04-01-08

Het verhaal van Mus`ab ibn `Umayr (ra),metgezel van de profeet[vzmh]

Mus`ab ibn `Umayr was geboren en groeide op in een wereld van weelde en luxe. Zijn rijke ouders overlaadden hem met heel veel zorg en aandacht. Hij droeg de meest kostbare kleding en de meest modieuze schoenen in zijn tijd. Jemenitische schoenen werden als zeer elegant geacht en het was zijn voorrecht om daar de beste van te hebben. Als jongeman werd hij bewonderd door de Quraysh, niet alleen vanwege zijn knap uiterlijk en klasse, maar ook vanwege zijn intelligentie.
Zijn elegante voorkomen en scherpe geest maakten hem geliefd onder de Mekkaanse nobelen en hij mengde zich met groot gemak onder hen. Hoewel hij nog jong was, had hij het voorrecht om de ontmoetingen van de Quraysh en hun bijeenkomsten bij te wonen. Hij bevond zich dus in een positie waar hij kennis bezat over de zaken aangaande de Mekkanen en wat hun houdingen en strategieën waren.

Onder de Mekkanen was er een plotselinge uitbarsting van sensatie en ongerustheid toen Mohammed, die bekend stond als de Betrouwbare (al-amin), te voorschijn kwam zeggende dat God hem had gezonden als boodschapper en als een waarschuwer. Hij waarschuwde de Quraysh voor een verschrikkelijke afstraffing indien zij zich niet in aanbidding en gehoorzaamheid tot God zouden richten. Tevens sprak hij over hemelse beloningen voor de rechtschapenen. Door geheel Mekka klonk het geroezemoes over deze verkondigingen. De kwetsbare leiders van de Quraysh bedachten manieren om Mohammed (vzmh) het zwijgen op te leggen. Wanneer spot en overredingskracht niet voldoende waren, gingen zij over op een campagne van teisteren en vervolging.

Mus`ab vernam dat Mohammed (vzmh) en zij die in zijn boodschap geloofden bijeen kwamen in een huis vlakbij de heuvel van as-Safa, om te voorkomen dat de Quraysh hen zou lastig vallen. Dit was het Huis van al-Arqam (naam van het huis). Om zijn nieuwsgierigheid te bevredigen naderde hij het huis en was niet ontmoedigd door zijn wetenschap over het vijandschap van de Quraysh.
Daar trof hij de Profeet (vzmh) aan die zijn kleine groep metgezellen onderwees door de Koran aan hen te reciteren en gezamenlijk het gebed te doen in overgave aan God, de Waarachtige, de Almachtige.
De Profeet (vzmh) verwelkomde hem en met zijn verheven hand raakte hij zachtjes het hart van Mus`ab dat bonsde van opwinding. Een diep gevoel van innerlijke rust kwam over hem heen. Mus`ab was compleet overweldigd door wat hij had gezien en gehoord. De woorden van de Koran maakte een diepe en directe indruk op hem. In deze eerste ontmoeting met de Profeet (vzmh) verklaarde de jonge en besliste Mus`ab de acceptatie van de islam. Het was een historisch moment. De scherpe geest van Mus`ab, zijn ijzeren wilskracht en doorzettingsvermogen, zijn welbespraaktheid en zijn prachtig karakter waren nu in dienst van de islam en zou meewerken om het lot van velen en de geschiedenis te veranderen.

Door de islam te accepteren had Mus`ab een zeer grote zorg, namelijk zijn moeder. Haar naam was Khunnas bint Malik. Zij was een vrouw met buitengewone macht. Ze had een dominante persoonlijkheid en kon zeer eenvoudig angst en verschrikking opwekken. Wanneer Mus`ab moslim werd was zijn moeder de enige macht op aarde waar hij vrees voor zou kunnen hebben. Al de machtige nobelen van Mekka en hun verbintenis met afgoderij en tradities waren van weinig belang. Echter, zijn moeder als tegenstander kon hij niet te licht opvatten. Mus`ab dacht snel na. Hij besloot om zijn acceptatie van de islam te verbergen, tot de tijd kwam waar God uitkomst bood. Hij ging door met het bezoeken van het Huis van al-Arqam en zat in de aanwezigheid van de Profeet. Hij voelde zich helder in zijn nieuwe geloof en door haar geen enkele aanwijzing te geven dat hij de islam had geaccepteerd, kon hij de woede van zijn moeder voorkomen. Dit bleef echter niet voor lang zo.

Het was moeilijk om in die dagen iets lang geheim te houden in Mekka. Op iedere weg waren de ogen en oren van de Quraysh gericht. Achter elke voetafdruk in het zachte en brandende zand zat een Quraysh informant. Niet lang daarna werd Mus`ab gezien, wanneer hij stilletjes het Huis van al-Arqam binnen trad, door iemand die `Uthman ibn Talha heette.
Een andere keer zag `Uthman dat Mus`ab op dezelfde manier bad als Mohammed (vzmh). De conclusie was overduidelijk. Als een storm in een glas verspreidde het vernietigende nieuws dat Mus`ab de islam had geaccepteerd, zich onder de Quraysh. Niet veel later ontving zijn moeder het nieuws. Mus`ab stond voor zijn moeder, zijn clan en de nobelen van de Quraysh die allen bijeen waren gekomen om er achter te komen wat hij had gedaan en wat hij daar over te zeggen had.
Met een zekere mate van nederigheid en met kalm vertrouwen gaf Mus`ab toe dat hij moslim was geworden en zonder aarzeling legde hij uit waarom. Daarop reciteerde hij enige verzen van de Koran verzen die de harten van de gelovigen hadden gereinigd en die hen terug bracht naar het ware geloof van God. Ondanks hun kleine aantal, hun harten waren nu gevuld met wijsheid, eer, rechtvaardigheid en moed. Terwijl de moeder van Mus`ab naar haar zoon luisterde die ze met buitensporige zorg en genegenheid had overladen, maakte ze zich meer en meer razend.
Ze had er zin in om hem met een verschrikkelijke klap het zwijgen op te leggen. De hand die uitschoot als een pijl wankelde en hakkelde voor het licht dat van het heldere gezicht van Mus`ab afstraalde. Misschien was het de moederliefde die deed voorkomen dat ze hem sloeg, maar ze voelde nog steeds dat ze iets moest doen om de goden die haar zoon achter had gelaten te wreken. De oplossing waar ze mee kwam was voor Mus`ab vele malen erger dan het incasseren van enkele klappen. Ze bracht Mus`ab naar een verre hoek van het huis. Daar werd hij stevig vast gebonden. Hij was een gevangene geworden in zijn eigen huis. Voor lange tijd verbleef Mus`ab gebonden en opgesloten en streng bewaakt door wachters. Zijn moeder had de wachters daar geplaatst om te voorkomen dat hij nog enig contact zou hebben met Mohammed en zijn geloof.
Ondanks zijn beproeving gaf Mus`ab geen krimp. Hij moet op de hoogte zijn geweest hoe andere moslims lastig werden gevallen en gemarteld door de afgodendienaars. Voor hem, en voor vele andere moslims, werd het leven in Mekka meer en meer ondraaglijk. Na verloop van tijd hoorde hij dat een groep moslims zich in het geheim aan het voorbereiden waren om naar Abessinië (het huidige Ethiopië) te migreren, om daar een toevlucht en steun te vinden.
Zijn eerste gedachten waren hoe te ontsnappen van zijn gevangenis en zich bij hen aan te sluiten. Bij de eerste gelegenheid, wanneer zijn moeder en zijn wachters niet op hun hoede waren, kreeg hij het voor elkaar om in stilte weg te glippen. Met grote spoed sloot hij zich daarna aan bij de andere voortvluchtigen en binnen korte tijd voeren zij gezamenlijk over de Rode Zee richting Afrika.

Hoewel de moslims vrede en veiligheid genoten in het land van Negus, verlangden ze er naar om in Mekka te zijn in het gezelschap van de edelmoedige Profeet. Wanneer een rapport dat de condities van de moslims in Mekka verbeterd was Abessinië bereikte, was Mus`ab een van de eersten om terug naar Mekka te keren. Het rapport was echter vals en Mus`ab keerde wederom terug naar Abessinië.
Of hij nu in Mekka of in Abessinië was, Mus`ab bleef sterk in zijn nieuwe geloof en zijn grootste zorg was hoe hij zijn leven waardig kon maken voor zijn Schepper. Wanneer Mus`ab wederom naar Mekka terugkeerde, deed zijn moeder een laatste poging om hem in haar macht te krijgen en dreigde hem weer vast te binden en op te sluiten. Mus`ab zwoer dat als ze dat zou doen, dat hij een ieder die haar hielp zou doden. Ze wist maar al te goed dat hij het niet bij een dreigement zou laten, want ze zag de ijzeren vastberadenheid die hij nu bezat. Een scheiding was onvermijdelijk. Op het moment dat het gebeurde was dit triest voor zowel moeder als zoon.
Het liet een sterk volhardend ongeloof zien van de kant van de moeder en een nog sterker volhardend geloof van de zoon. Terwijl ze hem het huis uitgooide en hem afsloot van al het wereldse comfort waar ze hem in overvloed mee overspoeld had, zei ze: "Ga je eigen weg. Ik ben niet bereid om nog langer een moeder voor je te zijn". Mus`ab naderde haar heel dichtbij en zei: "Moeder, ik adviseer u met een oprecht hart. Ik maak me zorgen om u. Getuig toch dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed Zijn dienaar en Zijn boodschapper is".
"Ik zweer bij de vallende sterren dat ik niet tot jouw godsdienst zal toetreden. Zelfs niet wanneer mijn mening belachelijk wordt gemaakt en mijn geest machteloos", hield ze vol.

Zo kwam het dat Mus`ab haar huis, de luxe en comfort die hij ooit genoot achter zich liet. De eens elegante, goed geklede jongeman zou van nu af aan alleen maar te zien zijn in ordinaire lompen. Hij had nu belangrijkere zaken aan zijn hoofd. Hij was vastbesloten om zijn talenten en energie te steken in het verkrijgen van kennis en het dienen van God en Zijn Profeet. Op een dag, verscheidene jaren later, naderde Mus`ab een groep moslims die zich om de Profeet hadden verzameld, moge God hem zegenen en vrede schenken. Zij bogen hun hoofden en sloegen hun blikken neer toen zij Mus`ab zagen. Sommige werden zelfs aan het huilen gebracht. Dit was omdat zijn kleding oud en versleten was en dat bracht hen meteen weer terug naar de dag voordat hij de islam in zijn hart gesloten had. De tijd dat hij nog model stond voor elegante kleding. De Profeet keek naar Mus`ab, glimlachte aangenaam en zei: "Ik heb deze Mus`ab gezien met zijn ouders in Mekka. Ze bedolven hem met zorg en aandacht en hij kwam niets tekort. Van de jeugd van de Quraysh was er niet één zoals hem. Daarna liet hij dat alles achter voor het streven naar het behagen van God en voor het zich toewijden om in dienst te staan van Zijn Profeet". De Profeet (vzmh) vervolgde met: "Er zal een tijd komen waar God ons de overwinning over Perzië« en Byzantium zal schenken. Je zult een tenue hebben in de ochtend en een andere in de avond. Je zult in de ochtend van het ene bord eten en in de avond van het andere". Met andere woorden, de Profeet voorspelde dat de moslims rijk en machtig zouden worden en dat ze wereldse goed in overvloed zouden hebben.
De metgezellen die om de Profeet (vzmh) heen zaten vroegen hem: "O Boodschapper van God, verkeren we heden in een betere situatie of zullen we dan beter af zijn?" Hij antwoordde: "Je bent eerder nu beter af dan dat je dan zou zijn. Als je van de wereld wist wat ik weet dan zou je er beslist niet bezorgd om zijn." Een andere keer sprak de Profeet (vzhm) in dezelfde geest tegen zijn metgezellen en vroeg hen hoe ze zouden zijn als ze een set kleding in de morgen hadden en een ander setje voor de avond. Ze zouden nog genoeg materiaal over houden om hun huizen van gordijnen te voorzien net als de Ka`ba die volledig bedekt was. De metgezellen antwoordden dat ze dan in een betere situatie zouden verkeren, omdat ze dan voldoende voedsel zouden hebben en alle tijd zouden hebben voor aanbidding (`ibadah). De Profeet echter vertelde hen dat ze toch echt beter af waren zoals ze waren.

Na ongeveer tien jaar mensen uitnodigen tot de islam bleef het merendeel van Mekka vijandig. De edelmoedige Profeet trok daarop naar Ta-if om nieuwe volgelingen te zoeken voor het geloof. Hij werd echter afgewezen en de stad uit gejaagd. De toekomst voor de islam zag er somber uit. Het was net na dit dat de Profeet Mus`ab koos om zijn "ambassadeur" te zijn in Yathrib. Daar zou hij de kleine groep gelovigen onderwijzen die gekomen waren om trouw te zweren aan de islam en Medina voor te bereiden voor de dag van de grote hidjra (emigratie).
Mus`ab werd verkozen boven de metgezellen die ouder waren dan hij, of degene die dichter in relatie stonden met de Profeet, of zij die blijkbaar in groter aanzien stonden. Zonder twijfel was Mus`ab gekozen voor deze taak vanwege zijn edele karakter, zijn voortreffelijke manieren en zijn scherpe intellect. Zijn kennis van de Koran en zijn vermogen om dit op een bijzonder mooie en ontroerende wijze te reciteren was ook een belangrijke overweging. Mus`ab begreep zijn missie goed. Hij wist dat hij zich op een heilige missie bevond: het uitnodigen van mensen en deze tot God en het rechte pad van de islam brengen.
Tevens was het om voorbereidingen te treffen voor wat het territoriaal hoofdkwartier voor de jonge en zwoegende moslim gemeenschap zou moeten worden. Hij betrad Medina als gast van Sa`d ibn Zurarah van de Khazraj stam. Gezamenlijk gingen zij langs de mensen, langs hun huizen, langs hun bijeenkomsten om hen te vertellen over de Profeet, de islam uit te leggen en de Koran te reciteren aan hen. Door de gratie van God accepteerden velen de islam. Dit tot groot genoegen van Mus`ab, maar uitzonderlijk verontrustend voor de leiders van de Yathribitische gemeenschap.

Eens zaten Mus`ab en Sa`d vlakbij een waterput in een boomgaard van de Zafar clan. Met hen waren er een aantal nieuwe moslims en anderen die geïnteresseerd waren in de islam. Een machtige en voornaam persoon van de stad, Usayd ibn Khudayr, doemde op gewapend met een speer. Hij was vervuld met woede. Sa`d ibn Zararah zag hem en vertelde Mus`ab: "Dit is een hoofdman voor zijn mensen. Moge God waarheid in zijn hart plaatsen." "Wanneer hij gaat zitten dan zal ik met hem spreken," antwoordde Mus`ab in alle kalmte en tact van een groot daa`i (iemand die uitnodigt tot de islam). De boze Usayd in een ten hemel schreiende wantoestand bedreigde Mus`ab en zijn gastheer. "Waarom zijn jullie beide naar ons gekomen om onze zwakken te besmetten? Blijf bij ons vandaan als je in leven wenst te blijven". De lippen van Mus`ab krulden in een warme en vriendelijke glimlach en zei tegen Usayd: "Waarom kom je niet even zitten en luisteren? Als je tevreden en vervuld bent met onze missie, accepteer het dan. Als het je tegenstaat dan zullen wij stoppen met vertellen van wat jou tegenstaat en vertrekken." "Dat is aanvaardbaar", zei Usayd en ging zitten terwijl hij zijn speer in het zand stak. Mus`ab zette hem nergens toe aan. Hij stelde hem niet aan de kaak. Hij nodigde hem slechts uit om te luisteren. Als hij tevreden was, prima. Als dat niet het geval was dan zou Mus`ab, zonder enige stampij te maken, zijn regio en zijn clan verlaten en naar een ander regio toe gaan. Mus`ab begon hem te vertellen over de islam en reciteerde hem de Koran.
Zelfs voordat Usayd iets zei was het al duidelijk van zijn gezicht af te lezen, het straalde nu en was vol verwachting. Het geloof was tot in zijn hart doorgedrongen. Hij zei: "Hoe prachtig zijn deze woorden en hoe waar. Wat moet een persoon doen om tot deze religie toe te treden"? "Neem een bad, en reinig jezelf en je kleding. Spreek dan de geloofsbelijdenis (shahada) uit en ga in gebed (salaat).
Usayd verliet de samenkomst en was slechts voor korte tijd afwezig. Hij kwam terug en getuigde dat er geen god is dan God en dat Mohammed de boodschapper van God is. Hij bad daarna twee delen (raka`aat) van het gebed en zei: "Na mij is er een man die als hij jou volgt, al zijn mensen in zijn voetsporen zullen treden. Ik zal hem nu naar je toe sturen. Hij is Sa`d ibn Mu`adh".
Sa`d ibn Mu`adh kwam en luisterde naar Mus`ab. Hij was overtuigd en vervuld en verkondigde zijn overgave aan God. Hij werd gevolgd door een ander belangrijke Yathribiet, Sa`d ibn `Ubadah. Binnen niet al te lange tijd waren de mensen van Yathrib allen in een vlaag van opwinding en zij vroegen elkaar: "Als Usayd ibn Khudayr, Sa`d ibn Mu`adh en Sa`d ibn `Ubadah deze nieuwe religie hebben geaccepteerd, hoe kunnen wij dan niet volgen? Laten we naar Mus`ab gaan en samen met hem geloven. Ze zeggen dat de waarheid van zijn lippen vloeit".

De eerste ambassadeur van de Profeet (vzmh), was een buitengewoon succes. De Profeet (vzmh) had goed gekozen. Mannen en vrouwen, de jeugdigen en de bejaarden, de machtigen en de zwakken accepteerden allemaal de islam door hem. Het verloop van de geschiedenis van Yathrib was voor eeuwig veranderd. De weg werd gereed gemaakt voor de grote hijrah. Spoedig zou Yathrib het middelpunt en thuisbasis worden voor de islamitische staat. Binnen een jaar na zijn aankomst in Yatrhib moest Mus`ab terug keren naar Mekka. Het was wederom gedurende de tijd van de bedevaart. Met hem kwam een groep van zevenenvijftig moslims van Medina (andere benaming voor Yathrib). Wederom bij `Aqabah, in de buurt van Mina ontmoetten zij de Profeet (vzmh). Daar namen zij de eed op zich om de Profeet te beschermen, ten koste van alles. Zouden zij standvastig blijven in hun geloof dan zou hun beloning, zo zei de Profeet (vzmh), niets minder zijn dan het Paradijs. Deze tweede eed (bay`ah) die de moslims van Yathrib aflegden werd het "oorlogsverbond" genoemd.

Vanaf dat moment speelden de gebeurtenissen zich snel af. Kort na het grote feest instrueerde de Profeet zijn nagezeten volgelingen om naar Yathrib te migreren. De nieuwe moslims of helpers (ansaar) waren bereid om asiel te verlenen en bescherming te bieden aan de gekwelde moslims. De eerste metgezellen van de Profeet (vzmh) die aankwamen in Medina waren Mus`ab ibn `Umayr en de blinde `Abdullah ibn Umm Maktum. Ook `Abdullah reciteerde de Koran op bijzonder fraaie wijze. Volgens één van de helpers hadden zowel Mus`ab als `Abdullah de Koran gereciteerd aan de mensen van Yathrib. Mus`ab bleef een belangrijke rol spelen in de opbouw van de nieuwe gemeenschap.

Het volgende monumentale moment waar we hem ontmoeten was gedurende de grote veldslag van Badr. Nadat het gevecht voorbij was werden de Quraysh krijgsgevangenen voor de Profeet (vzmh) gebracht die ze aan individuele moslims overdroeg. "Behandel hen goed", instrueerde hij. Onder de gevangenen was Abu `Aziz ibn `Umayr, de broer van Mus`ab. Abu `Aziz verhaalde wat er gebeurde. "Ik was onder de groep van de helpers. Ieder keer wanneer zij middag- of avondeten hadden gaven ze mij brood en dadels te eten in gehoorzaamheid aan de instructies van de Profeet (vzmh) om ons goed te behandelen. Mijn broer, Mus`ab ibn `Umayr, liep aan mij voorbij en zei tegen de man van de helpers die mij gevangen hield: "Bind hem stevig vast. Zijn moeder is een vrouw van vermogen en misschien wil ze hem wel vrijkopen van jou". Abu `Aziz kon zijn oren niet geloven. Verbaasd richtte hij zich tot Mus`ab en vroeg: 'Mijn broer, is dit jou instructie aangaande mij?' 'Hij is mijn broeder, niet jij,' antwoordde Mus`ab", zo bevestigend dat in de strijd tussen geloof (imaan) en ongeloof (kufr) de verbondenheid door het geloof sterker is dan die door het bloed van verwantschap.

Bij de slag om Uhud verzocht de Profeet (vzhm) dat Mus`ab, nu beter bekend als Mus`ab al-Khayr (de goede), om het moslimvaandel te dragen. In het begin van het gevecht leek het erop dat de moslims de overhand hadden. Echter, een groep moslims ging tegen de orders van de Profeet (vzhm) in en zij verlieten hun posities. De krijgsmacht van de veelgodendienaren hergroepeerde zich wederom en zij lanceerde een tegenaanval. Hun hoofddoel, terwijl zij door het moslimse leger heen sneden, was om bij de edelmoedige Profeet (vzhm) te komen. Mus`ab besefte het grote gevaar dat op de Profeet af kwam. Hij bracht het vaandel hoog in de lucht en schreeuwde "Allahu akbar". Met het vaandel in één hand en zijn zwaard in de andere wierp hij zich tussen het Quraysh leger. Hij stond tegenover een geweldige overmacht. Een Qurayshi cavalerist naderde hem van dichtbij en hakte zijn rechterhand af. Men hoorde Mus`ab deze woorden herhalen: "Mohammed is slechts een boodschapper. Boodschappers waren al voor zijn tijd heengegaan", waardoor hij liet zien dat ondanks zijn grote toewijding aan de Profeet (vzhm), zijn worsteling bovenal in het belang van God was en om Zijn woord boven alles te verheffen. Daarna werd zijn linkerhand eraf gehakt en hield hij de vaandel tussen de twee stompen van zijn armen. Om zich te bemoedigen herhaalde hij: "Mohammed is slechts een boodschapper. Boodschappers waren al voor zijn tijd heengegaan". Toen werd hij geraakt door een speer. Hij viel en het vaandel viel. Later werden de woorden die hij herhaalde, iedere keer wanneer hij geraakt werd, aan de Profeet (vzhm) bekendgemaakt, vervolmaakt en werden zij deel van de Koran. "Mohammed is slechts een gezant; voor zijn tijd reeds waren de [andere] gezanten heengegaan..." - Soerat Aal 'Imraan [3:144]
Na het gevecht liepen de Profeet (vzmh) en zijn metgezellen door het slagveld en boden de martelaren een vaarwel. Wanneer zij het lichaam van Mus`ab bereikten, vloeiden er tranen. Khabbah verhaalde dat zij geen lap stof konden vinden wat als doodskleed kon dienen voor het lichaam van Mus`ab, behalve zijn eigen kledingstuk. Wanneer zij zijn hoofd er mee bedekte dan zouden zijn benen zichtbaar zijn en wanneer zij zijn benen bedekte dan was zijn gezicht te zien. De Profeet (vzmh) droeg hen op: "Plaats het kledingstuk over zijn hoofd en bedek zijn voeten en benen met de bladeren van de idhkhir-plant".

De Profeet (vzmh) ervoer diepe pijn en verdriet door het aantal metgezellen die gedood waren tijdens de slag om Uhud. Onder hen was ook zijn oom Hamzah wiens lichaam verschrikkelijk verminkt was. Het was echter bij het lichaam van Mus`ab waar de Profeet (vzmh) met grote ontroering bij stil stond. Hij herinnerde zich Mus`ab toen hij hem voor het eerst zag in Mekka, stijlvol en elegant. Daarna keek hij naar de korte burdah (kledingstuk) wat nu het enige kledingstuk was dat hij bezat en hij reciteerde het vers van de Koran:
"Onder de gelovigen zijn er mannen die de verbintenis die zij met God zijn aangegaan oprecht nagekomen zijn. Sommigen hebben hun levenstaak volbracht en anderen wachten nog, maar hebben niets gewijzigd".- Soerat Al-Ahzaab [33:23]

De Profeet (vzmh) sloeg toen zijn ogen op over het slagveld waarop de dode metgezellen van Mus`ab lagen en zei: "De Boodschapper van God getuigt dat jullie martelaren zijn in het aanzicht van God op de dag der Opstanding". Daarna richtte hij zich tot de levende metgezellen om zich heen en sprak: "O mensen! Bezoek ze (de martelaren), breng ze de vredesgroet, bij Hem (God) in wiens handen mijn ziel is, iedere moslim die hen vrede wenst tot de Dag der Opstanding, zullen hem terug groeten.

Vrede zij met jou O Mus`ab
(As-salaamu `alayka yaa Mus`ab)

11:01 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.