22-10-07

De weg naar het Geloof

Als we in de ontwikkeling van de kennisgeschiedenis verdiepen vinden we de uitgestorven en

kortstondige ideeën en concepten. Hier tegenoverstaand vinden we ook ideeën en concepten die tot

heden gecontinueerd zijn en voortduren. Een van de ideeën en concepten is het geloof.

Ongeacht de tijd en plaats waar de mens zich bevind heeft hij altijd ergens in gelooft: in de Zon,

dieren, in zichzelf, etc...

Hierdoor vinden we de thema geloof als behandel punt van essentiële belang, waardoor we

geconfronteerd worden met een aantal fundamentele vragen.

Waarom gelooft men, wat is geloof en hoe gelooft men?

W aarom gelooft men?

Om deze vraag te kunnen beantwoorden is het van hoogst belang dat we de mens zelf definiëren,

tenslotte is het fenomeen geloof een specifiek aspect van de mens.

Definitie is de beschrijving van de realiteit van iets, anders gezegd de definitie is de beschrijving

van de essentie van iets. En de essentie van iets is het specifieke van het feit wat alleen maar aan

hem toegekend kan worden. Bijvoorbeeld als we het water definiëren kunnen we zeggen: water is

iets wat kleurloos is, echter dit is slechts een eigenschap van het water, maar niet zijn essentie

definieert. Als we zeggen dat water is opgebouwd uit waterstof en zuurstof atomen (H2O) hebben

we de essentie van het water gedefinieerd. Als we het over de atoombinding van waterstof en

zuurstof hebben weten we dat het alleen maar over water gaat, maar als we zeggen dat iets kleurloos

en vloeibaar is kunnen we niet alleen maar water hieruit afleiden, omdat er andere dingen zijn die

ook kleurloos en vloeibaar kunnen zijn.

Om een definitie van een feit te kunnen geven is het vanzelfsprekend dat het waarneembaar is,

Omdat de mens alleen maar een oordeel kan geven aan de hand wat hij kan waarnemen. En wat de

realiteit van de mens betreft is het gedrag het enigste aspect wat voor ons waarneembaar is.

Daarom is het noodzakelijk het menselijke gedrag te observeren en zodoende te definiëren.

Bij het observeren van de mens vinden we dat hij constante handelingen en acties verricht. Zoals

eten, drinken, bidden, trouwen, vechten, etc.

Dat is een feit wat iedereen kan waarnemen.

Hierbij wakkert het vraag aan waarom de mens deze handelingen en acties verricht.

Het antwoord is "vanzelfsprekend" dat de mens eet als hij honger heeft en drinkt waanneer hij dorst

heeft, vlucht waanneer hij bang is.

Maar wat is de reden dat hij bang, honger en dorst heeft? Wat is het drijfveer dat hem aanwakkert

en hem tot acties leid?

Het feit is dat in de aard van de mens bepaalde behoeftes bevinden die hij moet bevredigen en die

zijn van essentieel belang voor het bestaan. Daarom is het als we zeggen dat de mens gelijk is aan

de behoeftes geen onjuiste beredenering. Omdat de behoeftes de aard van de mens vormen kunnen

we ze niet weg denken. Maar zijn de behoeftes van de mens die hij moet bevredigen allemaal van

primaire niveau? Anders gezegd; moet men alle behoeftes bevredigen, en als men een behoefte niet

bevredigt wat gebeurd er dan?

Het antwoord luidt als volgt: niet alle behoeftes zijn van primaire niveau, en niet alle behoeftes

moet men bevredigen om het bestaan te kunnen voortzetten.

Dit kunnen we afleiden uit de realiteit van het leven en bestaan van de mens. We kunnen zien dat

sommige behoeftes bevredigd moeten worden, zoals eten, drinken, slapen. En sommige niet

bevredigd hoeven te worden, zoals seks, bezittingen, heiligen, etc...

Hier blijkt uit dat er twee soorten van behoeftes zijn:

1. De behoeftes die bevredigd moet worden en bij het niet bevredigen naar de dood leidt, dit

noemen we organische behoeftes.

2. De behoeftes die niet bevredigd hoeven te worden en bij het niet bevredigen tot frustratie en

stress leidt, die we instincten noemen.

De conclusie is dat de mens een drijfveer bezit dat hem tot acties en handelingen duwt. De

drijfveren kunnen innerlijk en zowel van buiten aangewakkerd worden. De behoefte aan seks word

van buiten aangewakkerd en door inbeelding, maar de behoefte om te eten kan van buiten versterkt

worden maar het is innerlijk aangewakkerd.

Een van de innerlijke behoeftes is het aanbiddings instinct. De mens voelt zich in een aantal

opzichten machteloos, behoeftig, beperkt, en begrenst, waardoor hij bescherming, hulp, zekerheid

zoekt om zijn machteloosheid te compenseren. Dit realiseert de mens door dingen te heiligen

waarvan hij het gevoel heeft dat de dingen machtig, onbehoeftig en onbeperkt zijn.

Hiermee hebben we het antwoord gegeven op de vraag; waarom een mens gelooft. Maar is de

innerlijke drijfveer de enigste rede om te geloven? Het antwoord is als volgt:

De mens bevindt zich in het leven waar hij dingen om zich heen waarneemt waardoor hij een

oordeel over de dingen geeft. Het oordeel dat de mens geeft over de dingen is over het bestaan,

eigenschap en essentie. Men kan het oordeel over de eigenschappen en essentie van dingen geven

alleen als hij eerder oordeel heeft gegeven over het bestaan van iets. Bijvoorbeeld een voetafdruk in

het zand is een feit dat er iets of iemand eerder geweest is.

• Het eerste oordeel wat een mens automatisch geeft is over het bestaan van het iets of iemand

die de voetafdruk in het zand heeft achtergelaten.

• Het tweede oordeel wat een mens geeft is aan de hand van zijn voorkennis over het

voetspoor, is het van een mens of dier? Het oordeel die hij geeft is over de essentie van het iets

of iemand.

• Het derde oordeel is over de eigenschappen van de iemand of iets die de voetsporen heeft

achtergelaten, van welke ras is hij, kleur, kleur haar, lengte, omvang. etc...

De reden tot geloof zijn de antwoorden op de vragen die ontstaan bij de waarnemen van het feit.

Waanneer de mens het feit waarneemt geeft hij een oordeel over het bestaan en zoekt naar de reden

van het bestaan. Anders gezegd zijn de dingen die bestaan uit zichzelf ontstaan of niet?

Deze vraag leidt het zoeken naar de schepper. Het antwoord vormt het geloof.

Opmerking:

Het kan zijn dat iemand weigert te accepteren om de vraag "bestaan de dingen uit zichzelf of niet?"

te stellen. Deze weigering is pure hoogmoed, omdat de mens zich altijd afvraagt over de oorzaak

van het bestaan van dingen. Een simpel voorbeeld is waanneer ik een nieuwe kast in de kamer van

een vriend plaats als hij niet thuis is, op het moment dat hij de kamer binnen komt zal hij zich

afvragen waar de kast vandaan is gekomen en wie het neer heeft gelegd.

W at is geloof?

Er zijn een aantal geleerden/ intellectuelen die geloof hebben gedefinieerd:

Alain (Emile Chartier) voor hem was het woord geloof een zekerheid zonder bewijs.

Pascal (Blaise) voor hem was geloof anders dan bewijs.

Jacqueline Russ voor haar was geloof irrationele zekerheid.

Al deze definities zijn van westerse geleerden, denkers, en filosofen. Ze hebben allen het Christendom als

feit gedefinieerd, omdat de Christendom het enigste geloofbelijdenis was in het westen hebben ze bij het

benaderen van het feit subjectief en soms objectief gehandeld. Het enigste feit was het Christendom

zodoende hebben ze door met de eerder vastgelegde definities andere geloven benaderd. Dit wil niet zeggen

dan het feit van Christendom past bij het feit van andere geloven.

Het oordeel van het feit die de westerse geleerden hebben gegeven is onjuist, omdat het oordeel

Die ze hebben gegeven slechts een oordeel was van het geloof in Christendom en niet het geloof als

universele feit wat voor iedere mens geldt.

Bijvoorbeeld in de Islam is geloof rationeel en verstandelijk bewijsbaar.

" En als tot hen gezegd wordt: <volgt wat Allah heeft neergezonden na > Zeggen zij: < Wel

nee, wij volgen dat na waarvan wij merken dat onze vaderen er zich aan hielden> Ook dan

soms al hun vaderen helemaal niet verstandig waren en zich niet de goede richting hadden

laten wijzen?"

(Soerat Al-Bakara: 170)

" En ga niet achter iets aan waarvan jij geen kennis hebt. Het horen, het zien, en hart, overal

dat wordt verantwoording afgelegd."

(Soerat El-Isra: 36)

" De meesten van hen volgen slechts een vermoeden, maar vermoeden baat tegen de waarheid

niets. Allah weet wat zij doen."

(Soerat Joenoes: 36)

 

Zij hebben daarover geen kennis. Zij volgen slechts vermoedens en vermoedens baten niets

tegen de waarheid"

(Soerat An-Nadjm: 28)

Deze Ayaats verbieden blindelings volgen van een geloof, en roepen tot denken en bewijsvoering. Dit

bewijst dat Islam anders dan het Christendom is en ook dat de westerse geleerden een onjuiste visie hadden

over het geloof.

Als we het feit van geloof op een grondige en een diepe wijze benaderen vinden we dat geloof bij iedere

gelovige een vaste en onwankelbare vertrouwen in de waarheid van iets is.

Dit is de enigste realiteit van geloof of de gelovigen of niet gelovigen dit beseffen of niet.

De realiteit een is waarom zijn er dan verschillende geloven?

De oorzaak van de verschillende ideeën en geloven ligt aan de diepte waarmee men het feit (mens,

leven en heelal) benaderd. Anders gezegd de verschillende soorten kennis ligt aan de methode

waarmee men de kennis verschaft.

Hoe kan men de juiste methode hanteren om zo tot juiste kennis te komen? Wat is de juiste weg

naar het geloof/ waarheid?

H oe gelooft men?

Het zoek naar de waarheid is meestal afhankelijk van de methode die wordt gehanteerd. De reden

dat we "meestal" zeggen is omdat soms de waarheid wel bereikt kan worden zonder de juiste

methode te hanteren. Bijvoorbeeld iemand die de waarheid vindt in de Islam slechts door het goede

gedrag en de moraal van de Moslims die hij kent. Hij heeft wel het juiste resultaat gevonden zonder

de juiste weg te nemen, omdat de juistheid of de onjuistheid van een religie in de basisgedachte ligt

en niet in de bijzaken die uit de basisgedachte/ fundament vloeit.

Hier blijkt uit dat de methode een belangrijke rol speelt in de procedure bij het zoeken van het juiste

geloof. Onjuiste methode kan jou aflaten dwalen bij het zoeken.

Daarom vinden wij het zoeken naar het zoekmethode van essentiële belang. Dus welke weg/

methode moet men dan hanteren?

De instinctieve methode/ weg

Het gevoel van machteloosheid en behoeftigheid dwingt de mens om iets te heiligen, dus deze iets

te aanbidden. En dat betekent het geloven in deze iets. Het resultaat is dan ook dat mensen altijd iets

hebben geheiligd net zoals steen, de zon, maan, adelaar, de mens, het dier etc…

De aanbidding en heiliging van iets wat diezelfde machteloosheid en behoeftigheid vertoond als

mens zelf is absurd, omdat de mens hulp verwacht van iets wat zelf hulp nodig heeft.

Het is mogelijk dat een oppervlakkige mens beweert dat hij bijvoorbeeld de koe machtig en

onbehoeftig vindt. Het antwoord is dat machtigheid en onbehoeftigheid de eigenschappen van het

feit zelf moeten zijn en niet de verbeeldingen van een persoon.

Alleen door instinctief en gevoelsmatig geloven is het bereiken van de waarheid niet zeker. Iedere

mens volgt zijn gevoel en hierdoor ontstaan er vele "waarheden/ geloven" terwijl er maar één feit is

dus één waarheid. Daarom heeft men iets anders nodig voor het vinden van de waarheid.

De pragmatische methode

Er zijn een aantal denkers die het eigenbelang/ interesse als maatstaaf hanteren bij het aannemen

van een waarde, begrip, of geloof.

Hun regel is: een begrip dat geen praktische gevolgen heeft, heeft dan ook geen betekenis.

Er bestaat volgens hen niet een algemeen geldige waarheid, onafhankelijk van het verstand en van

het organisme. Wat bestaat zijn waarheden waarvan de waarde afhangt van de mate waarin de

handelingen die zij mogelijk maken, succes hebben.

Dewey (is één van de pragmatisten) zegt: idee en een werkelijke geloof is iets wat nuttig is.

Gor santiana (Spaanse filosoof) zegt: ik geloof in de Katholieke doctrine ook al weet ik dat het niet

waar is.

Deze twee uitspraken geven een duidelijke voorbeeld over de pragmatische filosofie.

Dit begrip is gevaarlijk en onjuist omdat in de werkelijkheid de idee het gedrag beïnvloed en niet

andersom. De interesse is geen objectieve maatstaaf, maar subjectieve en egoïstische.

Bovendien de interesse is geen maatstaaf, omdat interesse iets individueel is en geloof hieraan tegen

is collectief, en wat collectief is moet men niet individueel bekijken, anders gezegd; de maatstaaf

die hier gehanteerd moet worden moet voor iedereen aanneembaar zijn.

Als we ons in de ontwikkeling van de kennisgeschiedenis verdiepen vinden we de

uitgestorven en kortstondige ideeën en concepten. Hier tegenoverstaand vinden we

ook ideeën en concepten die tot heden gecontinueerd zijn en nog voortduren. Een

van de ideeën en concepten is het geloof. Ongeacht de tijd en plaats waar de mens

zich bevind heeft hij altijd ergens in gelooft: in de Zon, dieren, in zichzelf, etc...

Hierdoor vinden we de thema geloof als behandel punt van essentiële belang,

waardoor we geconfronteerd worden met een aantal fundamentele vragen.

Waarom gelooft men, wat is geloof en hoe gelooft men?

20:55 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.