11-09-07

Het advies van Taawoes bin Kissaan al-Yamanie

Het advies van Taawoes bin Kissaan al-Yamanie


Er werd verhaald dat 'de leider van de gelovigen' (Amier ul-Moe'minien) Hichaam bin Abdul-Malik arriveerde in het Heilige Huis van Allah als een pelgrim. Toen hij eenmaal in al-Haram (de moskee in Mekka, met daarin de welbekende Kabah) was, gaf hij het bevel om een man van de Sahaabah (de metgezellen van de Profeet -vrede zij met hem) bij hem te laten komen. Er werd hem echter verteld dat alle Sahaabah reeds gestorven waren. Hierop zei hij: "Eén van de Tabicien (de leerlingen van de Sahaabah) dan." De Tabici Taawoes al-Yamaanie werd toen bij hem gebracht. Hij kwam bij 'de leider van de gelovigen' binnen, deed zijn schoenen uit en legde die aan de zijkant van zijn vloerkleed. Taawoes groette niet met de benaming 'Amier ul-Moe-eminien', noch sprak hij hem aan met zijn edele roepnaam, maar ging tegenover hem zitten zonder daarvoor toestemming voor te hebben gekregen en zei: "Hoe is het met jou, O Hichaam?" Hichaam bin Abdul-Malik werd zeer woedend op Taawoes, zo erg zelfs dat hij eraan dacht hem te doden. Er werd hem echter verteld dat hij zich in al-Haram bevond en het dus voor hem onmogelijk was om iemand te vermoorden.

Hichaam bin Abdul-Malik zei tegen Taawoes al-Yamaanie: "O Taawoes, wat heeft jou er naartoe geleid om te doen wat je gedaan hebt?" Taawoes antwoordde: "Wat heb ik dan gedaan?" Hij werd hierdoor nog bozer en kwader en zei: "Je hebt jouw schoenen uit gedaan, legde die vervolgens aan de zijkant van mijn vloerkleed en je groette me niet met 'Amier ul-Moe'minien'. Daarnaast sprak je me niet eens aan met mijn edele roepnaam, je ging tegenover mij zitten zonder toestemming en voegde eraan toe: "O Hichaam, hoe is het met jou?"

Taawoes zei: "Wat betreft het feit dat ik mijn schoenen uitdeed en die naast je vloerkleed legde, dit doe ik voor mijn Heer vijf keer per dag en Hij verwijt mij dit niet, noch wordt Hij woedend op mij. Dat ik je niet met 'Amier ul-Moe'minien' groette was vanwege het feit dat niet alle gelovigen tevreden zijn over jouw leiderschap en ik vreesde dat ik daarover zou liegen als ik je 'Amier ul-Moe-minien' noemde. Over wat je zei, dat ik je niet met een edele roepnaam aansprak, dit is omdat Allah, de Verhevene, Zijn profeten bij naam noemde, Hij zei: "O Dawoed, O Yahya, O cIesaa," terwijl Hij Zijn vijanden wel bij hun roepnamen noemde, Hij zei: "Vernietigd zijn de handen van Aboe Lahab en vernietigd is hij." De reden waarom ik tegenover je ging zitten is dat ik de Amier ul-Moe'minien Ali ibn Abi Taalib (moge Allah met hem tevreden zijn) hoorde zeggen: "Als je wilt kijken naar een man die in de Hel zal terechtkomen, kijk dan naar een zittende man met om zich heen staande mensen." Toen droeg Hichaam bin Abdul-Malik Taawoes al-Yamanie op: "Geef mij advies!" Hij zei: "Ik hoorde Amier ul-Moe'minien Ali ibn Abi Taalib (moge Allah tevreden zijn met hem) zeggen: "In de Hel zijn er slangen zo groot als kruiken en schorpioenen zo groot als muilezels. Zij bijten iedere leider die niet rechtvaardig regeert over zijn burgers." Vervolgens stond Taawoes op en ging weg.

08:40 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De profeet Musa(a.s) en Khidr(a.s)

DE PROFEET MUSA (AS) EN KHIDR (AS)


AL HAMDULILLAHI RABBIL `ALAMIEN
AS SALAATU WASSALAAMU `ALA RASULENAA MUHAMMED
WA `ALAA AALIHIE WE SAHBIHIE ADJMA`IEN.


Op een dag hield Musa, Rasoel Allaahu Ta`ala (sas) zo'n preek dat de mensen ervan huilden en hun hart verzachtten. Na het einde van de preek kwam een man naar Musa (as) toe en zei: O Rasoel
Allaahu Ta`ala, Is er iemand op aarde die geleerder is dan jou?.

De man wilde weten wie het meest over de Islaam wist?.

Musa (as) zei: Nee, ik ben de grootste geleerde onder de mensen.

Allaahu Ta`ala berispte Musa (as) omdat hij de absolute kennis niet alleen aan Allaahu Ta`ala had toegekend.

Daarom openbaarde Allaahu Ta`ala aan hem: Ja, een van Onze dienaar is geleerder dan jij.

Deze dienaar van Allaahu Ta`ala heette Khidr (as).

Musa (as) antwoordde: O mijn Rabb, waar is hij?. Ik wil hem graag ontmoeten.

Allaahu Ta`ala zei: Op de plaats waar de beide zeeën samenkomen.

Musa (as) vroeg: O mijn Rabb, geef mij een teken waarop ik deze plaats kan herkennen.

Allaahu Ta`ala zei: Neem een vis, die ingezouten is, in een mand en ga op reis. Op de plaats waar de vis tot leven komt en je hem verliest zul je Onze dienaar, Khidr (as), vinden.

Musa (as) deed precies wat Allaahu Ta`ala hem had bevolen te doen, hij nam een ingezouten vis en deed hem in een mand en ging op reis.

Hij werd begeleid door zijn knecht, Yoescha bin Noen.

Musa (as) zei aan Yoescha bin Noen: Ik zal je verder niet lastig vallen, maar je opdracht is dat je mij moet waarschuwen wanneer deze vis tot leven komt en mij verlaat. Ik zal niet ophouden tot ik de plaats bereik waar de beide zeeën samenkomen, al zou ik jaren lang moeten lopen.

Yoescha zei: Je vraagt inderdaad niet te veel van mij. Yoescha droeg de mand met de vis erin, totdat ze bij een rots aankwamen, waar ze even uitrustten en sliepen.

Terwijl Yoescha in de schaduw van de rots op een natte plek zat en
Musa (as) sliep, glipte de vis levend uit de mand de zee in. Yoescha zei tegen zichzelf: Ik zal hem niet wakker maken.

Maar toen Musa (sa) wakker werd, vergat hij hem te vertellen dat de vis levend was geworden. En dat dit de plek moest zijn waar ze
Khidr (as) zouden ontmoeten.

Toen de vis in het water de zee in dook, stopte Allaahu Ta`ala de
waterstroom aan beide zijde van de weg die door de vis was gemaakt, en op die manier ontstond er een watertunnel.

Ze reisden daarna nog de rest van de dag en de nacht door. De volgende ochtend zei Musa (as) tot zijn knecht: Breng ons ontbijt, want door deze reis zijn we erg moe geworden. Tot voorbij de plek waar de vis tot leven kwam, werd Musa (as) niet moe van de reis.

Yoescha zei: Heb je gezien, wat er gebeurd is, toen wij bij de rots waren. Ik vergat je te zeggen dat de vis tot leven kwam en uit de mand in zee was gesprongen. En niemand anders dan de satan heeft mij hem laten vergeten. Daarna heb ik niet meer aan de vis gedacht.

Ik zag dat de vis zich een weg baande de zee in, het was verbazingwekkend, het leek wel een watertunnel.

Musa (as) zei: Dat was het wat wij zochten!. Toen draaiden zij om en keerden op hun schreden terug.

Zij vonden toen Khidr (as), aan wie Allaahu Ta`ala barmhartigheid had gegeven en aan wie Allaahu Ta`ala kennis onderwezen had, die Allaahu Ta`ala aan niemand anders geleerd had.

Khidr (as) zat op een groen tapijt midden in de zee. Hij was van top tot teen in zijn gewaad gewikkeld.

Musa (as) zei: As salaamu `alaykoem.

Khidr (as) deed zijn gewaad van zijn gezicht en antwoordde verbaasd: Wa alaykumus salaam. Bestaat er zo'n groet in jou land?.
Wie ben je?.

Musa (as) antwoordde: Ik ben Musa.

Khidr (as) zei: Ben jij de Musa van de Zonen van Israël?.

Musa (as) antwoordde: Ja.

Khidr (as) zei: Wat wil je?

Musa (as) wilde zijn kennis uitbreiden daarom zei hij: Mag ik jou volgen zodat jij mij onderwijst in wat Allaahu Ta`ala jou onderwezen heeft?.

Khidr (as) zei: Heb je niet genoeg aan de Tawraat en aan de Goddelijke Openbaring, o Musa?. Je zult het met mij niet kunnen
uithouden. Hoe zul jij het kunnen uithouden bij iets dat jij met je kennis niet kunt omvatten?. Ik heb enig kennis van Allaahu Ta`ala die Hij aan mij heeft geleerd die jij niet weet, terwijl jij enig kennis hebt, die Allaahu Ta`ala jou heeft geleerd die ik niet weet.

Hoe kon Musa (as) geduldig zijn voor iets dat tegen de Islam lijkt te zijn.

Musa (as) antwoordde: Je zult zien dat ik, zo Allaahu Ta`ala wil, geduldig zal zijn en ik zal jou in geen bevel ongehoorzaam zijn.

Hij zei: Als jij mij dan volgt, vraag mij dan niets., zolang ik er zelf niet tot jou over spreek.

Omdat ze geen boot hadden, liepen ze samen langs de kust.
Ondertussen kwam een boot voorbij varen en ze vroegen aan de bemanning of ze aan boord mochten. Doordat de bemanning Khidr (as) herkende, namen ze hen zonder iets voor te vragen aan boord.

Toen ze aan boord waren, kwam een mus aanvliegen. Het stond op de rand van de boot en stak een of tweemaal zijn snavel in zee.

Khidr (as) zei: O, Musa, mijn kennis en jou kennis hebben niets van Allaahu Ta`alas kennis vermindert behalve dan dat hoeveelheid water dat de mus met zijn snavel uit zee heeft genomen.

Toen ze op zee voeren, haalde Khidr (as) een plank uit de boot, zonder dat iemand het bemerkte. Zo ontstond er een gat in de boot, die weer gemakkelijk te maken was.

Musa (as) was erg verbaasd wat Khidr deed en zei op een boze toon:
Deze mensen hebben ons een gratis rit gegeven. Maak jij een gat in hun boot om haar opvarenden te laten verdrinken?. Daar heb je echt iets vreselijks begaan.

Khidr (as) antwoordde: Heb ik niet gezegd dat je het met mij niet zou kunnen uithouden?.

Musa (as) zei: Neem mij niet kwalijk dat ik het vergat en reken het mij niet te zwaar aan.

Ze verlieten de boot. Zo gingen ze lopend verder totdat zij een jongentje tegenkwamen, die met andere kinderen speelde. Khidr (as) nam het jongentje weg bij zijn vriendjes. Hij pakte het hoofd van de jongen vast, draaide met zijn handen zijn nek om en doodde hem ter plekke.

Musa (as) was nog kwader dan hiervoor en zei: Hoe kan je een onschuldig mens doden en niet eens uit vergelding voor het leven van iemand anders?. Daar heb je echt iets verwerpelijks begaan.

Khidr (as) antwoordde: Heb ik niet gezegd dat je het met mij niet zou kunnen uithouden?.

Musa (as) zei: Maar wat je net deed was erger dan het eerste. Als ik hierna nog eens naar iets vraag, dan moet je mij niet verder met je mee laten gaan. Van mij kant heb je al een verontschuldiging gekregen.

Zo gingen zij dan verder totdat zij bij de mensen van een stadje waren. Ze vroegen hun voedsel. Maar zij weigerden hun gastvrijheid te verlenen. Toen vonden ze daar een muur die dreigde in te storten, maar Khidr (as) zette hem overeind.

Musa (as) zei: Hoewel deze mensen ons noch gastvrij behandeld noch gevoed hebben, heb je hun toch geholpen. Als je wilde, had je daarvoor loon kunnen krijgen.

Khidr (as) antwoordde: Dit is dan de scheiding tussen jou en mij. Ik zal je de uitleg mededelen van wat jij niet kon uithouden. Wat het schip betreft, dat was van arme mensen, die op zee werkten en ik wenste het te beschadigen. Hun stond namelijk een koning te wachten die elk schip met geweld nam. Als de koning de beschadigde boot zou zien dan laat hij hen met rust. De arme eigenaar zal haar dan daarna wel repareren.

Wat de jongeman betreft, hij was als een ongelovige geschapen tijdens zijn schepping. Zijn ouders waren gelovige mensen, die erg zorgzaam voor hem waren. En wij vreesden dat hij hen door onbeschaamdheid en ongeloof te zeer zou kwellen. Wij wensten dus dat hun Rabb hun iemand voor hem in de plaats zou geven die zuiverder en vriendelijker zou zijn dan hij.

En wat de muur betreft, die was van twee weesjongens in de stad en er was een schat onder de muur begraven. Deze schat behoorde toe aan hun beide. Hun vader was een rechtschapen man geweest. Jouw Rabb wenste dat zij volgroeid zouden zijn en hun schat te voorschijn halen: het was barmhartigheid van jouw Rabb. Ik deed het niet uit eigen beweging. Dat is de uitleg van wat jij niet kon uithouden.

Uit dit verhaal leren we dat we altijd op zoek moeten zijn naar kennis. We moeten dingen leren die we nog niet kennen, al moeten we hiervoor lange reizen maken. Toen Musa (as) van Allaahu Ta`ala hoorde dat er een dienaar van Allaahu Ta`ala was, die iets wist dat
Musa (as) niet wist, reide hij naar verre landen om dat te leren.

Hoewel Khidr (as) geen profeet was, ging Musa (as) bij hem leren.

Hij zei niet: Ik ben een van de grootste profeten van Allaahu Ta`ala. Ik weet genoeg over de Islam, dus ik hoef niets meer bij te leren.

De leerling moet zijn leraar vertrouwen op wat hij hem leert. Als de leraar zegt dat je fout bent dan moet je dat ook kunnen toegeven. Je moet je verontschuldigen, en hem beloven dat je het niet meer zult doen en dat je in het vervolg naar hem zult luisteren.

We zien dat Allaahu Ta`ala armen, behoeftigen, goede moslims en wezen op een of van der manier beschermt en helpt.

WAL HAMDULILLAHI RABBIL `ALAMIEN

08:37 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Abu ad-Dardaa'(r.a)over de Dunyaa(wereld)

Abu ad-Dardaa' radhiallahu 'anhu over de Dunyaa

Ik heb gekozen om wat wijsheden van Abu-d-Dardaa', radhiallahu 'anhu, met jullie te delen. En dit om twee simpele redenen: Eén is dat hij een wijze vermaner en ascetisch was, bekend om zijn omvangrijke kennis en toewijding, en het andere is dat we in een materialistisch tijdperk leven waarin we de woorden van Abu-d-Dardaa' en zijn gelijken vaak dienen te horen om onszelf van onachtzaamheid te bevrijden en om onszelf te herinneren aan wat echt waardevol is en wat vergaat en als een luchtspiegeling verdwijnt.

Abu Nu'aim leverde over van Abu Haamid ibn Jabla dat al-Qaasim bin Muhammad,
rahimahumullaah, zei: "Abu-d-Dardaa', radiallaahu 'anhu, was één van Allah's
dienaren wiens deugden in de Qor'aan zijn vermeld, en hij was (Qor'aan
28:80)."

Zoals beschreven staat in al-Hilyah, nestelde Abu-d-Dardaa' zich rustig in zijn nis uit continue toewijding, en hij verliet elk belangstelling voor materialisme. Hij was het meest toegewijd aan zijn spirituele leven, en hij was het meest verlangend om zijn Heer te ontmoeten. Toen hij eenmaal vrij was van wereldlijke zorgen, opende de poort van ware begrip zich voor hem.

Abu-d-Dardaa' stond bekend om zijn wijsheid en kennis die als medicijn beschouwd werden voor het zieke hart, en warmte voor de harten van de rechtvaardigen en de peinzende asceten.

In dit deel zal ik inshaa'Allah vier overleveringen van Abu-d-Dardaa'
behandelen, die door Ahmad ibn Hanbal overgeleverd zijn en door Abu Nu'aim
in al-Hilyah verzameld zijn, en die de losmaking van de dunyaa behandelen.

Imaam Ahmad ibn Hanbal, radhiallahu 'anhu, leverde over dat iemand
Abu-d-Dardaa', radhiallahu 'anhu, om advies vroeg. Hij antwoordde: "Gedenk
Allah wanneer je welgesteld bent en Hij zal je gedenken wanneer je in moeilijkheden verkeert, en wanneer je jouw ogen op iets in deze wereld richt, denk dan ook aan hoe het zal eindigen!"
Imaam Ahmad ibn Hanbal, radhiallaahu 'anhu, leverde over dat Abu-d-Dardaa',
radhiallaahu 'anhu, zei: "Het zou niet mijn grootste plezier zijn om een winkel op de drempel van de moskee te openen, al zou het me 300 honderd dinars netto per dag opleveren, of zelfs als het me zou helpen, door er (in de moskee) aanwezig te zijn, om zo niet één gezamenlijk gebed in de moskee te missen. Ik zeg niet dat Allah, de Heer van de majesteit en glorie, handeldrijven niet toegestaan heeft of dat Hij rente niet verboden heeft, ik verlang slechts om onder deze mensen te zijn:

Mensen die noch door handel noch door zaken achteloos worden om God te gedenken, het gebed te houden en de Zakaat te betalen, zij vrezen de Dag waarop harten en ogen zich zullen afwenden (Oor'aan, 24:37)."

Imaam Ahmad ibn Hanbal, radhiallaahu 'anhu, leverde over dat Abu-d-Dardaa',
radhiallaahu 'anhu, eens zei: "Als je slechts zou weten wat je zeker na je dood zult zien, dan zou je nooit meer een enkele hap uit een hevig verlangend eetlust eten, en je zou nooit meer een extra teugje water voor het genoegen van onlesbaar en onverzadigbaar dorst drinken. Hierdoor zul je altijd in de openlucht blijven, verbijsterd en wachtend op het onverwachtse, en je zult nooit meer comfort in een schuilplaats of een schaduw zoeken. Je zult doelloos rondzwerven en de bergtoppen van elke berg beklimmen, je zult opkijken naar de hemelen en jouw Heer om genade smeken, en je zult in je borst bijten en eindeloos huilen, en je zult wensen dat je een kleine plant was- een plant dat beschermd is om te groeien, en vervolgens geplukt wordt om opgegeten te worden door een hongerig persoon die voorbij komt lopen."

Imaam Ahmad ibn Hanbal, radhiallaahu 'anhu, leverde eveneens over dat
Abu-d-Dardaa', radhiallaahu 'anhu, gewoon was te zeggen, "Wee hij, en wat een foltering staat hem te wachten die alleen om het verzamelen van geld in deze wereld geeft! Wee hij die zijn mond stomverbaasd opent en kwijlt op het horen van het geluid van geld, die verbijsterd kijkt, zoals een idioot wanneer hij eraan denkt, die staart naar wat mensen hebben, en niet kijkt naar wat hij zelf heeft; en als hij zou kunnen, dan zou hij zo'n obsessie dag en nacht achtervolgen. Wee hij! Wat een strenge afrekening en een pijnlijke bestraffing staan hem te wachten!"

 

08:18 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-09-07

Tien criteria die bepalen hoe je relatie met Allah (s.w.t.) is

Ben je tevreden over jezelf?

Wat een rare titel he?! Een gesloten vraag die heel wat verbergt! Als ik jullie nou deze vraag persoonlijk stel, wat zal jullie antwoord erop zijn? Of beter gezegd als jullie voor de spiegel staan en jullie vragen jezelf deze vraag, wat zal jullie antwoord erop zijn? Er zullen zowel NEE's als JA's komen, maar als ik nu dezelfde vraag ietsjes anders formuleer: Als je nu dood zou gaan, zou je helemaal tevreden zijn over jezelf en dus zeker van je beloning (het paradijs)??? Nou zullen een hoop mensen hun JA's in NEE's omruilen en er zullen mensen met JA's zijn die niet helemaal weten wat die tevredenheid inhoudt en hoe die bepaald wordt. Je hoort pas tevreden te zijn wanneer je relatie met je Schepper goed is en niet wanneer je gezond en gelukkig bent, want wie is degene die ervoor zorgt dat je gezond en gelukkig blijft?

 

Er zijn volgens geleerden om precies te zijn 10 zaken die bepalen hoe je relatie met Allah is. Het is dus de bedoeling dat je binnen die 10 criteria een voldoende scoort voor elk onderdeel om de vraag: Ben ik tevreden over mezelf? met JA te beantwoorden. Het zijn:

  1. Al-Ikhlaas (Zuivere Intentie)
  2. Al-Imaan (Geloofsovertuiging)
  3. Al-Taa'ah (Gehoorzaamheid)
  4. Al-'ibaadah (Aanbidding)
  5. Al-Dhikr (Het Gedenken van Allah)
  6. Al-da'wah (Het Uitnodigen tot de Islam)
  7. Al-Jihaad (Het strijden)
  8. Al-Taqwah (Godsvruchtigheid)
  9. Al-Ridah (De Genoegdoening)
  10. Al-Tawbah (Berouwtoning)

Inderdaad een zwaar pakket om tegenaan te kijken maar het is uiteindelijk te realiseren, omdat het duidelijke taken kent en vele compensaties en bonussen heeft; het komt immers van de Schepper die ons beter kent dan wij onszelf kennen en die ons nooit iets zou opleggen wat niet binnen ons bereik ligt voorwaar Hij de barmhartige is de Vergevingsgezinde. Elk van die 10 punten spreken letterlijk en figuurlijk boekdelen en hebben de geleerden uitvoerig in vele boeken en lezingen besproken. Uit mijn arme aantekeningskladblokje zal ik elke punt proberen te verhelderen na aanleiding van een gelijknamige lezing die ik beluisterd heb van Sheikh Wagdi Ghoenaim op www.islamway.com, en moge Allah mij vergeven als ik daarin fouten heb gemaakt.

 

1. Al-Ikhlaas (Zuivere intentie)
Naar tien criteria

De definitie hiervoor luidt als volgt: Het uitvoeren van een goede daad volgens de regels van Allah met het doel Allah's tevredenheid te bereiken. Een zuivere intentie hebben betekent tevens oprecht zijn tegenover anderen en eerlijk zijn met jezelf.


2. Al-Imaan (Geloofsovertuiging)
Naar tien criteria

De definitie hiervoor luidt als volgt: Het geloven en waarachten zonder enige twijfel. Al-imaan kent 6 basiselementen en dat zijn:

  1. Geloven in Allah
  2. Geloven in Zijn engelen
  3. Geloven in Zijn boeken
  4. Geloven in Zijn profeten
  5. Geloven in de Dag des Oordeels
  6. Geloven in de voorbestemming met zijn positieve en negatieve aspecten

Deze Imaan (geloofsovertuiging) is alleen met drie onmisbare mijlpalen te realiseren:

  1. Geloven met hart (van binnen uit)
  2. Bevestigen met de tong
  3. Uitvoeren met daden

3. Al-Taa'ah (Gehoorzaamheid)
Naar tien criteria

De definitie hiervoor luidt als volgt: Het blindelings uitvoeren van de bevelen en het nalaten van het verbodene door Allah en Zijn profeet Sallalahu 'alaihi wasalam. Gehoorzaamheid benodigd veel geduld en geduld is een deel van de beproeving om je ware liefde voor Allah en Zijn profeet Sallalahu 'alaihi wasalam te bewijzen. Allah zegt duidelijk in de Koran:

"En gehoorzaamt Allah en de Boodschapper, zodat u barmhartigheidmoge worden betoond" (Surah 3: Ayah 132)


4. Al-'ibaadah (Aanbidding)
Naar tien criteria

De definitie hiervoor luidt als volgt: Totale gehoorzaamheid gepaard met onderwerping, afhankelijkheid en onderdanigheid aan Allah in elke handeling om dichter bij Hem te komen. Het is het doel van ons leven, het nut van ons bestaan. En Allah bevestigt dit in de Koran zo:

"En ik heb de djinn en de mensen slechts tot Mijn aanbidding geschapen" (Surah 51: Ayah 56)


5. Al-Dhikr (Het Gedenken van Allah)
Naar tien criteria

De definitie hiervoor luidt als volgt: Het constant denken en gedenken van Allah om dichter bij Hem te komen en ver van de duivel (de aartsvijand) te raken. Zonder gedenken zul je geen ware rust kennen zoals Allah in de koran zegt:

"Degenen die geloven, en wier hart rust vindt in de gedachtenis aan Allah. Ziet toe! in het gedenken van Allah kunnen de harten rust vinden." (Surah 13 : Ayah 28)


6. Al-Da'wah (Het uitnodigen tot de Islam)
Naar tien criteria

De definitie hiervoor luidt als volgt: Het goede aanraden en het slechte afraden en de islam passief en aktief positief naar buiten brengen. Dat is de taak van elke moslim en de beste eigenschap van de islam natie die altijd gedragen hoort te worden. Allah bestempeld de
moslims in de koran als volgt:

"Gij (Moslims) zijt het beste volk dat voor de mensheid (ter lering) is verwekt; gij gebiedt wat goed is, verbiedt wat kwaad is en gelooft in Allah." (Surah 3 : Ayah 110)


7. Al-Jihaad (Het Strijden)
Naar tien criteria

De definitie hiervoor luidt als volgt: Je uiterste vermogen inzetten om Allah te behagen. Een vaak misvatte en veel besproken kwestie momenteel en neigt zelfs richting taboe omdat het besmeurd is door onwetenden en islam-haters en bestempeld met tereur. Het wordt hedendaags enkel in verband gebracht met "heilige oorlog" "zelfopoffering voor Allah" terwijl dat maar onderdelen van een groot geheel zijn. Jihaad (be)strijden kent vele onderdelen waaronder:

  1. Jihaad Annafs (Het strijden tegen jezelf(lusten en begeerte))
  2. Jihaad bi Annafs (Het strijden met je leven(opoffering))
  3. Jihaad al Kalimah (Het strijden met het woord(verbaal))
  4. Jihaad al Maal (Het strijden met het kapitaal vermogen)
  5. Jihaad Al-Shaitaan (Het strijden tegen de duivel(het Duivelse))

8. Al-Taqwah (Godsvruchtigheid)
Naar tien criteria

De definitie hiervoor luidt als volgt: Rekening houden met Allah overal en altijd door zijn straf te vrezen en zijn beloning te wensen wetend dat Hij je ziet al zie je Hem niet. Wanneer je Allah vreest en rekening met Hem houdt dan kun je bij Hem volgens de koran de volgende beloning otnvangen:

"Zeg: "O, Mijn gelovige dienaren, vreest uw Heer." Voor hen, die in dit leven goed doen, is het goede. En Allah's aarde is ruim. Voorwaar, aan de standvastigen zal hun beloning zonder berekening worden uitbetaald." (Surah 39 : Ayah 10)


9. Al-Ridah (De Genoegdoening)
Naar tien criteria

De definitie hiervoor luidt als volgt: Genoegen nemen met wat je hebt en tevreden zijn met wat je overkomt wetend dat hetgene binnen Allah's Kennis ligt, door Allah voorgeschreven is, met Allah's wil gebeurt en door Allah geschapen is. Hierdoor bemoei je je meer met je eigen zaken, bekommer je eerder over je eigen problemen en benijd je of misgun je niemand om wat hij heeft of doet.


10. Al-Tawbah (berouwtoning)
Naar tien criteria

De definitie hiervoor luidt als volgt: Het verlaten van een begane zonde, het spijt hebben over het begane zonde en vastberadenheid nooit meer hetzelfde te begaan. Dit is het meest compenserende punt omdat Allah's Barmhartigheid hierin centraal staat en Hij stelt ons altijd in de gelegenheid om met een schone lei te beginnen sterker nog al onze begane zonden worden omgeruild voor goede daden wanneer wij oprecht berouw tonen. het bewijs hiervoor is het volgende vers uit de koran:

"Met uitzondering van hen die berouw hebben en geloven en goede daden doen, voor dezulken zal Allah de slechte daden in goede daden veranderen, want Allah is Vergevensgezind, Barmhartig!" (Surah 25 : Ayah 70)

Stel nu de vraag nogmaals aan jezelf:

Ben ik tevreden over mezelf?

21:43 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

09-09-07

Het goede Karakter

An Nawaas Ibn Sam´aan (ra) heeft overgeleverd dat de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam heeft gezegd:

"Rechtschapenheid is goed gedrag en zonde is datgene dat je hindert en waarvan je niet wilt dat de mensen het te weten komen." (Moeslim)

Deze hadith leert ons dat goed gedrag (zachtmoedigheid, beleefdheid, eerlijkheid etc.) een belangrijk onderdeel is, van wat in de Islam, rechtschapenheid wordt genoemd. Dit betekent dat het niet mogelijk is dat een persoon met een slecht karakter als rechtschapen kan worden beschouwd. Mensen denken vaak dat het voldoende is om de religieuze verplichtingen na te komen en dat ze hierdoor rechtschapen zijn. Deze religieuze daden zijn in principe bedoeld om het goede karakter in de mens te ontwikkelen.

Allah (swt) zegt (interpretatie ervan):

"Draag voor (O Mohammed) wat aan jou in het boek geopenbaard is en onderhoud de Salat (het gebed). Voorwaar, de Salat weerhoudt je van de gruweldaden en het verwerpelijke. Zeker, het gedenken van Allah is groter en Allah weet wat jullie bedrijven." (Surah 29 : Ayah 45)

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam heeft gezegd:

"Voorzeker, ik ben alleen gestuurd om de meest nobele karaktereigenschappen te vervolmaken." (Boekharie)

Allah (swt) zegt (interpretatie ervan):

"En voorwaar, jij beschikt over een hoogstaand karakter." (Surah 68 : Ayah 4)

En toen de vrouw van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam, Aisha (ra) werd gevraagd over het karakter van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam antwoordde zij:

"Zijn karakter was in overeenstemming met de Koran." (Moeslim en Aboe Dawoed)

Dit houdt in dat zijn gedrag overeenkwam met de voorschriften die Allah (swt) geeft in de Koran. Dus als we een goed karkater wensen te ontwikkelen, behoren we de Koran en de Sunnah van de Profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zo goed mogelijk te volgen. Allah (swt) zegt in de Koran (interpretatie ervan):

"Voorzeker, de boodschapper van Allah is voor jullie een goed voorbeeld: voor wie op (de beloning van) Allah en het hiernamaals hoopt, en voor wie Allah veelvuldig gedenkt." (Surah 33 : Ayah 21)

We kunnen de Islam dus niet onderscheiden van goed gedrag. De Islam laat de mens zien, hoe hij een goed leven kan leiden, door aan te geven wat de juiste manier van leven is. De Islam onderwijst een goed gedrag tegenover ouders en ouderen en leert dat respect tegenover hen een heel belangrijk onderdeel is van een goed karakter. Allah (swt) zegt (interpretatie ervan):

"En jullie Heer heeft bepaald dat jullie niets dan Hem alleen aanbidden, en goedheid betrachten tegenover de ouders. Als één van de twee of beiden de ouderdom bereiken in jouw aanwezigheid, zeg dan nooit "foei" tegen hen, snauw hun niet af en spreek tot hen een vriendelijk woord." (Surah 17 : Ayah 23)

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam heeft gezegd:

"Diegene die geen vriendelijkheid toont jegens onze jongeren en geen respect heeft voor onze ouderen, is niet van ons." (Thirmizhie)

Iemand kan dus nooit de ware imaan (geloof) bereiken totdat hij zijn ouders en ouderen correct behandeld door hen te gehoorzamen en op een beleefde manier met hen te spreken.

19:08 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Parels der wijsheid

De Profeet Mohammed Sallalahu 'alaihi wasalam heeft gezegd:

"Er is niets beter dan twee dingen: geloven in Allah (swt) en nuttig zijn
voor de moslims; en er is niets erger dan twee dingen: Shirk (deelgenoten toekennen aan Allah {swt}) en schade toebrengen in welk vorm dan ook aan (de) moslims. "

De Profeet Mohammed Sallalahu 'alaihi wasalam heeft gezegd:

"Kleine zonden worden grote zonden wanneer men het vaak herhaalt, en de grote zonde verdwijnt al naar gelang men berouw toont (tawba)."

Abu Bakr As-Siddieq (Radya Allahu ´anhu = Moge Allah tevreden met hem zijn) heeft gezegd:

"Degene die in zijn graf stapt zonder enige voorbereiding is net als iemand die een zee wil oversteken zonder boot."

Omar ibn AI-Khattaab (Radya Allahu ´anhu ) heeft gezegd:

"Er bestaan vier zeeën: Lust is de zee voor de zonde, Nafs is de zee van verlangen, De dood is de zee van bet leven Het graf is de zee van berouw ."

Uthmaan ibn Affaan (Radya Allahu ´anhu) heeft gezegd:

"De zorg voor deze Dunyaa (wereld) is de duisternis in ons hart, en de zorg voor het Hiernamaals is het licht in ons hart."

Ali ibn Abi Talib (Radya Allahu ´anhu) heeft gezegd:

"Degene die op zoek is naar kennis, is het Paradijs wat hij zal vinden, en degene die op zoek is naar de zonden, is de Hel wat hij zal vinden."

Ibrahiem An-Nahay, heeft gezegd:

"Vroegere volkeren zijn voor niets anders vernietigd dan vanwege het
onnodige gepraat, overdadig eten en te veel slapen."


Een wijze heeft gezegd:

"Wie lachend een zonde begaat zal de Hel huilend binnen gaan. Wie Allah {swt} huilend tevreden stelt zal het Paradijs lachend binnen gaan. "


Een andere wijze heeft ooit gezegd:

"Wie denkt een betere vriend dan Allah {swt} te hebben, kent zijn Schepper niet goed. Wie denkt een grotere vijand te hebben dan zichzelf, kent zichzelf niet goed."

19:04 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-09-07

Metgezel:Aboe Hoerayrah

Metgezel: Aboe Hoerayrah

"Aboe Hoerayrah verhaalt dat de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei:.."Door deze zin kenden miljoenen moslims, van de vroegere stadia van de islam tot op heden, deze vrome metgezel. In toespraken en lezingen, in vrijdagpreken en ceremonies, in hadeeth-boeken en sirah, werd de naam van Aboe Hoerayrah als bron van waarheid gebruikt.

Door zijn ongekende toewijding en fotografisch geheugen, werden honderden ahadeeth van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam onthouden en door gegeven aan latere generaties. Zijn naam is de meest genoemde en meest betrouwbare in alle boeken van hadeeth. Naast hem zijn ook de hadeeth-vertellers zoals: Abdoellah ibn Omar(moge Allah tevreden met hem zijn), Anas ibn Malik (moge Allah tevreden met hem zijn) Moeder der gelovigen Aishah bint Abi Bakr (moge Allah tevreden met hem zijn), Jabir ibn Abdoellah en Aboe Saied al-Khoedri. Allen hebben ze meer de duizend ahadeeth van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam overgeleverd. Aboe Hoerayrah werd moslim aan de handen van at-Toefail ibn Amr, de hoofd van Daws, de stam waartoe Aboe Hoerayrah behoorde. De Daws stam leefde in de Tihamah regio, die zich langs de kust van de Rode Zee strekte ten zuiden van Arabië. Toen at-Toefail terugkeerde naar zijn dorp, na de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam ontmoet te hebben en zich tot de islaam bekeerd te hebben, was Aboe Hoerayrah de eerste die gehoor gaf aan de missie van at-Toefail en werd dus meteen moslim. Anders dan de meerderheid van zijn stam die koppig bleven vast houden aan hun heidense gewoontes voor een lange tijd.

Bij de tweede bezoek van at-Toefail aan Mekka, werd hij vergezeld door Aboe Hoerayrah. Daar had hij de eer en voorrecht om de nobele profeet Sallalahu 'alaihi wasalam te ontmoeten die hem vroeg: "Wat is jouw naam?" "Aboe Shams (dienaar van de zon)," antwoordde hij. In plaats daarvan, laat het Abdoer-Rahman zijn (Dienaar van de Barmhartige)" zei de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam . "Ja, het zij zo Abdoer-Rahman O' boodschapper van Allah," antwoordde hij. Hoe dan ook, hij werd bekend als Aboe Hoerayrah "Vader van katjes" omdat hij net als de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam erg veel hield van katjes sinds zijn jeugd en overal waar hij ging kwam een katje achter hem aan.

Aboe Hoerayrah bleef in Tihamah voor een aantal jaar en was pas aan het begin van het zevende jaar na de Hidjrah, naar Medinah gegaan met een aantal leden van zijn stam. De profeet was toen voor een vredescampagne in Khaybar. Aboe Hoerayrahnam zijn intrek tijdelijk in de moskee. Hij was vrijgezel en had dus ook geen kinderen. Alleen zijn moeder was met hem meegekomen die overigens nog een ongelovige was. Hij bad voor haar en verlangde dat zij moslim werd, maar ze bleef hardnekkig weigeren. Op een dag zei hij haar dat ze moest geloven in Allah (Geprezen en Verheven is Hij) en zijn profeet Sallalahu 'alaihi wasalam , maar zij sprak toen kwetsende woorden over de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam , die hem erg veel verdriet deden. Met tranen in zijn ogen, ging hij naar de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam , die toen tegen hem zei: "Waarom huil je zo O Aboe Hoerayrah?" "Ik heb het nooit opgegeven om mijn moeder tot de islam uit te nodigen, keer op keer wijst zij mijn aanbod af. Echter vandaag nodigde ik haar voor de zoveelste keer u

it en ze sprak met kwetsende woorden, die mij veel pijn deden. Maak smeekbeden tot Allah (Geprezen en Verheven is Hij) de Almachtige, opdat het hart van de moeder van Aboe Hoerayrah zachter zal worden voor de Islam." De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam gaf gehoor aan het verzoek van Aboe Hoerayrah en maakte smeekbeden voor zijn moeder. Aboe Hoerayrah vertelt: "Ik ging naar huis en vond de deur op slot. Ik hoorde het spatten van water en toen ik trachtte naar binnen te komen, zei mijn moeder: "Blijf waar jij bent, O Aboe Hoerayrah." En na zich te hebben aangekleed, zei ze, "Komt binnen" Ik kwam binnen en ze zei:" Ik getuig dat er geen god is dan Allah en ik getuig dat Mohammed zijn dienaar en boodschapper is." "Ik ging terug naar de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam , huilend van vreugde terwijl ik een uur geleden huilde van verdriet en zei:" Ik heb goed nieuws, O boodschapper van Allah. Allah (Geprezen en Verheven is Hij) heeft jouw gebeden aanvaardt en leidde de moeder van Aboe Hoerayrah tot de Islam."

Aboe Hoerayrah hield zielsveel van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam . Hij werd nooit moe van het kijken naar het gezicht van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam , dat scheen als een zon en hij was nooit moe van het luisteren naar hem. Vaak dankte hij Allah voor zijn grote geluk en zei: "Geprezen is Allah, Die Aboe Hoerayrah naar de islam heeft geleid." "Geprezen is Allah, Die Aboe Hoerayrah de koran heeft geleerd." " Geprezen is Allah, Die Aboe Hoerayrah het voorrecht gaf in het gezelschap te zijn van Mohammed Sallalahu 'alaihi wasalam ." Vanaf het moment dat hij in Medinah kwam, richtte Aboe Hoerayrah zich op het vergaren van kennis. Zaid ibn Thabit, een vrome metgezel van de nobel profeet Sallalahu 'alaihi wasalam , vertelt: "Terwijl Aboe Hoerayrah, ik en een andere vriend van mij in de moskee smeekbeden tot Allah (Geprezen en Verheven is Hij) maakten, verscheen de boodschapper van Allah bij de deur. Hij liep richting ons en nam plaats in onze kring. Wij werden stil en hij zei: "Ga verder met wat jullie bezig waren!" "En dus maakte mijn vriend en ik eerst smeekbeden waarop de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam "Amien" zei. "En toen het de beurt was aan Aboe Hoerayrah om smeekbeden te doen zei hij: "O Allah, ik vraag u hetzelfde wat mijn twee vrienden hebben gevraagd en ik vraag u om kennis dat nooit vergeten zal worden." "De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei: "Amien" En toen zeiden wij "En wij ook vragen om kennis dat nooit vergeten zal worden", maar de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei dat Aboe Hoerayrah ons al voor was en die onvergetelijke kennis is geschonken.. "Met zijn formidabele geheugen heeft Aboe Hoerayrah in vier jaar tijd werkelijk alles onthouden wat de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei en onderwees. Aboe Hoerayrah was zich bewust van zijn gave en was vastberaden om de Islam te dienen met zijn gave voor de rest van zijn leven." Hij beschikte over veel vrije tijd. In tegenstelling tot de Moehaadjirien die zich bezighielden handel op marktplaatsen en in tegenstelling tot de Ansar, die zich bezighielden met landbouw, Aboe Hoerayrah bleef met de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam in Medina en ging met hem op reizen en veldslagen. Vele metgezellen waren verwonderd van het feit dat hij zoveel ahadeeth uit zijn hoofd kon en vroegen hem vaak wanneer hij een hadeeth had gehoord en onder welke omstandigheid. Een keer wilde Marwan ibn al-Hakam het geheugen van Aboe Hoerayrah testen. Hij zat met hem in een kamer en liet achter een gordijn een schrijver zitten, buiten Aboe Hoerayrah's weten om en hij beval de schrijver alle ahadeeth die Aboe Hoerayrah zei te schrijven. Een jaar later nodigde hij Aboe Hoerayrah uit en vroeg hem die ahadeeth te herhalen die de schrijver had genoteerd en tot zijn verbazing vergat Aboe Hoerayrah geen enkel woord.

Aboe Hoerayrah maakte zich veel zorgen om het correct overleveren van ahadeeth die hij onthield en ook mensen de kennis te geven wat hij heeft vergaard. Er werd gezegd dat hij een keer op de markt van Medina aan het wandelen was en zoals gebruikelijk zag hij een massa van mensen die aan het handelen was. "Wat zijn jullie toch nalatig, O mensen van Medina!" zei hij. "Wat laten we na, O Aboe Hoerayrah?" vroegen ze. "Het erfgoed van de boodschapper van Allah(vzmh) wordt uitgedeeld en jullie staan nog hier! Gaat toch en heen en neem uw deel van de erfenis?" zei hij. "Waar is dat, O Aboe Hoerayrah?" vroegen ze. "In de moskee" antwoordde hij. Ze vertrokken gehaast naar de moskee. Aboe Hoerayrah wachtte tot ze terug kwamen. Toen ze terug kwamen en hem zagen zeiden ze: "O Aboe Hoerayrah we gingen naar de moskee en zag niets dat uitgedeeld werd." "Zagen jullie niemand in de moskee?" vroeg hij. "O jawel, we zagen mensen die aan het bidden waren, mensen die Koran aan het lezen waren en mensen die aan het discussiëren waren over halal en haram zaken." "O O O zien jullie dat niet?" zei hij, "dat is het erfgoed van Mohammed Sallalahu 'alaihi wasalam"

Vaak was hij zo verdiept en zo geconcentreerd met het vergaren van kennis en het verrichten van ibaadah dat hij vaak honger leed en geen eten had, waardoor hij soms een steen om zijn buik vastbond om zijn honger te onderdrukken. Om te kunnen eten ging hij naar een van de metgezellen en vroeg hem om te discussiëren over een bepaald aya zodat hij uiteindelijk uit werd genodigd en dus te eten kreeg. De tijd van zegening en welvaart was aangebroken voor de moslims en ieder moslim had bezittingen. Aboe Hoerayrah had eindelijk zijn deel van welvaart. Hij had een comfortabel huis, een vrouw en een kind. Maar deze ommekeer van fortuin heeft niets aan zijn personaliteit verandert. Noch vergat hij zijn tijden van armoede. Hij vertelt: "Ik groeide op als een weeskind en emigreerde als een arm en behoeftig persoon. Ik kreeg altijd wat te eten van Boesrah bint Ghazwan. Ik bediende reizigers en voedde hun kamelen voor hun reis. Toen heeft Allah mij Boesrah laten trouwen. Alle lof aan Allah die Aboe Hoerayrah's geloof heeft versterkt en hem imaam heeft gemaakt" (deze verklaring legde hij af toen hij als gouverneur van Medina werd vernoemd.)

Veel van zijn tijd werd besteed aan spirituele toewijding aan Allah in de vorm van vooral Qiyam al-Layl (nachtgebeden) wat een gewoonte werd voor hem en zijn vrouw en dochter. Hij deed Qiyam voor eenderde van de nacht en maakte dan zijn vrouw wakker zodat zij eenderde Qiyam deed en zijn vrouw maakte haar dochter wakker voor de over gebleven deel van de nacht. Op deze manier waren de nachten en de dagen van het huis van Aboe Hoerayrah verlicht met ibaadah.

Aboe Hoerayrah had nog een bijzonder goede eigenschap en dat is het eren van zijn moeder en altijd als hij haar zag deed hij smeekbeden voor haar en zei "O Allah heb genade met mijn moeder voorwaar ze mij heeft opgevoed toen ik klein was". Op een dag zag hij twee mensen samen lopen, een oudere man een jongere. Hij vroeg de jongere: "Wat is deze man van jou?" "Mijn vader," antwoordde de persoon. "Noem hem nooit bij zijn naam. Loop nooit voor hem uit en zit nooit voor hem," adviseerde Aboe Hoerayrah hem. Moslims over de hele wereld hebben veel te danken aan Aboe Hoerayrah voor alle ahadeeth die hij heeft onthouden en overgeleverd. Wat wij voor hem terug kunnen doen is smeekbeden voor hem maken dat Allah genade met ziel zal hebben.

Aboe Hoerayrah overleed in het jaar 59 AH op de leeftijd van achtenzeventig jaar.

20:14 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |