01-10-09

Over welke bijbel spreken zij? deel 1

 

 

Vele discrepanties zijn te constateren in de verschillende drukken van de evangeliën waar diverse christelijke kerken zich op beroepen. In deze beknopte onderzoeking zullen wij een aantal voorbeelden aan de dag leggen, die onloochenbaar aanduiden dat de bronnen waar de Bijbelse teksten van afstammen ten opzichte van elkaar afwijkingen tonen.

Het eerste voorbeeld:

In de Statenvertaling (Jongbloed-editie) lezen wij het volgende:

“Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaat, anders dan om hoererij, en een andere trouwt, die doet overspel, en die de verlatene trouwt, doet ook overspel.”

(Matteüs 19:9)

Echter komen wij in de ‘Groot Nieuws Bijbel (herziene editie1996)’ het zinsdeel ‘en die de verlatene trouwt, doet ook overspel’ niet tegen. Zo ook in de NBG-vertaling (1951) lezen wij:

“Doch Ik zeg u: Wie zijn vrouw wegzendt om een andere reden dan hoererij en een andere trouwt, pleegt echtbreuk.”

Wederom komen wij het zinsdeel ‘en die de verlatene trouwt, doet ook overspel’ niet tegen.

De vraag die oprijst is: “Wat stond er daadwerkelijk in de manuscripten?” Indien het bovengenoemde zinsdeel authentiek en teruggevoerd zou kunnen worden naar de bron, waarom is dit dan niet terug te vinden in de overige Bijbelvertalingen?

Het tweede voorbeeld:

In Matteüs 13:6 lezen wij volgens de Statenvertaling (Jongbloed-editie) de volgende tekst:

“En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.”

Deze smeekbede die beter bekend staat als ‘Het Onzevader’ is volgens Matteüs 6:9-13 door Jezus aan zijn apostelen onderricht. Het slotwoord luidt als volgt: “Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.”

De christenen herhalen deze smeekbede veelvuldig in hun gebeden tot aan vandaag de dag. Denkende dat deze afkomstig is van Jezus. Het schrikwekkende echter is, dat dit slotwoord niet terug te vinden is in de oudste manuscripten waarop gebaseerd wordt. Naar dit feit wordt ook in ‘The New American Standard Bible’ verwezen in een voetnoot met de volgende woorden: “This clause not found in early mss.” (deze passage niet gevonden in eerdere manuscripten). In het licht van het voorgaande zien wij dan ook, dat in vele Bijbelvertalingen dit slotwoord tussen haakjes is geplaatst of zelfs weggelaten is, zoals in De Nieuwe Bijbelvertaling.

Welnu, tegen degenen die beweren dat dit slotwoord authentiek is, zeggen wij: “Wat is jullie weerwoord op deze voetnoot?” Als deze authentiek zou zijn, waarom is hij dan niet terug te vinden in de vroegere manuscripten? U dient uw verantwoordelijkheid te nemen tegenover de miljoenen mensen die zijn komen te overlijden en deze smeekbeden dagelijks plachten te herhalen, denkend dat deze afkomstig was van de Messias.

Het derde voorbeeld:

In Marcus 10:21 lezen wij volgens de Statenvertaling (editie 1977) het volgende:

“En Jezus, hem aanziende, beminde hem, en zeide tot hem: Een ding ontbreekt u; ga heen, verkoop alles, wat gij hebt, en geef het de armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, neem het kruis op, en volg Mij.”

Het zinsdeel ‘neem het kruis op, en volg Mij.’ is in de verste verte niet terug te vinden in De Nieuwe Bijbelvertaling, De NBG-vertaling (1951), De Willibrordvertaling (herziene editie 1995) en de Groot Nieuws Bijbel (herziene editie 1996).

Als deze woorden authentiek zouden zijn, hoe kan men het dan toestaan om deze woorden achterwege te laten?

Het vierde voorbeeld:

In Matteüs 5:44 vinden wij volgens de Statenvertaling (editie 1977) de volgende tekst:

“Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel aan hen, die u haten; en bidt voor hen, die u geweld doen, en die u vervolgen.”

Dit vers heeft in vele Bijbelvertalingen een verandering ondergaan. In de Groot Nieuws Bijbel (herziene editie 1996) bijvoorbeeld is deze passage er als volgt uit komen te zien:

“Maar ik zeg u: heb uw vijanden lief en bid voor wie u vervolgen.”

Wat stond er nou daadwerkelijk in de manuscripten?

Het vijfde voorbeeld:

In Matteüs 9:13 vinden wij volgens de Statenvertaling (editie 1977) de volgende tekst:

“Doch gaat heen en leert, wat het is: Ik wil barmhartigheid, en niet offerande; want Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.”

De woorden ‘tot bekering’ zijn slechts terug te vinden in de Statenvertaling. De overige Bijbelvertalingen hebben deze zinsnede niet vermeld. Een duidelijk voorbeeld van het feit dat de manuscripten van elkaar afwijken.

Het zesde voorbeeld:

Op grond van de Statenvertaling lezen wij in Matteüs 20:16 het volgende:

“Alzo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten; want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.”

De zinsnede ‘want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren’ is slechts aan te treffen in de Statenvertaling. De overige Bijbelvertalingen hebben deze zinsnede echter niet opgenomen.

Het zevende voorbeeld:

In Matteüs 19:17 lezen wij volgens de Statenvertaling het volgende:

“En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Eén, namelijk God. Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden.”

De ophelderende woorden ‘namelijk God’ lezen wij niet terug in de overige Bijbelvertalingen, wij vragen ons dan ook af: “Wat stond er daadwerkelijk in de manuscripten?”

Het achtste voorbeeld:

Wij lezen op grond van de Statenvertaling in Marcus 19:17 de volgende tekst:

“En zo wie u niet zullen ontvangen, noch u horen, vertrekkende van daar, schudt het stof af, dat onder aan uw voeten is, hun tot een getuigenis. Voorwaar zeg Ik u: Het zal Sódom en Gomórra verdragelijker zijn in den dag des oordeels dan dezelve stad.”

De zinsdeel ‘Voorwaar zeg Ik u: Het zal Sódom en Gomórra verdragelijker zijn in den dag des oordeels dan dezelve stad’ komen we in de overige Bijbelvertalingen niet tegen. De vraag die zichzelf doet oprijzen is: “Is dit nu Gods openbaring of juist niet?”

Het negende voorbeeld:

In de Statenvertaling lezen wij in Marcus 7:8 het volgende:

“Want, nalatende het gebod Gods, houdt gij de inzettingen der mensen, als namelijk wassingen der kannen en drinkbekers; en andere dergelijke dingen doet gij vele.”

Wederom hebben de overige Bijbelvertalingen de zinsdeel ‘als namelijk wassingen der kannen en drinkbekers; en andere dergelijke dingen doet gij vele’ niet opgenomen. Op basis van welke gronden en criteria worden complete zinnen weggelaten of toegevoegd?

Het tiende voorbeeld:

In Marcus 10:24 lezen wij volgens de Statenvertaling het volgende:

“En de discipelen werden verbaasd over deze Zijn woorden. Maar Jezus, wederom antwoordende, zeide tot hen: Kinderen! Hoe zwaar is het, dat degenen, die op het goed hun betrouwen zetten, in het Koninkrijk Gods ingaan!”

Buiten de Statenvertaling heeft geen Bijbelvertaling deze zinsnede aangehaald, omdat zij deze simpelweg niet terug konden vinden in de manuscripten.

17:29 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.