04-02-09

De Qor-aan werd verzameld tijdens het leven van de profeet (vrede en zegeningen zijn met hem)

Allah de Verhevene heeft de Islamitische gemeenschap een zegen gegeven die Hij aan geen andere gemeenschap heeft gegeven. En wel dat zij het Boek van hun Heer uit hun hoofden kunnen leren. Eén van de middelen om het Boek van Allah te beschermen is dat Hij de Islamitische gemeenschap het vergemakkelijkt om het Boek van hun Heer uit het hoofd te leren.

Er zijn vele bewijzen uit de Soennah over de voortreffelijkheid over het uit het hoofd leren van de Qor-aan en het reciteren daarvan. De boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) motiveerde zijn metgezellen (moge Allah tevreden met hen zijn) om datgene te leren wat aan hem geopenbaard werd, de metgezellen leerden dat op het moment dat zij dat van de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) hoorden. Oem Haashiem (moge Allah tevreden met haar zijn) vertelt ons hoe zij Soerat Qaaf had geleerd van de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) en zegt: "…ik leerde "Qaaf wal-Qor-aanie l-madjied" van de mond van de profeet (vrede en zegeningen zij met hem)." (Overgeleverd door Moeslim)

Het was een zorg van de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) om zijn metgezellen (moge Allah tevreden met hen zijn) de Qor-aan te laten leren. Hij motiveerde iedereen die de Islaam omhelsde om zich te richten naar iemand die hem de Qor-aan kon onderwijzen. Overgeleverd door ‘Oebaadah Ibn S-saamit (moge Allah tevreden met hem zijn), dat de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) bezig was en op het moment dat er iemand emigreerde naar de profeet (vrede en zegeningen zij met hem), dat hij hem aanzette om direct bij één van hen in te trekken om de Qor-aan te leren." (Overgeleverd door Ah'mad)

Er was een grote groep metgezellen die de Qor-aan uit hun hoofd leerde en het is voor ons niet mogelijk om hun aantal te weten te komen omdat zij met zo velen waren. Tot hen behoorden de kholafaa-e ar-raashiedoen (de vier rechtgeleide leiders), Talh'ah, Sa'd, Ibn Mas'oed, H'oedhayfah ibnoe l-Yamaan, Aboe Moesa Al-Ash'arie, Saaliem de bediende van Aboe H'oedhayfah, ‘Abdoellah ibn ‘Amr en vele anderen.

En tot de vrouwelijke metgezellen die de Qor-aan hadden verzameld behoorde o.a.: Oem Waraqah (moge Allah tevreden met haar zijn). De profeet (vrede en zegeningen zij met hem) gebood haar om de bewoners van haar huis voor te leiden. De h'adieth is te vinden in Moesnad Ah'mad.

De boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) zorgde er ook voor om zijn metgezellen (moge Allah tevreden met hen zijn) te gebieden om de Qor-aan op te schrijven, om als tweede bescherming tegen verlies te zijn. Hij (vrede en zegeningen zij met hem) gebood in de beginfase om niets anders dan datgene wat hij vertelde op te schrijven van de Qor-aan.

In Sah'ieh' Moesliem is van Aboe Sa'ied Al-Khoedrie (moge Allah tevreden met hem zijn) overgeleverd, dat de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) zei: "Schrijf niets op wat ik zeg, en degene die iets anders dan Qor-aan opschrijft dient het weg te vegen."

An-Nawawie zei: "Hij (vrede en zegeningen zij met hem) was bang dat de Qor-aan gemengd zou worden met andere zaken, toen hij erop vertrouwde dat het niet fout kon gaan, gaf hij toestemming om andere zaken te schrijven. Ibn H'adjar zei: "Het verbod gold in tijden waarop de Qor-aan neerdaalde, uit vrees om iets anders dan dat op te schrijven."

Zijn zorg over de Qor-aan ging zover dat wanneer iets van de Qor-aan op hem neerdaalde hij direct iemand riep en gebood om datgene wat hem geopenbaard was op te schrijven. In de h'adieth van Zayd (moge Allah tevreden met hem zijn) wordt overgeleverd dat de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) voor hem het volgende reciteerde: "Laa yastawie l-qaa'iedoena miena l-moe-emienoen (niet gelijk zijn de (thuis-)zittenden van de gelovigen)." (Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 95) Ibn Maktoem kwam naar hen toe terwijl het gereciteerd werd. (Moettafaq ‘alayh)

De metgezellen (moge Allah tevreden met hen zijn) gebruikten om de Qor-aan op te schrijven alle middelen die zij konden vinden in hun omgeving. Zij gebruikten leer, botten, stenen en dergelijken als schrijfgerei. Overgeleverd door Al-Baraa-e (moge Allah tevreden met hem zijn) dat: "Toen het volgende werd geopenbaard: "Laa yastawie l-qaa'iedoena miena l-moe-emienien" zei de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem): "Roep Zayd om te komen en laat hem komen met de borden en middelen om te schrijven." En hij gebood hem om te schrijven." (Overgeleverd door Boekhaarie)

En in de h'adieth van Zayd, toen Aboe Bakr (moge Allah tevreden met hem zijn) hem gebood om de Qor-aan te verzamelen en zei: "Ik verzamelde de Qor-aan van de bladeren van de palmboom, platte stenen, ribben van dieren en de houten stukken van de zadels." (Overgeleverd door Boekhaarie)

Deze overleveringen laten ons weten dat de metgezellen (moge Allah tevreden met hen zijn) een grote taak hadden in de tijd van de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) om de Qor-aan op te schrijven. Zij namen alle moeite en inspanning om de Qor-aan op te schrijven en het te beschermen. De Qor-aan bleef genoteerd op al deze stukken en middelen, beschermd bij de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) en zijn metgezellen (moge Allah tevreden met hen zijn).

Het werd niet in geschriften opgenomen tijdens het leven van de profeet (vrede en zegeningen zij met hem). Al-Qoestalaanie heeft gezegd: "De Qor-aan was volledig geschreven in de tijd van de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) en was niet gebundeld en lag niet op één plaats opgeslagen, het was ook niet geordend in de volgorde van Soewar (meervoud van Soerah, hoofdstukken uit de Qor-aan). De ziel van de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) werd genomen en de Qor-aan bevond zich nog in deze toestand."

Mensen zullen zich mischien het volgende afvragen: waarom is de Qor-aan in de tijd van de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zijn met hem) niet verzameld als één bundeling zoals Aboe Bakr en ‘Oethmaan daarna hadden gedaan? Geleerden hebben hierop als antwoord gegeven, dat de oorzaken hiervan te maken hebben met een aantal kwesties en wel:

• Dat er geen aanleiding voor was in de tijd van de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zijn met hem) en wel in de tijd van Aboe Bakr en ‘Oethmaan (moge Allah tevreden met hen zijn).

• Dat de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zijn met hem) de openbaring kreeg van Allah en dat er verzen kwamen die andere verzen afschaften en daardoor mensen in de war zouden komen.

• Dat de Qor-aan niet in één keer is neergedaald, maar in verschillende periodes. De volgorde van het neerdalen van de verzen (aayaat) en de Soewar zijn niet hetzelfde als de volgorde die in de Qor-aan terug te vinden is. Als het toen in één boek verzameld zou worden, dan zouden verschillende aayaat in een aantal soewar komen waar ze niet geplaatst moesten worden.

Eén van de zaken die de geleerden hebben onderzocht is de plaatsing van de verzen in de hoofdstukken en de volgorde van de hoofdstukken in de Qor-aan. Er is unanimiteit van de geleerden over de eerste zaak, dat de volgorde van de verzen in de hoofdstukken een bevel was van de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) waar de metgezellen zich aan moesten houden, en dat er geen sprake was van eigen inbreng of eigen ideeën en geen enkel persoon van de geleerden had een andere uitspraak dan deze. De bewijzen hierover zijn te veel om op te noemen. Eén van deze bewijzen is de h'adieth (overlevering) van Ibn Az-Zoebayr (moge Allah tevreden met hem zijn), dat hij zei: "Ik zei tegen ‘Oethmaan: "De volgende aayah die in Al-Baqarah terug komt: "wal-ladhiena yoetawaffawna mienkoem wa yadharoena azwaadjan wasieyyatan lie az-waadjiehiem mataa'an iela l-h'awlie ghayra iekhraadj (en degenen onder jullie die weggenomen worden en echtgenotes achterlaten, moeten een testament maken voor hun echtgenotes, een voorziening voor een jaar, zonder uitzetting." (Soerat Al-Baqarah (2), aayah 240) is afgeschaft door een ander vers, waarom schrijf je het op?" Hij zei: "O zoon van mijn broeder, ik zal geen enkel vers van haar plaats verwijderen." (Overgeleverd door Al-Boekhaarie)

Wat de volgorde van de Soewar in de Qor-aan betreft; de meest bekende uitspraak hierover is dat de geleerden hebben gezegd dat de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) de keuze aan de metgezellen had overgelaten om de Soewar in een volgorde te plaatsen.

Dit was in kort bestek de wijze van verzameling van de Edele Qor-aan tijdens het leven van de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zijn met hem).

De bewijzen die eerder genoemd zijn, duiden erop dat de Qor-aan tijdens het leven van de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) genotuleerd werden en dit is het bewijs tegen degenen die beweren dat de Qor-aan niet in de tijd van de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zijn met hem) werd opgeschreven.

Moge Allah ons laten behoren tot degenen die de Qor-aan leren en het in praktijk brengen. En alle lof is aan Allah, de Heer der werelden.

 

14:22 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.