06-04-08

Hoedhaifa Ibn Al-Yaman

Hoedhaifa Ibn Al-Yaman (Een Sahabie/metgezel van de profeet (saws)) “Als je wilt kun je jezelf beschouwen als iemand van de Moehadjirien of, als je wilt kun je jezelf beschouwen als iemand van de Ansaar. Kies hetgeen dierbaarder voor je is.” Met deze woorden sprak de profeet (saws) Hoedhaifa ibn al-Yaman aan toen hij hem voor de eerste keer in Mekka ontmoette. Hoe kwam Hoedhaifa tot het maken van deze keus? Zijn vader, al-Yaman, was afkomstig uit Mekka van de stam van Abs. Hij had iemand gedood en was gedwongen Mekka te verlaten. Hij vestigde zich in Yathrib en werd een bondgenoot (halif) van de Banoe al-Ash-hal. Hij huwde een vrouw van die stam en kreeg een zoon, genaamd Hoedhaifa. De beperkingen op zijn terugkeer werden aanvankelijk opgeheven en hij verdeelde zijn tijd tussen Mekkah en Yathrib, maar bleef meer in Yathrib omdat hij daar meer aan gehecht was. Zo kwam het dat Hoedhaifa van origine een Mekkaanse afkomst had maar in Yathrib werd grootgebracht. Toen de lichtstralen van islaam over het Arabische schiereiland begonnen te schijnen ging een delegatie van de Abs stam, waar ook al-Yaman bij was, naar de profeet (saws) en verkondigde hun acceptatie van de islaam. Dat was voor de profeet (saws) naar Yathrib migreerde. Hoedhaifa groeide op in een moeslim huishouden en werd zowel door zijn moeder als vader onderwezen, die beide tot de eerste personen van Yathrib behoorden die toetraden tot het geloven in Allah. Hij werd daarom moeslim voordat hij de profeet (saws) ontmoette. Hoedhaifa verlangde ernaar de profeet (saws) te ontmoeten. Vanaf jonge leeftijd wilde hij graag al het nieuws volgen wat er over hem (saws) was. Hoe meer hij hoorde, des te meer zijn genegenheid voor de profeet (saws)groeide en des te meer verlangde hij ernaar hem (saws)te zien. Hij reisde naar Mekka waar hij de profeet (saws)ontmoette en hem (saws) de vraag voorlegde: “Ben ik een Moehadjir of ben ik een Ansari, o Rasoel Allah?” “Als je wilt kun je jezelf beschouwen als iemand van de Moehadjirien, of als je wilt kun je jezelf beschouwen als iemand van de Ansaar. Kies hetgeen dierbaarder voor je is”, antwoordde de profeet (saws) . “Goed, ik ben een Ansarie, o Rasoel-Allah”, besliste Hoedhaifa”. In Medinah, na de Hidjra, raakte Hoedhaifa zeer verbonden met de profeet (saws). Hij nam deel aan alle militaire gevechten behalve Badr. Hij legde uit waarom hij de oorlog bij Badr miste. Hij zei: “Ik had Badr niet gemist als mijn vader en ik niet buiten Medinah waren geweest. De ongelovige Qoeraish ontmoetten ons en vroegen waar wij heen gingen. We vertelden hen dat wij naar Medinah gingen en zij vroegen of we van plan waren Mohammed te ontmoeten. We stonden erop dat we alleen maar naar Medinah wilden gaan. Zij stonden ons toe te gaan alleen als zij van ons een belofte kregen om Mohammed niet tegen hen te helpen en samen met hem zouden vechten.” Toen wij bij de profeet (saws) kwamen vertelden we over onze belofte met de Qoeraish en vroegen hem wat we moesten doen. Hij (saws) zei dat we de belofte moesten negeren en Allahs Hulp tegen hen moesten vragen.” Hoedhaifa nam met zijn vader deel aan de oorlog van Oehoed. De druk voor Hoedhaifa tijdens de oorlog was groot maar hij had zichzelf goed uitgerust en bleef veilig en krachtig. Echter, een ander lot wachtte zijn vader. Voor de oorlog verliet de profeet (saws) al-Yaman, Hoedhaifa’s vader, en Thabit ibn Waqsh met de andere mensen die niet vochten zoals vrouwen en kinderen. Dit was omdat zij vrij oud waren. Aangezien het gevecht heftiger werd zei al-Yaman tegen zijn vriend: “Jij heb geen vader (bedoelend jij hebt geen zorg). Waar wachten we op? We hebben beide slechts nog een korte tijd te leven. Waarom nemen we niet onze zwaarden en vergezellen de boodschapper van Allah (saws) ? Misschien zal Allah ons zegenen met te sterven als shahied.” Zij bereidden zich snel voor op de oorlog en bevonden zich snel in het heetst van de strijd. Thabit ibn Waqsh werd gezegend met shahdah in de handen van de moeshrikien. De vader van Hoedhaifa werd gepakt door sommige moeslims die hem niet herkenden. Toen zij hem vilden, schreeuwde Hoedhaifa: “Mijn vader! Het is mijn vader!” Niemand hoorden hem. De oude man viel, gedood in verwarring door de zwaarden van zijn eigen broeders in geloof. Zij waren vervuld met pijn en verdriet. Verdrietig als hij was zei Hoedhaifa tegen hen: “Moge Allah jullie vergeven want Hij is de Meest Genadevolle van Degene die Genade toont.” De profeet (saws) wilde diyah (compensatie) aan Hoedhaifa laten betalen voor de dood van zijn vader, maar Hoedhaifa zei: “Hij wenste enkel shahadah te worden en hij verkreeg het. O, Rabb, getuig dat ik de compensatie voor hem aan de moeslims schenk.” Wegens deze houding groeide Hoedhaifa’s status in de ogen van de profeet (saws). Hoedhaifa bezat drie kwaliteiten die in het bijzonder indruk maakte op de profeet (saws): zijn unieke intelligentie die hij gebruikte bij het handelen in moeilijke situaties; zijn snelle scherpzinnigheid en spontane antwoord op de roep van handeling en zijn vermogen een geheim te houden zelfs onder aanhoudend gevraag. Een opmerkzaam beleid van de profeet (saws)was om de speciale kwaliteiten en krachten van ieder individele metgezel van hem naar voren te brengen. In het opstellen van zijn metgezellen was hij (saws) voorzichtig met het kiezen van de juiste man voor de juiste taak. Dit sterkte tot buitengewoon voordeel in het geval van Hoedhaifa (ra) . Eén van de ernstigste problemen waarmee de moeslims van Medinah te kampen hadden was het bestaan van de huichelaars (moenafiqoen) rondom hen, speciaal tussen de joden en hun bondgenoten. Hoewel vele van hen tot de islaam waren toegetreden, was de verandering alleen oppervlakkig en zij gingen door met samen te zweren om zo een plan tegen de profeet (saws)en de moeslims te beramen. Vanwege Hoedhaifa’s vermogen een geheim te bewaren vertrouwde de profeet (saws)hem de namen van de moenafiqoen toe. Het was een groot geheim dat de profeet (saws) aan geen van zijn andere metgezellen vertelde. Hij gaf Hoedhaifa (ra) de taak de bewegingen van de moenafiqoen en hun aktiviteiten te volgen en de moeslims te beschermen tegen het sinistere gevaar waar zij mee bezig waren. Het was een enorme verantwoordelijkheid.Omdat de moenafiqoen in het geheim werken, wisten zij alle ontwikkelingen en plannen van de moeslims hetgeen een grotere dreiging aan de gemeenschap liet zien, dan de openlijke vijandigheid van de koeffaar (ongelovigen). Vanaf deze tijd werd Hoedhaifa : “De bewaarder van het geheim van de boodschapper van Allah” genoemd. Gedurende zijn hele leven bleef hij trouw aan zijn belofte en verraadde hij de namen niet van de huichelaars. Na de dood van de profeet (saws), kwam de chalifah dikwijls om hem zijn advies te vragen betreffende hun bewegingen en handelingen, maar hij bleef zwijgen en voorzichtig. Omar (ra) was alleen in staat indirect uit te vinden wie de huichelaars waren. Als iemand onder de moeslims stierf, vroeg Omar (ra): “Woonde Hoedhaifa zijn begrafenisgebed bij?” Als het antwoord ‘ja’ was, deed hij het gebed. Als het antwoord ‘nee’ was, werd hij twijfelachtig over die persoon en bleef weg van het begrafenisgebed voor hem. Op een keer vroeg Omar (ra) aan Hoedhaifa (ra) : “Is één van mijn goeverneurs een moenafiq?” “Eén”, antwoordde Hoedhaifa. “Wijs hem aan mij aan”, beval Omar (ra) . “Dat zal ik niet doen”, antwoordde Hoedhaifa, die later zei dat kort na hun gesprek Omar de persoon ontsloeg net alsof hij naar hem geleid zou zijn. Hoedhaifa’s bijzondere kwaliteiten werden door de profeet (saws)op verscheidene tijden gebruikt. Eén van de meest beproefde gelegenheden, waar gebruik werd gemaakt van Hoedhaifa’s intelligentie en zijn opmerkzame gedachte, was tijdens “de Oorlog van de Greppel”. De moeslims waren bij die gelegenheid omgeven door vijanden. De moeslims hadden te kampen met moeilijkheden en stonden een enorme druk. Zij hadden alles dat in hun vermogen was gegeven en waren volslagen uitgeput. De spanning was zo intens dat sommigen zelfs begonnen te wanhopen. De Qoeraish en hun bondgenoten waren ondertussen er niet veel beter aan toe. Hun kracht en vastberadenheid waren uitgeput. Een krachtige wind keerde hun tenten om, liet hun vuren doven en raakte hun gezichten en ogen met zand en stof. Op zulke beslissende momenten in de geschiedenis van oorlogvoering is de partij die verliest de partij die het eerst wanhoopt en degene die wint degene die het langer uithoudt. De rol van oorlogintelligentie in zulke situaties bewijst vaak een cruciale factor te zijn in de beslissing hoe de oorlog eindigt. De profeet (saws)voelde in dit stadium bij de confrontatie dat hij de speciale talenten en ervaring van Hoedhaifa ibn al-Yaman kon gebruiken. Hij besliste Hoedhaifa temidden van de posities van de vijanden in de duisternis te sturen om hem (saws) de laatste informatie over hun situatie en moraal te brengen, voordat de profeet (saws)besliste wat zijn volgende zet zou zijn. Laten we nu vertellen wat er tijdens deze missie gebeurde, één met gevaren en zelfs de dood. “Die nacht zaten we allemaal in rijen. Aboe Soefyaan en zijn mannen - de moeshrikoen van Mekka - bevonden zich tegenover ons. De joodse stam van Banoe Qoerayzah bevond zich in onze achterhoede en we waren bang voor hen vanwege onze vrouwen en kinderen. De nacht was het onheilspellend donker. Nog nooit ervoor was er een donkerder nacht noch sterkere wind geweest. Het was die nacht zo donker dat niemand zijn vingers kon zien en de windvlaag was als de schil van de donderslag. “De huichelaars begonnen de profeet (saws) toestemming te vragen om te vertrekken en zeiden: ‘Onze huizen worden blootgesteld aan de vijand.’ Iedereen die de profeet (saws) toestemming vroeg te vertrekken werd het toegestaan te gaan. Velen aldus slopen weg totdat we met ongeveer driehonderd man overbleven. De profeet (saws) begon aan een ronde van inspectie waarbij hij (saws) ons één voor één passeerde tot hij (saws) bij mij kwam. Ik had niets om mij te beschermen tegen de kou, behalve een deken die van mijn vrouw was die nauwelijks mijn knieën raakte. Hij (saws)kwam dichter naar mij........ “Er gebeurt iets onder de mensen (de legers van Aboe Soefyaan). Dring hun kampen binnen en breng mij het nieuws wat er daar gaande is.” “Ik vertrok. Op dat moment was ik de meest angstige persoon van iedereen en had het verschrikkelijk koud. De profeet (saws) deed doea” “O Rabb, bescherm hem van voren en van achter, van zijn rechter- en van zijn linkerkant, van boven en van onder.” Bij Allah, toen de profeet (saws) amper zijn doea had afgemaakt, verwijderde Allah alle sporen van angst van mijn buik en de kou van mijn lichaam. Toen ik mij omdraaide om te vertrekken riep de profeet (saws) mij terug en zei: “Hoedhaifa, doe absoluut niets tegen de mensen (vijanden) totdat je naar mij bent teruggekomen.” “Ja”, antwoordde ik.” Ik ging voort, langzaam in het geheim van de duisternis totdat ik diep in het kamp van de moeshrikoen binnendrong en werd net zoals één van hen. Kort daarna, stond Aboe Soefyaan op en sprak zijn mannen toe: “O mensen van de Qoeraish, ik sta op het punt een verklaring aan jullie af te leggen waarvan ik bang ben dat deze Mohammed zal bereiken. Laat daarom iedere man onder jullie kijken en er zeker van zijn wie er naast hem zit.” Toen ik dit hoorde, greep ik direct de hand van de man die naast mij zat en vroeg: “Wie ben jij?” (waarbij ik hem aan de verdedigende kant plaatste en mijzelf vrijsprak)” Aboe Soefyaan ging door: “O mensen van Qoeraish, bij Allah, jullie zijn niet op een veilige plaats. Onze paarden en kamelen hebben we verloren. De Banoe Qoerayzah hebben ons verlaten en we hebben onplezierig nieuws over hen gehoord. We worden getroffen door deze bittere en koude wind. Onze vuren branden niet en onze tenten bieden geen bescherming. Gaat dus voort. Wat mijzelf betreft, ik ga weg.” “Hij ging naar zijn kameel, maakte hem los en besteeg hem. Hij raakte hem en hij stond rechtop. Als de boodschapper van Allah (saws) mij niet had bevolen niets te doen totdat ik was teruggekeerd naar hem, dan had ik Aboe Soefyaan met een pijl gedood. “Ik keerde terug naar de profeet (saws) en vond hem staande op een deken en hij (saws) deed salaah. Toen hij mij herkende, trok hij (saws)mij dicht naar zijn benen en gooide één van de uiteinden van de deken over mij heen. Ik informeerde hem over wat er was gebeurd. Hij (saws)was buitengewoon gelukkig en blij en bedankte Hoedhaifa en prees hem.” Hoedhaifa (ra) leefde in voortdurende angst van slechtheid en corrupte invloeden. Hij voelde dat goedheid en de bronnen van het goede in dit leven gemakkelijk te herkennen waren voor degenen die het goede wensten. Het was het kwaad dat misleidend was en dikwijls moeilijk te bemerken/bespeuren en bestrijden. Hij was altijd bezig mensen te waarschuwen te strijden tegen het slechte met al hun vermogen, met hun hart, handen en tong. Degenen die enkel tegen slechtheid stonden met hun harten en tongen en niet met hun handen, beschouwde hij als degenen die een gedeelte van de waarheid hadden verlaten. Degenen die slechtheid alleen in hun harten haatten, maar het niet met hun tongen en handen bestreden, vergaten twee delen van waarheid en degenen die slechtheid noch verafschuwden, noch confronteerden met hun harten, tongen of handen, beschouwde hij als lichamelijk levend maar moraal gezien dood. Gesproken over ‘harten’ en hun verband met leiding en fouten, zei hij eens: “Er zijn vier soorten harten. Het hart dat in een omhulsel zit. Dat is het hart van de kaafir (ongelovige) of ondankbare ongelovige. Het hart dat gevormd is in dunne lagen. Dat is het hart van de moenafiq of huichelaar. Het hart dat open is en kaal/leeg is en waarop een stralend licht schijnt. Dat is het hart van de moe’min of de gelovige. Tenslotte is er het hart waarin huichelarij en geloof is. Geloof is zoals een boom die bloeit met goed water en huichelarij is zoals een abces waarop pus en bloed groeit. Datgene dat meer bloeit, of het de boom van geloof of het abces van huichelarij is, wint de controle van het hart.” Hoedhaifa’s (ra) ervaring met huichelarij en zijn pogingen het te bestrijden gaf een vleugje scherpheid aan zijn tong. Hij realiseerde dit zelf en stond het toe met nobele moed: “Ik ging naar de profeet (saws) en zei: ‘O boodschapper van Allah (saws), ik heb een tong die scherp is en snijdend tegen mijn familie en ik vrees dat dit mij naar het Helle-Vuur zal leiden.’ De profeet (saws) zei tegen mij: ‘Hoe zit het met betrekking tot het vragen van istighfaar (vragen om vergiffenis)? Ik vraag voor vergeving honderd keer tijdens de dag.’” Van een peinzende man zoals Hoedhaifa (ra) , iemand toegewijd tot denken, kennis en overweging kan misschien niet verwacht worden dat hij heldendaden in oorlogen verrichtte. Toch bewees Hoedhaifa (ra)één van de eerste/beste moeslim militaire bevelhebbers te zijn in de uitbreiding van de islaam in Irak. Hij onderscheidde zichzelf in Hamadan, ar-Rayy, ad-Daynawar en in de bekende oorlog van Nihawand. Bij de ontmoeting in Nihawand tegen de Perzische krachten, werd Hoedhaifa (ra) door Omar (ra) als tweede ingezet over de gehele moeslimkrachten die met ongeveer derdigduizend waren. De Perzische krachten overtroffen hen in aantal met vijf tegen één, aangezien zij met ongeveer hondervijftigduizend man waren. De eerste bevelhebber van het moeslimleger, an-Noe’man ibn Maqran, stierf aan het begin van de oorlog. De tweede in bevel, Hoedhaifa (ra), nam direct de situatie over en gaf instructies dat de dood van de bevelhebber niet openbaar gemaakt mocht worden. Onder Hoedhaifa’s (ra)gedurfde en geniale leiderschap wonnen de moeslims een beslissende overwinning ondanks enorme verschillen/ongelijkheden. Hoedhaifa (ra) werd goeverneur van belangrijke plaatsen zoals Koefa en Ctesiphon (al-Madain). Toen het nieuws van zijn benoeming als gouverneur z’n inwoners bereikte, gingen menigten mensen naar buiten om deze beroemde metgezel van de profeet (saws) te ontmoeten over wiens vroomheid en rechtschapenheid zij zo veel hadden gehoord. Zijn grote rol in de veroveringen van Perzië was al een legende. Toen de grote menigte wachtten naderde er een ietwat magere man met bungelende voeten dwars over een ezel. In zijn hand hield hij een stuk brood en enig zout en hij at terwijl hij voortging. Toen de berijder zich al temidden van hen bevond, realiseerde zij zich dat het Hoedhaifa was, de gouverneur op wie zij wachtten. Zij konden hun verbazing niet bevatten. Wat voor soort man was dit! Zij konden echter verontschuldigd worden voor het niet herkennen van hem, daar zij aan de stijl en prachtvertoon van de Perzische leiders waren gewend. Heodhaifa (ra) ging door en de mensen verzamelden zich rondom hem. Hij zag dat zij verwachtten dat hij iets zou zeggen en hij wierp een blik op hun gezichten. Hij zei: “Wees op jullie hoede voor plaatsen van fitnah en samenzwering.” “En wat, vroegen zij, zijn plaatsen van samenzwering?” Hij antwoordde: “De deuren van leiders waar sommige mensen naar toe gaan en proberen de leider of gouverneur leugens te laten geloven en hem voor zijn kwaliteiten prijzen die hij niet bezit.” Met deze woorden, waren de mensen voorbereid op wat zij van hun nieuwe gouverneur konden verwachten. Zij wisten meteen dat er niets in de wereld was dat hij meer verachtte dan huichelarij.... www.eltawheed.nl

21:22 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.