksel van een nietige vloeistof.

9. Dan vormde Hij hem en ademde hem van Zijn geest in. En Hij gaf u oren, ogen en hart. Maar u betoont weinig dankbaarheid.

10. En zij zeggen: "Zullen wij, wanneer wij in de aarde verloren zijn, opnieuw worden geschapen?" Nee, zij geloven niet in de ontmoeting met hun Heer.

11. Zeg: "De doodsengel, aan wie u toevertrouwd bent, zal uw ziel nemen; dan zult u tot uw Heer worden teruggebracht."

12. O, kon u het slechts zien wanneer de schuldigen hun hoofd zullen buigen voor hun Heer, zeggende: "Onze Heer, wij hebben gezien en wij hebben gehoord, zend ons nu terug opdat wij goede werken mogen verrichten; voorzeker wij zijn thans overtuigd."

13. Indien Wij het wilden, zouden Wij aan elke ziel haar leiding kunnen geven, maar Mijn woord werd bewaarheid: "Ik zal de hel met djinn en mensen allen tezamen vullen."

14. Ondergaat daarom (de straf) omdat u de ontmoeting van deze Dag vergat. Voorzeker nu hebben Wij u vergeten. Ondergaat de duurzame straf voor hetgeen u deedt.
--An-Nisa:

1. O, u mensen, vreest uw Heer, Die u van één enkele ziel schiep en daaruit haar gezellin schiep en uit hen beiden mannen en vrouwen verspreidde en vreest Allah in Wiens naam u een beroep op elkander doet en (weest plichtsgetrouw) betreffende de familiebanden. Voorwaar, Allah is Bewaker over u.
--Al-A'raf:

189. Hij is het, Die u uit een enkele ziel heeft geschapen en daaruit haar gade maakte, opdat deze troost in haar mocht vinden. En nadat hij haar bekend heeft, draagt zij een lichte last en gaat er mede rond. En wanneer deze zwaar wordt, bidden zij beiden tot Allah hun Heer: "Als U ons een goed kind geeft, zullen wij zeker tot de dankbaren behoren."
--Al-Mominoun:

12. Voorwaar, Wij scheppen de mens uit een uittreksel van klei;

13. Dan plaatsen Wij hem als een kleine levenskiem in een veilige plaats.

14. Vervolgens vormen Wij de levenskiem tot een klonter bloed; daarna vormen Wij het geronnen bloed tot een (vormeloze) klomp; dan vormen Wij beenderen uit deze (vormeloze) klomp; daarna bekleden Wij deze beenderen met vlees; vervolgens ontwikkelen Wij het tot een nieuwe schepping. Gezegend zij Allah, de Beste Schepper.

15. Voorzeker daarna sterft u.

16. En op de Dag der Verrijzenis zult u worden opgewekt.

17. En boven u hebben Wij zeven wegen gemaakt, en nimmer veronachtzamen Wij de schepping.

18. Wij zenden water uit de hemel neer in bepaalde hoeveelheid en Wij doen deze in de aarde blijven en voorzeker zijn Wij ook in staat die weer weg te nemen.
--Al-Forqaan:

54. En Hij is het Die de mens uit water heeft geschapen en heeft hem verwanten gegeven door afstamming en huwelijk; uw Heer is Almachtig.

55. Toch aanbidden zij naast Allah datgene dat hen helpen noch schaden kan. De ongelovige is een helper tegen zijn Heer.

56. En Wij hebben u slechts als drager van blijde tijdingen en als waarschuwer gezonden.
--As-Saffaat:

11. Vraag hun (de ongelovigen) of zij moeilijker zijn te scheppen, dan andere (dingen) die Wij hebben geschapen. Voorzeker, Wij hebben hen uit vaste klei geschapen.

12. Nee, u verwondert uzelf en zij spotten.

13. En wanneer zij vermaand worden, trekken zij er geen lering uit.

14. En wanneer zij een teken zien, bespotten zij het.

15. En zij zeggen: "Dit is niets dan een klaarblijkelijke tovenarij."

16. "Zullen wij wanneer wij dood zijn en stof en beenderen zijn geworden, worden opgewekt?

17. En onze voorvaderen ook?"

18. Zeg: "Ja, terwijl u vernederd zult zijn."

19. Er zal slechts één roep zijn en ziet, zij zullen beginnen te zien.

20. Dan zullen zij zeggen: "Wee ons! Dit is de Dag der vergelding."

21. (Allah zal zeggen:) "Dit is de Dag der Beslissing die u placht te verloochenen.

22. Verzamelt de onrechtvaardigen, hun metgezellen en hetgeen zij aanbaden

23. Naast Allah. Leidt hen dan naar het pad van het Vuur;

24. Maar houdt hen staande want zij moeten worden ondervraagd."

25. "Wat scheelt u dat u elkander niet helpt?"

26. Nee, op die Dag zullen zij onderworpen zijn.

27. Sommigen hunner zullen zich tot anderen wenden, elkander wederkerig ondervragend.

28. Zij zullen zeggen: "Voorwaar, u placht ons op de goede weg tegen te houden."

29. Zij zullen antwoorden: "Nee, u was zelf geen gelovigen."

30. En wij hadden geen macht over u, maar u was een overtredend volk.

31. Nu is het woord van onze Heer omtrent ons werkelijkheid geworden. Wij zullen gewis (de straf) smaken."

32. En wij deden u dwalen omdat wij zelf in dwaling waren."

33. Waarlijk, op die Dag zullen zij allen deelgenoten zijn in de straf.

34. Zo behandelen Wij de schuldigen;

35. Voorzeker toen er tot hen werd gezegd: "Er is geen God naast Allah ", waren zij vanmatigend.

36. En zeiden: "Zullen wij onze Goden voor die waanzinnige dichter opgeven?"

37. Nee, hij is met de Waarheid gekomen en heeft die van de (vroegere) boodschappers bevestigd.

38. U zult de pijnlijke straf gewis ondergaan.

39. En u zult slechts worden vergolden voor hetgeen u deedt.

40. Maar de uitverkoren dienaren van Allah.

41. Zullen een bekende voorziening ontvangen;

42. Zij zullen vruchten ontvangen, en worden geëerd,

43. In tuinen van gunsten,

44. Op rustbanken. tegenover elkander.

45. En een beker zal hun worden rondgereikt uit een stromende bron.

46. Helder, smakelijk voor de drinkenden,

47. Waardoor geen dronkenschap zal ontstaans noch zullen zij er door worden uitgeput.

48. En naast hen zullen vrouwen zijn van bescheiden blik met mooie ogen.

49. Rein, alsof zij zorgvuldig bewaarde eieren waren.

50. En enigen hunner zullen zich tot anderen wenden, elkander ondervragend.

51. Een hunner zal zeggen: "Ik had een metgezel,

52. Die placht te zeggen: "Bevestigt u inderdaad,

53. Dat wanneer wij dood zijn en tot stof en beenderen geworden, ons inderdaad wordt vergolden?"

54. Hij zal vragen: "Wilt u opzien?"

55. Dan zal hij kijken en hem in het midden van het Vuur zien.

56. Hij zal zeggen: "Bij Allah, u deedt mij ook bijna te niet gaan."

57. "En ware het niet door de gunst van mijn Heer, ik zou ook tot hen behoren die daar aanwezig zijn.

58. Zullen wij niet sterven,

59. Na onze eerste dood, noch worden gestraft?

--Saad:

71. Toen uw Heer tot de engelen zei: "Ik ga de mens uit klei scheppen,

72. En wanneer Ik hem heb gevormd en hem van Mijn geest heb ingeademd, werpt u dan in gehoorzaamheid voor hem neder.

73. Derhalve vielen alle engelen neder,

74. Maar Iblies niet, hij toonde hoogmoed en behoorde tot de ongelovigen.

75. God zei: "O Iblies, wat heeft u verhinderd te buigen voor hem, die Ik met Mijn Hand heb geschapen? Bent u te trots of behoort u tot de (hoog) verhevenen?"

76. Hij zei: "Ik ben beter dan hij, U heeft mij uit vuur en hem uit klei geschapen."

77. God zei: "Ga dan hier vandaan, voorzeker u bent de verworpene.

78. En Mijn vloek zal op u rusten tot de Dag des Oordeels."

--Al-Momin:

67. Hij is het Die u uit stof schiep, dan uit een levenskiem en uit een klonter bloed, vervolgens brengt Hij u voort als een kind, dan bereikt u de volwassenheid, daarna wordt u oud. Sommigen sterven eerder, en anderen onder u zullen een vastgestelde tijd bereiken; opdat u tot inzicht komt.

68. Hij is het Die leven geeft en doet sterven. En wanneer Hij iets besluit, zegt Hij slechts: "Wees", en het wordt.

69. Hebt u degenen niet gezien, die over de tekenen van Allah redetwisten? Hoe worden zij afgewend!

70. Degenen die het Boek en hetgeen waarmee Wij Onze boodschappers zonden, verloochenden, zullen weldra (de waarheid) te weten komen,

71. Wanneer zij met boeien en kettingen om hun hals zullen worden gesleept

72. In kokend water; dan zullen zij in het vuur worden geworpen.

73. Dan zal er tot hen worden gezegd: "Waar zijn (de afgoden), die u met Allah hadt vereenzelvigd?"

74. "Naast Allah?" Zij zullen zeggen: "Zij zijn verloren gegaan. Nee, wij plachten voorheen niets te aanbidden." Zo laat Allah de ongelovigen dwalen.

75. Er zal tot hen worden gezegd: "Dit is omdat u op aarde ten onrechte placht te jubelen en omdat u hoovaardig was."

76. "Gaat de poorten der hel binnen daarin vertoevende. Kwaad is nu het tehuis voor de laatdunkenden."
--Al-Nadjm:

32. Zij, die behalve kleine feilen, de ergste zonden en slechtheden vermijden - voorwaar, uw Heer is de Heer der Alomvattende Vergiffenis. Hij kende u toen Hij u uit aarde deed ontstaan en toen u een embryo was in de baarmoeder uwer moeder. Prijst daarom uzelf niet om reinheid. Hij kent de godvruchtigen het beste.

33. Ziet u hem die zich afwendt (van het rechte pad)

34. En die weinig geeft en vrekkig is?

35. Bezit hij de kennis van het onzichtbare, zodat hij kan zien?

36. Is hem niet verteld over hetgeen in de geschriften van Mozes staat,

37. En van Abraham, die de geboden hield?

38. Dat geen drager van last de last van een ander zal dragen;

39. En dat de mens niet meer kan krijgen dan hetgeen waarnaar hij streeft.

40. En dat zijn streven spoedig zal worden opgemerkt;

41. Dan zal hij er volledig voor worden beloond.

42. En dat alles uiteindelijk tot uw Heer komt,

43. En dat Hij het is, Die doet lachen en wenen

44. En dat Hij het is, Die de dood veroorzaakt en het leven geeft.

45. En dat Hij de twee echtgenoten schept, de vrouwelijke en de mannelijke

46. Uit een levenskiem wanneer deze uitgegoten wordt:

47. En dat de volgende opwekking (tot leven) op Hem rust:

48. En dat Hij het is Die voldoening en rijkdom geeft

49. En dat Hij de Heer van Sirius is.

50. En dat Hij de oude (stam van Aad) vernietigde

51. En Samoed, en Hij spaarde (hen) niet,

52. Evenals het volk van Noach vòòrdien; waarlijk zij waren uiterst onrechtvaardig en opstandig

53. En Hij bracht de verwoeste steden ten val,

54. Zodat hetgeen bedekken kon, hen bedekte.

55. Over welke gaven van uw Heer wilt u dan redetwisten?

56. Deze waarschuwer is gelijk aan de vroegere waarschuwers.
--Ar-|Rahman:
14. Hij schiep de mens uit droge klei, als aardewerk.

15. En Hij schiep de djinn uit de vlam van Vuur.

16. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen?

17. De Heer der twee Oosten en de Heer der twee Westen!

18. Welke van de gunsten van uw Heer wilt u dan ontkennen?
--Noah:

19. En Allah heeft de aarde voor u uitgespreid

20. Zodat u de brede wegen er van doorkruist."

21. Noach zei: "Mijn Heer, zij gehoorzamen mij niet, en volgen iemand wiens bezit en kinderen slechts tot zijn ondergang hebben bijgedragen.

22. En zij hebben een vreselijk plan gesmeed.

23. En zeggen tegen elkander: "Verlaat uw goden nooit. Verlaat noch Wodd, noch Sowa, noch Jaghoes en Jaoeq en Nasr.'

24. En zij hebben velen doen dwalen, en U doet de onrechtvaardigen slechts in dwaling toenemen."

25. Daarom werden zij vanwege hun zonden verdronken en in het Vuur gedreven. Zij konden daar voor zich geen helpers vinden tegen Allah.

26. En Noach had gezegd: "Mijn Heer, laat in het land geen huis der ongelovigen achterblijven;

27. Want als U hen achterlaat zullen zij Uw dienaren op een dwaalspoor leiden en zij zullen niets dan een onzedelijk en ondankbaar nageslacht voortbrengen.

28. Mijn Heer, vergeef mij, en mijn ouders, en hem die gelovend mijn huis binnentreedt, ook de gelovige mannen en vrouwen; en doe de onrechtvaardigen slechts in verderf toenemen."

xxxxxxx De wijsheid dat Allah(c.c) de profeet Adam(a.s)gaf.

30. En toen uw Heer tot de engelen zei: "Ik wil een stedehouder op aarde plaatsen," zeiden zij: "Wilt U er iemand plaatsen die er onheil zal stichten en bloed zal vergieten, terwijl wij U verheerlijken met de lof die U toekomt en Uw Heiligheid prijzen," antwoordde Hij: "Ik weet wat u niet weet."

31. En Hij leerde Adam al de namen. Dan plaatste Hij (de voorwerpen dezer) namen voor de engelen en zeide: "Noemt Mij hun namen, indien u in uw recht staat."

32. Zij zeiden: "Heilig bent U. Wij bezitten geen kennis, buiten hetgeen U ons heeft geleerd; waarlijk, U bent de Alwetende, de Alwijze.

33. Hij zei: "O, Adam, zeg hun de namen van deze dingen", en toen hij de namen had genoemd, zei Hij: "Zei Ik u niet: Waarlijk Ik ken de geheimen der hemelen en der aarde en Ik weet, wat u onthult en wat u verbergt?"

34. En toen Wij tot de engelen zeiden: "Onderwerpt u aan Adam", onderwierpen zich allen, behalve Iblies. Hij weigerde, hij was hoogmoedig. Hij behoorde tot de ongelovigen.

35. En Wij zeiden: "O Adam, verblijf u met uw gade in de tuin en eet overvloedig, waar u ook wilt, doch nader deze boom niet, anders zult u tot de zondaren behoren."

36. Maar door middel van de boom verleidde Satan hen beiden en dreef hen uit de staat waarin zij zich bevonden. En Wij zeiden: "Gaat heen - u bent elkander vijandig. Er zal op aarde een tijdelijke woonplaats en levensonderhoud voor u zijn."

37. Toen leerde Adam enkele woorden van zijn Heer. Zo schonk Hij hem vergiffenis; gewis Hij is Berouwaanvaardend, Genadevol.

38. Wij zeiden: "Gaat allen weg van hier. En, indien er leiding van Mij tot u komt, zullen zij, die Mijn leiding volgen, vrees noch droefheid kennen.

39. Maar zij, die niet geloven en Onze tekenen verloochenen, zullen de bewoners van het Vuur zijn; zij zullen daarin verblijven.

02:10 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.