31-12-09

Het vieren van Kerst en Nieuwjaar


Het vieren van Kerst en Nieuwjaar

Met dank aan Projectgroep Moslims In Dialoog, djazaakoem Allaahoe khayran.
Wie zoals wij in een land als (Nederland) of(Belgie) wonen, wordt er regelmatig mee geconfronteerd: feestdagen, vieringen en tradities van de niet-moslims. Zaken die niet tot de Islaam behoren, maar die o zo gemakkelijk het leven van de moslims binnensluipen. De Islaam, als een manier van leven, biedt ons richtlijnen hoe we met deze vieringen om moeten gaan.
Als moslims zijn we gezegend met de beste Leiding, de Leiding van Allaah (soebhanahoe wa ta'ala). De weg die we volgen, is de weg die Allaah voor ons gekozen heeft. Dit geeft ons trots en waardigheid, die niemand anders kan claimen: “En alle ´izza (eer, macht, glorie) behoort aan Allaah en aan Zijn boodschapper en aan de gelovigen…” (63:8)
Dus als we de Weg bewandelen die Allaah en Zijn profeet (vrede en zegeningen zij met hem) ons hebben aangewezen, dan doen we dingen die eervol en waardig zijn en die ons eervol en waardig maken. Volgen we andere wegen, dan volgen we iets wat minderwaardig is aan de Weg van Allaah, dus iets wat ons niet die eer en waardigheid schenkt.
De niet-moslims zijn misleid, hun wegen zijn gebaseerd op verkeerde, afwijkende visies op de samenleving, het universum en hun eigen bestaan. Dit weerspiegelt zich vaak in hun daden. Waarom zou iemand dit dus willen imiteren? En toch is dit wat sommige moslims doen! Ze imiteren daden die tegen alle logica en intelligentie in gaan. De profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei hierover: “Jullie (moslims) zullen de volkeren die jullie voorgingen precies volgen; zelfs als ze het hol van een hagedis binnengaan, gaan jullie ze achterna.” (Overgeleverd door al-Buchari en Muslim.)
We kunnen wel zeggen dat de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) met deze opmerking de spijker precies op zijn kop sloeg. Want wat is er onzinniger dan het hol van een hagedis in te lopen? Welke persoon die zijn verstand gebruikt, volgt een ander in zo iets onzinnigs? En toch is dat precies wat er gebeurd. Kijk naar de manieren van de niet-moslims om ons heen en gebruik je verstand om ze te beoordelen. Wat is het nut ervan om een klein kind op te zadelen met een leugen om het vervolgens bang te maken? Wat is het nut om iemand een baard op te plakken en een ander zwart te verven en zich mallotig te laten gedragen? Wat zegt de Islaam hierover? Liegen mag niet, ook niet “voor de grap”. Kinderen zich goed laten gedragen onder voorwendsel van een leugen – anders verdwijnen ze in de zak naar Spanje – mag niet. En dat het malle, domme knechtje per definitie zwart moet zijn, is ronduit racistisch. En hier willen we dan aan meedoen? We vertellen onze kinderen over de alleswetende sinterklaas, die zelfs in Spanje nog weet wat ze allemaal voor stouts hebben gedaan. En een paar jaar later zeggen we dat het allemaal niet waar is. Nog weer later vertellen we ze over Allaah (soebhanahoe wa ta'ala), Degene Die altijd alles van je ziet en van je weet. En wat denken kinderen dan: nog een grapje van papa en mama om me lief te laten zijn?
De niet-moslims zijn misleid, zoals duidelijk uit deze tradities blijkt, en wie wil misleiding volgen, na eerst geleid te zijn?
De profeet Muhammed (vrede en zegeningen zij met hem) zag eens dat de Ansaar een bepaalde dag vierden. Hij vroeg hen ernaar en kreeg te horen: “Dit is één van de twee dagen waarop we feest vierden in de tijd van djahiliyyah (de tijd van onwetendheid; voordat ze moslim waren) en daar zijn we mee doorgegaan.” Hij antwoordde: “Nee! Allaah heeft jullie twee betere dagen ervoor in de plaats gegeven: de dag van al-Fitr en de dag van al-Adhhaa.” (Ahmed, an-Nasaa-ie e.a., authentiek.)
Naast deze twee dagen hebben we ook nog de vrijdag – al-joemoe´a – als dag van ´ied (feest). De profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei: “Dit is een dag die Allaah bepaald heeft als een ´ied voor de moslims.” (Authentiek.)
Uit deze twee ahadieth leiden we af, dat de moslims drie feesten kennen met vaste data: een wekelijkse ´ied elke vrijdag, en twee jaarlijkse feesten, al-Fitr en al-Adhhaa. (Daarnaast kennen we nog de ´aqiqah en de walima, resp. het geboortefeest en het trouwfeest.) Ook is duidelijk, dat dit feesten zijn die Allaah (soebhanahoe wa ta'ala) ons geschonken heeft, zoals de teksten luiden.
Het is duidelijk, dat de islamitische feestdagen religieuze gebeurtenissen zijn, rijk aan inhoud en een manier om dichter tot Allaah (soebhanahoe wa ta'ala) te komen en om Zijn tevredenheid te verdienen.
Het verschijnsel van moslims die te maken hebben met de cultuur van niet-moslims en hun feesten is niet nieuw. De eerste generatie moslims waren ook bekend met het feit dat de niet-moslims hun eigen feesten hebben, en zij hadden een sterke mening hierover, o.a.:
´Abdoellah ibn ´Omar (moge Allaah tevreden met hem zijn) verklaarde: “Wie in het land van vreemdelingen verblijft en met hen hun feesten viert, en zich gedraagt zoals zij zich gedragen tot zijn dood, zal te midden van hen opgewekt worden op de Dag der Opstanding.” (Al-Baihaqi, authentiek.)
En de emir ´Omar ibn al-Khattab (moge Allaah tevreden met hem zijn) zei hierover: “…En ga niet de gebedsgebouwen van de polytheïsten binnen op hun feestdagen, want Allaah´s Toorn daalt op hen neer.” (Al-Baihaqi, authentiek.)
Wat houdt het vermijden van niet-islamitische feesten in de praktijk in?
1. Wegblijven van hun vieringen, dus het vermijden van plaatsen waar ze hun feestelijkheden houden en het vermijden dat je in hun feestelijkheden terecht komt, zoals bijvoorbeeld kerstmis en Nieuwjaarsborrels, verjaardagsfeesten, st. maarten, sinterklaas, 1 aprilgrappen, allerlei jubilea, etc.
2. Vermijden om zelf zaken te doen, die te maken hebben met deze vieringen van de niet-moslims, zoals het in huis halen van een kerstboom, je kinderen mee laten doen met st. maarten of sinterklaas, verjaardagen vieren in je familiekring, vuurwerk afsteken op nieuwjaarsdag etc.
3. Vermijden om de niet-moslims te feliciteren met hun vieringen. Hoe kunnen we ze feliciteren met het feit dat ze ongehoorzaam zijn aan Allaah (soebhanahoe wa ta'ala)? Uitingen zoals prettige verjaardag, gelukkige feestdagen, gelukkig Nieuwjaar, zijn ongepast. Het enige geluk is immers te vinden in imaan, waar geloof! Een moslim mag dus iemand niet feliciteren met het begaan van zonden en ongehoorzaamheid aan Allaah (soebhanahoe wa ta'ala)!
4. We moeten ook niet van onze eigen feesten imitaties maken van de feesten van de niet-moslims, dus dezelfde dingen doen die zij doen met hun feesten. Sowieso zullen veel van deze zaken verboden zijn.
Om onze identiteit en waardigheid te bewaren en om Allaah´s liefde en acceptatie te verdienen (en dit betekent vrede en geluk in dit leven en het uiteindelijke slagen in het Hiernamaals), laten we ons houden aan wat Allaah (soebhanahoe wa ta'ala) genoegen doet. Hij heeft ons dit laten weten in Zijn Boek en middels Zijn boodschapper. En bedenk dat feesten en vieringen hierop geen uitzondering vormen.
Nu begrijpen we allemaal dat het moeilijk kan zijn om gewoonten waar we mee zijn opgegroeid, te laten. Juist de feesten zijn dingen waar we vaak goede herinneringen aan hebben, gelegenheden waarbij we saamhorigheid ervaren hebben met onze familie (als deze geen moslim zijn). Het kan dan ook moeilijk zijn om te breken met deze tradities. Maar insha'Allaah, hoe meer kennis we op doen over de Islaam, hoe dieper we de Islaam betreden, hoe groter ook onze weerstand zal zijn om dingen te doen waarvan we weten dat Allaah er niet van houdt.
Tot slot willen we een vergelijking aanhalen die Allaah (soebhanahoe wa ta'ala) in de Qur´an heeft genoemd. We hebben het hier over de verschillen die er zijn tussen ons en de niet-moslims op het gebied van feesten. En sommigen verkeren in twijfel over of er nu werkelijk dergelijke verschillen moeten bestaan, of het kwaad kan deze verschillen kleiner te maken door dingen van de ander over te nemen, door je wat aan te passen. Daarom is het goed te bedenken waar deze verschillen eigenlijk uit voortkomen. Allaah (soebhanahoe wa ta'ala) zegt in de Qur´aan: “Zie jij niet hoe Allaah een vergelijking maakt met een goede uitspraak, die als een goede boom is, waarvan de wortel stevig staat en de takken naar de hemel reiken? Hij geeft zijn vruchten in elk seizoen, met verlof van zijn Heer. Allaah maakt de vergelijkingen voor de mensen. Hopelijk zullen zij er lering uit trekken.” (14:24-25)

“De goede uitspraak”, alkalima-t-tayiba, die Allaah (soebhanahoe wa ta'ala) hier noemt, is de uitspraak van laa ilaaha ilallaah, niets of niemand is het waard aanbeden te worden behalve Allaah, de uitspraak waar wij als moslims in geloven en naar handelen. Het geloof hierin is als een stevige wortel, een stevig fundament. Deze uitspraak moeten we in daden omzetten, deze daden zullen als takken zijn die tot de hemel reiken en vruchten die in elk seizoen groeien. Zo beschrijft Allaah (soebhanahoe wa ta'ala) de gelovige. De Qur´aan gaat verder: “En de vergelijking met een slechte uitspraak is als die met een slechte boom, die ontworteld op de aarde staat en die geen stevigheid heeft.” (14:26)
De slechte uitspraak hier, is de uitspraak van koefr (ongeloof). De niet-moslim mist het fundament van laa ilaaha ilallaah in zijn leven, is daarom als een boom die ontworteld is. Wat voor vruchten kan een dergelijke boom voortbrengen?
Passen we dit toe op het onderwerp van feesten, dan zijn de feesten die Allaah (soebhanahoe wa ta'ala) ons geschonken heeft, de feesten die wij vieren vanuit ons geloof in “laa ilaaha ilallaah”, gelegenheden die “vruchten “ voortbrengen, vruchten van hasanaat. Kunnen we dat ook zeggen van de feesten die gebaseerd zijn op het geloof van koefr?
Laten we Allaah (soebhanahoe wa ta'ala) dankbaar zijn dat Hij ons op Zijn Pad heeft geleid, ons het fundament van het geloof heeft geschonken en ons de Qur´aan en het voorbeeld van de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) heeft geschonken, voor alle zaken in ons leven, inclusief onze feesten.

12:14 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

23-12-09

vasten op 3Ashoora/27 december - heel waardevol‏


Het is bijna weer zover. De kans om met de Wil van Allaah subhanahu wa ta3ala de zonden van het vorige jaar te laten vergeven is nabij insha'Allah. We hebben recent nog de dag van 3Arafah gehad, de dag vóór 3Ied-ul Adhaa. Moge Allaah subhanahu wa ta3ala het van degenen die op deze dag hebben gevast accepteren, Allaahumma Aamien.

Eenieder die deze kans hebben gemist, krijgen nu dus weer een kans, insha'Allaah. En dat is op de dag, genaamd 3Aashuraa. Dit is op de tiende dag van de eerste maand van het islamitische jaar, Muharram. Ook is het aanbevolen de dag ervoor, de negende, te vasten of anders de dag erna, de elfde. We zitten nu in de maand Muharram, alhamdulillaah. Dit betekent dus, dat 3Aashuraa nadert. In het onderstaande artikel kunnen jullie meer lezen over deze bijzondere dag.

__________

Het vasten op de dag van 3Aashuraa geldt voor het uit laten wissen van de zonden van het vorige jaar, omdat de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) heeft gezegd: 'Voor het vasten van de dag van 3Arafah hoop ik dat Allaah de zonden vergeeft van het jaar daarvoor en het jaar daarna en voor het vasten van de dag 3Aashuraa hoop ik dat Allaah de zonden van het jaar daarna vergeeft.' (Overgeleverd door Muslim, 1162) Dit is door de Vrijgevigheid die Allaah ons verleent, waarbij het vasten van een dag goed is voor het laten uitwissen van een heel jaar. En Allaah is de Bezitter van de grote Vrijgevigheid.

De Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) was er erg op gesteld om er zeker van te zijn dat hij op de dag van 3Aashuraa had gevast vanwege zijn grote status. Het is overgeleverd van Ibn 3Abbaas (moge Allaah tevreden met hem zijn) dat hij zei: 'Ik zag de Profeet nooit zo ijverig om er zeker van te zijn dat hij een bepaalde dag had gevast en dat hij die prefereerde over een andere, behalve deze dag, de dag van 3Aashuraa en deze maand - bedoelende Ramadaan.' (Overgeleverd door Al-Bukhaari, 1867) Wat er wordt bedoeld met ijverig, is ervoor zorgen dat je de grote beloning verdient.

Met betrekking tot de reden waarom de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) op de dag van 3Aashuraa vastte en mensen aanspoorde om dat ook te doen is er overgeleverd door Al-Boekhaari (1865) op gezag van Ibn 3Abbaas (moge Allaah tevreden met hem zijn), dat hij zei: 'De Profeet kwam naar Madinah en zag de joden vasten op de dag van 3Aashuraa. Hij zei: 'Wat is dit?' Zij zeiden: 'Dit is een goede dag, dit is de dag dat Allaah de Kinderen van Israël van hun vijand heeft gered en Musaa vastte op deze dag.' Hij zei: 'Wij zijn dichter bij Musaa dan jullie.' Dus vastte hij op deze dag en spoorde hij de mensen aan om te vasten.' De woorden 'dit is een goede dag' staan in de verzameling van Muslim vermeld als 'dit is een grote dag, wanneer Allaah, Mussa en zijn volk redde en de Pharao en zijn volk liet verdrinken.' De woorden 'en Musaa vastte op deze dag' worden in de verzameling van Muslim aangevuld door de woorden 'als dank aan Allaah, dus vasten wij op deze dag.'

Het laten uitwissen van de zonden dat wordt verkregen door het vasten van de dag van 3Aashuraa verwijst naar de kleine zonden. Wat betreft de grote zonden, hier is specifiek berouw voor nodig. Imaam An-Nawawi (moge Allaah tevreden met hem zijn) zei: 'Het vasten van de dag van 3Arafah geldt als boetedoening voor alle kleine zonden. Met andere woorden: Het geldt voor het laten uitwissen van alle zonden, behalve de grote.' Dan zei hij: 'Het vasten van de dag van 3Arafah geldt als boetedoening voor twee jaar en het vasten van de dag van 3Aashuraa geldt als boetedoening voor een jaar en als een persoon zijn "aamien" samen valt met de "aamien" van de engelen (in het gebed), zijn voorgaande zonden zullen hem vergeven worden... Elk van de genoemde dingen kan gelden als boetedoening. Als hij iets doet wat geldt als boetedoening voor zijn kleine zonden, dan zal hij daarvoor vergeven worden en als er geen kleine of grote zonden zijn, zal het voor hem als goede daad zijn en zal hij daardoor in status stijgen... Als er een of meerdere grote zonden zijn en geen kleine zonden, hopen we dat het zijn grote zonden zal verminderen.' (Al-Majmu' Sharhoel-Muhaddhab, deel 6) Shaykhu- l-Islaam Ibnu Taymiyyah (moge Allaah tevreden met hem zijn) zei: 'De boetedoening van de rituele wassing, het gebed, het vasten van Ramadaan, 3Arafah, 3Aashuraa heeft betrekking op alleen de kleine zonden.' (Al-Fataawa-l- kubraa, deel 5)

DUS: Zondag (10 Muharram/27 december) niet vergeten te vasten. En vast daarbij ook de dag ervoor (9 Muharram/26December) of de dag erna (11 Muharram/28December). Moge Allaah het van jullie accepteren!

P.S. Vergeet niet deze e-mail door te sturen naar andere moslims, opdat jullie ook de beloning van degenen die door jullie aansporing deze dag(en) gaan vasten, zullen krijgen, zonder dat hun beloning vermindert wordt. We vragen aan Allaah die ons heeft gezegend met de Islaam, om ons te zegenen met leiding, Godvrezendheid en aanvaarding van onze goede daden.

Er is geen God behalve Allaah, Hij alleen, Hij heeft geen deelgenoten.
Aan Hem behoort het Koningschap, alle Lof is aan Hem en Hij is tot alles in staat.

11:40 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-12-09

Joodse vrouw bekeert zich tot de Islam

Op 19 november 2009 schreef de Spaanse krant ‘Elmundo’ het volgende verhaal:

 
Een 19-jarig Joods meisje in de stad Karmail, ten noorden van Israel, heeft de Islam omarmd en besloten heeft de hoofddoek te dragen. De krant citeert de woorden van het meisje: “Datgene wat ik heb gedaan, zal ongetwijfeld een hoop pijn en woede teweegbrengen bij de joden.” Zij gaat verder met haar verhaal en zegt:
 
“Ik ben als Joodse geboren en mijn voorouders zijn vermoord gedurende de Holocaust. Velen zien mij nu als een ‘bedriegster’ en denken dat ik vast en zeker bezeten ben. Anderen vragen zich weer af hoe ik dit heb kunnen doen en afstand heb kunnen nemen van het Jodendom. En of ik niet ben vergeten wat mijn voorouders hebben meegemaakt?”
 
De krant wees erop dat zij nu de Islamitische Voorschriften in acht neemt en volledig afstand heeft genomen van het Jodendom. Zo loopt zij nu gesluierd rond en leest zij veelvuldig de Koran. Haar bekering is een ramp voor haar familie. Haar vader is rechts-extreem en zijn gedachtegoed staat haaks op dat van de Arabieren. Ook heeft zij het volgende te kennen gegeven:
 
“Vanaf mijn dertiende levensjaar begon ik aandacht te schenken aan de Koran. Ik had vele vragen waar ik een antwoord op wilde, maar waar ik binnen mijn geloof geen antwoord op kon krijgen. Nadat ik voor het eerst de moskee binnentrad, trof ik een innerlijke rust en schoonheid. Ik kreeg op al mijn vragen een antwoord binnen de Islam.”
 
Verder zegt zij: “De frustratie sloeg bij mijn ouders toe, wat ik wel enigszins kon begrijpen. Zij hadden het gevoel dat ik hun geloof had bedrogen. Desondanks neem ik geen afstand van mijn ouders. Zij dienen zich aan te passen aan mijn nieuwe situatie en mij te begrijpen.”
 
Zij heeft geprobeerd om haar moeder de Islam binnen te leiden, maar zij weigerde.
 
Campagne die de joden voeren om de acceptatie van de Islam tegen te gaan
 
Een zionistische krant vertelde dat Israel haar uiterste best doet om Joodse jongeren, die buiten Israel wonen, te adviseren om niet te trouwen met niet-Joodse meisjes. De krant voegt hieraan toe: “Sommige Israëlische elites hebben scherpe kritiek geuit op deze campagne die de regering voert. Volgens hen is dit een vorm van racisme.”
 
Vele joden verlaten hun geloof
 
Het Joodse agentschap was verantwoordelijk voor de situatie van de Joden in het buitenland. Vijftig procent van de Joodse jongeren hebben afstand genomen van hun geloof na het huwen met een niet-joodse. Daarnaast hebben nieuwsbronnen verwezen naar het feit dat honderden joden in Israel de Islam hebben omarmd. De krant “Ma’ariv” heeft te kennen gegeven dat honderden joden in Israël naar het Ministerie van Justitie zijn gegaan om hun godsdienst te verlaten en zich te bekeren tot de Islam. Daarnaast beschikt de krant over feiten en cijfers die erop wijzen dat honderden Joden moslim zijn geworden. Dit is een veelvoorkomend fenomeen in de afgelopen vijf jaar.
Islammemo.cc

22:12 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-12-09

Mohammed(vzmh) in de bijbel

Alle lof zij Allah en vrede en zegeningen zij met de Profeet Mohammed.

Voorts,

Het is algemeen bekend dat Allah Aadam deed neerdalen naar de aarde om hem en zijn nakomelingen op de proef te stellen wat betreft aanbidding en gehoorzaamheid. Dit ter voltooiing van het volgende vers:

“En Ik heb de Djinn en de mens slechts geschapen om Mij te aanbidden.”

(Soerat adh-Dhariyyaat: 56) Degenen die zich aan de voorschriften van Allah weten te houden, zullen in aanmerking komen voor verlossing en redding. En degenen die er voor kiezen om de Satan te aanbidden, zullen van het rechte Pad afdwalen en vernietigd raken. Allah zegt namelijk:

“Wij zeiden: ,,Daalt allen neer van haar (het Paradijs). En, indien er leiding van Mij tot jullie komt, zullen zij, die Mijn leiding volgen, vrees noch droefheid kennen. En degenen die niet geloven en Onze tekenen verloochenen, zullen de bewoners van het Vuur zijn; zij zullen daarin verblijven.”

(Soerat al-Baqarah: 38-39) De mensen hebben tien eeuwenlang Allah alleen aanbeden - Dit vanaf de tijd van Aadam tot aan de tijd van Noeh (vrede zij met hen beiden) – Daarna begon veelgodendom zich onder de mensen te verspreiden als gevolg van de verering van een aantal overleden rechtschapen mensen. Hun dood heeft er toe geleid dat de mensen van hun tijd onder aanvoering van de Satan beelden van hen zijn gaan maken en beelddiensten zijn gaan houden. En na dit incident openbaarde Allah aan Noeh om de mensen at-Tawhied (eenheid van Allah) in herinnering te gaan brengen. Een missie die negenhonderd en vijftig jaar zou gaan duren. Allah zegt:

“Voorwaar, Wij zonden Noeh tot zijn volk, en hij verbleef onder hen duizend jaar op vijftig jaar na. Vervolgens werden zij door de zondvloed ondergelopen terwijl zij onrechtvaardig waren.”

(Soerat al-cAnkaboet: 14) En het was uiteindelijk slechts een klein groepje dat zijn vertrouwen stelde in Noeh en hem heeft gevolgd. Hierop richtte Noeh zich smekend ten hemel en zei:

“Noeh zeide: ,,Mijn Heer, zij gehoorzamen mij niet, en volgen iemand wiens bezit en kinderen slechts tot zijn ondergang hebben bijgedragen. En zij hebben een vreselijk plan gesmeed. En zeggen tegen elkander: ,,Verlaat uw goden nooit. Verlaat noch Wodd, noch Sowa, noch Jaghoes en Jacoeq en Nasr. En zij hebben velen doen dwalen, en doet de onrechtplegers slechts in dwaling toenemen." Daarom werden zij vanwege hun zonden verdronken en in het Vuur gedreven. En zij konden buiten Allah om geen helpers vinden. En Noeh had gezegd: "Mijn Heer, laat in het land geen huis van de ongelovigen achterblijven; Want als U hen achterlaat zullen zij Uw dienaren op een dwaalspoor zetten en zij zullen niets dan een verdorven en ondankbaar nageslacht voortbrengen.”

(Soerat Noeh: 21-27) Na de tijd van Noeh, leefden de mensen voor enige tijd nog volgens de richtlijnen van at-Tawhied, maar daarna belandden zij opnieuw in een spinnenweb van Shirk. Dus er volgde een reeks van profeten die steeds belast werd met de opdracht om de mensen weer terug te leiden naar Het Pad van Allah. En één van die profeten was Moesa (vrede zij met hem). Hij was één van de meest succesvolle profeten die naar het huis van Israël zijn gezonden. Toch heeft hij enorm geleden onder het verzet, tegenwerking en veel vragen van zijn volk. Allah zegt:

En toen Mozes tot zijn volk zei: "O mijn volk, u heeft uzelf onrecht aangedaan door het kalf te aanvaarden: derhalve keert terug tot Uw Schepper en doodt uw eigen ik, dat is het beste voor u in het oog van uw Schepper". Daarna wendde Hij zich genadig tot u. Voorzeker, Hij is Berouwaanvaardend, Genadevol.En (gedenk) toen Jullie zeiden: ,,O Mozes, wij zullen je niet geloven, totdat wij Allah openlijk mogen aanschouwen", toen trof jullie een donderslag, terwijl jullie toekeken. Toen wekten Wij jullie weer op na jullie dood, opdat jullie dankbaar zouden zijn.”

(Soerat al-Baqarah: 54-56) Nadat Moesa het leven liet, is zijn boek voor een lange tijd als wet blijven gelden onder de kinderen van het huis van Israël. En alle profeten die daarna zijn gekomen verwezen de mensen terug naar de Thora; het boek van Moesa. Dit duurde voort tot aan de komst van cIesa (vrede zij met hem) die met een aantal aanpassingen op de Thora was gekomen. Daarom staat er in de Koran dat cIesa het volgende tegen het nageslacht van Israël zegt:

“(Ik ben tot jullie gekomen) bevestigende voor datgene wat vóór mij was, namelijk, de Torah en om jullie iets, van wat jullie (eerder) verboden was gemaakt toe te staan; en ik ben tot jullie gekomen met een teken van jullie Heer, vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij.”

(Soerat Aali cImraan: 50)

En deze woorden van cIesa worden tevens bevestigd door de teksten in de bijbel. Zo staat in Matteüs 5: 17 vermeld dat cIesa zegt: "Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen."

En met het opvaren van cIesa naar de hemel is dan ook een einde gekomen aan deze tendens van gezonden profeten naar het huis van Israël. Want het was tijd geworden om het profeetschap te overhandigen aan een andere natie. En daarom zegt cIesa in de Bijbel tegen het nageslacht van Israël: "Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, deze is tot een hoeksteen geworden; van de Here is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen? Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt. En wie op deze steen valt, zal verpletterd worden, en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen."

(Mattheüs 21: 42-44) Het was uiteindelijk het Arabische volk dat met deze grote eer mocht opstrijken. Het volk van de laatste profeet Mohammed (vrede zij met hem). En met de woorden "En wie op dezen steen valt zal verpletterd worden, en op wien hij valt, die zal hij vermorzelen" bedoelt cIesa te zeggen dat eenieder die de voortgang van de Boodschap van de Islam zal proberen te beletten, vermorzeld en verpletterd zal worden. En het feit dat de bouwlieden deze steen zullen verwerpen, geeft aan dat het hier om iemand gaat die van weinig betekenis wordt geacht door de kinderen van Israël. En de enige op wie deze woorden van toepassing kunnen zijn is Mohammed, aangezien hij een afstammeling is van Ismaël, de zoon van Haadjar, over wiens nageslacht niet al te serieus wordt gedaan omdat zij slechts een slavin was. Maar Allah besloot deze kleinzoon van Haadjar tot een grote Profeet te maken. De allergrootste wel te verstaan. Allah zegt:

“Mohammed is de Boodschapper van Allah. En zij, die met hem zijn, zijn niet toegevend tegen de ongelovigen en zachtmoedig onder elkander. Jij ziet hen zich buigen en nederwerpen (in gebed), Allah's genade en Zijn welbehagen zoekende - Op hun aangezicht zijn de sporen van het zich ter aarde werpen. Dit is hun beschrijving in de Torah. En hun beschrijving in De bijbel. Als het zaad van koren, dat zijn scheut uitspruit, en die versterkt, waardoor zij dik wordt en op eigen stengel komt te staan, tot vreugde van de zaaiers en woede van de ongelovigen. Allah heeft aan de gelovigen die goede werken doen, vergiffenis en een grote beloning beloofd.”

(Soerat al-Fath: 29)

Ook zegt Allah:

“Zij, die de boodschapper, de ongeletterde profeet volgen, die zij in de Torah en de Bijbel beschreven vinden, Hij die hen het goede opdraagt en het kwade verbiedt, veroorlooft hun de goede dingen en verbiedt hen de slechte dingen en ontheft hen van de last en de boeien die hen bonden. Zij, die in hem geloven en hem eren en ondersteunen en het licht dat met hem is nedergezonden volgen, zullen geheid slagen.”

(Soerat al-Acraaf: 157) Allah stuurde ter afsluiting van alle eerdere profeten een ongeletterde Profeet met een boodschap die zich kenmerkt door soepele en gemakkelijke voorschriften die door iedereen en zonder enige moeite tot uitvoer kunnen worden gebracht. Ook heeft Hij (Allah) zorg gedragen voor het veiligstellen en waarborgen van deze universele boodschap. Want het gaat hier per slot om de laatste boodschap die als bewijs geldt tegen de mensheid. Allah zegt namelijk:

“En Wij zullen niet straffen totdat Wij een boodschapper hebben gezonden.”

(Soerat al-Israa’ : 15)

Ook zegt Allah:

“En jullie Heer zal de steden niet vernietigen, voordat Hij in de hoofdstad een boodschapper heeft verwekt die hun Ons woord verkondigt; noch verwoesten Wij steden tenzij de bewoners er van onrechtvaardig zijn.”

(Soerat al-Qasas: 59) Alle profetieën die spreken over de laatste profeet in de eerdere boeken, kunnen slechts van toepassing zijn op Mohammed (vrede zij met hem). Want de enige persoon die na cIesa bijgestaan werd door de wonderen van Zijn Heer, gehoorzaamd werd door zijn volk, uitnodigde naar de eenheid van Allah en grote zeges kende, was Mohammed (vrede zij met hem). En ook was hij de enige profeet die gezonden was naar de werelden. Zo zegt hij (vrede zij met hem) in een overlevering van al-Boechari en Moeslim: “Voorheen, werd de profeet specifiek naar zijn volk gestuurd, en ik ben (daarentegen) naar de algehele mensheid gestuurd.”

Zelfs Iesa (vrede zij met hem) was slechts belast met het uitdragen van de goddelijke boodschap aan zijn volk alleen. Hij zegt namelijk in Mattheüs 15: 24: “Ik ben alleen tot de verloren schapen van Israëls huis gezonden.”

De goddelijke wijsheid heeft beslist dat Mohammed de zoon van Abdullah met zijn optreden de reeks van profeten zal sluiten. Allah zegt namelijk:

“Mohammed is niet de vader van één van jullie mannen, maar de Boodschapper van Allah en de laatste der profeten.”

(Soerat al-Ahzaab: 40) En natuurlijk zijn er ook teksten in de Bijbel te vinden die deze zaak bevestigen, zo is de volgende tekst te vinden in Genesis 17: 15-21:
“Voorts sprak God tot Abraham: Sarai, uw vrouw, moet gij niet Sarai, maar Sara noemen; Ik zal haar zegenen en geef u ook bij haar een zoon; ja, haar zegenen zal ik, zodat zij tot natiën wordt: koningen van volkeren zullen uit haar voortkomen. Toen viel Abraham op zijn aangezicht en lachte, terwijl hij bij zichzelven zeide: Zal een honderdjarige een zoon krijgen, en Sara, een negentigjarige, een kind ter wereld brengen? En Abraham zeide tot God: Och, mocht Ismael leven voor uw aangezicht! Maar God sprak: Neen, neen. Uw vrouw Sara zal u een zoon baren, dien gij Izaak zult heten; met hem zal ik mijn verbond bevestigen tot een eeuwig verbond voor zijn kroost. Ook wat Ismael aangaat heb ik u verhoord; zie, ik zal hem zegenen, hem vruchtbaar maken en zeer, zeer vermenigvuldigen: twaalf vorsten zal hij verwekken, en ik zal hem tot een groot volk maken. Maar mijn verbond zal ik bevestigen met Izaak, dien Sara u op dezen tijd in het volgend jaar baren zal.”

En natuurlijk zijn er ook teksten in de Bijbel te vinden die deze zaak bevestigen, zo is de volgende tekst te vinden in Genesis 17: 15-21:
“Voorts sprak God tot Abraham: Sarai, uw vrouw, moet gij niet Sarai, maar Sara noemen; Ik zal haar zegenen en geef u ook bij haar een zoon; ja, haar zegenen zal ik, zodat zij tot natiën wordt: koningen van volkeren zullen uit haar voortkomen. Toen viel Abraham op zijn aangezicht en lachte, terwijl hij bij zichzelven zeide: Zal een honderdjarige een zoon krijgen, en Sara, een negentigjarige, een kind ter wereld brengen? En Abraham zeide tot God: Och, mocht Ismael leven voor uw aangezicht! Maar God sprak: Neen, neen. Uw vrouw Sara zal u een zoon baren, dien gij Izaak zult heten; met hem zal ik mijn verbond bevestigen tot een eeuwig verbond voor zijn kroost. Ook wat Ismael aangaat heb ik u verhoord; zie, ik zal hem zegenen, hem vruchtbaar maken en zeer, zeer vermenigvuldigen: twaalf vorsten zal hij verwekken, en ik zal hem tot een groot volk maken. Maar mijn verbond zal ik bevestigen met Izaak."

Deze tekst geeft duidelijk aan dat de gunst van Allah zowel Izaak als Ismaël zal toekomen, en niet alleen Izaak zoals de Joden en de Christenen willen doen geloven. Dit wordt nog eens bevestigd door datgene wat terug te lezen is in Genesis 21: 9: “Daar zag Sara den zoon van Hagar, de Egyptische, dien deze aan Abraham gebaard had, lachend spelen, en zij zeide tot Abraham: Drijf die slavin met haar zoon uit; want de zoon dier slavin mag geen mede-erfgenaam van mijn zoon, van Izaak, zijn. Dit mishaagde (ergeren) Abraham zeer ter wille van zijn zoon (Ismaël); maar God zeide tot Abraham: Het mishagen u niet om den knaap en om uw slavin. Wees Sara ter wille in alles wat zij tot u zegt; want door Izaak zult gij kroost erlangen dat uw naam draagt. Doch ook den zoon der slavin zal ik tot een volk maken, omdat hij uw telg (afstammeling) is.”dien Sara u op dezen tijd in het volgend jaar baren zal.”

Dus hier geeft Allah aan dat beide zoons van Ibraahiem aanspraak zullen maken op het profeetschap. En dat Ismaël uit zal groeien tot een groot volk. En dit werd nog eens benadrukt door de engel die zich aan Haadjar toonde en tegen haar zei:
“En de engel Gods riep tot Hagar uit den hemel en zeide tot haar: Wat deert u, Hagar? Vrees niet; want God heeft den knaap gehoord, zoals zijn naam aanduidt. Sta op, neem den knaap op en houd hem stevig vast; want ik zal hem tot een groot volk maken. Toen opende God haar ogen en zij zag een waterput, ging den zak met water vullen en gaf den knaap te drinken. En God was met den knaap; hij groeide op, vestigde zich in de woestijn en werd een boogschutter. Zo woonde hij in de woestijn Paran.”

(Genesis 21: 17-21) En de enige profeet die er in geslaagd is om verschillende naties in overeenstemming met elkaar te brengen is Mohammed (vrede zij met hem). Voor zijn komst waren de Arabieren elkander vijandig gezind en verwikkeld in onderlinge strijd, ook speelden zij geen grote rol op het gebied van de wereldeconomie, politiek en geschiedenis. Toch wist Mohammed deze mensen onder een vlag te verenigen, namelijk die van de Islam. Later zouden zich ook de andere naties aansluiten bij de gelederen van Mohammed. En hiermee is dan ook de volgende bijbelse profetie uitgekomen: “Met den naam van uw (Abraham) kroost (kind) zullen alle volken der aarde zich zegen toebidden; omdat gij naar mij geluisterd hebt.”

(Genesis 22:18) En het is algemeen bekend dat de profeten die tot het nageslacht van Izaak behoren, zich slechts op de kinderen van het huis van Israël hebben toegespitst. Dus het kan ook niet anders of de voorgenoemd tekst moet op Mohammed van toepassing zijn, die ook een afstammeling is van Ibraahiem. Allah zegt over hem:

“Zeg: ,,O mensen, ik ben als boodschapper van Allah naar jullie allen gezonden.”

(Soerat al-Acraaf: 158) “En Wij hebben u slechts gezonden als een brenger van blijde tijdingen en een waarschuwer voor de gehele mensheid.”

(Soerat Saba’: 28) Natuurlijk zullen sommige mensen dit proberen te ontkrachten door te zeggen dat ook het Christendom door vele naties in de armen is gesloten, maar wij hebben eerder een uitspraak van cIesa in de Bijbel aangehaald waarin duidelijk staat aangegeven dat zijn boodschap slechts gericht was tot de Israëlieten. En voeg daaraan toe dat deze volkeren die hun toetreden tot het Christendom hebben gemaakt, niet de werkelijke boodschap van cIesa verkondigd hebben gekregen, maar een misvormde versie hiervan, namelijk één die vermengd is met veelgodendom en dwaalleer. Dit terwijl de boodschap van Mohammed gevrijwaard is gebleven van polytheïsme en verering van valse goden.

En aangezien wij toch bezig zijn, laten wij van deze gelegenheid gebruik maken om een misverstand uit de wereld te helpen. Volgens het Oude Testament was het Izaak die door zijn vader Abraham op de bergtop opgeofferd zal worden. Er staat namelijk: “Na deze geschiedenissen beproefde God Abraham, en sprak tot hem: Abraham! En hij antwoordde: Hier ben ik. En Hij sprak: Neem uwen enigen zoon, dien gij liefhebt, Isaäk; en ga heen in het land Moría, en offer hem aldaar tot een brandoffer op een berg, dien Ik u zeggen zal.”

(Genesis 22: 1-2) Het is echter zonneklaar dat de naam Ismaël in deze tekst is vervangen door de naam Izaak. Want in diezelfde bijbel staat aangegeven dat Ismaël 14 jaar lang het enige kind was van Abraham, pas daarna is Izaak ter wereld gekomen. In Genesis 16:16 staat namelijk: “Abram was zes en tachtig jaar oud toen Hagar hem Ismael baarde.” En in Genesis 21 : 5 wordt ons het volgende bekend gemaakt: “Abraham was honderd jaar oud toen hem zijn zoon Izaak geboren werd.”

Dus de titel van eerstgeborene en enige zoon komt Ismaël toe en niet Izaak, en het feit dat zijn moeder een slavin was, verandert volgens de Bijbel niets aan deze situatie. “Wanneer iemand twee vrouwen heeft, de ene geliefd en de andere niet geliefd, en zij baren hem zonen, zowel de geliefde als de niet geliefde, en de eerstgeboren zoon is van de niet geliefde,
dan is het hem niet geoorloofd, wanneer hij zijn bezittingen aan zijn zonen toewijst, den zoon der geliefde vrouw het deel des eerstgeborenen te geven, met voorbijgang van den zoon der niet geliefde, die de eerstgeborene is; maar den eerstgeborene, den zoon der niet geliefde vrouw, moet hij erkennen, door hem van alwat hem toebehoort een dubbel deel te geven; want hij is de eersteling zijner sterkte, hem komt het recht der eerstgeboorte toe.”

(Deuteronomium 21 : 15-17) Ook vinden wij in Jesaja 42: 1-4 de volgende tekst die geen ruimte voor twijfel laat over het profeetschap van Mohammed: "Ziedaar mijn dienaar, dien ik steun, mijn uitverkorene, in wien ik welgevallen heb! Ik heb mijn geest op hem gelegd; hij zal den natiën het recht afkondigen. Hij schreeuwt noch verheft zijn stem, hij doet zich op straat niet horen; het geknakte riet breekt hij niet, de kwijnende pit dooft hij niet uit; naar waarheid kondigt hij het recht af. Hij zal niet kwijnen of geknakt worden, totdat hij op aarde het recht vaststelt en verre streken naar zijn wet uitzien."

In eerste instantie wordt hier gesproken over een profeet waarnaar verwezen wordt met de termen "mijn dienaar" en "uitverkoren", daarna wordt er gezegd dat zijn boodschap zich in diens tijd zal uitstrekken over de verschillende naties. En het is algemeen bekend dat cIesa er niet eens in is geslaagd is om zijn wetten af te kondigen aan zijn volk, laat staan aan andere naties. Ook wordt hier gesproken van een wet die deze profeet eigen is, en wij weten dat cIesa in zijn boodschap steeds terug verwees naar de wetten van Moesa. Zo zegt hij in één van zijn laatste adviezen richting zijn volgelingen: "Op den stoel van Mozes zitten de schriftgeleerden en Farizeeën. Doet daarom nauwgezet alwat zij u zeggen; maar doet niet naar hun werken; want zij zeggen het wel maar doen het niet."

(Mattheüs 23: 1-3) Ook valt ons op dat deze profeet niet zal kwijnen, noch overwonnen zal worden en dat hij het leven niet zal verlaten alvorens hij de boodschap heeft voltooid. En dit kan absoluut niet van toepassing zijn op cIesa wiens verkondiging van korte duur was en volgens de Christenen zelfs opgepakt is en door zijn vijanden aan het kruis is geslagen.

Als wij deze tekst van Jesaja verder lezen, komen wij een andere opmerkelijke vinding tegen, namelijk het volgende: "Zingt tot eer van den Heer een nieuw lied, een loflied op hem van het einde der aarde; buldere de zee en haar volheid, de kustlanden en hun bewoners! Dat de woestijn met haar steden zich verblijde, de dorpen waarin Kedar woont! Dat de rotsbewoners jubelen, galmen van den top der bergen!"

(Jesaja 42 : 10-11) En de voorgenoemde Kedar is de kleinzoon van Ismaël, zoals vermeld staat in Genesis 25: 13: "Dit zijn de namen van Ismaels zonen, hun namen naar hun afstamming. Ismaels eerstgeborene was Nebajoth, dan Kedar Adbeel, Mibsam, Misma, Duma, Massa, Hadad, Tema, Itur, Nafis en Kedma.Dat zijn de zonen van Ismael, en dat hun namen in hun dorpen en kampen, twaalf vorsten hunner stammen."

Maar het beste moet nog komen. Want deze tekst van Jesaja geeft duidelijk aan dat de vijanden van deze profeet stenenaanbidders waren, terwijl het volk van cIesa een joodse achtergrond had en dus mensen waren die in de eenheid van god geloofden. Er staat namelijk het volgende: “Dan zal ik blinden leiden op een weg dien zij niet kennen, hen doen treden op hun onbekende paden; de duisternis zal ik voor hen uit in licht verkeren, het hobbelige in een vlakte. Als ik deze dingen zal gedaan hebben en niet halverwege gelaten, dan deinzen achteruit en schamen zich diep wie op beelden vertrouwen en tot gietwerk zeggen: Gij zijt onze goden! Gij, doven, hoort, en gij, blinden, ziet scherp toe!”

(Jesaja 42 : 16-18) Ook merken wij op dat het hier om een krijgsman gaat, en wij weten allemaal dat cIesa geen krijgsman was, terwijl Mohammed daarentegen de nodige veldslagen op zijn naam heeft staan. “Laten zij den Heer ere geven, zijn lof in verre streken verkondigen!
De Heer zal uittrekken als een held, als een krijgsman van strijdlust blaken, den oorlogskreet aanheffen, ja uitschreeuwen, op zijn vijanden losstormen.”

(Jesaja 42 : 12-13) Tevens komen wij in de evangelie van Johannes de volgende woorden van cIesa tegen: “Ik heb u nog veel te zeggen, doch gij kunt het nu niet dragen; maar wanneer deze, de Geest der waarheid, komen zal, zal hij u in alle waarheid leiden; want hij zal van zichzelven niet spreken, maar hetgeen hij horen zal, dat zal hij spreken, en wat toekomende is, dat zal hij u verkondigen.”

(Johannes 16: 12-13) Als wij deze tekst onder de loep nemen, dan zien wij dat de leerlingen van cIesa niet bij machte waren om de boodschap in zijn totaliteit te bevatten en vervolgens aan anderen over te dragen. Want cIesa zegt tegen hen: “Ik heb u nog veel te zeggen, doch gij kunt het nu niet dragen.” Ook blijkt uit andere teksten dat zij nog niet klaar waren voor het dragen van deze grote verantwoordelijkheid, want zo zegt cIesa tegen hen in Johannes 16: 32: “Zie, de ure komt en is gekomen dat gij verstrooid wordt, ieder naar zijn huis, en mij alleen laat. Maar ik ben niet alleen; want de Vader is bij mij.”

Vervolgens verwijst cIesa naar de Profeet die na hem zal komen met de woorden ‘De Geest der waarheid’ en één van zijn belangrijke kenmerken is dat ‘hij zal van zichzelven niet spreken, maar hetgeen hij horen zal, dat zal hij spreken.’ En dit zijn precies de woorden die terug te vinden zijn in de koran en die kenmerkend zijn voor Mohammed:

“En hij spreekt niet uit eigen begeerte. Het is slechts de Openbaring die aan hem wordt geopenbaard.”

(Soerat an-Nadjm: 3-4) Ook is Mohammed met zaken van het ongeziene gekomen die vaak tot in de kleinste details worden beschreven en die door de meeste mensen in de tijd van cIesa niet begrepen zouden worden en dus ook niet te dragen waren zoals cIesa tegen zijn leerlingen zegt. Zaken zoals de eigenschappen van Allah, de beschrijving van de engelen, het paradijs, de hel, de tekenen van het Uur enz.

Daarnaast zegt cIesa in Johannes 15: 26: “Maar wanneer de Trooster komen zal, dien ik u zenden zal van den Vader, de Geest der waarheid, die van den Vader uitgaat, die zal van mij getuigen;”

In de originele Griekse tekst staat i.p.v. Trooster letterlijk het woord ‘Parakleet’. Dit woord heeft een waaier van betekenissen waaronder ook ‘de geprezene’, wat de letterlijke vertaling is van het woord ‘Mohammed’. De christenen menen daarentegen dat dit woord het volgende betekent: 'degene die erbij geroepen wordt', hetgeen ook de betekenis van het latijnse woord 'advocatus' is. En volgens hun kunnen wij het weergeven door: verdediger, pleitbezorger, raadsman, trooster, voorspraak of advocaat. En toch zijn al deze voorgenoemd namen alleen van toepassing op de profeet Mohammed (vrede zij met hem), want zoals in de verschillende overleveringen vermeld staat zal hij als enige profeet in staat zijn om voorspraak voor de mensen op de dag des Oordeels te verrichten. Ook heeft hij de functie van een raadsman vervult door de mensen naar de waarheid te leiden en zal hij als verdediger en pleitbezorger optreden voor de moslims op de Dag des Oordeels.

Daarentegen beweren de Christenen dat het woord ‘Parakleet’ op de heilige geest slaat, maar cIesa spreekt van iemand die voor hem zal getuigen, en die de mensen alles zal leren, en hen zal doen denken aan alles wat cIesa heeft gezegd.l  En deze eigenschappen kunnen niet van toepassing zijn op een abstracte, ongrijpbare entiteit als de heilige geest, maar op iets dat concreet en fysiek aanwezig dient te zijn.

Verder staat in de Bijbel: “Want zo heeft de Heer tot mij gezegd: Ga, zet een wachter uit die meedele, wat hij ziet. Ziet hij ruiters, twee aan twee te paard, op ezels en op kamelen, dan luistere hij scherp; zo scherp hij kan. Daar riep hij: Op 's Heeren wachttoren sta ik altijddoor overdag, op mijn post houd ik alle nachten stand. En zie, daar kwamen ruiters, twee aan twee te paard. Toen hief hij aan en zeide: Gevallen is Babel, gevallen! en al haar godenbeelden zijn tegen den grond verbrijzeld. O mijn vertreden en gedorst volk, wat ik van den Heer der heirscharen, Israels god, heb gehoord, dat heb ik u medegedeeld.”

(Jesaja 21 : 6-10) En het enige leger dat voor de val van Babel (oftewel babylon) heeft gezorgd en die naast paarden en ezels ook kamelen bereed, is het islamitische leger. En dit gebeurde ten tijde van de Khalief cOmar ibn ul-Khattaab die tevens een einde heeft gemaakt aan de godenbeelden van Babel en deze tegen de grond heeft verbrijzeld. En daarom als wij kijken naar de geschiedenis, dan zien wij dat in 1595 v.Chr een einde is gekomen aan de eerste dynastie van Babylon: Hettitische legers onder koning Mursilis I namen Babylon in en verwoestten de stad. In de negende eeuw v.Chr. kwam een einde aan de periode van zwakte en verval, en groeide het rijk opnieuw uit tot een wereldmacht. En in de regeerperiode van Nebukadnezar (606 v.Chr) bereikte Babylon een ongekende bloei. Daarna zouden de Perzen, de Parthen en hun Sassanidische opvolgers de ontwikkeling daarginds gaan bepalen. En in al deze tijd waren stenenbeelden een onderdeel van lokale tradities, Parthische ideeën, en invloeden uit de Grieks-Romeinse wereld, zoals tot uitdrukking wordt gebracht in het beeldhouwwerk van Palmyra, de stad van de koning Zenobia, gelegen in een oase in de Syrische woestijn. Een beslissende omwenteling tenslotte, vond plaats met het oprukken van de moslims in de zevende eeuw. In luttele jaren werd Babylon aan de Islam onderworpen.

Ook valt ons op dat de Bijbel, die te kennen geeft dat Ismaël zich vestigde in de woestijn Paran, ons tevens meedeelt dat de goddelijke openbaring in lichtglans vanuit het gebergte van Paran zal verschijnen. Zo staat er vermeld in Deuteronomium 33: 1-2:
“En dit is de zegen waarmede de godsman Mozes voor zijn dood de Israelieten heeft gezegend. Hij zeide: De Heer is van den Sinai gekomen en voor hen opgegaan van den Seir; hij is in lichtglans verschenen van het gebergte Paran en gekomen van Meriba bij Kades, een brandend vuur aan zijn rechterhand.”


Sinai is de berg waar Moesa zijn openbaring heeft gekregen, Seir ligt naast Jeruzalem waar Jezus natuurlijk werd geboren en Paran is een berg die naast Mekka is gelegen, en iedereen weet natuurlijk dat Mekka de plaats is waar Mohammed (vrede zij met hem) zijn openbaring heeft ontvangen. Ook valt ons op dat deze drie boodschappen in de volgorde zijn genoemd waarin zij elkaar opvolgen. Als eerste is de thora geopenbaard, daarna de bijbel en daarna de Koran.

Als je goed oplet, zegt de bijbel dat de Heer in lichtglans zal verschijnen van het gebergte Paran En met de komst van Mohammed is het licht van Allah dan ook als een stralende zon over de wereld gaan schijnen. En daarom zegt Allah over de profeet Mohammed het volgende:

“O, profeet. Wij hebben u als getuige, drager van blijde tijdingen en waarschuwer gezonden. En als een roeper tot Allah met Zijn Toestemming, en als een stralende zon.”

(Soerat al-Anbiyaa’ : 45-46) Ook wordt Mekkah door verschillende profeten bejubeld in de bijbel. In sommige teksten wordt het zelfs bij naam genoemd. In de Nederlandse versie van de bijbel heb ik dit niet kunnen achterhalen, maar gelukkig hebben wij ook een Engelse versie van de bijbel waar de originele tekst godzijdank bewaard is gebleven. Er staat namelijk: “Blessed [are] they that dwell in thy house: they will be still praising thee. Selah. Blessed [is] the man whose strength [is] in thee; in whose heart [are] the ways [of them]. [Who] passing through the valley of Baca make it a well; the rain also filleth the pools.”

(Psalmen 84 : 4-6, de Engelse Authorised Version)

En Baca is een andere benaming voor Mekkah, Allah, de Verhevene, zegt dan ook in de Koran:

“Voorzeker, het eerste huis dat voor de mensen is geplaatst, is dat te Bekka (Mekka) vol van zegeningen en als richtsnoer voor alle werelden.”

(Soerat Aali cImraan: 96) Ook zien wij in de bijbel dat de Heer tegen Moesa (vrede zij met hem) zegt: “Ik zal hun een profeet, gelijk gij zijt, verwekken uit hunne broeders, en Ik zal mijne woorden in zijnen mond geven, die zal tot hen spreken al wat Ik hem gebieden zal. En wie naar mijne woorden niet horen zal, die hij in mijnen naam zal spreken, van dien zal Ik het eisen.”

(Deuteronomium 18: 18-19) Als God het had gewild dat deze profeet uit het huis van Israël zal voortkomen, dan zou Hij eerder het volgende hebben gezegd: “Ik zal hun een profeet, gelijk gij zijt, verwekken uit hunne midden”. Daarnaast wordt de term 'broeder' in de bijbel gebruikt om te verwijzen naar iemands neef. Zo zegt bijvoorbeeld Moesa vrede zij met hem tegen de Israëlieten: "en geef aan het volk dezen last: Gij gaat het grondgebied uwer broeders, Ezau's zonen, die op den Seir wonen, doortrekken: zij zullen voor u bevreesd zijn; neemt u dan zeer in acht." En Ezau's zonen zijn in werkelijkheid de neven van de kinderen van het huis van Israël.”

(Deuteronomium 2:4)

Ook is aan te merken dat deze verwachte profeet gelijk is aan Moesa, en dit kan alleen van toepassing zijn op de profeet Mohammed, want de overeenkomsten tussen Moesa en Mohammed zijn groot, groter dan de overeenkomsten tussen Moesa en cIesa. Want zowel Moesa als Mohammed zijn met een nieuwe wetgeving gekomen, terwijl cIesa stellig te kennen geeft dat hij niet gekomen is om de wet van Moesa te beëindigen, hij zei namelijk:
“Gij moet niet menen, dat ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden: ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.”

(Mattheüs 5: 17) Ook ontkennen de Christenen ten zeerste dat Moesa gelijk zal zijn aan cIesa, dit omdat Moesa volgens hen slechts een dienaar van Allah is, terwijl cIesa als de zoon van god word beschouwd. Voeg daaraan toe dat de bijbel te kennen geeft dat na Moesa (vrede zij met hem nooit meer een profeet in Israël opgestaan is gelijk aan hem. Er staat namelijk de volgende tekst: “En er stond naderhand geen profeet in Israël op gelijk Mozes, dien de Heer gekend had van aangezicht tot aangezicht.”

(Deuteronomium)

 

 

 

17:13 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-12-09

De Dag der Opstanding

11:02 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |