24-11-07

Hoe kan ik mijzelf verbeteren?

 

Door "Umm Anas Ayman" oftewel "Samira".


In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.

Geprezen zij Allah. Wij vragen Zijn hulp en wij streven naar Zijn vergiffenis. Wij zoeken toevlucht bij Allah van het kwaad in ons. Degene die Allah leid, er is niemand die hem kan misleiden. En als Allah iemand laat dwalen dan is er niemand die hem kan leiden. Ik getuig dat er geen god is dan Allah en ik getuig dat Mohammed (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zijn dienaar is en zijn boodschapper. Allah stuurde hem met de waarheid als een drager van goede tijdingen voor het laatste uur. Degene die gehoorzaam is aan Allah de Verhevene en Zijn boodschapper is inderdaad op het juiste pad. En degene die hen niet gehoorzamen, beschadigd zichzelf alleen en degene beschadigd Allah zeker niet.

Tijdens de paasvakantie heb ik lang over mijzelf en mijn leven zitten nadenken: de manier waarop ik mijn leven leid en mijn deen beleef. Ik besefte algauw dat ik één grote fout maakte en waarschijnlijk nog steeds maak, en dat is namelijk dat ik veel plannen heb maar de uitvoering van deze plannen telkens uitstel tot later. Dit hoewel ik zelf niet op de hoogte ben of kennis heb of er wel een later zal zijn voor mij. Ik besefte algauw dat ik mij moest haasten naar goede daden indien ik niet wil sterven in spijt en verdriet. Ik besefte algauw dat ik zelf voor verbetering moest zorgen indien ik naar verbetering streef. En persoonlijk ben ik van mening dat ieder van ons zichzelf dagelijks moet verantwoorden, dat ieder van ons zichzelf dagelijks moet ondervragen: heb ik gezorgd voor verbetering of ben ik juist achteruit gegaan? En we kennen allen de bekende uitspraak van 'Omar Ibnoel-Khattaab (radya Allahu 'anhu): "Beoordeel jullie zelf alvorens jullie beoordeeld zullen worden." Dat is insja-Allah het doel van deze lezing, dat ieder van ons zich hierna kritisch zal opstellen tegenover zichzelf en telkens voor verbetering in zijn leven en deen zal zorgen insja-Allah, indien we dit niet doen zal het in onze eigen nadeel zijn. Ibnoel-Qayyim (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd: "Wanneer men het nalaat om zijn ziel kritisch te onderzoeken en men volgt enkel zijn passies dan zal dit tot het verderf van de ziel leiden." Ik zal enkele aspecten aanhalen waar wij voor verbetering kunnen en dienen te zorgen.

#1: Onze doel in dit leven is de aanbidding van Allah.

Ieder van ons kent wel de bekende aayah waarin onze basisdoel duidelijk naar voren wordt gebracht. Allah (Subhana wa Ta'ala) zegt het volgende: "En Ik heb de djinns en de mensheid slechts geschapen om Mij te aanbidden." (QS51:56) Ieder van ons kent dit vers vanbuiten, maar de vraag is of wij ook naar deze aayah handelen? Is het aanbidden van Allah onze basisdoel in dit leven. En als wij antwoorden dat het zo is, hoeveel tijd besteden wij aan het aanbidden van Allah? Welke daden van aanbidding verrichten wij dagelijks en hoeveel tijd steken wij daarin? Het verontrust mij dat ik veel meer tijd besteed aan onzinnig gepraat en geklets dan aan het aanbidden van Allah, aangezien er iedere dag zoveel tijd en hasanaath voorbij gaan. En als ik mijzelf over dit onderwerp ondervraag, moet ik voortdurend denken aan de prachtige h'adeeth over Abu Bakr (radya Allahu 'anhu).

Het is overgeleverd door Abu Hurayra (radya Allahu 'anhu) dat de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) ooit vroeg: "Wie is onder jullie aan het vasten?" Waarop Abu Bakr (radya Allahu 'anhu) reageerde dat hij aan het vasten was. Daarna vroeg de boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam): "Wie onder jullie heeft vandaag een begravenis bijgewoond?" Hierop antwoordde Abu Bakr as-Siddiq (radya Allahu 'anhu) weer: "Ik heb dat gedaan." Daarna stelde de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) weer een vraag: "Wie onder jullie heeft vandaag een arme gevoed?" Ook hier antwoordde Abu Bakr (radya Allahu 'anhu) bevestigend op. Vervolgens stelde de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) de vraag: "Wie onder jullie heeft een zieke vandaag bezocht?" En weer reageerde Abu Bakr (radya Allahu 'anhu) dat hij dat gedaan had. Toen zei de boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam): "Deze dingen zijn niet verenigd in een persoon of hij zal het Paradijs binnentreden." En dit is een overlevering van Muslim.

Zouden wij deze vragen kunnen beantwoorden indien deze aan ons gesteld waren? Zouden wij kunnen bevestigen dat wij op één dag meerdere goede daden verrichten? Of hebben wij een dagelijks routine van de vijf gebeden en blijft het daar bij? Wij zouden onszelf een vraag regelmatig moeten stellen indien wij tot verbetering en vermeerdering van goede daden neigen: wat zou jij doen indien je wist dat je morgen zou sterven? Wat zou je doen indien het aangekondigd zou zijn dat morgen de wereld zal vergaan? Zou je drastische wijzigingen in je leven brengen, of zou je doen wat je altijd deed? Waarschijnlijk zal ieder van ons opeens veranderen en in feite is dat verkeerd. In feite zou het zo niet mogen zijn, wij moeten iedere dag streven naar verbetering en vermeerdering van hasanaath want iedere dag kan onze laatste zijn. De zoon van 'Omar (radya Allahu 'anhu) had de gewoonte te zeggen: "Verwacht 's avonds niet (te leven tot) de ochtend en verwacht 's ochtends niet (te leven tot) de avond. Neem van je gezondheid voor je ziekte en van je leven voor je dood."

Het hoeft niet zo moeilijk en ingewikkeld zijn om je daden te vermeerderen, in feite is het heel eenvoudig en zeker mogelijk. Maak afspraken met jezelf dat je dagelijks enkele bladzijden uit de Qur'an leest, en weet dat iedere letter die je leest als goede daad wordt beschouwd door Allah. (Tirmidhi.) En als je in de bus, auto, trein of op de fiets naar een bestemming rijdt, verricht dan dhikr en gedenk Allah (Subhana wa Ta'ala) met je tong zodat je insja-Allah beloond zal worden. Het is zo eenvoudig en gemakkelijk, Abu Hurayra (radya Allahu 'anhu) verhaalde dat de boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zei: "Wie honderd maal gedurende de dag zegt: "Laa illaaha illa llaah wah’dahoe la sharieka la, lahoe l-moelk, wa lahoe l- h’amd, wa hoewa ‘alaa koeli shay in qadier", verkrijgt een verdienste alsof hij tien slaven in vrijheid stelde en honderd goede daden worden voor hem opgeschreven en honderd fouten van hem worden gewist. En hij zal tegen de duivel beschermd zijn tot het einde van de dag; en niemand zal hem in verdienste overtreffen, behalve de man die meer doet dan hij." (Al-Bukhari, Muslim.)

Dus probeer jezelf iedere dag te verantwoorden en ga na hoeveel 'ibadah je eigenlijk verricht hebt, en probeer zo iedere dag te stijgen en beter te worden insja-Allah. Losstaand van de hasanaath en jouw hart die insja-Allah met rust gevuld zal worden, moet de volgende h'adeeth ons beseffen hoe profijtvol het is om vrijwillige daden te verrichten. In een h'adeeth Qudsi zegt Allah (Subhana wa Ta'ala) het volgende: "Wie zich vijandig toont jegens iemand die aan Mij is toegewijd, daar zal Ik mee in oorlog zijn. Mijn dienaar komt nader tot Mij met iets waar Ik meer van houd dan de religieuze verplichtingen, die Ik hem heb opgelegd, en Mijn dienaar komt steeds dichterbij door extra vrijwillige goede daden waardoor Ik meer van hem ga houden. Als Ik van hem houd, dan ben ik zijn gehoor, waarmee hij hoort, en ben zijn gezicht waarmee hij ziet, zijn hand waarmee hij aanraakt en zijn voet, waarmee hij loopt. Als hij (iets) van Mij vraagt, dan geef Ik het hem beslist, en als hij bij Mij toevlucht zoekt, dan sta Ik het hem beslist toe. Ik aarzel over niets meer dan over (het opeisen van) de ziel van Mijn toegewijde dienaar; hij haat de dood en Ik haat het om hem te kwetsen." En dit is overgeleverd in Bukhari. En wie van ons wil dit niet bereiken?

#2: Hij is enkel gestuurd om de meest nobele karaktereigschappen te vervolmaken.

Het draait niet enkel om het aanbidden van Allah, ook onze gedrag en karakter is van zeer groot belang. Aangezien de Profeet Moh'ammad (salla Allahu 'alayhi wa salaam) heeft gezegd: "Voorzeker, ik ben alleen gestuurd om de meest nobele karaktereigenschappen te vervolmaken." (Bukhari) Hoe gedragen wij ons tegenover onze ouders, hoe gedragen wij ons tegenover onze resterende familieleden, hoe gedragen wij onze tegenover onze broeders en zusters in het geloof, hoe gedragen wij onze tegenover onze buren en hoe gedragen wij onze tegenover andersgelovigen? De islaam is meer dan enkel een religie, het is een levenswijze en het is ons voorgeschreven hoe wij ons dienen te gedragen tegenover al die verschillende groepen van mensen. Het zijn niet alleen de mensen tegenover wie wij goed gedrag moeten vertonen, ook met de dieren en de natuur dienen wij rekening te houden. Ik ga niet bespreken hoe wij ons moeten gedragen tegenover al de genoemde groepen, aangezien dat veel te veel tijd zou innemen. Maar het lijkt mij wel een goed idee om verschillende voorbeelden van goed gedrag op te nemen en insja-Allah zal dat ons stimuleren om onze akhlaaq dagelijks te verbeteren.

Wie van ons heeft het niveau bereikt dat hij of zij anderen boven zichzelf verkiest, wij van ons is zo dat hij of zij behoort tot degenen die beschreven staan in de Qur'an: "...en zij geven aan (hen voorrang boven zichzelf, ook al is er behoefte onder hen." (QS59:9.) We moeten slechts naar onze dagelijkse leven kijken om tot een conclusie te komen. Als jij een bepaalde voedsel hebt waar jij erg veel van houdt, deel je die dan met anderen of ben je eerder geneigd om deze te verstoppen zodat je het in je eentje kunt opeten? Toen de muhadjirien (de metgezellen die vanuit Makkah naar Madinah waren geëmigreerd) Makkah verlieten, bezaten ze niets behalve de kleren die ze aanhadden, terwijl ze daarvoor rijke handelaren waren. De bewoners van Madinah werkten op het land en de muhadjirien hadden geen kennis over het werk op het boerenland. Wat er na de komst van de metgezellen uit Makkah gebeurde, was ongelooflijk. De metgezellen dat voor elke muhadjir die naar Madinah kwam, geloot moest worden, omdat iedereen hem te gast wilde nemen. Saad ibn Al-Rabie was één van de Ansaar die al-ithaar toepaste. Hij nam Abdoel-Rahman Ibn-Awf op als gast. Saad zei tegen hem: "Luister broeder, hier is mijn geld. Ik heb het gespaard en we gaan het samen delen. Dit is alle grond die ik bezit en mijn huis, dat deel ik ook met jou. Bovendien ben ik met twee vrouwen getrouwd. Kijk maar met welke van de twee je wilt trouwen en dan zal ik van haar scheiden." Ibn-Awf was echter beleefd en maakte geen misbruik van de situatie. Hij zei toen: "Dzjazakum Allahu ghair. Maar waar is de markt?" Subhana-Allah, zouden wij zulk gedrag kunnen vertonen?

Een andere verhaal, dat ik zelf erg mooi vind gaat over vriendelijkheid en het verrichten van da'wa op een rustige manier in plaats van hardvochtig te zijn. In Madinah was Mus'ab ibn Umayr de eerste ambassadeur van de boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam). Voordat de boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) in Madinah aangekomen was, leerde Mus'ab ahlul-Madinah over de islaam en zij begonnen de deen binnen te treden. Dit maakte Sa'ad ibn 'Ubaadah kwaad, een van de stamhoofden van Madinah. Hij stak zijn zwaard in zijn schede en vertrok naar Mus'ab ibn 'Umayr. Toen hij Mus'ab tegenkwam, dreigde hij, "Stop deze onzin die je uitspreekt of je zal de dood vinden." Mus'ab antwoordde op een manier dat een les voor ons alles zou moeten zijn. Sa'ad stopte niet met zijn brutaliteit en onwetendheid; hij wilde de keel van Mus'ab doorsnijden. Maar Mus'ab zei vriendelijk, "Zou je niet gaan zitten en naar me luisteren voor even. Als je het eens bent met wat ik zeg, neem het dan. En zoniet, dan zullen we ophouden met dit gepraat." Sa'ad ging zitten. Mus'ab sprak over Allah en Zijn boodschapper (salla Allahu 'alayhi wa salaam) totdat Sa'ad ibn 'Ubaadah's gezicht oplichtte als de volle maan. Hij zei, "Wat zou een persoon moeten doen die wenst om deze deen binnen te treden?" Mus'ab vertelde hem en Sa'ad antwoordde, "Er is een man. Als hij deze deen accepteert, zal er geen huis in Madinah zijn waarvan de mensen niet moslim worden. Deze man is Sa'ad ibn Mu'aadh." Toen Sa'd ibn Mu'aadh hoorde wat er gebeurd was, was hij woedend. Hij verliet zijn huis om naar deze man, Mus'ab ibn Umayr, te gaan en hem te vermoorden voor de onenigheid die hij veroorzaakt had. Hij ging naar Mus'ab en zei, "Jij zal ophouden met deze religie waarover jij spreekt of je zal de dood vinden!" Mus'ab antwoordde weer vriendelijk, "Zou je niet willen zitten en even naar me luisteren. Als je akkoord gaat met datgene wat ik zeg, neem het dan. Zoniet, dan zal ik ophouden met dit gepraat." Sa'ad ging zitten. Mus'ab sprak over Allah en Zijn boodschapper (salla Allahu 'alayhi wa salaam) totdat Sa'ad ibn Mu'aadh's gezicht scheen zoals de volle maan en hij vroeg, "Wat zou een persoon doen die wenst om deze deen binnen te treden?" Zie wat een vriendelijk woord doet. Sa'ad ibn Mu'aadh ging naar huis naar zijn stam in Madinah die nacht en kondigde aan hen allen, "Alles van jullie is haram voor mij totdat jullie de islaam binnentreden." Die nacht, ging iedere huis in Madinah naar bed met "La illaaha illa Allah" omwille van een vriendelijk woord. Kijk hoe rustig hij te werk ging en zie wat voor een effect dat heeft gehad. Hoe gedragen wij ons als we in discussie gaan met niet-moslims, zijn we rustig of hitsen wij ons eerder op? Insja-Allah zullen we beter letten op onze manier van gedragen en dat wij omwille van goed gedrag dichtbij de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zullen zijn op de Dag des Oordeels.

#3: Het hart is de bestuurder van je lichaam.

We weten allen dat het van groot belang is dat niet enkel onze daden goed zijn, maar ook ons hart. We moeten ons best doen om onze hart oprecht en rein te houden en ziektes van het hart te genezen met dhikr en Qur'an. De Profeet Moh'ammad (salla Allahu 'alayhi wa salaam) heeft gezegd: "Pas op! Er is een stuk vlees in het lichaam en als dat goed wordt, dan wordt het hele lichaam goed en als dat slecht wordt, dan wordt het hele lichaam slecht en dat stuk vlees is het hart!" En deze h'adeeth is overgeleverd door Bukhari. Het hart kent vele ziektes zoals jaloezie, afgunst, wrok, hoogmoed enzovoort. Het is aan de moslim of moslima om deze ziektes te vernietigen, want indien deze ziektes niet vernietigd worden, dan wordt je imaan vernietigd. Het is niet eenvoudig en gemakkelijk, maar het is wel iets waarnaar wij moeten streven en waarvoor wij ons best moeten doen. Voor iedere ziekte is een genezing, en de beste genezing voor de ziektes van het hart is de Qur'an. Zoek toevlucht bij Allah en vraag Hem om onze harten te zuiveren van onreinheden. Je zult voelen dat je hart rust verkrijgt insja-Allah, een voorbeeld dat wij allen zouden moeten opvolgen is het volgende:

 

Anas Ibn Malik (radya Allahu 'anhu) overleverde dat hij, en een paar andere metgezellen samen zaten met de boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam). De Boodschapper van Allah zei: "Een man die één van de bewoners van het paradijs zal zijn, zal nu binnen komen." Toen kwam er een man van de Ansar binnen, er druppelde water van zijn baard af van de wassing (wudu) en hij hield zijn sandalen vast in zijn linkerhand. De volgende dag, zei de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) hetzelfde en dezelfde man kwam binnen. Op de derde dag, herhaalde de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) deze bevestiging en dezelfde man kwam binnen op precies dezelfde manier zoals op de eerste dag. Toen de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) wegging, volgde 'Abdullah ibn 'Amr ibn al-'Aas (radya Allahu 'anhu) deze man en zei tegen deze man: "Ik maakte ruzie (onenigheid) met mijn vader en ik zweerde dat ik niet naar hem toe zou gaan voor drie dagen en nachten. Zou u me onderdak willen geven?" De man zei: "Ja." Anas zei: 'Abdullah ibn 'Amr ibn al-'Aas zei dat hij drie nachten verbleef bij deze man en 'Abdullah zag hem niet bidden in de nacht, maar elke keer dat hij bewoog en zijn positie veranderde in bed dan herinnerde hij Allah en zei: "Allahu Akbar" totdat hij opstond voor salatul fajr. 'Abdullah ibn 'Amr ibn al-'Aas zei: "Ik hoorde van hem niets anders dan goed. Toen de drie nachten voorbij waren zei ik: "O dienaar van Allah! Ik moet bekennen er was geen probleem/ruzie tussen mijn vader en ik en ik heb hem niet verlaten, maar ik hoorde de boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) drie keer over jou spreken. De Profeet heeft gezegd dat een man die één van de inwoners van het paradijs is, zal binnen komen, en jij was degene die elke keer binnen kwam (van de drie keer dat de Profeet het zei). Dus ik wilde bij jou blijven om te zien wat jij doet zodat ik het kan opvolgen (ook kan doen), maar ik heb jou niets extra's zien doen. Dus wat is nu hetgeen jij doet waarom de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zei wat hij heeft gezegd?" De man antwoordde: "Ik doe niets extra's want dat heb jij gezien, behalve dat ik geen plek heb in mezelf om ontrouw te zijn tegenover de moslims, en ik heb geen afgunst (haat en nijd) tegenover elke moslim wat hij heeft gekregen van Allah." 'Abdullah ibn 'Amr ibn al-'Aas zei: "Dit is hetgeen wat je doet waardoor jij het verdiend en dit is hetgeen wat wij niet kunnen doen." (Ahmad, Al-Nasa'i e.a.)

Het hart houdt ook de intentie en oprechtheid in van de daden die je verricht, en we weten dat iedere dag beoordeeld wordt op de intentie. Als je een goede daad verricht, verricht deze dan enkel om de tevredenheid van Allah (Subhana wa Ta'ala) te verkrijgen. Leef om Allah te behagen, bij elke daad die je verricht, is het mogelijk om te handelen omwille van Allah. Nuttig voedsel en drank zodat je sterk bent om Allah (Subhana wa Ta'ala) te dienen en wees Hem dankbaar voor de zegeningen en gunsten die je geschonken zijn. Geniet van je nachtrust of een dutje zodat je daarna fit bent om goede daden te verrichten of op te staan voor het gebed. Studeer en werk zodat je op een toegestane manier je inkomsten verdient en hiermee je gezin kunt houden, liefdadigheid kunt geven of andere goede zaken. In feite is het gemakkelijk om goede daden te verrichten, maar het is ook uiterst belangrijk dat onze daden enkel en alleen voor Allah verricht worden, dat onze intentie zuiver en oprecht is. In een h'adith Qudsi zegt Allah (Subhana wa Ta'ala): "Ik ben zo zelfgenoegzaam, dat Ik het niet nodig heb, dat er iemand met Mij geassocieerd wordt. Dus als iemand een daad doet terwille van iemand anders als van Mij, dan doe ik afstand van die daad aan degeen die hij met Mij vergeleek." Dit is overgeleverd in Muslim.

 

Nu we het hebben over de oprechtheid van daden, zou ik graag één van mijn lievelingsah'adith willen meedelen. Overgeleverd door 'Abdullah ibn 'Umar ibn al-Chattaab (radya Allahu 'anhu): Ik hoorde de boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zeggen: Voor jullie vertrokken er drie mannen samen op reis, totdat ze bij een grot aankwamen om te overnachten. Ze gingen naar binnen. (Na een tijdje) rolde er een rots van de berg af en maakte de ingang van de grot dicht. Ze zeiden tegen elkaar: "Waarlijk, niemand van jullie zal uit deze grot bevrijd worden, behalve dat je Allah (Subhana wa Ta'ala) aanroept met verwijzing naar jullie rechtschapen daden." Eén van de mannen onder hen zei: "Oh Allah, mijn ouders waren oud en (elke avond) gaf ik noch mijn gezin en noch mijn bedienden melk te drinken, totdat ik mijn ouders had laten drinken. Op een dag was ik te ver (van huis geraakt) doordat ik op zoek ging naar een boomrijk gebied (om de dieren te laten grazen). Toen ik thuis kwam sliepen ze al. Ik melkte de dieren en bracht toen de melk naar hun toe waarop ze nog steeds sliepen. Ik vond het niet gepast mijn familie en mijn bedienden eerder melk te geven. Terwijl mijn kinderen op de grond huilden (van honger), wachtte ik op hen met een kom melk in mijn hand tot het ochtendgloren aanbrak. Toen ze wakker werden, dronken ze hun melk op. Oh Allah, als ik dit alleen voor Uw aangezicht heb gedaan, verlos ons dan uit deze hachelijke situatie, die veroorzaakt is door deze rots." Hierop schoot de rots een klein stuk je opzij, maar nog konden zij er niet uit. De volgende man zei: "Oh Allah, mijn oom had een dochter die mij het liefst was onder de mensen. (Volgens een andere overlevering: Ik hield zo van haar zoals alleen een man van een vrouw kan houden.) Ik zocht toenadering tot haar, maar ze hield zich afzijdig. Later werd ze getroffen door ongemak in een jaar van schaarste (hongersnood) en kwam zodoende naar mij toe. Ik gaf haar honderdtwintig dinaar (goudstukken) op voorwaarde dat ze mijn wens (verlangen) niet zou weigeren. Ze ging ermee akkoord. Toen ik op het punt stond om mijn verlangens te bevredigen (of volgens een andere overlevering: toen ik tussen haar benen stond) zei ze: "Heb angst voor Allah om mijn (maagdelijke) zegel te verbreken behalve met recht (m.a.w. binnen een wettig huwelijk)." Op dat moment verliet ik haar, ondanks dat ze nog steeds het liefst onder de mensen voor mij was. Tevens liet ik ook het goud dat ik haar gegeven had bij haar achter. Oh Allah, als ik dit alleen voor Uw aangezicht heb gedaan, verlos ons dan uit deze hachelijke situatie." Hierop schoot de rots een klein stuk je opzij, maar nog steeds konden zij er niet uit. De derde (man) zei: "Oh Allah, ik had landarbeiders in dienst en betaalde hun lonen, met uitzondering van één man, die zonder zijn loon aan te nemen vertrok. Ik investeerde zijn loon en kreeg daardoor veel bezittingen. Op een dag kwam hij naar me toe en zei: "Oh Allah’s dienaar, betaal me mijn loon." Ik zei tegen hem: "Al die kamelen, vee, schapen en slaven, die je ziet zijn jouw loon." Hij zei: "O Allah's dienaar, drijf de spot niet met me." Ik zei: "Ik drijf de spot niet met jou." Daarop nam hij alles mee en liet niets achter. Oh Allah, als ik dit alleen voor Uw aangezicht heb gedaan, verlos ons dan uit deze hachelijke situatie." Hierop schoof de rots helemaal opzij en liepen ze de grot uit. En dit is overgeleverd in Sahih Bukhari.

#4: En aanbid uw Heer totdat het zekere - de dood - u bereikt. (QS15:99.)

Uiteindelijk is het basisidee dat wij ons dienen voor te bereiden op de dood. Zoals ik eerder gezegd heb, vele plannen stel ik uit tot later terwijl ik niet weet of er een later zal zijn.

Daarom, denk na over de zaken die u zeker wilt doen voordat de engel des doods uw ziel komt ophalen. Vraag vergeving en toon berouw voordat het te laat is. Verricht goede daden en wees goed tegenover de anderen voordat het te laat is. Doe datgene wat je doen moet voordat je die kans niet meer krijgt. 'Ali (radya Allahu 'anhu) stond eens aan het hoofd van een graf en zei tegen zijn metgezel, "Als hij de kans had om terug te keren naar zijn leven, wat zou hij - denk je - doen?" Zijn metgezel antwoordde, "Hij zou niets doen dan goede daden." 'Ali (radya Allahu 'anhu) zei dan, "Als hij het niet gaat zijn, laat jij het dan zijn."

Al-Fudayl ibn 'Iyaadh (moge Allah hem genadig zijn) zat eens met een oudere persoon en vroeg hem, "Hoe oud ben je?" De man antwoordde, "Zestig jaar oud." "Wist je," zei Al-Fudayl, "dat je zestig jaar hebt gereisd naar jouw Heer, en dat je bijna bent aangekomen." De man bleef stil. Hij fluisterde, "Inna lillahi wa inna ilayhi radji'oon. (Tot Hem behoren wij en tot Hem keren wij terug)." Al-Fudayl vroeg, "Weet je de betekenis van die uitspraak. Je zegt dat jij een dienaar van Allah bent en dat je tot Hem zult terugkeren. Wie weet dat hij de dienaar van Allah is en dat hij tot Hem zal terugkeren, zou moeten weten dat hij tegengehouden zal worden op de Dag des Oordeels. En wie weet dat hij tegengehouden zal worden, laat hem ook weten dat hij verantwoordelijk zal zijn voor datgene wat hij in dit leven heeft gedaan. En wie weet dat hij verantwoordelijk zal zijn voor wat hij deed, laat hem weten dat hij ondervraagd zal worden. En wie weet dat hij ondervraagd zal worden, laat hem zijn antwoord nu voorbereiden." "Wat zal ik doen," vroeg de man. "Het is simpel," zei Al-Fudayl, "Doe goed in wat voor jou nog overblijft van jouw leven, vergeven zal jouw verleden worden. Zoniet zal je aangerekend worden voor het verleden en voor wat zal komen." In feite verschillen wij niet veel van deze zestigjarige man, ieder van ons kan sterven. Wij hebben geen garantie dat wij pas zullen heengaan als we oud zijn, getrouwd en kinderen of reeds kleinkinderen hebben. Elk moment van ons leven kan onze laatste zijn, dus laten wij daarom gebruik maken van de momenten die ons nog resten insja-Allah.

Verheerlijkt en geprezen zij U, O Allah. Ik getuig dat er geen god is behalve U, ik zoek Uw vergiffenis en keer mij berouwvol tot U.

En Allah (Subhana wa Ta'ala) weet het best.

10:37 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.