27-07-08

Waar sta jij in de Qor'aan?

Dit is het verhaal over de Sahabi Al-Ahnaf Ibn Qais (ra). Op een dag dacht hij diep na over het Qor’aanvers waarin Allah zegt:
< Voorzeker, Wij hebben aan jullie een Boek doen neerdalen met daarin dhikroekoem (eer voor jullie). Begrijpen jullie het niet? > (21:10)
Al denkend kwam hij op de volgende vraag: Waar word ik eigenlijk genoemd in de Qor’aan? Het bovengenoemde vers impliceert immers dat iedereen ergens in dit heilige boek genoemd wordt. Hij vroeg zijn zoon hem direct de Qor’aan te brengen. Hij begon zijn zoektocht bij de verzen 17 tot 19 van soerah al-Dhaariyaat:
< Zij plachten gedurende de nacht weinig te slapen. En in de laatste uren van de nacht smeekten zij om vergeving. En van hun bezittingen was een rechtmatig deel voor de bedelaar en voor degene die zich weerhield van bedelen. > (51:17-19)
Al-Ahnaf ibn Qais kwam tot de conclusie dat hij niet behoorde tot degenen die in deze verzen genoemd worden (het zou ook kunnen dat hij erg bescheiden was). Dus zocht hij verder:
< Hun zijden mijden de slaapplaatsen, zij roepen hun Heer aan, vrezend en hopend. En zij geven uit van dat waar Wij hun mee voorzagen. > (32:16)
Nogmaals besloot hij dat dit niet over hem ging. Hij zocht verder en kwam bij soerah al-Foerqaan:
< En degenen die de nacht doorbrengen, terwijl zij voor hun Heer knielen en staan (in hun salaah). En degenen die zeggen: "Onze Heer, wend de bestraffing van de Hel van ons af. Voorwaar, haar bestraffing is een voortdurende kwelling. Voorwaar, het is een zeer slechte vestiging en verblijfplaats." En degenen die, wanneer zij besteden, niet overdrijven en niet gierig zijn, maar het midden daartussen houden. > (25:64-67)
Weer had hij het gevoel dat hij niet tot deze mensen behoorde. Dus las hij verder en kwam bij soerah Ali-Imraan:
< (Zij zijn het) die uitgeven in voorspoed en in tegenspoed, en die de woede inhouden en vergevers van de mensen zijn. En Allah houdt van de weldoeners (moehsinien). > (3:134)
Overtuigd als hij was dat hij niet deze eigenschappen bezat, ging hij verder tot aan soerah asj-Sjoera:
< En (zij zijn) degenen die de grote zonden en de verdorvenheid mijden. En als zij boos zijn, dan vergeven zij. > (42:37)
Weer vond hij dat dit niet over hem ging. Misschien had hij het gevoel dat hij onbewust vele zonden beging, Allahoe ‘Alim.
Hij zocht verder, maar nu vanuit een andere invalshoek. Hij was begonnen met verzen die nobele eigenschappen vermelden en was tot de conclusie gekomen dat hij deze eigenschappen niet bezat. Dus dacht hij nu verder na over de verzen die de eigenschappen vermelden van de slechtste schepselen van Allah en begon bij soerah as-Saffaat:
< Voorwaar, toen er tot hen gezegd werd: "Er is geen god dan Allah", toen waren zij hoogmoedig. En zij zeggen: "Zullen wij dan onze goden achterlaten vanwege een bezeten dichter?"> (37:35-36)
Al-Ahnaf wist dat hij niet tot deze mensen behoorde en las verder tot soerah az-Zoemar:
< En wanneer (de naam van) Allah als Enige God wordt genoemd, dan raken de harten van degenen die niet in het Hiernamaals geloven vervuld van ergernis. Maar wanneer degenen (de afgoden) naast Hem worden genoemd, dan verheugen zij zich. > (39:45)
Alle lof is voor Allah, Die als enige Leiding schenkt, Al-Ahnaf was ervan overtuigd dat hij deze eigenschappen gelukkig niet bezat. Hij las verder tot soerah Moeddathir:
< (Zij zeggen): "Wat heeft hen naar Saqar (de Hel) gevoerd?" Zij zeiden: "Wij behoorden niet tot degenen die de salaah verrichten. En wij voeden de armen niet. En wij plachten ijdele gesprekken te voeren met degenen die ijdel praatten. En wij plachten de Dag des Oordeels te loochenen. Tot het zekere (de dood) tot ons kwam." > (74:42-47)
Hij dankte Allah dat hij niet tot deze mensen behoorde en vervolgde zijn zoektocht. Hij kwam bij soerah at-Taubah:
< En anderen die hun zonden hebben bekend, zij mengen een goede daad met een andere slechte (daad). Hopelijk zal Allah hun berouw aanvaarden. Voorwaar, Allah is Vergevingsgezind, Meest Barmhartig. > (9:102)
Eindelijk alhamdoelillah geloofde Al-Ahnaf dat hij zichzelf gevonden had in de edele verzen van Allah!
Broeders en zusters in Islaam, Al-Ahnaf was een sahabi. Hij behoorde tot degenen die Allah had uitverkoren tot de beste generatie. We weten dat zij een goede positie bij Allah hebben. Zij waren helden en zijn onze echte voorbeelden. Maar ondanks deze status waren ze niet hoogmoedig. Ze wisten dat ze tekortkomingen hadden en niet aan al hun verplichtingen voldeden. In plaats van hoogmoedig waren ze extreem nederig, erkenden ze hun fouten en deden hun uiterste best om zichzelf te verbeteren.
< Vermaan daarom, als de Vermaning (hun) baat. Wie (Allah) vreest zal zich laten vermanen.> (87:9-10)
We vragen Allah om onze harten te verlichten met de Qor’aan en de Qor’aan onze leidraad te laten zijn.
Door: Abu Ayub Ali

14:27 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.