17-09-07

Rabi’a al-’Adawiyya

Mijn God en mijn Heer: Ik sla mijn ogen neer,
Sterren verschijnen
Vogels in nesten bereiden zich voor de nacht
Hun gedempt gekwetter fascineert me
U bent de Ware die nooit verandert
Onveranderlijk en Onbewogen
Eeuwigheid die nooit voorbij gaat
Bewakers sluiten de poorten des Konings
Maar Uw deur blijft open voor wie U aanroept
Mijn Heer, Iedere minnaar is nu alleen met zijn geliefde
En ik ben alleen met U

Verliefd op U
Ontbreekt het mij aan tijd
De duivel te haten
Bevangen door Liefde is er slechts plaats voor U

Ik heb U gemaakt tot levensgezel van mijn Hart
Mijn lichaam is dan wel beschikbaar voor wie dat nodig vindt
Het is genegen voor wie tot haar komt
Maar de geliefde van mijn hart bent U
De Gast van mijn Ziel

Het is de Heer van het huis waar ik naar verlang
Wat heeft het huis zelf mij te bieden?

Wie mij wil overtuigen, liegt.
Wie kan de vorm beschrijven
Van Dat in wiens aanwezigheid men verdrinkt?
En in wiens aanwezigheid men echt bestaat?

Uw licht leerde mij lief te hebben
Uw schoonheid leerde mij poëzie
U danst in mijn hart
Waar geen mens U vinden kan

 

 

Rabi’a al-’Adawiyya

17:00 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.