05-12-07

Nederigheid en Ootmoed



Ik was onlangs op een halaqa en we werden de Mooiste Namen van Allah (Subhana wa Ta’ala) onderwezen en we bespraken de namen Al-Qadir, Al-Qadeer en Al-Muqtadir en al deze namen hebben één ding gemeen, wat was dat Allah tot alles in staat en Almachtig is als de basis van begrip van deze Namen. En vanuit een goed begrip van deze Namen krijgen we of zouden we het gevoel van nederigheid moeten krijgen in onszelf. Het is gebaseerd op onze vrees en hoop wat een gevoel van nederigheid en ootmoed in ons brengt. Dus het tweede deel van de halaqa concentreerde zich op deze zaak. Wij startten met de hadeeth van de Profeet (salla Allahu ‘alayhi wa salaam) toen hij Abu Mas’ood zijn slaaf zag slaan en hij (salla Allahu ‘alayhi wa salaam) zei: "Allah heeft meer macht over jou, O Abu Mas’ood, dan jij over jouw slaaf!"

Wij bespraken de vele ayaat en ahadeeth die nederigheid aanmoedigen en die ayaat en ahadeeth die ons toonden dat dit van de karaktereigenschappen van de gelovige is. Sommige van deze ayaat die we bediscussieerden waren de ayaat in Surah An Najm van V.42 tot het einde, en inderdaad, deze waren zo krachtig dat toen de de Profeet (salla Allahu ‘alayhi wa salaam) deze verzen reciteerde, zelfs de afgodenaanbidders van Makkah in neerwerping vielen bij het horen ervan.

Dan gingen we verder naar ervaringen van Imaam Ibn Al Qayyim’s boek "Madaarij As Salikeen" waar hij deze gevallen bespreekt en voorbeelden van de sahaaba en de salaf brengt en hun nederigheid en ootmoed. Eerst brengt hij de ahadeeth van de Profeet (salla Allahu ‘alayhi wa salaam) naar voren over de gevaren van Kibr en arrogantie. En zoals onze leraar vermeldde aan ons, er zijn erg weinig mensen in deze wereld die van nature nederig zijn, de meesten van ons moeten hieraan werken en sommige moeten hier erg hard aan werken. De meesten van ons hebben de gedachte dat we juist zijn en al de anderen zijn verkeerd. Het is oké voor ons om te denken dat we juist zijn, als we dat niet deden, zouden we niet geloven of de dingen doen die we doen, alleen iemand met een geestelijke stoornis zou in dingen geloven waarvan hij niet weet of het de waarheid is. Maar opscheppen over jezelf dat je je op de waarheid bevindt en neerkijken op mensen daarop gebaseerd kan een teken van arrogantie of hoogmoed zijn.

Sommige van deze verhalen die in de klas vermeld waren en die ik erg graag heb, is het verhaal van ‘Umar ibn ‘Abdul-Azeez (d. 101 AH) (moge Allah hem genadig zijn). Hij hoorde van iemand dat zijn zoon een ring had gekocht voor duizend dirhams. In die tijd was dat een hele dure uitgave. ‘Umar ibn Abdul-Azeez schreef toen een brief naar zijn zoon om hem te adviseren, "Het nieuws heeft me bereikt dat jij een ring hebt gekocht voor duizend dirhams. Verkoop de ring en voedt daarmee duizend mensen. En koop een andere ring voor twee dirhams en laat de ring graveren met de tekst, Moge Allah barmhartig zijn voor diegene die zijn eigen grenzen kent!"

En Fudayl ibn Iyaad (d. 187 AH) (moge Allah hem genadig zijn) zei eens, "Tawaada’ (nederigheid/ootmoed) is jezelf nederig opstellen tegenover de waarheid, ongeacht waarvan het komt. Het is om geen waardigheid in jezelf te zien. Als iemand het in zichzelf ziet, is er geen tawaada’."

Het betekent dat als jij jezelf als iets waardig ziet, je niet een hoge status van tawaada’ hebt. Een uitspraak komt telkens in mijn gedachten als ik aan nederigheid denk. Er werd me verteld dat deze uitspraak van een van de salaf was (moge Allah hem genadig zijn), "Hoe kan een mens arrogantie hebben wanneer hij weet dat hij van de geslachtsdelen komt van zijn ouders." Als je erover nadenkt, is dit erg diepzinnig masja-Allah. In vergelijking met Allah (Subhana wa Ta’ala) en Zijn Macht en Vermogen, zijn we waarlijk niets en voor ons is zelfs even omhoog kijken met ons hoofd rechtop en wandelen eigenlijk domheid, want op dat moment realiseren we ons niet dat we eigenlijk niets zijn, en wanneer iemand zich zo gedraagt, denkt hij waarschijnlijk niet na over Allah’s Majesteit en Eer en Macht. Allah (Subhana wa Ta’ala) zegt in een vertaling van Zijn woorden,

En de dienaren van de Barmhartige zijn zij, die zachtmoedig op aarde wandelen en als de onwetenden hen aanspreken, zeggen zij: "Vrede". (25:63.)

Ibraheem Ash Shaybanee (moge Allah hem genadig zijn) zei altijd,

"Eer is Nederigheid,
Waardigheid is Taqwa,
Vrijheid is in Tevredenheid."

wat erg waar is. En een andere verhaalddat vermeld werd is het verhaal dat ons verteld werd door Urwa ibn Az Zubayr (moge Allah hem genadig zijn), de zoon van Zubayr ibn Al Awwam (radya Allahu ‘anhu) en Asmaa bint Abu Bakr (radya Allahu ‘anhum), de student van ‘Aisha (radya Allahu ‘anha), hij zag ‘Umar (radya Allahu ‘anhu) een emmer water dragen op zijn schouders. Dus Urwa (moge Allah hem genadig zijn) zei tegen ‘Umar, "Het is niet gepast dat de Ameer ul Mu’mineen dit doet." En ‘Umar antwoordde, "Toen ik de mensen zag luisteren naar mij en mij gehoorzaamde in hetgeen ik zei, kwam eer en trots in mij, en ik wilde dit gevoel breken, daarom doe ik dit."

En uiteindelijk een van de meest wonderbaarlijke verhalen van de sahaaba dat ik hoorde van de sahaaba in de halaqa was dat van Aboo Dharr Al Ghifaaree (radya Allahu ‘anhu) die erg populair is en vele keren verteld is geweest. Maar het relevante gedeelte ervan is dat Aboo Dharr (radya Allahu ‘anhu) eens zei tegen Bilal (radya Allahu ‘anhu), die een zwarte man was, in een negatieve betekenis, "Oh jij zoon van een zwarte vrouw!" wat Bilal (radya Allahu ‘anhu) kwetste en toen Aboo Dharr (adya Allahu ‘anhu) werd getuchtigd door de Profeet (salla Allahu ‘alayhi wa salaam) wilde hij het gevoel van arrogantie van zichzelf verwijderen. Dus hij ging naar Bilal (radya Allahu ‘anhu) en plaatste zijn hoofd op de grond en vroeg Bilal (radya Allahu ‘anhu) om zijn voet op zijn hoofd te plaatsen, en hij probeerde Bilal (radya Allahu ‘anhu) te forceren om dit te doen aangezien Bilal (radya Allahu ‘anhu) weigerde.

Deze waren de salaf en dit is hoe zij zichzelf portretteerden en dit was hun karakter. En als iemand van ons claimt dat hij zelfs de salaf volgt en op de weg van de salaf is, dan moeten we onszelf afvragen, zijn wij zoals deze mensen. Kunnen we dit doen in onze dagelijkse leven? Kunnen we iemand vragen om op onze hoofd te stappen omdat we hem beledigd hebben?? Het antwoord is een doorklinkende NEE omdat als wij dit zouden doen, zou de wereld een betere plaats zijn en de Moslims zouden in een betere positie zijn dan dat zij nu in zijn omdat we allen nederig zouden zijn en voorzichtig met wat we tegen onze broeders en anderen zeggen.

En Allah (Subhana wa Ta’ala) weet het best.

12:23 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.