06-06-08

Deel 2: Hoe werd ik geleid naar de Tawhied en het Rechte Pad

Door de nobele Shaykh

Mohammad ibn Djamiel Zienoe

 - moge Allah hem behouden -

Ik was een Naqshabandie(1)

Van kleins af aan woonde ik de lessen in de moskee en de kringen van dhikr(2) bij. Op een dag werd ik opgemerkt door een Shaykh van de Naqshabandie Orde, dus nam hij me naar een hoek van de moskee en begon me de awraad(3) van de Naqshabandie Orde te geven, maar vanwege mijn jonge leeftijd was ik niet in staat om de awraad die hij me opdroeg uit te voeren. Ik woonde echter wel hun bijeenkomsten bij in de zawaayaa(4), samen met mijn verwanten, en luisterde naar de liederen en gedichten die zij zongen. En wanneer de naam van de Shaykh vermeld werd, begonnen zij met een luide stem te roepen, waarop deze onverwachtse geluiden in de nacht mij stoorden en angst en ziekte bij mij veroorzaakten.

Wanneer ik wat ouder werd, begon een verwante van mij me mee te nemen naar Masdjid al-Hayy al-Akhdar, terwijl hij datgene wat zij "al-khatm" (de afsluiting) noemen, bij zich had. Wij zaten dan in een kring, terwijl één van de Shoeyoekh steentjes over ons uitdeelde, en zei: "De nobele (Soerah al-)Faatihah, de nobele (Soerah al-)Ikhlaas", waarop wij zoveel als het aantal steentjes Soerah al-Faatihah, Soerah al-Ikhlaas, en al-istighfaar (het vragen om vergeving) lazen, evenals gebeden over de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - op de manier die zij uit het hoofd kennen. Wat ik me er nog van kan herinneren, is het volgende: "O Allah, schenkt Uw gebeden aan Mohammad met een aantal gelijk aan het aantal dieren." Dit zeiden zij hardop aan het einde van de dhikr.

Daarna zei de Shaykh die belast was met "al-khatm": "Ar-Raabitah ash-Shariefah" (de Nobele Verbinding), en hiermee bedoelen zij dat zij zich hun Shaykh voor zich inbeelden tijdens de dhikr, omdat zij beweren dat de Shaykh hen verbindt met Allah. Daarop begonnen zij dan te mompelen en te roepen, en werden zij omvangen door een nederigheid en vrees. Een keer zag ik zelfs dat één van hen uit extase van een verhoogde plaats boven de hoofden van de aanwezigen sprong, alsof hij een acrobaat was. Ik was verbaasd over deze handelingen en het geroep wanneer de naam van de Shaykh van de orde genoemd werd.

Op een dag ging ik het huis van deze verwante van mij binnen, waarop ik een lied hoorde van de Naqshabandie Orde, waarin zij zeiden:

            Leid mij, bij Allah, leid mij  ***  Naar de Shaykh van de overwinning, leid mij

Die de zieke beter maakt  ***  En de bezetene geneest

Ik bleef in de deuropening staan en ging niet naar binnen, en vroeg de eigenaar van het huis: "Maakt de Shaykh de zieke beter en geneest hij de bezetene?" Hij antwoordde: "Ja." Daarop zei ik: "De Boodschapper ‘Iesa ibn Maryam(5) - ‘alayhis-salaam, die door Allah het wonder gegeven werd om de doden te doen herleven en de blinden en melaatsen te genezen, zei: Met de toestemming van Allah." Hij antwoordde: "En onze Shaykh doet dit ook met de toestemming van Allah!" Daarop zei ik: "Waarom zeggen jullie dan niet ‘met de toestemming van Allah'?! Wetend dat Allah de enige Genezer is, zoals Ibrahiem(6) - ‘alayhis-salaam - zei:

وَإِذَا مَرِضْتُ فَهُوَ يَشْفِينِ

En als ik ziek word, dan geneest Hij mij

[ Soerah ash-Shoe'araa 26:80 ]."


 

Aanmerkingen op de Naqshabandie Orde

1) Deze orde onderscheidt zich door zijn geheime en verborgen awraad, en bevat niet het dansen en klappen dat men bij de andere bekende orden terugziet.

2) Hun samenkomst op de dhikr, het uitdelen van steentjes, degene die belast is met "al-khatm" en hen opdraagt om dit en dat te zeggen, het plaatsen van de steentjes in een glas water om hier uit te drinken voor genezing, dit alles behoort tot de innovaties die afgekeurd werden door de edele Metgezel ‘Abdoellah ibn Mas'oed toen hij de moskee binnenkwam en de mensen in een kring zag zitten met steentjes in hun handen. Eén van hen zei: "Doe honderdmaal tasbieh(7), doe dit en dit zoveel als het aantal steentjes in jullie handen." Daarop zei Ibn Mas'oed afwijzend: "Wat is dit dat ik jullie zie verrichten?" Zij zeiden: "O Aboe ‘Abdir-Rahmaan, steentjes waarmee wij de takbier(8), tahliel(9) en tasbieh tellen." Waarop hij zei: "Tel jullie zonden, want ik garandeer jullie dat er niets van jullie hasanaat (goede daden) zal worden verwaarloosd. Wee jullie, o gemeenschap van Mohammad, hoe snel is jullie vernietiging? De Metgezellen van jullie Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - zijn talrijk in omvang, en ziehier, zijn (de Profeets) kleding is nog niet versleten en zijn drinkbeker is nog niet gebroken. Bij Degene in Wiens Hand mijn ziel is, ofwel bevinden jullie je op een religie die rechtgeleider is dan de religie van Mohammad, of jullie openen de deur van de dwaling?!" (10)
 

En dit is een zeer logische redenering, want deze mensen bevinden zich ofwel op een betere leiding dan de Boodschapper - sallallahoe ‘alayhi wa sallam, aangezien zij op de hoogte zijn van een daad die de kennis van de Boodschapper - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - niet bereikt heeft, of zij bevinden zich op een dwaling. De eerste veronderstelling is onmogelijk, omdat niemand beter is dan de Boodschapper van Allah - sallallahoe ‘alayhi wa sallam, dus blijft enkel de tweede veronderstelling over.

3) "Ar-Raabitah ash-Shariefah" (de Nobele Verbinding): en dat is dat zij zich hun Shaykh voor zich inbeelden tijdens de dhikr, en dat hij naar hen kijkt en over hen waakt. Daarom zie jij hen in nederigheid, roepend met verwerpelijke en onduidelijke klanken. En dit is het niveau van Ihsaan, dat vermeld werd in de woorden van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam:

الإحسان أن تعبد الله كأنك تراه ، فإن لم تكن تراه فإنه يراك

"Al-Ihsaan is dat je Allah aanbidt alsof je Hem ziet, en als je Hem niet ziet, dan voorwaar, Hij ziet jou." (11)

In deze overlevering wijst de Boodschapper - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - ons erop dat wij Allah zouden moeten aanbidden alsof wij Hem zien, en als wij Hem niet zouden zien, dan voorwaar, Hij ziet ons. Dit is het niveau van Ihsaan dat enkel voor Allah is, maar zij hebben dit aan hun Shaykh gegeven, en dit behoort tot de shirk (afgoderij) die Allah ons verbood met Zijn Woorden:

وَٱعْبُدُواْ ٱللَّهَ وَلاَ تُشْرِكُواْ بِهِ شَيْئاً

En aanbidt Allah, en kent Hem in niets een deelgenoot toe

[ Soerah an-Nisaa 4:36 ].

De dhikr is een aanbidding van Allah en wij mogen Hem geen enkele deelgenoot toekennen, zelfs geen Engel of Boodschapper. En de mashaayikh(12) hebben een lagere rang dan zij, dus is het al helemaal niet toegestaan om hen als deelgenoten toe te kennen! De werkelijkheid is dat het zich inbeelden van de Shaykh tijdens de dhikr ook aanwezig is in de Shaadhilie Orde en andere Soefie orden, zoals zal komen.

4) Het luide geroep van hen wanneer de naam van de Shaykh genoemd wordt, of het vragen van hulp aan een ander dan Allah, zoals Ahloel-Bayt (de familie van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam) of de mannen van Allah, behoort tot de verderfelijke zaken, en behoort zelfs tot de afgoderij die ons verboden werd. Als het roepen wanneer Allah genoemd wordt een verwerpelijke zaak is, omdat het in strijd is met de Woorden van Allah - Verheven is Hij:

إِنَّمَا ٱلْمُؤْمِنُونَ ٱلَّذِينَ إِذَا ذُكِرَ ٱللَّهُ وَجِلَتْ قُلُوبُهُمْ

De gelovigen zijn slechts degenen wiens harten vrezen wanneer Allah genoemd wordt

[ Soerah al-Anfaal 8:2 ].

En met de woorden van de Boodschapper - sallallahoe ‘alayhi wa sallam:

أيها الناس اربعوا على أنفسكم ، فإنكم لا تدعون أصم ولا غائباً ، إنكم تدعون سميعاً قريباً وهو معكم

"O mensen, wees genadig voor jezelf, want jullie roepen niet iemand die doof of afwezig is. Voorwaar, jullie roepen een Alhorende, Nabije, en Hij is met jullie." (13)

Dan is het geroep, de nederigheid en het gehuil tijdens het noemen van de awliyaa (geliefden van Allah) nog verwerpelijker, omdat het wijst op de verheuging van de afgodendienaren, waarover Allah zegt:

وَإِذَا ذُكِرَ ٱللَّهُ وَحْدَهُ ٱشْمَأَزَّتْ قُلُوبُ ٱلَّذِينَ لاَ يُؤْمِنُونَ بِٱلآخِرَةِ وَإِذَا ذُكِرَ ٱلَّذِينَ مِن دُونِهِ إِذَا هُمْ يَسْتَبْشِرُونَ

En wanneer Allah alleen genoemd wordt, dan raken de harten van degenen die niet in het Hiernamaals geloven vervuld met afschuw, maar wanneer degenen naast Hem worden genoemd, dan verheugen zij zich

[ Soerah az-Zoemar 39:45 ]. 

5) Overdrijving met betrekking tot de Shaykh van de Orde, en de overtuiging dat hij de zieken geneest, terwijl Allah - Verheven is Hij - de uitspraak van Ibrahiem - ‘alayhis-salaam - vermeld heeft in de Edele Qor-aan:

وَإِذَا مَرِضْتُ فَهُوَ يَشْفِينِ

En als ik ziek word, dan geneest Hij mij

[ Soerah ash-Shoe'araa 26:80 ].

Zie ook het verhaal van de gelovige jongen die smeekbeden verrichtte voor de zieken, waarop Allah hen genas. Toen de hoveling tegen hem zei: "Al deze bezittingen zijn voor jou, als jij mij geneest!", antwoordde de jongen: "Ik genees niemand, het is enkel Allah Die geneest. Als jij in Allah gelooft, zal ik Allah aanroepen en dan zal Hij jou genezen." (14) 

6) De dhikr door middel van losse woorden, en dat is door duizenden malen "Allah" te zeggen; dit is hun wird. Dat terwijl deze vorm van dhikr met het woord "Allah" niet overgeleverd is van de Boodschapper van Allah - sallallahoe ‘alayhi wa sallam, noch van zijn Metgezellen, noch van de Taabi'oen(15), noch van de Moedjtahid Imaams(16). Echter, het behoort tot de innovaties van de Soefies, want het woord "Allah" is moebtada-(17) maar wordt niet opgevolgd door de khabar(18) ervan, waardoor de woorden gebrekkig zijn. Als iemand de naam ‘Oemar telkens zou herhalen, en wij hem zouden vragen: "Wat wil jij van ‘Oemar?", maar hij ons slechts antwoordt met de naam "'Oemar, ‘Oemar", dan zouden wij zeggen dat hij gestoord is en niet weet wat hij zegt.
  

De Soefies gebruiken voor de dhikr door middel van losse woorden de volgende Woorden van Allah als bewijs:
 

قُلِ ٱللَّهُ

Zeg: "Allah."

Maar als zij de Woorden ervoor hadden gelezen, dan zouden zij weten dat er bedoeld wordt: Zeg: "Allah heeft het Boek neergezonden." Het Vers gaat als volgt:

وَمَا قَدَرُواْ ٱللَّهَ حَقَّ قَدْرِهِ إِذْ قَالُواْ مَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ عَلَىٰ بَشَرٍ من شَيْءٍ قُلْ مَنْ أَنزَلَ ٱلْكِتَابَ ٱلَّذِي جَآءَ بِهِ مُوسَىٰ... قُلِ ٱللَّهُ

En zij hebben Allah niet geacht met de achting die Hem toekomt, toen zij zeiden: "Allah heeft niets aan enig mens neergezonden." Zeg: "Wie heeft het Boek neergezonden waar Moesa mee kwam... Zeg: "Allah."

[ Soerah al-An'aam 6:91 ].

Met andere woorden: Allah heeft het Boek neergezonden.

  

Het volgende deel - in shaa Allah: Deel 3: Hoe ik overging naar de Shaadhilie Orde

  

Bron: Kayfahtadayt ilat-Tawhied was-Siraatil-Moestaqiem
Vertaald vanuit het Arabisch door: Ridouane Mallouki




 

(1) Voetnoot van de vertaler: Naqshabandie: Behorend tot de Naqshabandie Orde, één van de vele orden van het dwalende Soefisme.

(2) Voetnoot van de vertaler: Dhikr: Het gedenken van Allah - de Almachtige.

(3) Voetnoot van de vertaler: Awraad: De meervoudsvorm van wird: een dagelijks gedeelte van de Qor-aan dat men leest of gedachtenissen die men uitspreekt.

(4) Voetnoot van de vertaler: Zawaajaa: De meervoudsvorm van zaawiyah: letterlijk betekent het: hoek. Maar in de Soefie termkunde worden er hun plaatsen van bijeenkomst mee bedoeld, waar geïnnoveerde vormen van gedachtenissen, dansen en zingen worden verricht. Het kan ook een kamer zijn, gevestigd bij de graftombe van een "heilige".

(5) Voetnoot van de vertaler: ‘Iesa ibn Maryam - ‘alayhis-salaam: Jezus, zoon van Maria.

(6) Voetnoot van de vertaler: Ibrahiem - ‘alayhis-salaam: Abraham.

(7) Voetnoot van de vertaler: Tasbieh: Het zeggen van "Soebhaan-Allah": Verheerlijkt is Allah en Verheven is Hij boven elk gebrek of tekortkoming.

(8) Voetnoot van de vertaler: Takbier: Het zeggen van "Allahoe Akbar": Allah is de Grootste.

(9) Voetnoot van de vertaler: Tahliel: Het zeggen van "Laa ilaaha illallah": Er is geen ware god die het recht heeft aanbeden te worden dan Allah.

(10) Hasan (goed), overgeleverd door ad-Daarimie en at-Tabaraanie.

(11) Voetnoot van de vertaler: Overgeleverd door Moeslim (8).

(12) Voetnoot van de vertaler: Mashaayikh: De meervoudsvorm van Shaykh: bezitter van kennis, leraar. Maar hier worden er de meesters van de verschillende Soefie orden mee bedoeld.

(13) Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.

(14) Het verhaal is overgeleverd door Moeslim in zijn Sahieh.

(15) Voetnoot van de vertaler: Taabi'oen: De opvolgers van de Metgezellen van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam.

(16) Voetnoot van de vertaler: Hier worden de bekende Imaams na de Taabi'oen mee bedoeld.

(17) Voetnoot van de vertaler: Moebtada-: Datgene waar men een zin mee begint.

(18) Voetnoot van de vertaler: Khabar: Datgene dat de moebtada- opvolgt en deze verduidelijkt.

Soennah.com  

20:50 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.