27-07-07

laat die haatgevoelens eens wegvloeien

en weet je?ik heb helemaal niks van jouw gepikt hoor,kijk maar eens naar 4e week van mijn blog,die info was daar al gegeven en ik heb het voor u terug herhaald dat je er iets uit kon leren maar jij blijft liever in je put zitten,toch respecteer ik je omdat je mijn blog verrijkt met je aanwezigheid en al probeert om je gelijk te krijgen maar hopeloos diep onder het water blijft zitten,

Hoedanook reik ik je de hand toe,vraag ik je niet jezelf op te blazen zoals jij beweert of ga ik niet je hoofd hakken zoals je ook weer beweert,

 

Ik wil je gewoon zeggen dat ik je respecteer omdat Allah jouw ook gecreeerd heeft,en vraag ik je de haatgevoelens wat aan de kant te zetten zodat je alles beter kunt begrijpen,kijk iets verder als je neus lang is,en blijf niet in bodemloze putten hangen,.

 

Moge Allah je de waarheid in je hart geven,...

00:40 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

26-07-07

waarom geen liefde in jouw religie?ook aangepast?

De waarheid is bewezen,blijf maar elk bericht negatief te oordelen door je eigen nonsens op te sturen,de mensen die deze berichten lezen weter wel meer als jij die in een bodemloze put haar laatste adem aan het verliezen is,

 

waarom is er meer over profeet Abraham(a.s)vermeld in de Koran dan bijna niets in de Torah?omdat de rabbijnen de Torah eens goed onderhanden genomen hebben en niets overbleef van het originele,Jammer dat Allahs woorden zo onderhanden genomen werden.

 

een vrouw draagt een hoofddoek om haar aantrekkelijkheden te verbergen voor andere mannen,zoals jullie dt ook niet meer doen,en jij gaf mij geen antwoord en wachtte op de mijne,zelfs als je nog ene geeft,het is toch een leugen omdat er niet meer veel van de Torah waar is,en dat weet jij ook.

 

Dus jij bent noch waarheid noch onwaarheid?maar licht,?ga in een donker kamer waar niets licht is,en neem een spiegel en kijk als je jezelf ziet dan weet je dat jij het licht niet bent,doe het licht aan dan zie je jezelf en weet je dat jij bestaat en dat je een waarheid bent,

 

Ik weet dat iedereen een part van Het Licht is dat Allah gecreeerd heeft,en als eerste Het Licht van Mohammed(s.a.s)en van Zijn Licht heeft hij profeet Adam(a.s)gecreeerd en de rest,maar daar weet jij niets van omdat de torah beperkt is en onvolledig,aangepast,daarom heeft Allah de mensheid al in stappen verteld en niet al in 1boek gezet,want had Hij het in 1boek gezet en deze werd aangepast zoals de torah,dan zou iedereen foute gegevens hebben,daarom werden alles in stappen gedaan ook zoals profeet Adam,noah,mozes,solomon,david,.aaron....ook stapsgewijze kwamen,zeg niet dat ze al ophetzelfde tijd op dezelfde plek waren want je bengelt nog maar met 1hand op het uiterste diepte van de bodemloze put.dan val je er volledig  doorheen.

 

Waarom bevat de Koran meer info over profeet Abraham(a.s)als de Torah?

Waarom staat Mohammedin in het hebreeuws in uw boek wat je waarschijnlijk niet wist?zie je niet dat de puzzelstukken nu bijeen komen?Dat Mohammed(s.a.s)Het Licht is en al van zijn licht werd gecreeerd.

 

alle profeten hebben Hem gezien als Licht daarom praten ze in andere boeken over het Heilige geest wat eigenlijk het Licht is.

 

Elke profeet is een moslim,omdat elke profeet van Zijn Licht is gecreeerd,dat Allah Hem gegeven heeft,.maar dat kun jij niet weten van een vervormde boek waar ik de originele van respecteer,

 

-----Christelijke middeleeuwen?en het begin dan?het einde van de jodendom?1van grootste profeten Jezus(a.s)werd verloochend,Het waren de joden die Hem en Zijn moeder,Maria verloochenden en Allahs woorden weer niet geloofden zoals ze het ervoor ook verdraaid hadden.

 

Jouw licht is allang uitgedoofd want als er meer als 1profeet de joodse volk vervloekte en ik je in een bodemloze put zie ,dan weten de mensen genoeg hoor,

want ELKE reactie van jouw is haatvol,zelfs als ik zei dat ik je respecteer omdat Allah je gecreeerd heeft ,was jij mij nog haatvolle reacties aan het sturen.

Zit er dan helemaal geen LIEFDE in jouw religie?hebben ze het dan volledig uit het boek gehaald dat er geen LIEFDE en RESPECT meer zit?er zit alleen maar HAAT in jouw woorden dus ook in je religie,anders werden er geen profeten vermoord die Allah gezonden heeft.

 

Allah heeft mij regels gezonden die ik moet volgen,jouw ook maar heb die aangepast en werd vervallen,.en ik ben helemaal vrij in mijn religie,omdat jij niets van mijn religie afweet blijf je blaffen met haat,ik blijf respect vertonen omdat ik de waarheid bezit en dat zien de mensen wel maar jij niet omdat een vervormde boek jouw ogen toegesmoord heeft en je de waarheden niet meer ziet,.

 

en zoals in een van de filmpjes te zien is,dat een jood,moslim wordt,zegt dat het een haatvolle volk is en blij dat hij een moslim is,waar hij de liefde gevonden heeft,en ik kan dat weten omdat ik deze religie ook bezit.

 

Waar blijft mijn vertaling Al Bakara?kom je er niet meer uit?vertaal het eens voor mij omdat jij het beter begreep als ik,en de koran is niet vervormd,daarom zul je er betere antwoorden krijgen dan van uw boek

23:48 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

zie je in de laatste berichten dan niet wat er van jouw boek is aangepast?waar geloof jij dan nog in?

Wat wil je nog weten van de veranderingen van jouw boek door je voorvaderen?misschien durf je nog te zeggen dat ik die heb veranderd.

 

 

Ibrahim volgens het Oude Testament.

 

Het Oude Testament is waarschijnlijk de meest gedetailleerde bron over Ibrahim, hoewel veel van wat het verteld onbetrouwbaar zou kunnen zijn. Volgens dit verslag is Ibrahim rond 1900 voor Christus geboren in de stad Oer, één van de belangrijkste plaatsen van die tijd, wat in het zuidoosten van de Mesopotamische vlakten lag. Toen hij net geboren was, werd Ibrahim niet “Abraham” genoemd, maar “Abram”. Zijn naam werd naderhand door God (YHWH) veranderd.

Volgens het Oude Testament, vroeg God Abram op een dag op reis te gaan, zijn land en zijn volk verlatend, om naar een onbepaald land te gaan en daar een nieuwe gemeenschap te stichten. Op de leeftijd van 75 jaar, luisterde Abram hiernaar en ging op weg met zijn onvruchtbare vrouw Sarai – die later als “Sarah” wat prinses betekent, bekend zou worden, en de zoon van zijn broer, Loet. Op weg naar het Uitverkoren Land, bleven zij een poosje in Harran en gingen toen verder met hun reis. Toen zij in het land van Kanaan arriveerden, dat hen door God beloofd was, werd hen verteld dat deze plek speciaal voor hen gekozen was en aan hen toegewezen was. Toen Abram negenennegentig jaar oud werd, sloot hij een overeenkomst met God en zijn naam werd veranderd in Abraham. Hij stierf toen hij honderdzevenenvijftig jaar oud was en werd in de grot van Machpelah dicht bij de stad Hebron (el-Khalil) in de West-Bank begraven, wat vandaag de dag onder de bezetting van Israël is. Dit land dat door Ibrahim voor een bepaald som geld gekocht werd, was het eerste bezit van hem en zijn familie in het Beloofde Land.

De geboorteplaats van Ibrahim volgens het Oude Testament.

 

Het is altijd een onderwerp van discussie geweest waar Ibrahim geboren is. Terwijl de christenen en de joden zeggen dat Ibrahim in Zuid-Mesopotamië is geboren, is de heersende gedachte in de islamitische wereld dat zijn geboorteplaats in de buurt van Oerfa-Harran ligt. Sommige nieuwe vondsten tonen aan dat de joodse en christelijke dissertatie de waarheid niet volledig weerspiegelt.

De joden en de christenen vertrouwen op het Oude Testament voor hun bewering, omdat hierin gezegd wordt dat, Ibrahim geboren is in de plaats Oer in Zuid-Mesopotamië. Nadat Ibrahim geboren en grootgebracht was in die stad, is hij naar men zegt op reis naar Egypte gegaan en heeft Egypte bereikt na een lange reis waarbij hij door de Harran regio in Turkije kwam.

Een recent gevonden manuscript van het Oude Testament, wekte echter serieuze twijfel op over de geldigheid van deze informatie. In dit Griekse document uit de derde eeuw voor Christus, wat geaccepteerd is als de oudste kopie van het Oude Testament dat tot nu toe gevonden is, wordt “Oer” nooit genoemd. Tegenwoordig zeggen vele onderzoekers van het Oude Testament dat het woord “Oer” onjuist is of een latere aanvulling. Dit geeft aan dat Ibrahim niet in de stad Oer geboren is en misschien in zijn hele leven nooit in de Mesopotamische regio is geweest.

Daarnaast veranderen de namen van sommige plaatsen en de gebieden die zij aanduiden, van tijd tot tijd. Tegenwoordig, wordt met de Mesopotamische vlakten over het algemeen de zuidelijke oevers van het Irakese land tussen de rivieren de Eufraat en de Tigris, aangeduid. Maar twee millennia geleden echter, werd met Mesopotamië een gebied dat noordelijker ligt bedoeld, dat zelfs zover als Harran reikt en zich uitstrekt tot ver in de hedendaagse Turkse gebieden. Zelfs als we daarom accepteren dat de uitdrukking “Mesopotamische vlakten” in het Oude Testament juist is, zou het misleidend zijn te denken dat het Mesopotamië van twee millennia geleden en het Mesopotamië van vandaag de dag precies dezelfde plaatsen zijn.

Zelfs als er gerede twijfel en onenigheid is over of de plaats Oer de geboorteplaats van Ibrahim is, is er overeenstemming over het feit dat het gebied Harran en omstreken, de plek is waar Ibrahim leefde. Een kleine naspeuring in het Oude Testament zelf, verschafte verder nog enige informatie, die ondersteuning geeft aan het standpunt, dat Harran de geboorteplaats van Ibrahim geweest is.

In het Oude Testament wordt bijvoorbeeld regio van Harran aangeduid als de “Aram regio” (Genesis: 11: 31 en 28: 10). Er wordt verklaard dat zij die afstammen van de familie van Ibrahim de “zoons van an Arami” zijn (Deuteronomium: 26: 5). Het identificeren van Ibrahim als een Arami toont aan dat hij zijn leven in die regio leidde.

In de islamitische bronnen is er sterk bewijs dat de geboorteplaats van Ibrahim Harran en Oerfa is. In Oerfa, wat de “stad van de Profeten” genoemd wordt, zijn er vele verhalen en legenden over Ibrahim.

 

 

Waarom werd het Oude Testament gewijzigd?

 

Het Oude Testament en de Qoer-aan lijken haast twee verschillende profeten, Abraham en Ibrahim genaamd te beschrijven. In de Qoer-aan wordt Ibrahim gestuurd als een boodschapper aan een afgoden aanbiddend volk. Zijn volk aanbidt de hemelen, de sterren, de maan en verschillende afgoden. Hij strijdt tegen zijn volk, probeert hen van hun bijgelovige overtuigingen af te keren en wekt onvermijdelijk de vijandigheid van zijn gehele gemeenschap, inclusief zijn eigen vader, op.

Niets van dit wordt in feite in het Oude Testament genoemd. Het gooien van Ibrahim in het vuur en het door hem breken van de afgoden van zijn gemeenschap worden niet in het Oude Testament vermeld. In het algemeen wordt Ibrahim in het Oude Testament afgeschilderd als de voorouder van de joden. Het is duidelijk dat dit uitgangspunt in het Oude Testament genomen werd door de leiders van de joodse gemeenschap, die trachtten het begrip “ras” op de voorgrond te krijgen. De joden geloven dat zij een volk zijn, die eeuwig door God uitverkoren zijn en voelen zich de meerderen. Zij veranderden hun goddelijke boek willens en wetens en vulden aan en verwijderden in overeenstemming met dit geloof. Dit is waarom Ibrahim in het Oude Testament als niet meer dan de voorouder van de joden wordt afgeschilderd.

christenen die in het Oude Testament geloven, denken dat Ibrahim de voorouder van de joden is, maar met een verschil, volgens de christenen is Ibrahim geen jood maar een christen. De christenen, die het begrip ras niet zoveel aandacht gaven als de joden, namen dit standpunt in en het is één van de oorzaken van onenigheid en strijd tussen de twee religies. Allah geeft de volgende uitleg van deze argumenten in de Qoer-aan:

 

O, mensen van het boek, waarom redetwisten jullie over Ibrahim, want de Thora en de Indjiel werden pas na hem geopenbaard. Hebben jullie geen verstand? Waarlijk, jullie zijn degenen die redetwistten over datgene waarover jullie kennis hebben. Waarom redetwistten jullie niet over datgene, waarover jullie geen kennis hebben. Allah weet het en jullie weten het niet. Ibrahim was geen jood, noch een christen, maar hij was een ware moslim (Hanifan) – en verenigde niemand in de aanbidding van Allah. Waarlijk, onder de mensheid zijn degenen die de grootste claim op Ibrahim legden degenen die hem volgden en deze profeet. En Allah is de beschermer van de gelovigen.

 (Qoer-aan Soerah Ali-Imran: 65-68)

 

In de Qoer-aan is Ibrahim, anders dan wat in het Oude Testament geschreven wordt, iemand die zijn volk waarschuwde zodat zij Allah zouden kunnen vrezen en die om deze reden tegen hen streed. Beginnend in zijn jeugd, waarschuwde hij zijn volk, dat afgoden aanbad, om deze praktijken op te geven. Zijn volk reageerde op Ibrahim met een poging hem te doden. Ontsnapt zijnde aan de goddeloosheid van zijn volk, emigreerde Ibrahim uiteindelijk.

18:50 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

profeet SOeleiman(a.s)en de koningin van saba

De Profeet Soeleiman en de Koningin van Saba

 

 

Er werd tegen haar gezegd: “Loop over een glazen oppervlakte met water daaronder maar toen zij het zag, dacht zij dat het een vijver was en zij maakte haar benen bloot, Soeleiman zei: “Waarlijk, het is glad gemaakt met een stuk glas.” Zij zei: “Mijn Heer! Waarlijk, ik heb mijzelf onrecht aangedaan en ik onderwerp mij, gezamenlijk met Soeleiman aan Allah, de Heer van de wereldwezens

(Qoer-aan Soerah an-Naml: 44)

 

Historische verslagen betreffende de ontmoeting tussen Soelaiman en de Koningin van Saba werden aan het daglicht gebracht door opgravingen die in het oude land van Saba in Zuid-Jemen gedaan zijn. Onderzoek dat op de ruines gedaan is, onthulde dat een “koningin” tussen 1000 en 950 voor Christus in de regio woonde en naar het noorden reisde (naar Jeruzalem).

Details van wat gebeurde tussen deze twee heersers, de economische en politieke macht van hun landen, hun regimes en sommige andere details worden in Soerat an-Naml uitgelegd. Het verhaal, dat een groot deel van Soerat an-Naml beslaat, begint zijn verwijzing naar de Koningin van Saba met het nieuws dat de Hoedhoed (een hop), een lid van Soelaiman’s leger, aan Soelaiman brengt:

 

Maar de hop bleef niet lang weg, hij zei: “Ik heb (de kennis van iets) gekregen wat jij niet hebt gekregen en ik kom van Saba naar jou toe met waar nieuws. Ik vond daar een vrouw die over hen heerste, en zij had alles gekregen wat maar in het bezit kan komen van een leider van de aarde en zij heeft een grote troon. Ik ontdekte dat zij en haar volk de zon aanbaden in plaats van Allah en Sheitan heeft hun daden schoonschijnend voor hen gemaakt, en heeft hen van (Allah’s) weg weggeleid, zodat zij geen leiding hebben, zodat zij Allah niet aanbidden, Die het licht brengt wat in de hemelen en de aarde verborgen is, en weet wat jullie verbergen en openbaar maken. Allah, geen heeft het recht om aanbeden te worden behalve Hij, de Heer van de Verheven troon! (Soelaiman) zei: “Wij zullen zien of jij de waarheid spreekt of dat jij (een) van de leugenaars bent.

 (Qoer-aan Soerat an-Naml: 22-27)

 

Na het ontvangen van het nieuws van de Hop, geeft Soelaiman hem het volgende bevel: Ga met een brief van mij en geef het aan hen, trek je dan van hen terug en zie wat voor (antwoord) zij aan mij teruggeven.”

 (Qoer-aan Soerat an-Naml: 28)

 

Hierna vertelt de Qoer-aan over de ontwikkeling van de gebeurtenissen nadat de Koningin van Saba de brief ontving:

Zij zei: “O leiders! Waarlijk! Hier is een edele brief aan mij afgegeven, waarlijk! Het is van Soelaiman en waarlijk! Er (staat): “In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle; Wees niet minachtend over mij, maar kom tot mij als moslims.” Zij zei: “O leiders! Adviseer mij in deze zaak van mij. Ik wil niet besluiten tot jullie bij mij zijn.” Zij zeiden: “Wij hebben veel kracht en grote kwaliteiten voor de oorlog, maar jij bent het die het bevel moet voeren, denk dus na wat je zult bevelen.” Zij zei: “Waarlijk! Koningen plunderen een stad als zij die binnentreden en verlagen de eerbaarste onder haar volk. En dat doen zij ook. Maar waarlijk! Ik ga hem een cadeau sturen en zal dan zie met wat voor (antwoord) de boodschappers terugkeren.” Dus toen (de boodschapper met het cadeau) bij Soelaiman kwam, zei hij: “Zul jij mij in de weelde helpen? Wat Allah mij heeft gegeven is beter dan wat Hij jullie heeft gegeven! Nee, jullie verheugen jullie in je gave!” “Keer naar hen terug. Wij zullen zeker tot hen komen met legers die zij niet kunnen weerstaan en wij zullen hen hier vandaan jagen in ongenade en zij zullen vernederd worden.” Hij zei: “O leiders! Wie van jullie kan mij haar troon brengen voordat zij tot mij komen en zichzelf in gehoorzaamheid overgeven? Een ‘Ifriet’ van de djinns zei: “Ik zal hem tot jou brengen voordat je van je plaats (raad) opstaat. En waarlijk ik ben zeker sterk en betrouwbaar voor zulk werk.” Eén die kennis van het Boek had zei: “Ik zal het tot u brengen voordat je met je oog geknipperd hebt!” – toen (Soelaiman) het toen voor zich geplaatst zag, zei hij: “Dit is door de gunst van mijn Heer – om mij te beproeven of ik dankbaar of ondankbaar ben! En iedereen die dankbaar is, waarlijk zijn dankbaarheid is voor zichzelf en iedereen die ondankbaar is. Zeker! Mijn Heer is Rijk, Overvloedig.” Hij zei: “Verberg haar troon voor haar zodat wij kunnen zien of zij geleid wordt of dat ze één van degenen zal zijn die niet geleid is.” Toen zij dus kwam werd er (tegen haar) gezegd: “Lijkt uw troon hierop?” Zij zei: “(Het is) alsof het hetzelfde is.” En (Soelaiman zei): “Kennis was ons gegeven vóór haar en wij waren aan Allah onderworpen. En dat wat zij gewend was naast Allah te aanbeden heeft haar weerhouden, want zij was van het ongelovige volk. Er werd tegen haar gezegd: “Loop over een glazen oppervlakte met water daaronder maar toen zij het zag, dacht zij dat het een vijver was en zij maakte haar benen bloot, Soelaiman zei: “Waarlijk, het is glad gemaakt met een stuk glas.” Zij zei: “Mijn Heer! Waarlijk, ik heb mijzelf onrecht aangedaan en ik onderwerp mij, gezamenlijk met Soelaiman aan Allah, de Heer van de wereldwezens.

(Qoer-aan Soerat an-Naml: 29-44)

 

 

Het Paleis van Soelaiman

 

In de hoofdstukken en verzen die naar de Koningin van Saba verwijzen, wordt de profeet Soelaiman ook genoemd. Terwijl in de Qoer-aan wordt verteld over zijn magnifieke paleis en koninkrijk, worden ook vele andere details gegeven.

Volgens deze beschikte Soelaiman over de meest geavanceerde technologie van zijn tijd. In zijn paleis waren opvallende kunstwerken en andere kostbare objecten, die indruk maakten op iedereen die hen zag. De ingang van zijn paleis was van glas gemaakt. De Qoer-aan beschrijft dit paleis en het effect die het op de Koningin van Saba had in de volgende verzen:

Er werd tegen haar gezegd: “Loop over een glazen oppervlakte met water daaronder maar toen zij het zag, dacht zij dat het een vijver was en zij maakte haar benen bloot, Soelaiman zei: “Waarlijk, het is glad gemaakt met een stuk glas.” Zij zei: “Mijn Heer! Waarlijk, ik heb mijzelf onrecht aangedaan en ik onderwerp mij, gezamenlijk met Soelaiman aan Allah, de Heer van de wereldwezens.

 (Qoer-aan Soerat an-Naml: 44)

 

Het paleis van de profeet Soelaiman wordt in de joodse literatuur “de Tempel van Salomo” genoemd. Vandaag de dag staat alleen de “Westelijke muur” van deze zogenaamde tempel of paleis er nog en dit is tegelijkertijd de plaats die door de joden de “Klaagmuur” genoemd wordt. De reden dat dit paleis en vele andere plekken in Jeruzalem later vernietigd werden, is vanwege het boosaardige en arrogante gedrag van de latere joden. De Qoer-aan informeert ons als volgt hierover:

 

En Wij hebben voor de Kinderen van Israël in het Boek bepaald dat jullie inderdaad twee maal ellende zullen verrichten op aarde en dat jullie tirannen en bijzonder arrogant zullen worden! Dus toen de belofte van de eerste van de twee in vervulling kwam, stuurden Wij tot jullie Onze slaven die jullie een verschrikkelijke oorlog gaven. Zij kwamen in het allerbinnenste van jullie huizen. En het was een belofte die vervuld werd. Toen gaven Wij jullie opnieuw een overwinning over hen. En Wij hielpen jullie met welvaart en kinderen en maakten jullie talrijker in mankracht. “Als jullie goed doen, doen jullie goed voor jullie zelf, en als jullie kwaad doen (doen jullie dat) tegen jezelf.” Toen de tweede belofte kwam voor de vervulling, (stonden Wij het jullie vijanden toe) om jullie gezichten verdrietig te maken en de Moskee binnen te treden, zoals zij het reeds eerder binnentraden, en om alles wat in hun handen viel volledig te vernietigen.”

(Qoer-aan Soerat al-Isra: 4-7)

 

Alle mensen uit de voorgaande hoofdstukken, verdiende bestraffing vanwege hun opstandigheid en ondankbaarheid tegenover de gunsten van Allah en daarom ondergingen zij zulke rampen. Eeuwenlang van de ene plaats naar de andere dwalend, zonder enig land of staat en uiteindelijk, in de tijd van Soelaiman, een thuis vindend in het Heilige Land, werden de joden opnieuw vernietigd vanwege het schenden van alle regels en vanwege hun corruptie en ongehoorzaamheid. Moderne joden, die zich in hetzelfde gebied als het recente verleden hebben gevestigd, zorgen opnieuw voor corruptie en zijn “opgetogen met verbazende arrogantie” precies zoals zij deden voor de eerste waarschuwing.

18:38 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

 

Reizen zij niet over land en zien wat het einde is van degenen die vóór hen waren? Zij waren machtiger dan hen in kracht en zij bewerkten de aarde en bevolkten die in grotere aantallen dan deze (heidenen) dat gedaan hebben, en tot hen kwamen hun boodschappers met duidelijke bewijzen. Zeker, Allah heeft hen geen onrecht aangedaan, maar zij hebben zichzelf onrecht aangedaan.

 (Qoer-aan Soerat ar-Roem: 9)

 

Alle volkeren die we tot nu toe onder de loep hebben genomen, hadden een aantal kenmerken gemeen zoals: overtredingen jegens Allah, partners aan Hem toeschrijven, zich arrogant in hun land gedragen, onrechtmatig de bezittingen van anderen verteren, neigen naar seksuele verdorvenheid en onrechtvaardigheid tegenover de moslims in hun buurt. Zij probeerden de moslims op alle mogelijke manieren te intimideren.

Het doel van de waarschuwingen uit de Qoer-aan is zeker niet alleen maar het geven van geschiedenislessen. De Qoer-aan verklaart dat de verhalen van de profeten slechts zijn verteld om een “voorbeeld” te stellen. Die profeten die eerder zijn vernietigd, zouden degenen die na hen kwamen naar het rechte pad moeten leiden:

 

Is het geen leiding voor hen (te weten) hoeveel generaties Wij voor hen vernietigd hebben, in wiens verblijfplaatsen zij lopen? Waarlijk hierin zijn beslist tekenen voor mensen van begrip.

(Qoer-aan Soerah Ta-Ha: 128)

 

Als we deze allemaal als “voorbeelden” beschouwen, kunnen we zien dat sommige delen van onze maatschappij niets beter zijn, in de zin van ontaarding en overtredingen, dan de volkeren die vergingen en die in deze verhalen beschreven worden.

De meeste maatschappijen hebben tegenwoordig een grote populatie van sodomisten en homoseksuelen in hun midden die ons herinneren aan het “Volk van Loeth”. De homoseksuelen, die seksfeesten met “prominente mensen uit de maatschappij”

bijwonen, vertonen alle soorten van verdorvenheid die hun evenbeelden in Sodom en Gomorrah overtreffen. Er is een groep van hen die, vooral, in de grotere steden van de wereld leven die “zelfs nog verder zijn gegaan” dan degenen in Pompeii.

Alle maatschappijen die we onderzocht hebben zijn gestraft door natuurlijke rampen zoals aardbevingen, stromen, overstromingen enz. De maatschappijen die afdwalen en het durven zulke vergrijpen te plegen, zouden best op een vergelijkbare wijze gestraft kunnen worden.

Het moet niet vergeten worden dat Allah iedere persoon of land Hij kan straffen, wanneer Hij maar wil. Of, Hij kan wie Hij maar wil, een gewoon leven laten leiden in deze wereld en hem straffen in het Hiernamaals. De Qoer-aan verklaart:

 

Dus straften Wij ieder voor zijn zonden, onder hen waren er sommigen aan wie Wij een krachtige wind met een regen van stenen stuurden en onder hen waren er sommigen die door een verschrikkelijke schreeuw overmand werden en onder hen waren er sommigen die Wij door de aarde lieten opzwelgen en onder hen waren er sommigen die Wij verdronken. Het was Allah niet Die hen onrecht had aangedaan, maar zij hadden zichzelf onrecht aangedaan.

 (Qoer-aan Soerat al-Ankaboet: 40)

 

De Qoer-aan vertelt ook over een gelovige, die van de familie van Fir’awn was en leefde in de tijd van Moesa, maar die zijn geloof verborg. Hij zij tot zijn volk:

 

“O mijn volk! Waarlijk, ik vrees dat jullie hetzelfde lot zullen begaan als die (ramp)dag van de bondgenoten!” Net als het lot van het volk van Noeh en ‘Ad en Thamoed en degenen die na hen kwamen. En Allah wil geen onrechtvaardigheid voor (Zijn) slaven. En O mijn volk! Waarlijk! Ik vrees voor jullie voor de Dag waarop de wederzijdse geroep zal zijn. Een Dag waarop jullie je zullen omdraaien en vluchten zonder een beschermer van Allah te hebben. En iedereen die Allah laat dwalen, voor hem is er geen leiding.”

(Qoer-aan Soerat al-Ghafir: 30-33)

 

Alle profeten waarschuwden hun volk, wezen hun op de dag des oordeels en trachten hen bang voor de straffen van Allah te maken, net zoals de gelovige die zijn geloof verborg, deed. De levens van alle profeten en boodschappers werden doorgebracht in het keer op keer uitleggen van deze zaken aan hun volk. En toch beschuldigden de mensen aan wie zij gestuurd waren hen over het algemeen van oneerlijkheid, of van het pogen materiele winst te verkrijgen of hun superioriteit over hen proberen te laten gelden.

 En zij zetten hun eigen stelsels voort zonder na te denken over wat de profeet had gezegd of over hun daden na te denken. Sommigen van hen zijn nog verder gegaan en probeerden de gelovigen te vermoorden of te verbannen. Het aantal gelovigen dat gehoorzaamde en volgde was meestal erg weinig. In de gevallen van de opstandige gemeenschapen, redde Allah echter altijd de profeten en hun volgelingen.

Ondanks de duizenden jaren die voorbij gegaan zijn en de veranderingen in plaats, manieren, technologieën en beschavingen is er toch weinig veranderd in de eerder genoemde maatschappelijke structuren en stelsels van de ongelovigen. Zoals we boven al hebben benadrukt, heeft een bepaald deel van de maatschappij waarin we leven alle ontaarde kenmerken van de mensen die in de Qoer-aan beschreven staan. Net zoals de Thamoed, die een te kleine maat gaven, zijn er vandaag de dag ook een groot aantal vervalsers en zwendelaren. Er bestaat een “homoseksuele gemeenschap” die verdedigd wordt wanneer de gelegenheid zich voordoet en de leden ervan doen niet onder voor het volk van Loeth, bij wie seksuele verdorvenheid een hoogtepunt bereikt had. Een groot deel van de maatschappij bestaat uit mensen die net zo ondankbaar en opstandig als het volk van Saba zijn, net zo ondankbaar voor de rijkdom die hen gegeven is als de mensen van Iram, net zo arrogant en beledigend tegenover de gelovigen als het volk van Noeh en net zo onoppassend voor maatschappelijke rechtvaardigheid als ‘Ad.


Dit zijn zeer belangrijke tekenen.

 

We moeten altijd in gedachten houden dat wat voor soort veranderingen er ook in een maatschappij teweeg worden gebracht of in wat voor staat van technologische vooruitgang ze ook zijn of wat hun mogelijkheden ook zijn, dat deze van hoegenaamd geen belang zijn. Niets van dit alles kan iemand redden van de straf van Allah. De Qoer-aan vermaant ons allen deze realiteit:

 

Reizen zij niet over land en zien wat het einde is van degenen die vóór hen waren? Zij waren machtiger dan hen in kracht en zij bewerkten de aarde en bevolkten die in grotere aantallen dan deze (heidenen) dat gedaan hebben, en tot hen kwamen hun boodschappers met duidelijke bewijzen. Zeker, Allah heeft hen geen onrecht aangedaan, maar zij hebben zichzelf onrecht aangedaan.

 (Qoer-aan Soerat ar-Roem: 9)

 

 

“Verheerlijkt bent U, wij hebben geen kennis behalve

van wat U ons onderwezen heeft.

U bent de Alwetende, de Alwijze.

(Qoer-aan Soerat al-Baqara: 32

18:36 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Ziehier het bewijs dat de Torah werd aangepast,lees maar

Zie je dat er niet meer veel waarheid van de originele Torah overgebleven is door de Joden.Lees maar...volledig

 

 

De Zondvloed van Noeh in het Oude Testament.

 

Het boek der waarheid dat aan de profeet Moesa is geopenbaard was de Torah. Zo goed als niets van deze openbaring is overgebleven en het bijbelse boek de “Pentateuch” heeft in de loop der tijd al lang zijn connectie met de originele openbaring verloren. Zelfs de meeste delen van deze twijfelachtige entiteit zijn door rabbijnen van de joodse gemeenschap veranderd. Op dezelfde wijze zijn de openbaringen waar alle andere profeten na de profeet Moesa mee naar de kinderen Israëls zijn gestuurd, bloot gesteld aan hetzelfde gedrag en enorm gewijzigd. Daarom drijft dit kenmerk, dat ons het de “Gewijzigde Pentateuch” laat noemen, ons ertoe het eerder te beschouwen als een product van mensen die poogden de geschiedenis van hun stam op te tekenen, dan als een goddelijk boek. Het is niet verwonderlijk dat de aard van de Gewijzigde Pentateuch en de tegenstrijdigheden die het bevat, geopenbaard zijn in zijn verslag van het verhaal van Noeh, ondanks dat het enige parallellen heeft met delen van de Qoer-aan.

Volgens het Oude Testament, verklaarde God aan Noeh dat iedereen behalve de gelovigen zouden worden vernietigd, omdat de aarde vol geweld was. Om deze reden, beval Hij hem om een Ark te maken en beschreef hem in detail hoe hij dit moest doen. Hij vertelde hem ook, om zijn familie mee te nemen, zijn drie zonen, de vrouwen van zijn zonen, twee van ieder levend wezen en wat provisie.

Zeven dagen later, toen het moment van de Zondvloed naderde, barsten alle ondergrondse bronnen open, het raam van de hemelen opende zich en een grote overstroming overspoelde alles. Dit duurde veertig dagen en nachten voort. Het schip zeilde over water dat alle bergen en hoge heuvels omvatte. Aldus werden zij die aan boord bij Noeh waren gered en de rest werd door het water van de Zondvloed meegedragen en verdronken. Na de Zondvloed, die veertig dagen en nachten duurde, stopte de regen en het water begon 150 dagen hierna te zakken.

Daarna kwam op de zeventiende dag van de zevende maand, het schip tot rust op de Aratat (Agri) bergen. Noeh liet een duif vrij om te zien of het water volledig was gezakt of niet en toen de duif uiteindelijk niet terugkwam, begreep hij dat het water volledig was gezakt. God zei hen van boord te gaan en over de aarde te verspreidden.

Eén van de tegenstrijdigheden in dit verhaal in het Oude Testament is dat volgens deze opsomming, in de “Yahwist” versie van de tekst, wordt gezegd dat God Noeh bevel gaf om zeven van deze dieren mee te nemen, mannelijk en vrouwelijk. Hij noemde dit “rein” en alleen maar enkele paren van dieren die Hij “onrein” noemde. Verder is ook de duur van de Zondvloed in het Oude Testament anders. Volgens het Yahwist verslag duurde het stijgen van het water 40 dagen, terwijl het volgens het verslag van de leken 150 dagen zou hebben geduurd.

Sommige delen van het Oude Testamentische verslag over de Zondvloed van Noeh zijn als volgt:

En God zei tot Noeh: “Het einde van al het leven is voor Mij gekomen, want de aarde is gevuld met geweld door hen; en aanschouw, Ik zal hen met de aarde vernietigen. Maakt gij zelf een ark van goferhout;…

En aanschouw, Ik zelfs Ik, breng een overstroming van water op de aarde, om al het leven, waarin de levenslucht is, te vernietigen, van onder de hemel; [en] ieder ding dat [is] op aarde zal sterven. Maar met u zal ik mijn convenant vestigen en u zal in de ark komen, u en uw zoons en uw vrouw en de vrouwen van uw zoons met u. En van elk levend wezen van elk vlees, zal u twee (van ieder soort) in de ark brengen, om hen met u in leven te houden. Zij zullen mannelijk en vrouwelijk zijn.

Aldus deed Noeh; overeenstemmend met alles dat God hem bevolen had, zo deed hij.

 (Genesis, 6: 13-22)

En de ark kwam in de zevende maand tot rust, op de zeventiende dag van de maand, op de berg van Aratat.                                  

 (Genesis: 8:4)

Van elk rein dier zal u hen met zevenen nemen, het mannetje en zijn vrouwtje; en van de dieren die niet rein zijn met tweeën, het mannetje en zijn vrouwtje. Het gevogelte uit de lucht met zeven, de man en de vrouw, om het zaad overal op aarde levend te houden.

 (Genesis: 7: 2-3)

En Ik zal Mijn convenant met u vestigen; noch zal ooit nog al het leven worden afgesneden door het water van een overstroming, noch zal er ooit nog een overstroming zijn om de aarde te vernietigen.

(Genesis: 9:11)

Volgens het Oude Testament, in overeenstemming met het oordeel dat “alles dat op de aarde is zal sterven” in een overstroming die de hele wereld omvat, werden alle mensen gestraft, en alleen degenen die aan boord van de Ark gingen met Noeh overleefden.

 

18:31 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Profeet Noah's zondvloed

 intro:

Heeft het verhaal van degenen vóór hen, hen niet bereikt. De mensen van Noeh, ‘Ad en Thamoed, het volk van Ibrahim, de bewoners van Median en de verwoeste steden, tot hen kwamen boodschappers met duidelijke bewijzen. Het was dus niet Allah die hen onrecht aandeed, maar zij deden zichzelf onrecht aan.

 (Qoer-aan Soerat at-Tawba: 70)

 

 

Noah’s Zondvloed

 

 

En voorwaar, Wij hebben Noeh naar zijn volk gestuurd, en hij bleef onder hen duizend jaren minus vijftig jaar en de zondvloed overspoelde hen terwijl zij onrechtvaardigen waren.

 (Qoer-aan Soerat al-Ankaboot: 14)

 

In bijna alle culturen wordt ernaar verwezen en de Zondvloed van Noeh (Noah) is één van de gebeurtenissen waar de Qoer-aan het meest uitgebreid op zinspeelt. De onverschilligheid van het volk van de profeet Noeh tegenover zijn advies en waarschuwingen, hun reacties en hoe de gebeurtenis plaatsvond zijn in vele verzen in detail verteld.

De profeet Noeh was gestuurd om zijn volk, wat van de verzen van Allah was afgekeerd en partners met Hem begonnen te associëren, te waarschuwen en hen aan te sporen alleen Allah te aanbidden en te stoppen met hun opstandigheid. Ondanks dat de boodschapper Noeh zijn volk vele malen adviseerde zich aan Allah te onderwerpen en hen waarschuwde voor de toorn van Allah, ontkenden zij Hem nog steeds en bleven partners met Allah associëren. In Soerat al-Moe’minoen, is als volgt beschreven hoe de affaire zich ontwikkelde;

 

En voorwaar Wij hebben Noeh naar zijn volk gestuurd en hij zei: “O mijn volk! Aanbidt Allah! Jullie hebben geen andere God behalve Hem. Zijn jullie dan niet bang?” Maar de stamhoofden van degenen die onder zijn volk ongelovig waren, zeiden: “Hij is niet meer dan een mens zoals jullie, hij probeert zichzelf boven jullie te stellen. Als Allah het gewild had, dan had Hij beslist engelen neergezonden; nog nooit hebben wij zoiets gehoord van de vaders van de ouderen. Hij is slechts een man die krankzinnig is, wacht dus een tijdje voor hem.” (Noeh) zei: “O mijn Heer! Help mij want zij ontkennen mij.”

 (Qoer-aan Soerat al-Moe’minoen: 23-26).

 

Zoals in deze verzen wordt verteld, probeerden de leiders van de gemeenschap Noeh ervan te beschuldigen, superioriteit over hen trachten uit te oefenen, dat wil zeggen, persoonlijke belangen zoeken zoals, status, leiderschap en rijkdom. Zij probeerden hem als “bezeten” te bestempelen en besloten hem nog een poosje te dulden en hem onder druk te houden.

Hierop, vertelde Allah aan de boodschapper Noeh dat zij die geloof verwierpen en zondigden, met verdrinking gestraft zouden worden en dat zij die geloofden zouden worden gered.

Toen de tijd van bestraffing inderdaad kwam, ontsprongen wateren en overstromende bronnen uit de grond en tezamen met buitensporige regen veroorzaakten ze een enorme overstroming. Allah zei Noeh om: “Aan boord paren van elke soort te nemen, mannelijk en vrouwelijk en zijn familie – behalve diegene van hen wie het Woord al is voorgegaan.” Alle mensen in dat land zijn in het water verdronken – waaronder ook Noeh’s “zoon” die dacht dat hij gered kon worden door bescherming te zoeken op een nabij gelegen berg. Iedereen verdronk, behalve degenen die, met de profeet Noeh, aan boord van de Ark waren gegaan. Toen het water zakte aan het eind van de Zondvloed, en “de zaak was beëindigd”, kwam de Ark op Joedi te rusten – dat is, op een hoge plek – zoals de Qoer-aan ons verteld.

Archeologisch, geografisch en historisch onderzoek toont aan dat deze gebeurtenis plaatsvond, precies zoals in de Qoer-aan wordt verteld. De Zondvloed is ook op een vergelijkbare manier beschreven in vele verslagen van beschavingen uit het verleden en in veel historische documenten, hoewel karakter en plaatsnamen verschillen. En “alles dat gebeurde met mensen die op het verkeerde pad waren” wordt aan de hedendaagse mens gepresenteerd als een waarschuwing.

Behalve in het Oude en Nieuwe Testament, wordt een verslag van de Zondvloed ook op een vergelijkbare manier verteld in Soemerische en Assyrisch-Babelonische verslagen, in Griekse legenden, in de Shatapatha, Brahmana en Mahabharata epische gedichten uit India, in sommige Welshe legenden van de Britse Eilanden, in de Noord-Europese Edda, in Litouwse legende en zelfs in enige verhalen van Chinese origine.

Hoe zou zulke gedetailleerde en toepasselijke informatie verzameld kunnen worden uit landen die geografisch en cultureel zo ver uit elkaar liggen en die behoorlijk ver van elkaar en de regio van de Zondvloed liggen?

Het antwoord is duidelijk: het feit dat hetzelfde incident wordt doorgegeven in verslagen en inscripties uit al deze gemeenschappen, welke weinig mogelijkheid tot communicatie met elkaar hebben, is in feite een duidelijk bewijs dat deze mensen kennis ontvingen uit een goddelijke bron. Het lijkt erop dat de Zondvloed, één van de belangrijkste en vernietigendste gebeurtenissen in de geschiedenis, overgeleverd is door verschillende profeten die naar verscheidene beschavingen zijn gestuurd met als doel, een voorbeeld te stellen. Aldus spreidde het nieuws over de Zondvloed zich uit naar verschillende culturen.

Behalve dat het in vele culturen en religieuze bronnen overgeleverd wordt, is het verhaal van de Zondvloed en de profeet Noeh, bovendien enorm gewijzigd en afwijkend van de originele versie, dit komt oftewel door bronvervalsing, of onjuiste overbrenging en misschien zelfs een verkeerde intentie. Onderzoek onthult dat, onder alle overleveringen van de Zondvloed, welke in principe hetzelfde incident met enkele verschillen vertelen, de enige consequente beschrijving die van de Qoer-aan is.

 

 

 

De Profeet Noeh en de Zondvloed in de Qoer-aan

 

De Zondvloed van Noeh wordt in vele Qoer-aan verzen genoemd. Hieronder zijn de verzen te vinden, op volgorde van gebeurtenis gearrangeerd;

 

Het door de Profeet Noeh uitnodigen van zijn Volk naar de Religie van de Waarheid.

Voorwaar, Wij hebben Noeh naar zijn volk gestuurd en hij zei: “O, mijn volk! Aanbid Allah! Jullie hebben geen andere god behalve Hem. Zeker, ik vrees voor jullie de bestraffing van de grote dag!”

(Qoer-aan Soerat al-Araf: 59)

 

Ik ben voor jullie een betrouwbare boodschapper. Vrees Allah dus en gehoorzaam mij. Ik vraag jullie hiervoor geen beloning, mijn beloning is slechts van de Heer van de wereldwezens. Onderhoudt jullie verplichting tot Allah, vrees Hem en gehoorzaam mij.”

(Qoer-aan Soerat as-Shoeara: 107-110)

 

En voorwaar Wij hebben Noeh naar zijn volk gestuurd en hij zei: “O mijn volk! Aanbidt Allah! Jullie hebben geen andere god behalve Hem.

Zijn jullie dan niet bang?”

(Qoer-aan Soerat al-Moe’minoen: 23)

 

De Profeet Noeh die zijn volk waarschuwt tegen de Bestraffing door Allah.

Waarlijk, Wij hebben Noeh tot zijn volk gestuurd (zeggende): “Waarschuw je volk voor de komst van een pijnlijke bestraffing voor hen.”

 (Qoer-aan Soerat Noeh: 11)

 

En jullie willen weten wie het is waarover de bestraffing zal komen die hen met schande zal bedekken en tot wie er een lange bestraffing komt.

(Qoer-aan Soerat Hoed: 39)

 

Dat jullie geen ander dan Allah aanbidden, zeker, ik vrees voor jullie de bestraffing van een pijnlijke dag.”

 (Qoer-aan Soerah Hoed: 26)

 

Ontkenning door Noeh’s volk.

De leiders van zijn volk zeiden: “Waarlijk wij zien jou in grote dwaling.”

(Qoer-aan Soerat al-Araf: 60)

 

Zij zeiden: “O Noeh! Je hebt met ons geredetwist en je hebt het gesprek verlengd, laat ons nu datgene zien waar je ons mee bedreigd hebt, als je waarachtig bent.”

 (Qoer-aan Soera Hoed:32)

 

En toen hij de ark bouwde, bespotten de stamhoofden van zijn volk hem elke keer wanneer zij voorbij liepen. Hij zei: “Als jullie ons bespotten, bespotten wij jullie ook voor jullie bespotting.”

 (Qoer-aan Soerat Hoed: 38)

 

Maar de stamhoofden van degenen die onder zijn volk ongelovig waren, zeiden: “Hij is niet meer dan een mens zoals jullie, hij probeert zichzelf boven jullie te stellen. Als Allah het gewild had, dan had Hij beslist engelen neergezonden; nog nooit hebben wij zoiets gehoord van de vaders van de ouderen. Hij is slechts een man die krankzinnig is, wacht dus een tijdje voor hem.”

(Qoer-aan Soerat al-Moe’minoen: 24-25)

 

Het volk van Noeh ontkende vóór hen, zij verwierpen Onze slaaf en zeiden: “Een dwaas!” En hij werd beledigend uitgescholden en bedreigd.

 (Qoer-aan Soerat al-Qomar: 9)

 

Hun veronachtzaming van degenen die de Profeet Noeh volgden.

De stamhoofden van de ongelovigen onder zijn volk zeiden: “Wij zien jou als een man net als onszelf, noch zien wij dat iemand je volgt behalve de minsten onder ons en zij volgen je zonder na te denken. En wij zien in jou geen voordeel voor ons, eigenlijk denken wij dat je een leugenaar bent.”

(Qoer-aan Soerat Hoed: 27)

 

Zij zeiden: “Zullen wij jou geloven terwijl de minsten jou volgen?”. Hij zei: “En wat voor kennis heb ik van wat zij deden?” Hun rekening ligt slechts bij mijn Heer, als jullie dat (maar) wisten. En ik ben niet van plan de gelovigen te verjagen. Ik ben slechts een duidelijke waarschuwer.”

(Qoer-aan Soerat ash-Shoeara: 111-115)

 

De Aanmaning van Allah aan Noeh om niet te treuren.

Er werd aan Noeh geopenbaard:

 

En het was Noeh ingegeven: “Niemand van je volk zal geloven, behalve degenen die reeds geloven. Wees niet bedroefd vanwege wat zij doen.”

(Qoer-aan Soerat Hoed: 36)

 

Gebeden van de Profeet Noeh.

Oordeelt U daarom tussen hen en mij en red mij en degenen van de gelovigen die met mij zijn.”

 (Qoer-aan Soerat ash-Shoeara: 118)

 

Toen riep hij zijn Heer aan: “Ik ben overmeesterd, help (mij) dus!”

(Qoer-aan Soerat al-Qomar: 10)

 

Hij zei: “O mijn Heer! Waarlijk, ik heb mijn volk in de nacht en op de dag geroepen, maar al mijn roepen voegde niets aan (hun) vlucht toe.

(Qoer-aan Soerat Noeh: 5-6)

 

(Noeh) zei: “O mijn Heer! Help mij want zij ontkennen mij.”

 (Qoer-aan Soerat al-Moe’minoen: 26)

 

En voorwaar Noeh riep Ons aan en Wij waren de Beste van degenen die (het verzoek) beantwoorden.

 (Qoer-aan Soerat as-Saaffat: 75)

 

Het bouwen van de Ark.

En bouw onder Onze ogen en met Onze inspiratie een ark, en spreek Mij niet aan voor degenen die het mis hebben; zij zullen zeker verdrinken.”

 (Qoer-aan Soerah Hoed: 37)

 

De vernietiging van het volk van de Profeet Noeh door verdrinking.

Maar zij negeerden hem, zodat Wij hem en degenen die met hem waren, redden in het schip en Wij verdronken degenen die Onze tekenen negeerden. Zij waren zeker een blind volk.

 (Qoer-aan Soerat al-Araf: 64)

 

Toen verdronken Wij de anderen nadat degenen die achter bleven gered waren.

 (Qoer-aan Soerat ash-Shoeara: 120)

 

En voorwaar, Wij hebben Noeh naar zijn volk gestuurd, en hij bleef onder hen duizend jaren minus vijftig jaar en de zondvloed overspoelde hen terwijl zij onrechtvaardigen waren.

(Qoer-aan Soerat al-Ankaboet: 14)

 

Dus hebben Wij hem gered en degenen die bij hem waren door een genade van Ons en Wij hebben de wortels afgesneden van degenen die Onze tekenen negeerden en zij waren geen gelovigen. (Maar zij negeerden hem, zodat Wij hem en degenen die met hem waren, redden in het schip en Wij verdronken degenen die Onze tekenen negeerden. Zij waren zeker een blind volk. Toen verdronken Wij de anderen nadat degenen die achter bleven gered waren.

(Qoer-aan Soerat al-Araf: 72)

 

 

De vernietiging van de “zoon” van de Profeet Noeh

 

De Qoer-aan verhaald een dialoog tussen Noeh en zijn zoon, in een vroeg stadium van de Zondvloed;

Dus het voer met hen tussen golven als bergen en Noeh riep tegen zijn zoon: “O mijn zoon! Kom met ons aan boord en wees niet bij de ongelovigen.” De zoon antwoordde: “Ik zal naar een berg gaan, dat zal mij van het water redden.” Noeh zei: “Deze dag is er geen redding van het Besluit van Allah behalve met hem waar Hij genade mee heeft.” En een golf kwam tussen hen, dus hij was bij degenen die verdronken waren.

 (Qoer-aan Soerat Hoed: 42-43)

 

 

De gelovigen redden van de Zondvloed

 

En Wij redden hem en degenen die bij hem waren in een volgeladen schip.

(Qoer-aan Soerat ash-Shoeara: 119)

 

Toen redden Wij hem en degenen die met hem in de ark waren en maakte het als een waarschuwing voor de wereldwezens.

(Qoer-aan Soerat al-Ankaboot: 15)

 

 

De fysieke kenmerken van de Zondvloed

 

Dus openden Wij de poorten van de hemel met stromend water. En Wij lieten uit de aarde de bronnen stromen. Dus de wateren ontmoetten elkaar in een voorbeschikte zaak. En Wij droegen hem op een (schip) gemaakt van spijkers en planken.

 (Qoer-aan Soerat al-Qomar: 11-13)

 

(Zo was het) toen Ons Bevel kwam en de oven kookte over. Wij zeiden: “Laad daarin van ieder soort twee en je gezin behalve degenen waar het woord reeds tegen gesproken heeft, en degenen die geloven. En niemand geloofden met hem, behalve een paar.” En hij zei: “Scheep in, in de naam van Allah zal het zijn bewegende koers en zijn ankerplaats zijn. Zeker, mijn Heer is Genadevol, Barmhartig. Dus het voer met hen tussen golven als bergen en Noeh riep tegen zijn zoon: “O mijn zoon! Kom met ons aan boord en wees niet bij de ongelovigen.”

 (Qoer-aan Soerat Hoed: 40-42)

 

Dus inspireerden Wij hem (zeggende): “Bouw een schip onder Onze ogen en onder Onze openbaring. Dan als Ons bevel komt, en de oven overkookt, neem dan aan boord van elk soort twee en jouw familie, behalve degenen waar het Woord al tegen is uitgevaardigd. En spreek Mij niet aan om gunsten te verlenen voor degenen die gezondigd hebben. Waarlijk zij zullen verdrinken.

(Qoer-aan Soerat al-Moe’minoen: 27)

 

 

Het te rusten liggen van de Ark op een Hoge plaats

 

En er werd gezegd: “O aarde! Slik je water in, en O hemel! Stop.” En het water was verdwenen en het Besluit was vervuld. En het strandde op de berg Judi en er werd gezegd: “Weg met het volk dat onrechtvaardig is.”

(Qoer-aan Hoed: 44)

 

 

Het educatieve aspect van de Zondvloed

 

Waarlijk! Toen het water boven zijn grenzen steeg droegen Wij jullie in het drijvende. Zodat Wij het als een overdenking voor jullie kunnen maken en het heldere oor (persoon) het kan (horen en) begrijpen.

 (Qoer-aan al-Haaqqa: 12-12)

 

Allah’s prijzen van de Profeet Noeh

 

Vrede zij met jou Noeh onder de wereldwezens!” Waarlijk, dus belonen Wij de weldoeners.. Waarlijk, hij is één van Onze gelovende slaven.

(Qoer-aan Soerat as-Saaffat: 79-81)

 

 

Was de Zondvloed een locale ramp of was het globaal?

 

Degenen die de realiteit van de Zondvloed van Noeh verloochenen, ondersteunen hun standpunt met de bewering dat een wereldwijde overstroming onmogelijk is. Hun ontkenning van enige willekeurige overstroming, is echter ook een op de Qoer-aan gerichte aanval. Volgens hen, lijken alle geopenbaarde boeken, waaronder de Qoer-aan de realiteit van een wereldwijde overstroming te verdedigen en zijn dus onjuist.

Deze ontkenning van de Qoer-aan is evenwel niet juist. De Qoer-aan is door Allah geopenbaard en is het enige ongewijzigde goddelijke boek. De Qoer-aan kijkt vanuit een ander standpunt naar de Zondvloed dan de Pentateuch en de andere overstromingslegendes die in verschillende culturen overgeleverd worden. De Pentateuch een naam voor de eerste vijf boeken van het Oude Testament, zegt dat de Zondvloed globaal was, dat het de hele wereld omvatte. De Qoer-aan geeft evenwel niet zo’n verklaring, de betreffende verzen impliceren dat de Zondvloed regionaal was en niet de hele wereld omvatte, maar verdronk alleen het volk van Noeh, die door Noeh gewaarschuwd waren en op die manier gestraft werden.

Wanneer de Zondvloed overleveringen van het Oude Testament en de Qoer-aan worden onderzocht, is dit verschil duidelijk. Het Oude Testament, is door de geschiedenis heen aan zoveel veranderingen en aanvullingen blootgesteld, dat het niet als een originele openbaring mag worden beschouwd, beschrijft als volgt hoe de Zondvloed begon;

 

En God zag dat de zondigheid van de mens op aarde groot was en dat ieder van de gedachtes uit zijn hart continu slecht was. En het speet de Heer dat Hij de mens op de aarde had gemaakt en het bedroefde Zijn hart. En de Heer zei: “Ik zal de mens, die Ik geschapen heb, van de aarde wegvagen; zowel mens als dier, en het kruipende ding en de vogels uit de lucht; want het speet Mij dat Ik hen gemaakt heb.” Maar Noeh vond genade in de ogen van de Heer

 (Genesis, 6:5-8)

 

In de Qoer-aan echter wordt duidelijk aangetoond dat het niet de hele wereld, maar alleen het volk van Noeh was dat vernietigd werd. Net zoals Hoed alleen naar de ‘Ad was gestuurd (Soerah Hoed: 50), Salih naar de Thamoed was gestuurd (Soerah Hoed: 61) en alle andere profeten die voor Mohammed kwamen, alleen naar hun eigen volk gestuurd waren, was Noeh alleen naar zijn volk gestuurd en de overstroming veroorzaakte alleen de verdwijning van Noeh’s volk:

 

En voorwaar Wij stuurden Noeh naar zijn volk (en hij zei): “Ik ben tot jullie gekomen als een duidelijke waarschuwer.” Dat jullie geen ander dan Allah aanbidden, zeker, ik vrees voor jullie de bestraffing van een pijnlijke dag.” (Qoer-aan Soerah Hoed: 25-26)

Zij die vergingen waren mensen die de verkondiging van Noeh volkomen negeerden en volharden in hun opstandigheid. Relevante verzen zijn expliciet genoeg:

 

Maar zij negeerden hem, zodat Wij hem en degenen die met hem waren, redden in het schip en Wij verdronken degenen die Onze tekenen negeerden. Zij waren zeker een blind volk.

(Qoer-aan Soerat al-Araf: 64)

 

Dus hebben Wij hem gered en degenen die bij hem waren door een genade van Ons en Wij hebben de wortels afgesneden van degenen die Onze tekenen negeerden en zij waren geen gelovigen.   

(Qoer-aan Soerat al-Araf: 72)

 

Verder merkt Allah in de Qoer-aan op dat Hij een gemeenschap niet vernietigt, behalve wanneer een boodschapper naar hen is gestuurd. Vernietiging kan alleen plaatsvinden, wanneer een waarschuwer al bij een bepaald volk is aangekomen en de waarschuwer is verloochend. Allah verklaart in Soerat al-Qasas:

 

En nooit zal jullie Heer de steden vernietigen tot Hij tot de moederstad een boodschapper stuurt die voor hen Onze verzen reciteert. En nooit zullen Wij de steden vernietigen tenzij de bevolking onrechtvaardig is.

(Qoer-aan Soerat al-Qasas: 59)

 

Het is niet de manier van Allah om een volk te vernietigen, aan wie Hij geen boodschappers heeft gestuurd. Noeh is als een waarschuwer naar zijn volk gestuurd. Daarom vernietigde Allah niet de gemeenschappen aan wie geen waarschuwer was gestuurd, maar alleen Noeh’s volk.

Door deze verklaringen uit de Qoer-aan, kunnen we er zeker van zijn dat de overstroming van Noeh een regionale ramp was en geen wereldomvattende. De opgravingen die in de archeologische regio waar de overstroming plaats zou moeten hebben gevonden – welke we hier beneden zullen onderzoeken – laten zien dat de overstroming geen gebeurtenis was die de hele wereld trof, maar een zeer uitgebreide ramp die een bepaald deel van Mesopotamië trof.

 

 

Zijn alle diersoorten aan boord genomen?

 

De Bijbelexegisten geloven dat Noeh alle diersoorten aan boord van de Ark nam en dat de dieren dankzij Noeh van uitsterving gered werden. Volgens deze overtuiging, werd er van iedere op het land levende diersoort, een paar bijeengebracht en aan boord gezet.

Degenen die deze bewering verdedigen, komen hierbij zonder twijfel vele moeilijkheden tegen. Vragen over hoe de diersoorten die aan boord waren gevoed werden, hoe zij op de Ark behuisd waren of hoe zij van elkaar gescheiden werden, zijn onmogelijk te beantwoorden. Bovendien rest ook nog de vraag: hoe werden de dieren van verschillende continenten bij elkaar gebracht – zoogdieren van de polen, kangaroes uit Australië of de bizon die specifiek op het Amerikaanse continent thuishoort? Meer vragen volgen bovendien over hoe gevaarlijke dieren – giftige zoals slangen, schorpioenen en wilde dieren – gevangen werden en hoe zij ver van hun natuurlijke omgeving in leven konden worden gehouden tot het water zakte.

Dit zijn de vragen die het Oude Testament het hoofd moet bieden. In de Qoer-aan is geen verklaring die impliceert dat alle diersoorten op aarde aan boord werden genomen. Zoals we eerder hebben opgemerkt, vond de Zondvloed in een bepaalde regio plaats. Daarom kunnen de aan boord genomen diersoorten alleen die soorten geweest zijn, die leefden in de omgeving waar Noeh’s volk verbleef.

Het is echter duidelijk dat het onmogelijk is om alle diersoorten die in dat gebied leefden te verzamelen. Het is moeilijk om te geloven dat Noeh en een klein aantal gelovigen met hem (Soerah Hoed) alle kanten opgingen, om van honderden diersoorten uit hun omgeving, twee van iedere soort te vangen. Het is zelfs nog onwaarschijnlijker dat zij iedere insectensoort die in hun omgeving leefde konden vangen en dan bovendien de mannelijke nog van de vrouwelijke wisten te onderscheiden! Om deze reden is het waarschijnlijker dat de dieren die verzameld werden, de dieren waren die gemakkelijk gevangen en in leven gehouden konden worden. Daarom waren huisdieren dus bijzonder nuttig voor de mens. Het is het meest waarschijnlijk dat de profeet Noeh aan boord dieren als: koeien, schapen, paarden, pluimvee, kamelen en dergelijke heeft genomen. Omdat deze de belangrijkste dieren waren, die nodig waren voor het vestigen van een nieuw leven in een gebied dat een groot deel van zijn levende have door de Zondvloed was kwijtgeraakt.

Het belangrijkste punt, is dat de goddelijke wijsheid die spreekt uit het bevel om de dieren te verzamelen dat Allah gaf aan Noeh, meer ligt in het feit dat het gericht is op het verzamelen van de dieren die nodig zijn voor het opbouwen van nieuw leven na de overstroming, dan op het beschermen van de diersoorten.

Omdat de Zondvloed regionaal was, kon de uitsterving van de diersoorten geen mogelijkheid zijn. Het is zeer waarschijnlijk dat na de overstroming, dieren uit andere gebieden in de loop van de tijd naar dat gebied migreerden en de regio opnieuw met zijn oude levendigheid bevolkten. Wat belangrijk was, was om direct na de overstroming leven in het gebied op te bouwen, en de bijeengebrachte dieren zouden voornamelijk met dit doel verzameld zijn.

 

 

Hoe hoog is het water gestegen?

 

Een andere discussie rondom de Zondvloed is, of het water hoog genoeg steeg om de bergen te overstelpen of niet. Zoals bevestigd, informeert de Qoer-aan ons dat de Ark na de overstroming op “Al-Joedi” tot stilstand kwam. Het woord “Joedi” wordt over het algemeen aangeduid als een bepaalde berghelling, terwijl het woord in het Arabisch zoiets als “hoge plaats of heuvel” lijkt te betekenen. Daarom moet men niet vergeten dat “Joedi” in de Qoer-aan niet als naam voor een bepaalde berghelling gebruikt hoeft te zijn, maar om aan te geven dat de Ark op een hoge plaats tot stilstand kwam. Daarbij kan de eerder genoemde betekenis van het woord “Joedi” ook aantonen dat het water tot een bepaalde hoogte kwam, maar niet op zo’n hoog niveau als de bergtoppen. Dat wil zeggen dat de overstroming zeer waarschijnlijk niet de hele aarde en alle bergen overspoelde, zoals in het Oude Testament wordt beschreven, maar zich alleen over een bepaald gebied uitstrekte.

 


 

De locatie van de Zondvloed van Noeh

 

De Mesopotamische vlakten zijn als locatie voor de Zondvloed geopperd. De oudste voor de geschiedenis bekende beschavingen waren in deze regio. Daarbij is, omdat het tussen de rivieren de Tigris en de Eufraat ligt, dit gebied geografisch een zeer geschikte omgeving voor een grote overstroming. Eén van de meewerkende factoren voor het teweeg brengen van de overstroming, is zeer waarschijnlijk, dat deze twee rivieren buiten hun oevers liepen en de regio overstelpten.

De tweede reden dat dit gebied als de locatie van de Zondvloed wordt beschouwd, is historisch. In de verslagen van vele beschavingen zijn vele documenten gevonden die verwijzen naar een overstroming die in dezelfde periode plaatsvond. Omdat zij getuige van de vernietiging van het volk van Noeh waren geweest, moeten deze beschavingen de behoefte hebben gehad om op te tekenen hoe deze ramp tot stand kwam en wat voor resultaat het had. Het is bekend dat de meeste van deze overstromingslegendes van Mesopotamische origine zijn. Belangrijker voor ons zijn de archeologische vondsten. Zij laten ons zien dat een grote overstroming inderdaad deze regio overkwam. Zoals we op de volgende pagina’s in detail zullen onderzoeken, zorgde de overstroming ervoor dat beschaving voor een bepaalde tijd opgeschort werd. Bij de opgravingen zijn duidelijke sporen van zo’n enorme ramp aan het licht gekomen.

De opgravingen die in de Mesopotamische regio gedaan zijn, onthullen dat in de geschiedenis deze regio verschillende rampen onderging als gevolg van de overstroming en het overlopen van de Tigris en de Eufraat rivieren. Rond het tweede millennium voor Christus, in de tijd van Ibbi-sin, is een jaar aangemerkt als het jaar “dat kwam na de overstroming die de grenzen tussen de hemelen en de aarde vernietigde.”1 Rond 1700 voor chr. in de tijd van de Babylonische Hammoerabi, is een jaar aangemerkt als het jaar waarin het incident van “het vernietigen van de stad van Esnoenna met een overstroming” plaatsvond.

In de tiende eeuw voor chr., in de tijd van de heerser Naboe-moekin-apal, vond een overstroming plaats in de stad Babylon2 Na ‘Isa (Jezus) vonden in de 7e, 8e, 10e, 11e en 12e eeuw belangrijke overstromingen plaats in de regio. In de 20e eeuw gebeurde hetzelfde in 1925, 1930 en 1954.3 Het is duidelijk dat deze regio altijd bloot heeft gestaan aan de ellende van overstromingen en zoals wordt aangegeven in de Qoer-aan, is het zeer waarschijnlijk dat een indrukwekkende overstroming een heel volk kan hebben vernietigd.

 

 

Archeologisch bewijs voor de Zondvloed

 

Het is geen toeval dat we vandaag de dag aanlopen tegen sporen van de meeste gemeenschappen waarvan in de Qoer-aan gezegd wordt dat ze vernietigd zijn. Archeologisch bewijs brengt het feit voort dat hoe abrupter een gemeenschap verdwijnt, hoe groter de kans is dat we een aantal van zijn overblijfselen tegenkomen.

In het geval van een beschaving die plotseling verdwijnt, wat kan gebeuren als resultaat van een natuurlijke ramp, plotselinge migratie of oorlog, zullen de sporen van zo’n beschaving veel beter bewaart blijven. De huizen waarin mensen leefden en de gebruiksvoorwerpen die zij eens in het dagelijks leven gebruikten, worden binnen korte tijd onder de aarde begraven. Aldus worden zij voor lange periodes, niet door de menselijke hand aangeraakt, bewaard en zij brengen belangrijk bewijs uit het verleden voort, wanneer zij aan het daglicht gebracht worden.

Dit is hoe in onze tijd een groot deel van het bewijs voor de Zondvloed van Noeh ontdekt is. De Zondvloed, waarvan mens denkt dat hij rond het 3e millennium voor Christus plaatsvond, bracht binnen een moment het einde van een beschaving teweeg en zorgde er later voor dat er een nieuwe beschaving voor in de plaats werd gesticht. Aldus is het klaarblijkelijke bewijs voor de Zondvloed duizenden jaren bewaard gebleven, zodat we er een waarschuwing uit kunnen trekken.

Vele opgravingen zijn gedaan in onderzoek naar de overstroming die de Mesopotamische vlakten overspoelde. Bij opgravingen die in de regio gemaakt zijn, zijn bij vier hoofdsteden sporen gevonden voor wat een bijzonder grote overstroming moet zijn geweest. Deze steden waren de belangrijkste steden in Mesopotamië: Oer, Erech, Kish en Shoeroeppak.

De opgravingen die in de steden gedaan zijn onthullen dat alle vier de steden, rond het 3e millennium voor Christus, aan een overstroming hebben bloot gestaan.

Laten we eerst een blik werpen op de opgravingen die gedaan zijn in de stad Oer.

De oudste overblijfselen van een beschaving die opgegraven werd in de stad Oer, dat tegenwoordig een nieuwe naam gekregen heeft namelijk “Tell al-Moeqqayar”, dateren van 7000 voor Christus. Als één van de plekken, die basis is geweest voor één van de vroegste beschavingen, is de stad Oer een gebied van nederzettingen geweest, waar vele culturen elkaar opvolgden. Archeologische vondsten in de stad Oer tonen dat hier een beschaving onderbroken is na een enorme overstroming en dat later nieuwe beschavingen ontstonden. R.H Hall van het Brits Museum deed de eerste opgravingen hier. Leonard Woolley, die het op zich nam na Hall met de opgravingen door te gaan, had ook het toezicht bij een opgraving die door het Brits Museum en de Universiteit van Pennsylvania gezamenlijk werd georganiseerd. Opgravingen die door Woolley werden geleid, en die wereldwijd een groot effect hadden, duurden van 1922 tot 1934.

De opgravingen van Sir Woolley, vonden midden in de woestijn tussen Bagdad en de Perzische golf plaats. De eerste stichters van de stad Oer waren mensen die uit Noord-Mesopotamië kwamen en zichzelf “Oebaidian” noemden. Opgravingen begonnen in eerste instantie informatie te verzamelen over deze mensen. De opgravingen van Sir Woolley worden door de Duitse archeoloog Werner Keller als volgt beschreven:

“De graven van de koningen van Oer” – zoals Woolley, ze betitelde in de uitbundigheid van zijn verrukking van het ontdekken van hen, de graftomben van de Soemerische edelen. Wiens waarlijk koninklijke pracht onthuld werd toen de spaden van de archeologen een ongeveer vijftig voet hoge grafheuvel ten zuiden van de tempel aanvielen en een lange rij van boven op geplaatste graven ontdekten. De stenen grafkelders waren echte schatkisten, want zij waren gevuld met alle dure drinkbekers, prachtig gevormde kannen en vazen, brons tafelgerei, parelmoeren mozaïeken, lapis lazuli en zilver omringden deze lichamen die tot stof waren vergaan. Harpen en lieren rusten tegen de muren. Later schreef hij in zijn dagboek dat “bijna onmiddellijk, ontdekkingen werden gedaan die onze vermoedens bevestigden. Direct onder de vloer van één van de graftomben van de koningen, vonden we in een lage as van verbrand hout, een aantal kleien tabletten. Welke met tekens bedekt waren, die van een veel ouder type waren dan de inscripties op de graven. Oordelend aan de hand van de soort van schrijven konden de tabletten gedateerd worden in ongeveer 3000 voor Christus. Zij waren daarom twee of drie eeuwen ouder dan de graftomben.”

De schachten gingen dieper en dieper. Nieuwe lagen, met fragmenten van kannen, potten en kruiken bleven verschijnen. De deskundigen merkten op dat het aardewerk verrassend genoeg ongewijzigd bleef. Het leek precies op dat wat in de graven van de koningen was gevonden. Het leek er daarom op dat de Soemerische beschaving eeuwen lang geen radicale veranderingen had ondergaan. Zij moesten, volgens de conclusie, verbijsterend vroeg een hoog ontwikkeld niveau hebben bereikt. Toen Woolley’s werkmannen hem na enkele dagen toeriepen: “We zijn op het onderste niveau”, liet hij zichzelf zakken tot op de vloer van de schacht om zichzelf te bevredigen. De eerste gedachte van Woolley was: “Dit is het eindelijk”. Het was zand, puur zand van een soort die alleen door water kan zijn aangeslibd.

Zij besloten door te graven en de schacht dieper te maken. Dieper en dieper gingen de spaden de grond in: drie voet, zes voet – nog steeds pure modder. De modderlaag stopte op tien voet plotseling net zo abrupt als het begonnen was. Onder deze lemen sliblaag van bijna tien voet dik, stoten zij op vers bewijs van menselijke bewoning. Het uiterlijk en de kwaliteit van het aardewerk waren merkbaar veranderd. Hier waren zij handgemaakt. Er werden nergens metalen overblijfselen gevonden. Het primitieve werktuig dat naar boven kwam, was gemaakt van gehouwen vuursteen. Het moest uit het stenen tijdperk stammen!

De Zondvloed – dat was de enige mogelijke verklaring van deze grote lemen sliblaag onder de heuvel bij Oer, welke de twee tijdvakken van nederzettingen scheidde. De zee had zijn onmiskenbare sporen achtergelaten in de vorm van overblijfselen van kleine zee-organismen die in de modder ingesloten waren.4

Microscopische analyses onthulden dat deze grote lemen sliblaag onder de heuvel bij Oer daar was opgehoopt als het resultaat van een overstroming die groot genoeg was om een gehele oude Soemerische beschaving uit te roeien. Het epische gedicht van Gilgamesh en het verhaal van Noeh werden verenigd in deze schacht, die diep onder de Mesopotamische woestijn gegraven was. Max Mallowan overleverde de gedachten van Leonard Woolley, die zei dat zo’n enorme massa van alluvium alleen maar in zo’n korte tijdspanne gevormd kan worden, als gevolg van een enorme overstromingsramp. Woolley beschreef de overstromingslaag die de Soemerische stad Oer scheidde van de stad Al-Oebaid, wiens inwoners geverfd aardewerk gebruikten, als de overblijfselen van de Zondvloed.5

Deze tonen aan dat de stad Oer één van de plaatsen was, die door de Zondvloed beïnvloed is. Werner Keller drukte het belang van de eerder genoemde opgraving uit door te zeggen, dat de van resten van een stad onder de modderige laag, die geoogst zijn bij de archeologische opgravingen die in Mesopotamië zijn gedaan, bewijst dat er daar een overstroming is geweest.6

Een andere Mesopotamische stad die sporen van de Zondvloed draagt is “Kish van de Soemerianen” welke nu bekend staat als Tall Al-Oehaimer. Volgens oude Soemerische bronnen, was deze stad de “zetel van de eerste postdiluviaanse dynastie.”7 De stad Shoeroepak in Zuid-Mesopotamië, welke vandaag de dag Tall Fa’rah heet, draagt op vergelijkbare wijze sporen van de Zondvloed. Archeologische onderzoeken in deze stad werden tussen 1920 en 1930 geleid door Erich Schmidt van de Universiteit van Pennsylvania. Deze opgravingen onthulden drie lagen van bewoning, in tijd uitstrekkend van de late prehistorische periode tot de 3e dynastie van Oer (2112-2004 voor Christus) De meest kenmerkende vondsten waren ruines van goedgebouwde huizen samen met tabletten in spijkerschrift, van administratieve verslagen en woordenlijsten, die aangaven dat er al een hoog ontwikkelde samenleving aanwezig was tegen het einde van het 4e millennium voor Christus.8

Het belangrijkste punt is, dat er zo rond 2900-3000 voor Christus op deze plaats, een enorme overstromingsramp scheen te hebben plaats gevonden. Volgens Mallowans verslag bereikte Schmidt ongeveer 4 tot 5 meter onder de grond een gele grondlaag (gevormd door overstroming) gemaakt van een mengsel van klei en zand. Deze laag was dichter bij het grondniveau dan de omtrek van de grafheuvel en kon rond de hele grafheuvel geobserveerd worden….Schmidt definieerde deze laag die gemaakt was van een mengsel van klei en zand, welke overbleven van de tijd van een Oud koninkrijk van Cemdet Nasr, als “zand met zijn oorsprong in de rivier” en associeerde het met de Zondvloed van Noeh.9

Bij de opgravingen gedaan in de stad Shroeroeppak, werden overblijfselen van een overstroming gevonden die hoorden bij de periode 2900-3000 voor Christus. De stad Shoeroeppak is waarschijnlijk net zoveel door de overstroming beïnvloed als de andere steden.10

De laatste plek waar gebleken is dat hij door de Zondvloed beïnvloed is, is de stad Erech die ten zuiden van Shoeroeppak ligt, welke vandaag de dag bekend staat als Tall Al-Warka. In deze stad is net als in anderen, een overstromingslaag gevonden. Net zoals de anderen dateert deze overstromingslaag van 2900-3000 voor Christus.11

Zoals alom bekend is, stromen de rivieren de Tigris en de Eufraat door Mesopotamië, van het ene eind naar het andere. Het lijkt erop dat tijdens de gebeurtenis, deze rivieren en vele andere waterbronnen, groot en klein, overstroomden en door met regen verenigd te worden, veroorzaakten zij een grote overstroming. Deze gebeurtenis wordt beschreven in de Qoer-aan

 

Dus openden Wij de poorten van de hemel met stromend water. En Wij lieten uit de aarde de bronnen stromen. Dus de wateren ontmoetten elkaar in een voorbeschikte zaak.

 (Qoer-aan Soerat al-Qomar: 11-12)

 

Wanneer de factoren die de Zondvloed veroorzaakten één voor één worden onderzocht, ziet men dat zij allemaal een natuurlijk fenomeen lijken te zijn. Wat de gebeurtenis miraculeus maakt, is dat zij allemaal tegelijkertijd plaatsvonden en het feit dat Noeh zijn volk van tevoren voor zo’n ramp waarschuwde.

Beoordeling van het bewijs dat verkregen is uit de voltooide onderzoeken, onthulde dat de Zondvloed zich over ongeveer 160 kilometer (in de breedte) van oost naar west en 600 kilometer (in de lengte) van noord naar zuid, uitstrekte. Dit toont aan dat de Zondvloed het gehele Mesopotamische vlakten omvatte. Wanneer we de staat van de steden Oer, Erech, Shoeroeppak en Kish, welke sporen van de Zondvloed dragen, nader bekijken, zien we dat deze langs een route zijn opgesteld. De Zondvloed moet daarom een weerslag op deze vier steden en hun omgeving hebben gehad. Daarnaast moet worden opgemerkt dat rond 3000 voor Christus, de geografische structuur van de Mesopotamische vlakten anders was dan nu. In die tijd, lag de oever van de rivier de Eufraat oostelijker dan vandaag de dag; deze oeverlijn liep gelijk aan een doorgetrokken lijn tussen Oer, Erech, Shoeroeppak en Kish. Met het openen van de “bronnen van de aarde en de hemel” lijkt het erop dat de rivier de Eufraat overliep en verspreidde en aldus de vier bovengenoemde steden vernietigde.

 

Religies en culturen die de Zondvloed melden.

 

De Zondvloed is aan bijna alle volkeren bekend gemaakt door de mond van profeten die de religie van de waarheid doorgaven. Maar het is door die gemeenschappen in legenden veranderd en is gaandeweg zowel uitgebreid als vervalst.

Allah heeft nieuws over de Zondvloed doorgegeven via boodschappers en boeken die Hij aan verschillende gemeenschappen heeft gestuurd, zodat het een waarschuwing en een voorbeeld kan zijn. En toch zijn de teksten iedere keer anders dan hun origineel gemaakt en de beschrijvingen van de Zondvloed zijn uitgebreid met mythologische elementen. De Qoer-aan is de enige blijvende bron die in blijvende overeenstemming is met de ontdekkingen van ervaringsonderzoek. Dit komt alleen doordat Allah de Qoer-aan heeft behoed van het ondergaan van zelfs maar de kleinste verandering en niet heeft toegestaan dat het vervalst werd. Volgens het volgende oordeel uit de Qoer-aan: “Wij hebben, zonder twijfel, de Boodschap gestuurd; en Wij zullen het voor zeker beschermen (tegen vervalsing)” (Soerat al-Hidjr: 9) is de Qoer-aan onder de speciale bescherming van Allah.

In het laatste deel van dit hoofdstuk dat de Zondvloed behandelt, zullen we zien hoe deze gebeurtenis is voorgesteld –hoewel zeer vervalst – in verschillende culturen en in de Oude en Nieuwe Testamenten.

 

 

De Zondvloed van Noeh in het Oude Testament.

 

Het boek der waarheid dat aan de profeet Moesa is geopenbaard was de Torah. Zo goed als niets van deze openbaring is overgebleven en het bijbelse boek de “Pentateuch” heeft in de loop der tijd al lang zijn connectie met de originele openbaring verloren. Zelfs de meeste delen van deze twijfelachtige entiteit zijn door rabbijnen van de joodse gemeenschap veranderd. Op dezelfde wijze zijn de openbaringen waar alle andere profeten na de profeet Moesa mee naar de kinderen Israëls zijn gestuurd, bloot gesteld aan hetzelfde gedrag en enorm gewijzigd. Daarom drijft dit kenmerk, dat ons het de “Gewijzigde Pentateuch” laat noemen, ons ertoe het eerder te beschouwen als een product van mensen die poogden de geschiedenis van hun stam op te tekenen, dan als een goddelijk boek. Het is niet verwonderlijk dat de aard van de Gewijzigde Pentateuch en de tegenstrijdigheden die het bevat, geopenbaard zijn in zijn verslag van het verhaal van Noeh, ondanks dat het enige parallellen heeft met delen van de Qoer-aan.

Volgens het Oude Testament, verklaarde God aan Noeh dat iedereen behalve de gelovigen zouden worden vernietigd, omdat de aarde vol geweld was. Om deze reden, beval Hij hem om een Ark te maken en beschreef hem in detail hoe hij dit moest doen. Hij vertelde hem ook, om zijn familie mee te nemen, zijn drie zonen, de vrouwen van zijn zonen, twee van ieder levend wezen en wat provisie.

Zeven dagen later, toen het moment van de Zondvloed naderde, barsten alle ondergrondse bronnen open, het raam van de hemelen opende zich en een grote overstroming overspoelde alles. Dit duurde veertig dagen en nachten voort. Het schip zeilde over water dat alle bergen en hoge heuvels omvatte. Aldus werden zij die aan boord bij Noeh waren gered en de rest werd door het water van de Zondvloed meegedragen en verdronken. Na de Zondvloed, die veertig dagen en nachten duurde, stopte de regen en het water begon 150 dagen hierna te zakken.

Daarna kwam op de zeventiende dag van de zevende maand, het schip tot rust op de Aratat (Agri) bergen. Noeh liet een duif vrij om te zien of het water volledig was gezakt of niet en toen de duif uiteindelijk niet terugkwam, begreep hij dat het water volledig was gezakt. God zei hen van boord te gaan en over de aarde te verspreidden.

Eén van de tegenstrijdigheden in dit verhaal in het Oude Testament is dat volgens deze opsomming, in de “Yahwist” versie van de tekst, wordt gezegd dat God Noeh bevel gaf om zeven van deze dieren mee te nemen, mannelijk en vrouwelijk. Hij noemde dit “rein” en alleen maar enkele paren van dieren die Hij “onrein” noemde. Verder is ook de duur van de Zondvloed in het Oude Testament anders. Volgens het Yahwist verslag duurde het stijgen van het water 40 dagen, terwijl het volgens het verslag van de leken 150 dagen zou hebben geduurd.

Sommige delen van het Oude Testamentische verslag over de Zondvloed van Noeh zijn als volgt:

En God zei tot Noeh: “Het einde van al het leven is voor Mij gekomen, want de aarde is gevuld met geweld door hen; en aanschouw, Ik zal hen met de aarde vernietigen. Maakt gij zelf een ark van goferhout;…

En aanschouw, Ik zelfs Ik, breng een overstroming van water op de aarde, om al het leven, waarin de levenslucht is, te vernietigen, van onder de hemel; [en] ieder ding dat [is] op aarde zal sterven. Maar met u zal ik mijn convenant vestigen en u zal in de ark komen, u en uw zoons en uw vrouw en de vrouwen van uw zoons met u. En van elk levend wezen van elk vlees, zal u twee (van ieder soort) in de ark brengen, om hen met u in leven te houden. Zij zullen mannelijk en vrouwelijk zijn.

Aldus deed Noeh; overeenstemmend met alles dat God hem bevolen had, zo deed hij.

 (Genesis, 6: 13-22)

En de ark kwam in de zevende maand tot rust, op de zeventiende dag van de maand, op de berg van Aratat.                                  

 (Genesis: 8:4)

Van elk rein dier zal u hen met zevenen nemen, het mannetje en zijn vrouwtje; en van de dieren die niet rein zijn met tweeën, het mannetje en zijn vrouwtje. Het gevogelte uit de lucht met zeven, de man en de vrouw, om het zaad overal op aarde levend te houden.

 (Genesis: 7: 2-3)

En Ik zal Mijn convenant met u vestigen; noch zal ooit nog al het leven worden afgesneden door het water van een overstroming, noch zal er ooit nog een overstroming zijn om de aarde te vernietigen.

(Genesis: 9:11)

Volgens het Oude Testament, in overeenstemming met het oordeel dat “alles dat op de aarde is zal sterven” in een overstroming die de hele wereld omvat, werden alle mensen gestraft, en alleen degenen die aan boord van de Ark gingen met Noeh overleefden.

 

 

De Zondvloed van Noeh in het Nieuwe Testament.

 

Het Nieuwe Testament zoals we het vandaag de dag hebben is ook geen Goddelijk boek in de ware zin van het woord. Samengesteld zijnde van de woorden en daden van ‘Isa (Jezus), begint het Nieuwe Testament met vier “Evangeliën”, die tot meer dan een eeuw na ‘Isa geschreven zijn door mensen die hem nooit hadden gezien of gezelschap hadden gehouden; namelijk: Mattheus, Markus, Lucas en Johannes. Er zijn zeer duidelijke verschillen tussen deze vier Evangeliën. Vooral het Evangelie van Johannes verschilt in grote mate van de andere drie (evangeliën) die tot een bepaalde hoogte, maar niet volledig, overeenkomstig met elkaar zijn. De andere boeken van het Nieuwe Testament bestaat uit de brieven geschreven door de Apostelen en Satoel van Tarsus (later Sint Paulus genoemd) die de daden van de Apostelen na ‘Isa beschrijven.

Daarom is het Nieuwe Testament van vandaag de dag geen goddelijke tekst, maar eerder een semi-historisch boek.

In het Nieuwe Testament wordt de Zondvloed van Noeh als volgt vluchtig beschreven; Noeh was als boodschapper gestuurd naar een ongehoorzame gemeenschap die afgedwaald was, maar zijn volk volgde hem niet en gingen door in hun verdorvenheid. Hierop, riep Allah hen die het geloof verwierpen ter verantwoording met de Zondvloed en redde Noeh en de gelovigen door hen op de Ark te zetten. Sommige hoofdstukken van het Nieuwe Testament die aan het onderwerp gerelateerd zijn gaan als volgt;

Maar zoals de dagen van Noeh (waren), zo zal ook de komst van de Zoon van de mens zijn. Want zoals zij in de dagen voor de overstroming aten en dronken, trouwden en werden gehuwd, tot de dag dat Noeh aan boord van de Ark ging, En niet wist tot de overstroming kwam en hen allen wegnam; zo zal ook de komst van de Zoon van de mens zijn.

 (Mattheus: 24: 37-39)

En spaarde niet de oude wereld, maar redde Noeh de achtste (persoon) rechtschapenheidspreker, de overstroming in de wereld van de goddeloze brengend.

 (Tweede Petrus: 2: 5)

En zoals het was in de tijd van Noeh, zo zal het zijn in de tijd van de Zoon van de mens. Zij aten, zij dronken, zij trouwden met vrouwen, zij werden in het huwelijk gegeven, tot aan de dag dat Noeh de Ark binnenging en de overstroming kwam en hen allen vernietigde.

 (Lucas: 17: 26-27)

Welke soms ongehoorzaam waren, wanneer eens de lankmoedige van God wachten in de tijd van Noeh, terwijl de ark geprepareerd werd, waarin enkelen, te weten acht zielen werden gered van het water.

(Eerste Petrus: 3: 20)

Hier zijn zij willens en wetens onwetend van het feit dat door het woord van God, de hemelen van de oude waren, en de aarde uit het water rijzend en in het water zijnd; waarbij de wereld die toen was, overspoeld werd met water, verging.

(Tweede Petrus: 3: 5-6)

 

 

Verslagen van de Zondvloed in andere culturen.

 

Soemerië: Een god Enlil genaamd, vertelde de mensen dat andere goden van plan waren de mensheid te vernietigen, maar hijzelf was bereid hen te redden. De held van het verhaal is Zioesoedra, de toegewijde koning van de stad Sippoer. God Enlil vertelde Zioesoedra wat hij moest doen om van de Zondvloed gered te worden. De tekst die verwijst naar het maken van de boot is vermist, maar het feit dat zo’n deel eens bestaan heeft, wordt overgeleverd in de delen waarin verteld wordt hoe Zioesoedra gered is. Steunend op de Babylonische versie van de vloed, komt men tot de conclusie dat in de complete Soemerische versie van de gebeurtenis er meer weerspiegelende details van de reden van de Zondvloed moeten zijn geweest en hoe de boot gemaakt was.

Babylonie: Oet-Napishtim is de Babylonische tegenhanger van de Soemerische held van de Zondvloed, Zioesoedra. Een andere belangrijke figuur is Gilgamesh. Volgens de legende, besloot Gilgamesh zijn voorouders te zoeken en te vinden, om het geheim van onsterfelijkheid te bemachtigen. Hij was tegen de gevaren en moeilijkheden van zo’n reis gewaarschuwd. Hem was verteld dat hij een reis moest maken waarbij hij over de “Mashoebergen en de wateren van de dood” moest komen, en dat zo’n reis tot dan toe alleen door de god Shamsh volbracht was. Toch trotseerde Gilgamesh alle gevaren van de reis en slaagde er uiteindelijk in Oet-Napishtim te bereiken.

De tekst wordt afgebroken op het moment dat de ontmoeting tussen Gilgamesh en Oet-Napishtim verteld wordt; en wanneer het daarna opnieuw leesbaar wordt zegt Oet-Napishtim tegen Gilgamesh dat “de goden het geheim van dood en leven voor zichzelf achterhielden” (dat zij het niet aan de mensen gaven). Hierop vroeg Gilgamesh aan Oet-Napishtim hoe hij onsterfelijkheid had verkregen; en Oet-Napishtim vertelde hem het verhaal van de vloed als antwoord op zijn vraag. De vloed wordt ook genoemd in de beroemde “twaalf tabletten” van het epische gedicht van Gilgamesh.

Oet-Napishtim begon met zeggen dat het verhaal dat hij op het punt stond aan Gilgamesh te vertellen “iets geheims, een geheim van de goden” was. Hij zei dat hij uit de stad Shoeroeppak, de oudste van de steden van het land van Akkad, kwam. Volgens zijn verslag had de god “Ia” door de muren van een rieten hut naar hem geroepen en verklaard dat de goden besloten hadden al het levenszaad te vernielen met een overstroming; maar de reden van hun besluit werd in het Babylonische Zondvloed verhaal niet gegeven, net zoals het niet in het Soemerische Zondvloed verhaal gegeven werd. Oet-Napishtim zei dat Ia hem had gezegd een schip te maken waarin hij de “zaden van alle levende dingen” moest samenbrengen. Hij informeerde hem over de maat en vorm van het schip; in overeenstemming hiermee waren de breedte, de lengte en de hoogte van het schip gelijk aan elkaar. De storm stuurde alles zes dagen en nachten lang, compleet in de war. Op de zevende dag kalmeerde het. Oet-Napishtim zag dat het buiten veranderd was in “plakkerige modder”.

 

 

Het schip kwam tot stilstand op berg Nisir.

 

Volgens Soemerische en Babylonische verslagen, is Xisoethros of Khasisatra gered van de Zondvloed door een schip van 925 meter in lengte tezamen met zijn familie, vrienden en sommige vogels en dieren. Gezegd wordt dat “het water zich uitspreidde naar de hemel, de oceanen de kusten bedekten en de rivieren buiten hun bedding liepen.” Het schip kwam tot rust op de Corydaense berg.

Volgens Assyrische-Babylonische verslagen werd Oebar-Toetoe of Khasisatra gered tezamen met zijn familie, bedienden, veestapel en wilde dieren op een schip dat 600 kubiek lang was, 60 kubiek hoog en breed. De Zondvloed duurde 6 dagen en 6 nachten. Toen het schip de Nizarberg bereikte kwam de duif die vrijgelaten werd terug maar de raaf kwam niet terug.

Volgens sommige Soemerische, Assyrische en Babylonische verslagen, overleefde Oet-Napishtim samen met zijn familie de Zondvloed die 6 dagen en 6 nachten duurde. Gezegd wordt: “Op de zevende dag keek Oet-Napishtim naar buiten. Alles leek heel kalm. De mens was eens te meer in modder veranderd.” Toen het schip tot rust kwam op de Nizarberg, stuurde Oet-Napishtim een duif, een raaf en een spreeuw naar buiten. De raaf bleef om van de lijken te eten maar de andere twee vogels kwamen niet terug.

India: In de epische gedichten van Shapatha Brahmana en Mahabharata van India wordt iemand die Manoe genaamd is, gered van de vloed samen met Rishiz. Volgens de legende, groeide plotseling een vis die Manoe ving en wiens leven hij spaarde, en vertelde hem een schip te maken en het aan zijn hoorns vast te binden. Deze vis werd gezien als een manifestatie van de god Vishnoe. De vis dreef het schip voort over de enorme golven en bracht het naar het noorden, naar de Hismavatberg.

Wales: Volgens een Welshe legende (uit Wales een Keltische regio van Brittannië) ontsnapten Dwynwen en Dwyfach op een schip aan de grote ramp. Toen de verschrikkelijke overstroming die gebeurde door het uitbarsten van Llynllion, wat het Meer van de Golven werd genoemd, zakte, begonnen Dwynwen en Dwyfach Britannië opnieuw te bevolken.

Scandinavië: Noord-Europese epische gedichten overleveren dat Bergalmir en zijn vrouw aan de vloed ontsnapten op een grote boot.

Litouwen: In Litouwse legenden, wordt verteld dat een paar koppels mensen en dieren werden gered door dekking te zoeken in een korst boven op een hoge berg. Toen de wind en de overstroming twaalf dagen en twaalf nachten hadden geduurd, gooide de Schepper een enorme dop van een noot naar hun toe. Degenen op de berg werden gered van een ramp door weg te zeilen in deze notendop.

China: Chinese bronnen vertellen dat iemand die Yao heette samen met zeven andere mensen of Fa Li met zijn vrouw en kinderen, van de overstroming en de aardbevingen gered werden op een zeilboot. Gezegd wordt dat “de aarde volledig vernield was. Het water trad buiten zijn oevers en bedekte alles.” Uiteindelijk zakte het water.

De Zondvloed van Noeh in de Griekse Mythologie: De god Zeus besloot om de mens, die iedere dag zondiger werd, met een overstroming te vernietigen. Alleen Deucalion en zijn vrouw Pyrra werden van de overstroming gered, omdat Deuclion’s vader Prometheus, zijn zoon eerder had geadviseerd een boot te maken. Het paar zette voet op Berg Parnassos op de negende dag na het aan boord gaan.

Al deze legenden geven een historische realiteit aan. Elke gemeenschap ontving in de geschiedenis de boodschap, iedereen ontving goddelijke openbaringen, en zo leerden vele gemeenschappen over de Zondvloed. Toen de mens zich afkeerde van de essentie van de goddelijke openbaring, onderging het verslag van de Zondvloed helaas vele wijzigingen en veranderde in legenden en mythes. De enige bron, waar we het echte verhaal van Noeh en het volk dat hem ontkende, kunnen vinden is de Qoer-aan, welke de enige nog overgebleven ongewijzigde bron van goddelijke openbaring is.

De Qoer-aan voorziet ons van juiste informatie over niet alleen Noeh’s Zondvloed, maar ook van andere historische gebeurtenissen en mensen. In de volgende hoofdstukken zullen we deze waargebeurde verhalen nader bekijken

18:28 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |