29-08-08

Het ware verhaal van Jezus, de zoon van Maria deel 2

Allah stond Jezus (vrede zij met hem) met grote wonderen bij die ons de Kracht van Allah doen herinneren, ons geloof doen stijgen en het geloof in Allah en de Dag des Oordeels doen vermeerderen. Uit klei vormde hij (vrede zij met hem) een vogel, blies hierin en het werd een vogel, met de Wil van Allah. Hij genas de blinde en leprozen en bracht de doden weer tot leven met de Wil van Allah. Hij berichtte de mensen wat zij aten en hadden opgeslagen in hun huizen. De kinderen van Israël, naar wie Allah Jezus (vrede zij met hem) had gezonden als Boodschapper, werden vijandig jegens hem en poogden de mensen van hem weg te houden, waardoor zij niet in hem geloofden en zijn moeder beschuldigden van onzedelijkheid.
 
Toen zij zagen dat de zwakkeren en armen in hem geloofden en zich rond hem verzamelden, vormden zij een complot om hem te doden. Zij zetten de Romeinen op tegen Jezus (vrede zij met hem) en lieten de Romeinse gouverneur denken dat de boodschap van Jezus een bedreiging bevatte voor de Romeinse autoriteit. Vandaar dat hij opdracht gaf om Jezus te arresteren en te kruisigen. Echter deed Allah de hypocriet, die Jezus had verraden, op hem lijken. De soldaten arresteerden hem, denkend dat hij Jezus was en kruisigden hem. Allah redde Jezus van het kruis en van de dood en vertelt ons over de kinderen van Israël, zeggende (interpretatie van de betekenis):
 
“En (Wij vervloekten hen wegens) hun uitspraak ,,Wij hebben de Messias Jezus, zoon van Maria, Boodschapper van Allah, gedood.” Maar zij doodden hem niet en zij kruisigden hem niet, maar dit werd hen zo geleken. En voorwaar, degenen die daar van mening over verschillen, twijfelen er onderling over. Zij hebben daar geen kennis over, zij volgen slechts vermoedens, en zij zijn er niet van overtuigd dat zij hem gedood hebben. Maar Allah heeft hem juist tot Zich opgeheven. En Allah is Almachtig, Alwijs.”
(Soerat an-Nisaa’: 157-158)
 
Jezus (vrede zij met hem) is niet overleden, Allah heeft hem daarentegen tot Zich opgeheven. Hij (vrede zij met hem) zal vóór het aanbreken van de Dag des Oordeels naar deze aarde neerdalen en de wetgeving van Mohammed (vrede zij met hem) volgen. Hij zal de kinderen van Israël verduidelijken dat hun claim, dat zij Jezus gedood en gekruisigd hebben, vals is. Ook zal hij de christenen weerleggen die overdrijven in het prijzen van hem en menen dat hij God is, de zoon van Hem of één van de drie-eenheid. De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Bij degene in wiens hand mijn ziel ligt, de zoon van Maria zal onder jullie als rechtvaardige rechter neerdalen. Hij zal het kruis breken, het varken doden en zal de minderheidsbelasting afschaffen. Het geld zal zo wijdverspreid worden dat er niemand is die het accepteert.”
(Moeslim)
 
Jezus (vrede zij met hem) zal vóór de Dag der Opstanding neerdalen en is er is geen van de Lieden van de Schrift of hij dient in hem geloven. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):
“En er is niemand van de Lieden van de Schrift of hij moet voor zijn dood in hem (de Profeet Jezus) geloven en op de Dag der Opstanding zal hij een getuige over hen zijn.”
(Soerat an-Nisaa’: 159)
 
Jezus, de zoon van Maria, is de dienaar van Allah en is Zijn Boodschapper. Allah heeft hem gezonden om de kinderen van Israël te leiden en hen uit te nodigen naar het aanbidden van Allah alleen. Zoals Allah tegen de kinderen van Israël en de christenen zegt (interpretatie van de betekenis):
 
“O Lieden van de Schrift, overdrijft niet in jullie godsdienst en zegt niets over Allah dan de Waarheid. Voorwaar, de Messias, Jezus zoon van Maria, is slechts een Boodschapper van Allah en Zijn Woord, dat Hij aan Maria zond en uit een Geest (Djibriel) van Hem voortkomend. Gelooft dus in Allah en Zijn Boodschappers en zegt niet (dat Allah) drie is. Houdt (hiermee) op, dat is beter voor jullie. Waarlijk, slechts Allah is de Ene God. Verheven is Hij (boven de bewering dat) Hij een zoon heeft. Hem behoort wat in de hemelen en op de aarde is. En Allah is voldoende als Getuige.”
(Soerat an-Nisaa’: 171)
 
Het zeggen dat Jezus de zoon van God is, is een afschuwelijke en grootse zonde. Allah zegt hierover (interpretatie van de betekenis):
 
“En zij zeiden: ,,De Barmhartige heeft Zich een zoon genomen.” Voorzeker, jullie zijn met iets verwerpelijks gekomen. De hemelen staan daardoor op het punt om open te barsten en de aarde om open te splijten en de bergen om uiteen te vallen! Omdat zij een zoon toeschrijven aan de Barmhartige. Het is niet passend voor de Barmhartige om Zich een zoon te nemen. Er is niemand in de hemelen en (op) de aarde of hij zal als een dienaar naar de Barmhartige komen.”
(Soerat Maryam 88-93)
 
Jezus, de zoon van Maria, verkondigde dat hij de dienaar en Boodschapper van Allah is. Wie gelooft dat de Messias, Jezus de zoon van Maryam, een god is, diegene is ongelovig. Allah zegt namelijk (interpretatie van de betekenis):
 
“Voorzeker, zij zijn ongelovig die zeggen: ,,Allah is de Messias, zoon van Maria.”
(Soerat al-Maa’idah: 72)
 
En wie zegt dat Jezus, de zoon van Allah of één van de drie-eenheid is; hij is ongelovig. Allah zegt namelijk (interpretatie van de betekenis):
 
“Voorzeker, zij zijn ongelovig die zeggen: ,,Voorwaar, Allah is een derde van drie (goden). Want er is geen god dan de Ene God (Allah). En indien zij niet ophouden met wat zij zeggen, dan treft zeker een pijnlijke bestraffing degenen van hen die ongelovig zijn.”
(Soerat al-Maa’idah: 73)
 
De Messias, de zoon van Maria, is een mens geboren uit zijn moeder. Hij at en dronk, stond op en ging slapen. Hij leed pijn en weende. Verheven boven dit alles is God (Allah). Hoe kan hij dan een god zijn? Daarentegen is hij een dienaar en Boodschapper van Allah. Allah zegt namelijk (interpretatie van de betekenis):
 
“De Messias, zoon van Maria, is niets anders dan een Boodschapper, hij werd waarlijk voorafgegaan door boodschappers en zijn moeder was een oprechte vrouw. Zij plachten beiden voedsel te eten (net als andere mensen). Zie hoe Wij voor hen de Tekenen duidelijk maakten en zie dan hoe zij (de ongelovigen) zich afwendden.”
(Soerat al-Maa’idah: 75)
 
De kinderen van Israël, christenen, kruisvaarders en hun volgelingen vervormden, wendden zich af van en veranderden de religie van de Messias. Zij beweerden dat Allah zijn zoon had laten doden en kruisigen omwille van de mensheid, waardoor het niet uitmaakt wat eenieder doet, aangezien Jezus alle zonden zou dragen. Zij verspreidden deze doctrine onder christelijke groeperingen tot het een vast onderdeel werd van hun geloof. Dit alles is valsheid, een leugen over Allah en behoort tot het spreken over Hem zonder kennis. Daarentegen zal elke ziel verantwoording moeten afleggen voor zijn daden. Het leven van de mens kan niet deugdelijk en correct zijn, behalve door het volgen van het Rechte Pad en het in acht nemen van grenzen die men niet mag passeren.
 
Zie hoe zij leugens verzinnen over Allah en over Hem spreken zonder kennis. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):
 
“Wee dan degenen die de Schrift met hun eigen handen schrijven en vervolgens zeggen: ,,Dit komt van Allah.” Om het te verruilen voor iets van geringe waarde. Wee dan hen vanwege wat hun handen geschreven hebben en wee hen vanwege wat zij verrichtten.”
(Soerat al-Baqarah: 79)
 
Allah heeft van de christenen de gelofte genomen dat zij Jezus (vrede zij met hem) zullen volgen in hetgeen hij heeft gebracht. Echter hebben zij dit veranderd, verdraaid, verschilden zij hierover en keerden zij zich hiervan af. Vandaar dat Allah hen zal straffen met vijandschap en haat in deze wereld en een ramp in het Hiernamaals. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):
 
“En van degenen die zeggen: ,,Voorwaar, wij zijn Christenen”, (zeggen Wij:) Wij sloten een verbond met hen. Zij vergaten een gedeelte van hetgeen waar zij mee vermaand waren. Wij hebben daarop vijandschap en haat tussen hen doen ontstaan tot op de Dag der Opstanding. En Allah zal hun duidelijk maken wat zij plachten te doen.”
(Soerat al-Maa’idah: 14)
 
Op de Dag der Opstanding zal Jezus (vrede zij met hem) voor de Heer der Werelden staan, Die hem vóór de verantwoording zal vragen wat hij (vrede zij met hem) tegen de kinderen van Israël heeft gezegd. Zoals Allah zegt (interpretatie van de betekenis):
 
“En (gedenk) toen Allah zei: ,,O Jezus, zoon van Maria, heb jij tegen de mensen gezegd: ,,Neemt mij en mijn moeder tot twee goden naast Allah?” Hij (Jezus) zei: ,,Heilig bent U! Nooit zou ik kunnen zeggen waarop ik geen recht heb. Indien ik dat gezegd had, zou U dat zeker geweten hebben. U weet wat er in mijn ziel is, en ik weet niet wat er in Uw Ziel is. Voorwaar, U bent de Kenner van het verborgene. Ik heb hen niet anders gezegd dan U mij heeft geboden te zeggen: ,,Dient Allah, mijn Heer en jullie Heer.” En ik was getuige van hen zolang ik onder hen was, en toen U mij tot U opnam was U de Waker over hen en U bent Getuige van alle zaken. Indien U hen straft: voorwaar, zij zijn Uw dienaren. En indien U hen vergeeft: dan voorwaar, U bent de Almachtige, de Alwijze.
(Soerat al-Maa’idah: 116-118)
 
Allah creëerde goedheid en genade onder de volgelingen van Jezus (vrede zij met hem) en zijn volgelingen. Zij staan dichter in vriendschap bij de volgelingen van Mohammed (vrede zij met hem) dan een ander. Allah zegt namelijk (interpretatie van de betekenis):
 
“Jij zult zeker vinden dat de mensen die het sterkst in vijandschap tegenover de gelovigen zijn, de kinderen en degenen die deelgenoten (aan Allah) toekennen zijn; en jij zult zeker vinden dat zij die het dichtst in liefde voor de gelovigen zijn, degenen zijn, die zeggen: ,,Voorwaar, wij zijn christenen.” Dat is omdat er onder hen priesters en monniken zijn en omdat zij niet hoogmoedig zijn.”
(Soerat al-Maa’idah: 82)
 
Jezus, de zoon van Maria, was de laatste der profeten die specifiek werd gezonden naar de kinderen van Israël. Na hem zond Allah Mohammed (vrede zij met hem) die afstamde van Ismaël (vrede zij met hem) en gezonden is naar de gehele mensheid. Tevens is hij de laatste der profeten en boodschappers.
 
 
Fragment genomen uit het boek ‘Oesoel ud-Dien il-Islaami’
Sheich Mohammad ibn Ibrahiem at-Toewadjri

23:46 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

28-08-08

Het ware verhaal van Jezus, de zoon van Maria deel 1

Alle lof zij Allah en vrede en zegeningen zij met Zijn Profeet, diens familie en metgezellen.
 
Voorts,
 
Maria, de dochter van cImraan, was een vrome en godsvruchtige vrouw die zich veelvuldig in aanbidding tot Allah wendde, in zo’n mate dat zij hierin voor niemand onder deed. De Engelen gaven haar de blijde tijding dat Allah haar had verkozen. Zo zegt Allah (interpretatie van de betekenis):
 
“En toen de Engelen zeiden: ,,O Maria, waarlijk, Allah heeft jou uitverkoren en jou gereinigd en jou boven de vrouwen van de werelden uitverkoren. O Maria, gehoorzaam jouw Heer en kniel je (voor Hem) neer en buig je met de buigenden.”
(Soerat Aali-cImraan: 42-43)
 
De Engelen gaven Maria de blijde tijding van een kind dat door Allah zou worden geschapen met het woord ‘wees’ en hij was. Het kind was de Messias, Jezus, zoon van Maria. Hij is degene wiens eer hoog wordt gehouden in deze wereld alsook in het Hiernamaals en die gezonden zou worden als een Boodschapper naar het volk van Israël. Hij zou de Schrift en de Wijsheid (jurisprudentie) onderwijzen en hij werd begunstigd met eigenschappen en wonderen die geen ander toekwamen. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):
 
(Gedenkt) toen de Engelen zeiden: ,,O Maria, waarlijk, Allah kondigt jou met een Woord van Hem een verheugende tijding aan: zijn naam Messias, Jezus de zoon van Maria, in deze wereld en in het Hiernamaals is hij een man van eer en hij behoort tot degenen die dicht (bij Allah) staan. En hij spreekt tot de mensen vanuit de wieg en als volwassene en hij behoort tot de rechtschapenen.” Zij zei: ,, O mijn Heer, hoe kan ik een kind krijgen terwijl geen man mij heeft aangeraakt?” Hij (Allah) zei: ,,Zo is het: Allah schept wat Hij wil, als Hij over een zaak bepaalt, dan zegt Hij er slechts tegen: ,,Wees”, en het is.”
(Soerat Aali-cImraan: 45-47)
 
Daarna vertelt Allah ons over de blijde tijding van de Engelen aan Maria (moge Allah weltevreden zijn met haar) betreffende haar zoon Jezus (vrede zij met hem), zijn eer en hoe Hij hem zal steunen middels wonderen. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):
 
“En Hij onderwijst hem de Schrift, en de Wijsheid en de Thora en de Indjiel. En (hij is) als een Boodschapper voor de kinderen van Israël, (die zegt): ,,Voorwaar, ik ben tot jullie gekomen met een Teken van jullie Heer, en ik maak voor jullie (iets) uit de klei, gelijkende op de vorm van een vogel en ik blaas erin en het zal met verlof van Allah een vogel zijn. En ik genees de blinden en de leprozen en ik doe de doden met verlof van Allah tot leven komen. En ik vertel jullie wat jullie eten en wat jullie in jullie huizen bewaren. Voorwaar, daarin is een Teken voor jullie als jullie gelovigen zijn. En (ik ben er) als bevestiging van wat er voor mij is gekomen van de Thora, en opdat ik jullie een paar dingen wettig kan verklaren die voor jullie verboden waren, en ik ben tot jullie gekomen met een Teken van jullie Heer, Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij. Voorwaar, Allah is mijn Heer en jullie Heer, dient Hem dus, dit is een recht Pad.”
(Soerat Aali-cImraan: 48-51)
 
Aan Allah, de Verhevene, behoort de absolute volmaaktheid aangaande Zijn schepping. Hij schept wat Hij wil, hoe Hij wil. Hij heeft Aadam (vrede zij met hem) uit aarde geschapen zonder een vader en moeder, Eva schiep Hij uit een rib van Aadam. Allah heeft ervoor gezorgd dat het nageslacht van Aadam zowel een vader als moeder heeft en Hij schiep Jezus uit zijn moeder zonder een vader. Alle lof behoort toe aan de Alwetende Schepper.
 
Ook heeft Allah in de Koran een duidelijke uitleg gegeven betreffende de geboorte van Jezus (vrede zij met hem). Allah zegt namelijk (interpretatie van de betekenis):
 
“En noem in het Boek (de Koran) Maria, toen zij zich terugtrok van haar familie naar een oostelijke plaats (in de tempel). En zich van hen afzonderde achter een scherm. Vervolgens zonden Wij haar Onze Geest (Gabriël) en Hij verscheen aan haar als een volmaakt mens. Zij zei: ,,Ik zoek mijn bescherming bij de Barmhartige tegen jou, als je (Allah) vreest.” Hij zei: ,,Voorwaar, ik ben slechts een gezant van jouw Heer, om jou een reine jongen te schenken.” Zij zei: ,,Hoe kan ik een jongen krijgen terwijl geen man mij heeft aangeraakt, ik ben geen onzedelijke vrouw. Hij zei: ,,Zo is het, jouw Heer heeft gezegd: ,,Het is makkelijk voor Mij. En (Wij scheppen hem) opdat Wij hem tot een Teken voor de mensen maken en als Barmhartigheid van Ons en het is een vastgestelde zaak.”
(Soerat Maryam: 16-21)
 
Toen Gabriël het nieuws aan Maria bracht, onderwierp zij zich aan de Wil en Beschikking van Allah en blies Gabriël vervolgens in de mouw van haar kleding. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):
 
“En zo droeg zij Hem en trok zich met hem terug op een verre plek. En de geboorteweeën dwongen haar naar de stam van een palmboom (om zich tegen de pijn aan vast te houden) te gaan. Zij zei: ,,Was ik maar hiervoor gestorven en volledig vergeten geweest.”
(Soerat Maryam: 22-23)
 
Allah schonk Maria eten en drinken en beval haar met niemand te praten. Allah zegt hierover (interpretatie van de betekenis):
 
“Toen riep hij (Gabriël) haar van beneden de palmboom: ,,Treur niet, waarlijk, jouw Heer heeft een beekje beneden jou verschaft. En schud de stam van de palmboom naar jou toe, dan zullen er rijpe dadels op jou vallen. Dus eet en drink en verkoel jouw ogen. Maar als jij iemand van de mensen ziet, zeg dan: ,,Voorwaar, ik heb de Barmhartige beloofd te vasten, dus zal ik vandaag tot geen mens spreken.”
(Soerat Maryam: 24-26)
 
Haar zoon Jezus (vrede zij met hem) dragend, kwam Maria aan bij haar volk. Toen zij haar zagen dachten zij dat zij iets verschrikkelijks had gedaan en hekelden zij dit. Toch reageerde ze niet op hen maar verwees zij naar de zuigeling die hen zou antwoorden. Allah zegt: (interpretatie van de betekenis):
 
“Toen ging zij naar haar volk, hem (Jezus) dragend. Zij zeiden: ,,O Maria, voorzeker, jij hebt iets vreemds gedaan. O zuster van Haaroen, jouw vader was geen slechte man en jouw moeder was geen onzedelijke vrouw. Daarop wees zij naar hem. Zij zeiden: ,,Hoe kunnen wij spreken met een baby, die nog als kind in de wieg ligt?”
(Soerat Maryam: 27-29)
 
Ondanks dat hij nog in de wieg lag, antwoordde Jezus (vrede zij met hem) hen. Allah zegt: (interpretatie van de betekenis):
 
“Hij (Jezus) zei: ,,Voorwaar, ik ben een dienaar van Allah. Hij heeft mij de Schrift gegeven en mij tot een Profeet gemaakt. En Hij heeft mij gezegend waar ik ook ben en Hij heeft mij bevolen het gebed te verrichten en de armenbelasting (te betalen), zolang ik leef. En om goed te zijn voor mijn moeder. En Hij heeft mij niet als een arrogante ongehoorzame gemaakt. Vrede zij met mij op de dag dat ik geboren werd en op de dag dat ik sterf en op de dag dat ik tot leven word opgewekt.”
(Soerat Maryam: 30-33)
 
Jezus, de zoon van Maria, berichtte dat hij de dienaar en Boodschapper van Allah is. De Lieden van de Schrift verschillen daarover van mening. Sommigen van hen beweren dat hij de zoon van Allah is, anderen zeggen dat hij een onderdeel is van de drie-eenheid en weer anderen zeggen dat hij god is. Weer anderen van hen zeggen dat hij de dienaar en boodschapper is van Allah. Deze laatste uitspraak is de waarheid. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):
 
“Dat is Jezus, zoon van Maria, het Woord van Waarheid waaraan zij twijfelen. Het is niet passend voor Allah om een zoon te hebben, Heilig is Hij, als Hij een zaak bepaalt, dan zegt Hij er slechts tegen: ,,Wees”, en het is.” (Zeg:) ,,En voorwaar, Allah is mijn Heer en jullie Heer. Dus aanbidt Hem, dit is het rechte Pad. Maar de groepen verschilden onderling van mening; dus wee hen die niet geloven getuigen te zijn van de geweldige Dag.”
(Soerat Maryam: 34-37)
 
Toen het nageslacht van Israël van het rechte Pad afdwaalde en de grens van Allah overschreed, pleegde zij onrecht en zaaide zij verderf op aarde. Sommigen van hen ontkenden de opwekking na de dood, de verrekening en de bestraffing. Zij deden hun lusten botvieren en genoten zonder te verwachten ter verantwoording te worden geroepen. Op dat moment stuurde Allah Jezus (vrede zij met hem) naar hen toe om hen de Thora en de Indjiel te onderwijzen. Zoals Allah zegt (interpretatie van de betekenis):
 
“En Hij onderwijst hem de Schrift, de Wijsheid, de Thora en de Indjiel.”
(Soerat Aali cImraan: 48)
 
Allah, de Verhevene, zond de Indjiel als leiding en licht naar Jezus en ter bevestiging van wat er reeds vóór hem in de Thora was. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):
 
“En Wij gaven hem de Indjiel met daarin Leiding en Licht en een bevestiging van wat er van de Thora (reeds) vóór hem was: Als een leiding en onderricht voor de godsvruchtigen.”
(Soerat al-Maa’idah: 46)
 
Jezus (vrede zij met hem) verkondigde een blijde tijding van de komst van een Boodschapper van Allah na hem, genaamd Ahmad. Hiermee doelend op de Profeet Mohammed (vrede zij met hem). Allah zegt hierover (interpretatie van de betekenis):
 
“En (gedenkt) toen Jezus, de zoon van Maryam, zei: ,,O kinderen van Israël, voorwaar, ik ben voor jullie de Boodschapper van Allah, ter bevestiging van wat er vóór mij is van de Thora en als verkondiger van ene verheugende tijding over een Boodschapper die na mij komt, zijn naam is Ahmed.” Toen hij dan met de duidelijke bewijzen tot hen kwam, zeiden zij: ,,Dit is duidelijk tovenarij.”
(Soerat as-Saff: 6)
 
Jezus (vrede zij met hem) nodigde de kinderen van Israël uit naar de aanbidding van Allah, de Enige en het handelen naar de wetgeving van de toenmalige Thora en Indjiel. Hij begon hen duidelijk te maken dat zij een verdorven weg bewandelden. Toen hij zag hoe hardleers zij waren en hoe de tekenen van ongeloof zich uitten, stond hij voor zijn volk, zeggende: “Wie zijn mijn helpers op het rechte Pad naar Allah?” De discipelen geloofden in hem en zij waren met z’n twaalven. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):
 
“En toen Jezus ongeloof bij hen ontdekte, zei hij: ,,Wie zijn mijn helpers (op het rechte Pad) naar Allah?” Zijn discipelen zeiden: ,,Wij zijn helpers van Allah, wij geloven in Allah en getuigen dat wij ons overgegeven hebben. Onze Heer, wij geloven in wat U neergezonden hebt en wij volgen de Boodschapper en schrijf ons daarom op bij de getuigen (van de eenheid van Allah).”
(Soerat Aali-cImraan: 52-53)
Al Yaqeen

00:25 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-08-08

Jezus (vrede zij met hem), zoals hij werkelijk was

De Kerk draagt de overtuiging uit dat Jezus (de zoon van) God is die gekomen is om de mensheid te verlossen van de zonden. De weldenkende lezer daarentegen behoeft niet meer dan de volgende Bijbelse teksten om deze doctrine te verlaten.

 

En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Eén, namelijk God.

(Marcus 10: 18)

Gij Israëlietische mannen, hoort deze woorden: Jezus de Nazaréner, een Man van God, onder u betoond door krachten, en wonderen, en tekenen, die God door Hem gedaan heeft, in het midden van u, gelijk ook gijzelf weet;”

(Handelingen 2: 22)

En Hij zeide tot hen: Welke? En zij zeiden tot Hem: De dingen aangaande Jezus de Nazaréner, die een Profeet was, krachtig in werken en woorden, voor God en al het volk.”

(Lucas 24: 19)

Ik kan niets doen uit mijzelf: ik oordeel naar wat ik hoor, en mijn oordeel is rechtvaardig omdat ik mij niet richt op wat ik zelf wil, maar op de wil van hem die mij gezonden heeft.”

(Johannes 5: 30)

Allen werden vervuld van ontzag en loofden God met de woorden: Een groot profeet is onder ons opgestaan,’ en: ‘God heeft zich om zijn volk bekommerd!”

(Lucas 7: 16)

Ook vertelt de Bijbel dat de moeder van Jezus zwanger werd van hem en dat hij na een week besneden werd:

Een week later, toen de tijd gekomen was dat Hij besneden moest worden, kreeg Hij de naam Jezus, die door de engel was genoemd voordat Hij in de moederschoot werd ontvangen.”

(Lucas 2: 21)

Tevens blijkt Jezus over tal van menselijke eigenschappen te beschikken. Zo heeft hij behoefte aan voedsel en drank, huilt hij, verricht hij het gebed en stelt hij zich nederig op:

De Zoon des mensen is gekomen, etende en drinkende, en zij zeggen: Ziet daar, een Mens, Die een vraat en wijnzuiper is, een Vriend van tollenaars en zondaars. Doch de Wijsheid is gerechtvaardigd geworden van Haar kinderen.”

(Matteüs 11: 19)

Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’ Er stond daar een vat zure wijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond.”

(Johannes 19: 28)

Jezus begon ook te huilen.”

(Johannes 11: 35)

En hij liep bij hen weg, tot ongeveer een steenworp ver, en knielde daarna neer om te bidden. Hij bad: ‘Vader, als u het wilt, neem dan deze beker van mij weg. Maar laat niet wat ik wil, maar wat u wilt gebeuren.’ Uit de hemel verscheen hem een engel om hem kracht te geven. Hij werd overvallen door doodsangst, maar bleef bidden; zijn zweet viel in grote druppels als bloed op de grond.”

(Lucas 22: 41-44)

Vervolgens ging Jezus met zijn leerlingen naar een plek die Getsemane genoemd werd. Hij zei: ‘Blijven jullie hier zitten, ik ga daar bidden.’ Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs met zich mee. Toen hij zich bedroefd en angstig voelde worden, zei hij tegen hen: ‘Ik voel me dodelijk bedroefd; blijf hier met mij waken.’ Hij liep nog een stukje verder, knielde toen en bad diep voorovergebogen: ‘Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan! Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.”

(Matteüs 26: 36-39)

Wanneer je deze teksten heb gelezen, hoe kun je dan beweren dat Jezus (de zoon van) God is, terwijl hij én de mensen van zijn tijd aangaven dat hij slechts een Profeet was? Hoe kan hij (de zoon van) God zijn, terwijl hij in de schoot van een vrouw heeft gelegen die at, dronk, menstrueerde en haar behoeften deed? Hoe kan hij (de zoon van) God zijn, terwijl hij huilend ter aarde kwam en gespeend werd? Hoe kan hij (de zoon van) God zijn, terwijl hij aangaf niet goed te zijn? Hoe kan hij (de zoon van) God zijn, terwijl hij een ander aanroept?

Vervolgens zou Jezus gekruisigd zijn. Heb je jezelf nooit afgevraagd hoe het kan zijn dat (de zoon van) God gekruisigd is, terwijl hij ondertussen huilde en smeekte om genade.

Aan het einde daarvan, in het negende uur, gaf Jezus een schreeuw en riep luid: Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat wil zeggen: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?

(Matteüs 27: 46)

Zou (de zoon van) God zichzelf zo vernederen dat hij zich laat bespotten, bespugen en slaan in zijn gezicht?

Ze sloegen hem met een rietstok tegen het hoofd en bespuwden hem, en bogen onderdanig voor hem. Nadat ze hem zo hadden bespot, trokken ze hem het purperen gewaad uit en deden hem zijn kleren weer aan.”

(Marcus 15: 19-20)

Beste mensen, Jezus (vrede zij met hem) heeft zelf aangegeven wie hij daadwerkelijk is. Hij stelde zich namelijk gelijk aan de mensen en is evenals zij een dienaar van God.

Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.”

(Johannes 20: 17)

00:23 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-08-08

De verlossingsleer

Dit zijn enkele vraagstukken die wij wensen voor te leggen aan onze christelijke medemens omtrent de verlossingsleer.
 
Ten eerste:
 
Ongetwijfeld geloven jullie dat God volledige Heiligheid toekomt en dat Zijn Heiligheid geen enkele tekortkoming omvat, hoe kunnen jullie dan toch geloven in het feit dat Hij vastgenageld is aan het kruis van vervloeking. Er staat namelijk geschreven:
 
“Maar Christus Jezus heeft ons vrijgekocht van deze vloek door voor ons te worden vervloekt, want er staat geschreven: ,,Vervloekt is ieder mens die aan een paal hangt.”
(Galaten 3: 13)
 
Bestaat er een grotere tekortkoming dan deze die toegeschreven wordt aan Zijn Goddelijke Wezen? Of is het Zijn Ultieme Heiligheid die Hem ertoe bracht om de zondeval te verhelpen door Zichzelf te laten vallen?
 
Ook leert de christelijke dogma ons dat de erfzonde een belemmering vormt tussen de mens en zijn Heer, aangezien de Almachtige God Allerheiligst is. Hoe zat het dan met deze heiligheid toen Hij profeten zond, toesprak, steunde in de strijd tegen hun vijanden en sommigen van hen naar Hem deed opvaren? Zoals in de volgende passage:
 
“Door zijn geloof werd Henoch naar elders overgebracht, om niet te hoeven sterven; hij werd niet meer gevonden, omdat God hem had weggenomen.”
(Hebreeën 11: 5)
 
En:
 
“En terwijl ze liepen te praten, werden ze plotseling uit elkaar gedreven door een wagen van vuur, met paarden van vuur ervoor, en Elia werd in een stormwind meegevoerd naar de hemel.”
(2 Koningen 2: 11)
 
En meer van dit soort voorbeelden. Waarom verhinderde de erfzonde hen dan niet om tot hun Heer te naderen?
 
Ten tweede:
 
Welke grote wijsheid ligt verscholen in het feit dat de mensheid de last van de zonde van Adam blijft dragen, tot aan het verschijnen van Jezus vele eeuwen later, zodat hij als offer zou dienen ter bevrijding van de mensheid van deze zonde? Dit terwijl er tussen Jezus en Adam vele generaties en Profeten hebben geleefd. Waarom is Jezus dan niet direct gezonden na de zondeval van Adam om de sporen hiervan te wissen? Heeft de Goddelijke Barmhartigheid er dan voor gekozen om de mensheid voor een lange tijd gebukt te laten gaan onder de smet van vervloeking, zonde en verdorvenheid?
 
Ten derde:
 
In Numeri 16: 22 staat vermeld dat Mozes en Aaron tegen God zeiden:
 
“God, u die al wat leeft de levensadem schenkt, als één mens zondigt, laat u uw toorn dan op het hele volk neerkomen?”
 
In het verlengde hiervan is het niet meer dan vanzelfsprekend dat wij de volgende vraag stellen: “God, u die al wat leeft de levensadem schenkt, als Adam zondigt, laat u uw toorn dan op de gehele mensheid neerkomen?”
 
Ten vierde:
 
In het Oude Testament lezen we:
 
“Ouders mogen niet ter dood gebracht worden om wat hun kinderen hebben misdaan, en kinderen niet om de misdaden van hun ouders; alleen om wat iemand zelf misdaan heeft, mag hij ter dood gebracht worden.”
(Deuteronomium: 24: 16)
 
Bedriegt de Almachtige God hier de mensheid wanneer Hij in eerste instantie te kennen geeft dat de ouders niet vanwege de misdaden van hun kinderen ter dood gebracht mogen worden, noch de kinderen vanwege de misdaden van hun ouders om hen vervolgens wel verantwoordelijk te houden voor de zonden van de eerste man en vrouw die geschapen zijn? God verhoede!
 
Ten vijfde:
 
Er valt in het Oude Testament te lezen:
 
“En wanneer dan mijn volk, het volk dat mij toebehoort, het hoofd buigt, al biddend mijn aanwezigheid zoekt en terugkeert van zijn dwaalwegen, dan zal ik het aanhoren vanuit de hemel, zijn zonden vergeven en het land genezen.”
(2 Kronieken 7: 14)
 
Betreft het hier niet Goddelijke Wetgeving waarin men gemoedsrust kan vinden en die ons verduidelijking biedt over de onjuistheid van de verlossingsleer? Is er dan nog behoefte aan de kruisiging en het offerlam?
 
Ten zesde:
 
De kerkelijke leer schrijft ons voor dat de kruisiging van Jezus als boetedoening dient voor degenen die in hem geloven. Hoe komen degenen die voor hem hebben geleefd dan in aanmerking voor verlossing?
 
Ten zevende:
 
Jullie geloven in de rechtvaardigheid van de Rechtvaardige God en jullie Boek geeft te kennen welke straffen Adam, Eva en de slang hebben moeten doorstaan na de zondeval, namelijk:
 
  • De last van zwangerschap en geboorte en het verlangen van de vrouw naar de man:
 
Tegen de vrouw zei hij: ,,Zwaar zal ik je zwangerschap maken, met pijn breng je kinderen
ter wereld. Verlangen zul je naar je man, hij zal je heerser zijn.”
(Genesis 3: 16)
 
  • De voortdurende vijandigheid tussen de vrouw en de slang:
 
Vijandschap zal er zijn tussen jou en de vrouw, tussen al jullie nakomelingen: zij zullen jouw kop vertrappen, jij zult hen in de hiel bijten.
(Genesis 3: 15)
 
  • Het vervloekt raken van de grond waarvan de mens afhankelijk is voor zijn levensonderhoud:
 
“Omdat je hebt geluisterd naar je vrouw en hebt gegeten van de boom die Ik je had verboden, zal de grond vervloekt zijn omwille van jou! Zwoegend zul je van hem eten, alle dagen van je leven. Distels en doorns zal hij voortbrengen, met veldgewas moet jij je voeden. In het zweet zul je werken voor je brood, tot je terugkeert naar de grond, waaruit je bent genomen: je bent stof, en tot stof keer je terug.”
(Genesis 3: 17-19)
 
  • De bestraffing die de slang van God moest ondergaan, namelijk het kruipen over diens buik:
 
Omdat je dit gedaan hebt, ben je vervloekt, onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten! Op je buik zul je kruipen en stof zul je eten, alle dagen van je leven!
(Genesis 3: 14)
 
De vragen die zich nu dan opwerpen zijn: “Aangezien God rechtvaardig is en Hij vrede heeft gesloten met de mens door Jezus voor onze zonden te laten sterven, waarom zetten deze straffen zich dan nog steeds voort? Waarom lijdt de christenvrouw nog steeds onder de last van zwangerschap en bevalling? Waarom verlangt de vrouw nog steeds naar een man? Waarom zet de vijandigheid zich nog steeds voort tussen de vrouw en de slang en kruipt hij nog steeds over diens buik? Waarom moeten de christenen nog steeds zwoegen voor hun kost?”
 
Ten achtste:
 
Lucas verhaalt:
 
Alle mensen die voor dit schouwspel waren samengestroomd, gingen naar huis; ze sloegen zich van rouw op de borst om wat ze hadden gezien.
(Lucas 23: 48)
 
Waarom sloegen de discipelen en de overige gelovigen zich op de borst van verdriet, terwijl zij wisten van de verlossingsleer die in werkelijkheid reden zou moeten zijn voor blijdschap?
 
Ten negende:
 
Als het werkelijk zo is dat jullie Jezus gestorven is voor jullie zonden hoe kan het dan zo zijn dat er in de katholieke en orthodoxe kerk nog steeds gebiecht wordt?
 
Ten tiende:
 
Johannes zegt:
 
Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat iedereen die in hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
(Johannes 3: 16)
 
Wij vragen ons af: “Waarom zou God Zijn Enige kind opofferen? Is dit omdat Hij van de wereld houdt? Degene die van de wereld houdt, houdt Hij dan ook niet van Zijn Enige kind? Hoe kan God van de wereld houden en niet van Zijn zoon? Zou namelijk Degene die van de wereld houdt Zijn Enige zoon ter dood laten brengen? Kan men vertrouwen stellen in een God die geen medelijden kent met Zijn zoon alleen omwille van het vergeven van een andere zondaar? Zo schrijft Paulus in zijn brief aan de Romeinen:
 
Hij heeft zijn eigen Zoon niet gespaard, maar hem uitgeleverd om ons te redden.
(Romeinen 8: 32)
 
Paulus ontkent hier klaarblijkelijk dat God medelijden heeft, oftewel Hij is meedogenloos. Is er voor de God van liefde geen andere wijze om de zondaar te bevrijden dan door Zijn vermeende zoon te doden? Heeft Zijn Barmhartigheid het zo verordend dat de erfzonde slechts met een afschuwelijkere zonde kan worden opgeheven? Moest Hij nu echt Zijn onschuldige zoon zenden om gekruisigd te worden? Hoe kijken de jeugdzorginstanties hier trouwens tegenover? Moet dit niet geschaard worden onder de noemer van kindermishandeling?
 
Ten elfde:
 
Jezus werd eens gevraagd:
 
Goede meester,’ vroeg een voornaam man hem, ‘wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ ‘Waarom noemt u mij goed?’ antwoordde Jezus. ‘Niemand is goed, alleen God.U kent de geboden: pleeg geen overspel, bega geen moord, steel niet, leg geen valse verklaringen af, heb eerbied voor je vader en je moeder.’
(Lucas 18: 18)
 
Wat antwoordde de Messias? Vertelde hij de man: “Geloof in de leer van de kruisiging en verlossing?” Of vertelde hij hem daarentegen dat er maar één is die het recht heeft om Goed genoemd te worden? Oftewel, alleen Hij heeft het recht op daden van devotie en verricht vervolgens goede daden. Het was Paulus daarentegen die dit advies volledig tegensprak met de volgende woorden:
 
Toch weten we, dat een mens niet van schuld wordt vrijgesproken door zich te houden aan de wet, maar door te geloven in Christus Jezus. Ook wij zijn in Christus Jezus gaan geloven om gerechtvaardigd te worden door geloof in Christus en niet door naleving van de wet. Geen mens immers vindt rechtvaardiging door het naleven van de wet.
(Galaten 2: 16)
 
En in zijn brief aan de Hebreeën bevestigt hij dit nogmaals:
 
Het eerder gegeven gebod wordt ongeldig verklaard omdat het te beperkt is en niet voldoet – de wet heeft trouwens in geen enkel opzicht de volmaaktheid gebracht…”
(Hebreeën 17: 18-19)
 
Zo ook werd Jezus eens gevraagd:
 
“Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.”
(Matteüs 22: 36-40)
 
Waarom antwoordde hij hier dan niet: “Het grootste gebod is het geloven in de leer van de kruisiging en verlossing,”? Hoe verhaalt dit zich dan tot de woorden van Paulus aangezien dit door Jezus zelf aangehaald wordt als de belangrijkste grondslag?
 
Ten twaalfde:
 
Paulus zegt:
 
“En niet Adam werd misleid, maar de vrouw; zij overtrad Gods gebod.”
(1 Timoteüs 2: 14)
 
Aangezien Eva degene is die in eerste instantie werd misleid, waarom is God dan niet neergedaald in de gedaante van een vrouw om de mens de verlossen van de zonde van de vrouw?
 
Ten dertiende:
 
Het volgende wordt overgeleverd:
 
“De mensen probeerden kinderen bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen.Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’ Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen.”
(Marcus 10: 13-16)
 
En in het Evangelie van Lucas valt te lezen:
 
“Jezus merkte wat hen bezighield en hij nam een kind bij zich, dat hij naast zich neerzette. Hij zei tegen hen: ‘Wie dit kind in mijn naam bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt hem op die mij gezonden heeft. Want wie de kleinste onder jullie allen is, die is werkelijk groot.”
(Lucas 9: 47-48)
 
Uit deze teksten valt duidelijk op te maken dat Jezus de kinderen vrijpleit van welke zonde dan ook. Waar blijft dan de zogenaamde erfzonde en verlossingsleer? Kan er dan een andere conclusie getrokken worden dan dat beide leerstellingen overbodig zijn?
 
Ten veertiende:
 
De kruisiging van de Messias wordt als de kern van de christelijke geloofsovertuiging beschouwd en als hoofdreden voor de komst van Jezus om als offerlam te dienen voor het opheffen van de erfzonde. Heeft Jezus echter tegen één van zijn leerlingen of wie dan ook gezegd dat hij gekomen is om de erfzonde van Adam weg te nemen? Heeft hij überhaupt gesproken over de erfzonde, of is dit niets meer dan een verzinsel van Paulus die het geloof van Jezus heeft verdraaid? Waar zijn de woorden van hem hierover dan te vinden in de vier Evangeliën? Hoe kan het de Messias ontgaan zijn om te spreken over deze hoofdzaak?
 
Bovendien, toen degenen die Jezus hebben meegemaakt Paulus hoorden spreken over de wederopstanding van Jezus, dreven zij de spot met zijn versie van het geloof.
 
“Toen ze hoorden van een opstanding van de doden dreven sommigen daar de spot mee,
terwijl anderen zeiden: ‘Daarover moet u ons een andere keer nog maar eens vertellen.”
(Handelingen 17: 32)
 
Ten vijftiende:
 
Is het niet zo dat Jezus - die volgens de tweenaturenleer zowel mens als God tegelijk is - wat betreft zijn menselijke gedaante de erfzonde van zijn moeder heeft overgenomen? Of heeft God Maria van deze zonde gereinigd, zodat de Messias deze niet heeft geërfd? Als dit laatste het geval is geweest, waarom heeft God dan niet de algehele mensheid daarvan gereinigd, zoals Hij met Maria heeft gedaan?
 
Ten zestiende:
 
Als de kruisiging van Jezus heeft plaatsgevonden vanwege de erfzonde van Adam, dan dient de gehele mensheid daar toch baat van te ondervinden, zonder te geloven in de verlossingsleer? Dit voordeel hangt immers toch samen met het geschieden ervan en niet met het geloven erin? Is het niet zo dat het volstaat om kind van Adam te zijn om hiervoor in aanmerking te komen? Dit is overigens één van de geschilpunten onder de christenen. Sommigen van hen geloven namelijk dat met de kruisiging van Jezus alle kinderen van Adam verlost zijn van de erfzonde, zich daarbij baserende op de volgende woorden van Paulus:
 
“Kortom, zoals de overtreding van één enkel mens ertoe heeft geleid dat allen werden veroordeeld, zo zal de rechtvaardigheid van één enkel mens ertoe leiden dat allen worden vrijgesproken en daardoor zullen leven.”
(Romeinen 5: 18)

00:02 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-08-08

De Gevangenis..

Sheichoel Islaam Ibn Taymiyya

Sheichoel Islaam Ibn Taymiyya, rahimahoe Allah, is zeven keer gevangen genomen. Zijn behandeling en omstandigheden in de gevangenis waren vele malen erger dan die van de Christenen. Zoals hij zegt in een van zijn debatten over de fundamenten van de geloofsbelijdenis van een Moslim: "De Christenen hebben een aangenaam gevangenschap, waarin zij deelgenoten toekennen aan Allah en hun gevangenissen omvormen tot Kerken. Was ons gevangenschap maar als die van de Christenen en afgoden aanbidders! Nee, voor hen is er waardigheid en voor ons schande. En voor welke zonden zijn mijn broeders in het geloof gevangen genomen, behalve leugens en laster?"

Ondanks al dit, verteld Ibnul Qayyim over de situatie van zijn Sheich in de gevangenis van al-Qal’ah in Damascus, zeggende: "Hij (Ibn Taymiyya) zou zeggen over zijn gevangenschap in al-Qal’ah, 'Al zou deze hele gevangenis worden gevuld met goud en aan hen gegeven worden(degene die hem gevangen namen), dan zou het niet genoeg zijn om mijn dank aan hun te uiten voor deze zegening.' Of hij zei, 'Ik zou ze daarmee niet genoeg hebben terugbetaald, voor het goede wat zij hiermee voor mij hebben veroorzaakt.' En Allah weet dat ik nog nooit iemand heb gezien die meer tevreden was met het leven dan hij. Als wij angstig zouden worden of negatieve gedachten begonnen te krijgen of we voelden dat de aarde krap begon te worden(dat ze zich opgesloten en eenzaam voelden), dan zouden we naar hem toe gaan om hem te zien en naar zijn woorden te luisteren. Dan zou al dat(de depressieve gevoelens) weggaan, en we zouden ons weer opgelucht, sterk en zeker voelen!"

Al Imaam Ahmed Ibn Hanbal

Al Imaam Ahmed Ibn Hanbal heeft in zijn leven drie khulafaa meegemaakt(al-Ma’mun, al-Mu’tasim, en al-Waathiq), waarvan het gezag zich van het oosten van de aarde tot aan het westen uitstrekte. Met hen waren filosofische geleerden, militaire bevelhebbers, ministers, gouverneurs en beheerders wiens aantal alleen door Allah geteld kan worden. Sommige van hen probeerden hem (Al Imam Ahmed) te beïnvloeden met het gevangenisschap, en sommigen door hem met de dood te bedreigen. Anderen probeerden het door hem rijkdom en heerschappij aan te bieden, weer anderen probeerden het door hem te slaan en te bedreigen met verjaging(uit het land). Hij werd aan zijn lot overgeleverd door al zijn vrienden waaronder geleerden, vromen en rechtgeleiden. Ondanks al dit, gaf hij hen niets van wat zij hem vroegen, en keerde hij zijn rug niet toe aan hetgeen waar hij mee gekomen was uit de Kitaab en Sunnah.

[Majmoo’ al-Fataawaa 12/439]


al-Imaam al-Buwayti

Al-Imaam al-Buwayti, de vriend van ash-Shaafi’ee, werd gevangen genomen en er werd een keten om zijn nek gedaan, en zijn benen werden vastgebonden met ijzer. Hij was gewoon om te zeggen: "Ik zal sterven in deze ketenen totdat er een volk zal komen die zal weten dat ik in deze staat gestorven ben, een natie die gestorven is in ketenen."

al-Buwayti zou, terwijl hij in gevangenischap zat, elke vrijdag de ghusl verrichten, zichzelf parfumeren en zijn kleding wassen. Hij zou dan richting de deur lopen als hij de oproep tot het vrijdagsgebed hoorde. De cipier zou hem tegenhouden en terugsturen naar zijn cel. Al-Buwayti zou dan zeggen: "O Allah! Ik heb Uw Oproep verhoord en zij hielden mij tegen."

al-Buwayti schreef aan al-Dhahli zeggende: "Ik vraag jou om mijn broeders van ahlul-hadeeth te informeren over mijn situatie, wellicht zal Allah mij redden door hun smeekbedes. Ik ben vastgeketend en kan de verplichte zaken van tahaarah en salaah niet verrichten." Bij het horen van zijn bericht, begonnen de mensen intens te huilen en smeekbedes voor hem te verrichten.

As-Subki zei: "Kijk eens naar deze geleerde - rahimahullah- hij had nergens spijt van behalve het feit dat hij de verplichte daden niet verrichten kon, en hij was niet beïnvloed door de ketenen of de gevangenis. Moge Allah tevreden met hem zijn en zijn geduld belonen met het goede."

[as-Subki’s Tabaqaat 2/164-165]

[al-Mustadrak ‘ala Majmoo’ al-Fataawaa 1/154]

[Majmoo’ al-Fataawaa 3/254]

19:41 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-08-08

De invaliditeit van het leerstuk omtrent de erfzonde

Paulus schrijft in zijn brief aan de Romeinen:
 
“Door één mens is de zonde in de wereld gekomen, en door die zonde de dood, en de dood is het lot van alle mensen geworden, omdat ze allemaal gezondigd hebben.”
(Romeinen 5: 12)
 
Paulus verwijst hierbij naar Adam die zondigde door van de verboden vrucht te eten en die deze zonde vervolgens doorgaf aan zijn nageslacht. De leerstelling van de erfzonde, die door de overgrote meerderheid van de christenen aangehangen wordt, is echter duidelijk strijdig met de volgende zaken die wij uiteen zullen zetten. Maar alvorens dit te doen kan men zich het volgende afvragen: Als de dood in het leven is geroepen vanwege de erfzonde, zoals het bovenstaande vers te kennen geeft, waarom bestaat de dood dan nog steeds nadat Jezus (vrede zij met hem) naar deze aarde is gekomen om ons te verlossen van de zonde van Adam en hij verzoening heeft gebracht tussen de mens en God, zoals de christenen beweren? En als alle mensen de dood moeten doorgaan, hoe zit het dan met Henoch en Elia waarvan de Bijbel (Genesis 5: 24 en 2 Koningen 2: 11) aangeeft dat zij tot God zijn opgestegen, zonder dat de dood hen trof?
 
Ten eerste:
 
Het verstand en de rede verzetten zich tegen de gedachte dat de zonde overgaat van vader op zoon. Het betreft hier namelijk een intrinsieke kwestie die verankerd ligt in de menselijke aard en die niet overgaat door vererving. De mens erft van zijn vader, moeder en voorvaderen zaken zoals lengte, oogkleur en lichaamsbouw. Maar zonden horen hier niet bij. Wanneer jouw vader bijvoorbeeld een zonde begaat, betekent dit dan ook dat jij deze erft, zoals je ook zijn oogkleur hebt geërfd? Wanneer hij ervoor kiest om een misdadiger te zijn, is het dan zo dat jij deze kenmerken van hem erft? Zo ook wanneer hij een vrome man is, betekent dit dan automatisch dat jij dit van hem erft?
 
God schiep Adam en maakte hem ontvankelijk voor het begaan van fouten. Het bewijs hiervoor is dat God na Adam te hebben geschapen hem waarschuwde om van de verboden vrucht te eten. Het vervallen in zonde behoort tot de aard van de mens, alsmede de vrije keus. Dit is geen erfenis van Adam. God heeft de mens zodanig geschapen dat hij de keus heeft om het goede en het kwade te verrichten. Het betreft hier voor de duidelijkheid nogmaals geen kwestie van vererving. Adam kan dus niet verantwoordelijk worden gehouden voor het overdragen van deze intrinsieke zaak.
 
Ten tweede:
 
De doctrine van de erfzonde is strijdig met het beginsel van de beloning en bestraffing. Hoe kan een zoon namelijk gestraft worden voor de misdraging van zijn vader? Hoe kan een persoon berispt worden voor de fout die hij niet heeft begaan?
 
Ten derde:
 
De christenen geloven dat iedere zonde vijandigheid tegenover God bewerkstelligt en dat degene die zondigt bestraft of gedood dient te worden. Zo lezen we:
 
“Ouders mogen niet ter dood worden gebracht voor misdaden die door hun kinderen zijn begaan, en kinderen niet voor misdaden door hun ouders begaan. Men wordt alleen ter dood gebracht voor zijn eigen misdaden.”
(Deuteronomium 24: 16)
 
“Iemand die zondigt zal sterven, maar een zoon hoeft niet te boeten voor de schuld van zijn vader, en een vader hoeft niet te boeten voor de schuld van zijn zoon; wie rechtvaardig is wordt als een rechtvaardige behandeld, en een slecht mens wordt voor zijn slechte daden gestraft.”
(Ezechiël 18: 20)
 
Los van het feit dat bovenstaande passages duidelijk de erfzonde ontkennen, rijst de volgende vraag op: Als iedere zonde, ongeacht die van Adam of van één van zijn nakomelingen, vijandigheid is tegenover God, waarom wordt er dan een onderscheid gemaakt tussen de erfzonde en de zonden van zijn nageslacht. Zouden deze dan ook niet door vererving over moeten gaan?
 
Ten vierde:
 
De doctrine van de erfzonde is strijdig met de Goddelijke rechtvaardigheid. God, de Rechtvaardige, beloont de mens voor wat hij zelf heeft verricht, niet wat zijn vader of voorvader heeft verricht. Dit is ook wat duidelijk op te maken valt uit de volgende tekst:
 
“Alleen om wat iemand zelf misdaan heeft, zal hij sterven.”
(2 Kronieken 25: 4)
 
Ten vijfde:
 
De christenen zijn van mening dat ieder mens bij de geboorte reeds ‘vervuild’ is door de erfzonde. Hoe kan dit echter het geval zijn, te meer hij zelf geen enkele zonde heeft verricht? Terwijl hij als zuigeling in de wieg nog geen onderscheid kan maken tussen goed en kwaad, niet spreekt en noch in staat is zich voort te bewegen. Hoe kan hij in deze toestand dan toch zondig zijn?
 
Ten zesde:
 
Als de mens geboren wordt met de last van de erfzonde waarom spreekt het Oude Testament hier dan niet onomwonden over? Integendeel, het Oude Testament geeft duidelijk aan dat ieder mens verantwoordelijk is voor zijn eigen zonde.
 
Ten zevende:
 
De Bijbel leert ons dat God door de zondvloed de gehele mensheid deed verdrinken, behalve Noach en zijn gelovige volgelingen. Zo lezen we:
 
“Toen God zag dat de aarde door en door slecht was, dat iedereen een verderfelijk leven leidde, zei hij tegen Noach: ‘Ik heb besloten een einde te maken aan het leven van alle mensen, want door hen is de aarde vol onrecht. Ik ga hen vernietigen, en de aarde erbij.”
(Genesis 6: 13)
 
Door de zondvloed werd de aarde dus gereinigd van het verderf en de verderfzaaiers. Logischerwijs is er dan dus geen plaats voor de doctrine van de erfzonde daar de zondvloed toentertijd reeds korte metten heeft gemaakt met de zonde en de zondaars.
 
Ten achtste:
 
Jezus zegt:
 
“Want op grond van je woorden zul je worden vrijgesproken, en op grond van je woorden zul je worden veroordeeld.”
(Matteüs 12: 37)
 
Uit deze woorden van Jezus is op te maken dat de persoon op basis van zijn gedrag vrijgesproken of veroordeeld wordt. Hij spreekt daarentegen niet van de vermeende erfzonde.
 
Ten negende:
 
De Kerk verwijt de erfzonde aan Adam. Dit is echter in strijd met het Oude Testament dat Eva aansprakelijk stelt voor de ongehoorzaamheid van Adam. Zij was het die Adam deed eten van de verboden vrucht. Zo zegt Adam ter verdediging:
 
“De vrouw die u hebt gemaakt om mij terzijde te staan, heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten.”
(Genesis 3: 12)
 
Eva op haar beurt wentelde haar verantwoordelijkheid af op de slang, zeggende:
 
“De slang heeft me misleid en toen heb ik ervan gegeten.”
(Genesis 3: 13)
 
Zouden wij de erfzonde willen terugvoeren tot de oorspronkelijke verantwoordelijke dan is dit dus niet Adam, noch Eva, maar de slang.
 
Ten tiende:
 
De nacht van de laatste avondmaal bleef Jezus gedurende de nacht wakker, zijn Heer smekende om hem de kruisiging niet te laten ondergaan. Zo staat er vermeld:
 
“Vervolgens ging Jezus met zijn leerlingen naar een plek die Getsemane genoemd werd. Hij zei: ‘Blijven jullie hier zitten, ik ga daar bidden.”
(Matteüs 26: 36)
 
Hij smeekte zijn Heer vragende:
 
“Vader, als het mogelijk is, laat dan deze beker aan mij voorbijgaan.”
(Matteüs 26: 39)
 
Ook leren wij dat hij hevig bedroefd was in zo’n mate dat hij zei:
 
“Ik ben diep bedroefd, tot stervens toe.”
(Matteüs 26: 36)
 
Als de reden van de komst van Jezus op aarde was om de erfzonde op te heffen, waarom wendde hij zich dan smekend tot God om dit lot niet te hoeven ondergaan en om dit aan hem voorbij te laten gaan? Vanwaar dan deze diepe bedroefdheid? Het sterven voor de zonden van de mens zou dan toch een heugelijke aangelegenheid moeten zijn? Of duidt dit alles eerder op het feit dat de kruisiging niet het doel was van Jezus zijn komst. In werkelijkheid betrof het hier een samenzwering tegen hem waarvan hij door God is gevrijwaard.
 
Ten elfde:
 
Paulus geeft te kennen:
 
“wel zal ieder het loon krijgen naar het werk dat hij gedaan heeft.”
(Korintiërs 3: 8)
 
Als iemands beloning afhangt van diens mate van inspanning, oftewel van zijn daden, wat is dan het nut geweest van de kruisiging? En waar is dan de beweerde bevrijding van de erfzonde gebleven door de kruisiging van Jezus?

23:02 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

20-08-08

"O Allah! Laat me tot de weinigen behoren!"

Ibn Jad'an heeft overgeleverd:



"'Umar hoorde een man dua doen: "O Allah! Laat me tot de weinigen behoren!"

Dus vroeg 'Umar hem: "O dienaar van Allaah! Wie zijn de weinigen?"

De man antwoordde: "Ik hoorde Allaah de Verhevene zeggen(in de Quran): {"...en niemand geloofde met hem behalve weinigen..."} en {"...en weinigen van Mijn dienaren zijn dankbaar..."}."

'Umar zei toe: "Iedereen is wijzer dan Umar!"

[''Uluww al-Himmah'; p. 41]


Sufyan bin 'Uyaynah zei:

"Doortocht de paden van waarheid, en laat je niet ontmoedigen door het kleine aantal mensen dat hetzelfde doet."

[''Uluww al-Himmah'; p. 41]


al-Fudayl bin 'Iyad zei:


"Blijf op het pad der leiding, en wees niet gekwetst door het kleine aantal mensen die dit pad nemen, en pas op voor het pad van misleiding, en laat je niet misleiden door het grote aantal mensen die zichzelf vernietigen op dit pad."

[''Uluww al-Himmah'; p. 41]

Ibn Taymiyyah zei:

...betreffende het Vers: {"Waarlijk, Ibrahim was een natie opzich, oprecht, gehoorzaam aan Allah en hij behoorde niet tot de afgodendienaren.} [an-Nahl; 120] "Betekenend, hij was de enige gelovige, en de rest van de mensen waren ongelovigen."

['Majmu' al-Fatawa'; 11/436]


Dr. Muhammad Ahmad ar-Rashid zei:

"Wat betreft de vreemdheid van de vreemdelingen genoemd in de hadith: "...blijde tijdingen aan de vreemdelingen," dit is een vreemdheid in verhouding met de werkelijkheid van de omgeving van een persoon. Betekenend, goede tijdingen zijn aan hen wegens de zeldzaamheid van zulke mensen, en hun kleine aantal in een oceaan van misleidingen. Wat betreft de wereldlijke emoties en gevoelens(van vreemdheid) de gelovige heeft, in zijn geloof, een nabije vriend en metgezel die bij hem het gevoel van eenzaamheid weghaalt."

['al-Muntalaq'; p. 236]


Ibn al-Qayyim zei:


"[Een dergelijke persoon] wordt niet ontmoedigd door zij die verschillen van hem en zich tegen hem verzetten , aangezien zij minder zijn in belang en betekenis, zelfs al zouden ze meer in aantal zijn,zoals sommige van de Salaf zeiden: "Doortocht de padden van waarheid, en laat je niet ontmoedigen door het kleine aantal mensen dat hetzelfde doet."Elke keer dat je ontmoedigd word doordat je alleen bent op dit pad , kijk dan naar degenen die voor jou kwamen en streef erna om hen in te halen, en keer je af van alle anderen, aangezien zij je niet het meest minste voordeel zullen geven bij Allaah. Als je ze zou zien ergens op het pad dat je bewandeld, draai je dan niet om om naar hen te kijken, want als je dat doet, zullen zij jou afleiden en simpelweg je vooruitgang vertragen."

['Madarij as-Salikin'; 1/21]


Sayyid Qutb zei:

Mijn broeder, kijk niet achterom * Jou pad is bedekt met bloed
En kijk niet daar of daar * maar kijk alleen naar de hemel

['Diwan Sayyid Qutb';

22:59 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |