31-10-07

Drie reizigers in een grot.

Overgeleverd door 'Abdullah ibn 'Umar ibn al-Chattaab (radya Allahu 'anhu): Ik hoorde de boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zeggen: Voor jullie vertrokken er drie mannen samen op reis, totdat ze bij een grot aankwamen om te overnachten. Ze gingen naar binnen. (Na een tijdje) rolde er een rots van de berg af en maakte de ingang van de grot dicht. Ze zeiden tegen elkaar: "Waarlijk, niemand van jullie zal uit deze grot bevrijd worden, behalve dat je Allah (Subhana wa Ta'ala) aanroept met verwijzing naar jullie rechtschapen daden." Eén van de mannen onder hen zei: "Oh Allah, mijn ouders waren oud en (elke avond) gaf ik noch mijn gezin en noch mijn bedienden melk te drinken, totdat ik mijn ouders had laten drinken. Op een dag was ik te ver (van huis geraakt) doordat ik op zoek ging naar een boomrijk gebied (om de dieren te laten grazen). Toen ik thuis kwam sliepen ze al. Ik melkte de dieren en bracht toen de melk naar hun toe waarop ze nog steeds sliepen. Ik vond het niet gepast mijn familie en mijn bedienden eerder melk te geven. Terwijl mijn kinderen op de grond huilden (van honger), wachtte ik op hen met een kom melk in mijn hand tot het ochtendgloren aanbrak. Toen ze wakker werden, dronken ze hun melk op. Oh Allah, als ik dit alleen voor Uw aangezicht heb gedaan, verlos ons dan uit deze hachelijke situatie, die veroorzaakt is door deze rots." Hierop schoot de rots een klein stuk je opzij, maar nog konden zij er niet uit. De volgende man zei: "Oh Allah, mijn oom had een dochter die mij het liefst was onder de mensen. (Volgens een andere overlevering: Ik hield zo van haar zoals alleen een man van een vrouw kan houden.) Ik zocht toenadering tot haar, maar ze hield zich afzijdig. Later werd ze getroffen door ongemak in een jaar van schaarste (hongersnood) en kwam zodoende naar mij toe. Ik gaf haar honderdtwintig dinaar (goudstukken) op voorwaarde dat ze mijn wens (verlangen) niet zou weigeren. Ze ging ermee akkoord. Toen ik op het punt stond om mijn verlangens te bevredigen (of volgens een andere overlevering: toen ik tussen haar benen stond) zei ze: "Heb angst voor Allah om mijn (maagdelijke) zegel te verbreken behalve met recht (m.a.w. binnen een wettig huwelijk)." Op dat moment verliet ik haar, ondanks dat ze nog steeds het liefst onder de mensen voor mij was. Tevens liet ik ook het goud dat ik haar gegeven had bij haar achter. Oh Allah, als ik dit alleen voor Uw aangezicht heb gedaan, verlos ons dan uit deze hachelijke situatie." Hierop schoot de rots een klein stuk je opzij, maar nog steeds konden zij er niet uit. De derde (man) zei: "Oh Allah, ik had landarbeiders in dienst en betaalde hun lonen, met uitzondering van één man, die zonder zijn loon aan te nemen vertrok. Ik investeerde zijn loon en kreeg daardoor veel bezittingen. Op een dag kwam hij naar me toe en zei: "Oh Allah’s dienaar, betaal me mijn loon." Ik zei tegen hem: "Al die kamelen, vee, schapen en slaven, die je ziet zijn jouw loon." Hij zei: "O Allah's dienaar, drijf de spot niet met me." Ik zei: "Ik drijf de spot niet met jou." Daarop nam hij alles mee en liet niets achter. Oh Allah, als ik dit alleen voor Uw aangezicht heb gedaan, verlos ons dan uit deze hachelijke situatie." Hierop schoof de rots helemaal opzij en liepen ze de grot uit. (Overgeleverd in Sahih Bukhari #671.)

17:56 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.