29-03-10

Al Izz ibn Abd us-Salaam - Sultan van de Geleerden

De Ayyoubitische heerser van Egypte Nadjm ud-Din Ayyoub stond bekend om zijn strenge en ontzagwekkende persoonlijkheid, ondanks het feit dat hij tegelijkertijd heel fatsoenlijk en verlegen was. Er is overgeleverd dat zelfs zijn prinsen uit ontzag niet met hem durfde te praten tenzij hij hen dit vroeg.

 

Tijdens een cEid-vakantie leidde de sultan de officiele feestelijkheden. Hij werd omringd door zijn bewakers en vele beroemdheden, terwijl de prinsen hem voorbijgingen om hem vol ontzag te begroeten. Op deze ontzagwekkende en luisterrijke gelegenheid herinnerde zich Al cIzz ibn cAbd us-Salaam dat er winkels waren die openlijk wijn verkochten in deze Moslimstaat. Vol vertrouwen stapte hij op de sultan af en sprak hem aan: “O Ayyoub! Wat zal je antwoord zijn als Allah jou op de Dag des Oordeels vraagt: “Heb Ik jou niet de soevereiniteit over Egypte gegeven terwijl jij het drinken van bedwelmende middelen toestaat?” De sultan, die verrast werd, vroeg: “Is dit echt waar?” Al cIzz antwoordde: "Ja, die en die winkels verkopen wijn en andere zondige middelen, terwijl u bezig bent met de weelde van uw koninkrijk.” De sultan antwoordde: “Meneer, dit is niet door mijn doen. Deze winkels staan daar sinds de dagen van mijn vader.” Hierop zei Al cIzz: “Ben jij van de mensen waarover Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

 

“Zij zeiden: ,,Waarlijk, wij troffen onze voorvaderen aan op een godsdienst en waarlijk, wij volgen in hun voetsporen.”                (Soerat az-Zoechroef: 23)

 

De sultan bracht onmiddellijk een bevel uit dat de slijterijen gesloten moesten worden.

 

Later vroeg een student van Al cIzz, genaamd al-Baji, hem: “Hoe gaat het met u, meneer?” Hierop antwoordde hij: “Mijn zoon, ik zag hem (de Sultan) in die staat van hoogdravendheid. Waarna ik besloot hem met beide voeten terug op aarde te brengen zodat hij zichzelf niet zou schaden.” Al-Baji vroeg toen: “Meneer, was u niet bang voor hem?” Hij antwoordde: “Bij Allah, mijn zoon ik werd met ontzag gevuld voor Allah, de Almachtige. Het leek in mijn ogen alsof de sultan niet meer dan een kleine kat was.”

 

Wie was deze Al cIzz ibn cAbd us-Salaam die een angstaanjagende en machtige koning van zijn tijd durfde aan te spreken?

 

Al cIzz werd geboren in Damascus in het jaar 577 of 578 (Hidjra) in een arme en onbekende familie. Als jongeman studeerde hij in een opvangplaats voor arme studenten naast de Damascus Moskee. Over zijn ijver en intelligentie zegt hij zelf: “Ik hoefde nooit een studie bij een leraar te beëindigen. Zodra ik halverwege de stof was zou de leraar tegen mij zeggen: “Je hebt het onderwerp onder de knie en hebt mij niet meer nodig en kunt het zelf afronden. Maar ik verliet mijn leraren niet totdat ik helemaal klaar was met dat specifieke onderdeel.”

 

Zijn dorst naar kennis maakte hem ontevreden over de stof die hij voorgeschoteld kreeg door de geleerden uit Damascus. In het jaar 597, toen hij pas twintig jaar was, vertrok hij naar Bagdad om te studeren. Op een leeftijd van zestig jaar, toen Al cIzz reeds een bekende geleerde was, aarzelde hij niet om lessen bij te wonen van Egyptische geleerden.

 

Vanzelfsprekend hield Al cIzz zijn kennis niet alleen voor zichzelf. Hij onderwees in scholen in Damascus en in Cairo waar hij de laatste twintig jaar van zijn leven doorbracht in het verzorgen van lessen en het schrijven van boeken. In Damascus gaf hij religieuze raadpleging, soms in strijd met officiële instanties. Een voorbeeld hiervan was de zienswijze van Al cIzz op de Koran (de Woorden van Allah), die strijdig was met die van sultan Al-Ashraf Moesaa ibn Al-cAadil in Damascus. De sultan gaf de opdracht dat Al cIzz geen religieuze uitspraken meer mocht doen en hij werd onder huisarrest geplaatst. Toen de minister deze boodschap kwam overdragen, reageerde Al cIzz dankbaar voor het feit dat de sultan hem verlicht had van deze moeilijke taak. Nu had hij tijd voor zichzelf en kon zich richten op kennis en het verrichten van daden van aanbidding.

 

Zowel in Syrië als in Egypte bezorgde Al cIzz vrijdagpreken in de grote moskeeën. Het was in de moskee van Damascus dat hij de samenwerking van de sultan met de vijanden van de gelovigen tegen hun eigen broeders afkeurde. En in Damascus trotseerde Al cIzz de autoriteiten door het uitbrengen van een religieuze uitspraak dat de mensen geen wapens aan de kruisvaarders, die de bondgenoten waren van sultan As-Saalih Ismaciel waren, mochten verkopen. Hierdoor haalde hij de woede van de sultan op het hoofd die hem vervolgens gevangen liet nemen.

 

Toen hij vrij werd gelaten in 639 ging Al cIzz naar Egypte waar hij warm werd onthaald door koning Nadjm ud-Din Ayyoub. Hij werd als rechter aangesteld, vervolgens als hoofdrechter en Khatieb (prediker) in de centrale moskee van Egypte. In de hoedanigheid van hoofdrechter van Egypte raakte Al cIzz in conflict met de regerende autoriteiten in de meest gewaagde daden van zijn leven. De eerste daad was de openbare verkoop van de regerende Mamlukse prinsen.

 

Tijdens zijn benoeming als hoofdrechter merkte hij op dat de Mamlukse prinsen (die oorspronkelijk door Sultan Nadjm ud-Din Ayyoub waren gekocht met geld van de openbare schatkamer) transacties aangingen alsof ze vrije mensen waren, terwijl de wet dit niet toestond vanwege het feit dat zij slaven waren. Al cIzz verklaarde deze transacties nietig. Hij wees erop dat zij verkocht moesten worden en dat de opbrengst teruggestopt moest worden in de openbare schatkamer. Dan zouden zij officieel vrij zijn. Alleen dan zouden hun transacties geldig zijn.

 

Het was vanzelfsprekend dat de prinsen in kwestie en de legercommandanten woedend waren en toen de sultan op de hoogte werd gebracht van deze uitspraak van Al cIzz vertelde hij dat de hoofdrechter zijn mond dicht moest houden. Hierop trad Al cIzz af en trof voorbereidingen om het land te verlaten. Maar duizenden mensen uit heel Egypte volgden hem in wat veranderde in een grote opmars. De sultan zag zich gedwongen zijn excuses aan te bieden en Al cIzz terug te benoemen tot hoofdrechter. Al cIzz accepteerde dit onder de voorwaarde dat zijn religieuze uitspraak inzake de Mamlukse prinsen nageleefd zou worden. De sultan ging hiermee akkoord.

 

De Mamlukse prinsen waren daarentegen furieus en probeerden een aanslag te plegen op het leven van Al cIzz. Maar met de Gratie van Allah raakte hun leider vol ontzag toen hij het zwaard hief om Al cIzz te doden. Het was net of hij verlamd raakte bij het zien van de weerloze oude man die hem heldhaftig aankeek. En zijn handlanger, die begon te huilen en vroeg om vergeving. Hierna vond de unieke veiling plaats waarin de regerende Mamlukse prinsen publiekelijk werden verkocht.

 

Voor zijn gedurfde optreden zal Al cIzz, die in 660 stierf, altijd herinnerd worden. Overigens waren dit slechts enkele van de noemenswaardige bijdragen van Al cIzz ibn cAbd us-Salaam aan de geschiedenis van het Islamitische heroïsme.

 

18:22 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.