26-07-07

Het leven van profeet Abraham(s.a)

Het leven van de

Profeet Ibrahim

 

 

Ibrahim was geen jood, noch een christen, maar hij was een ware moslim (Hanifan) – en verenigde niemand in de aanbidding van Allah. Waarlijk, onder de mensheid zijn degenen die de grootste claim op Ibrahim legden degenen die hem volgden en deze profeet. En Allah is de beschermer van de gelovigen.

(Qoer-aan Soerah Aal-I Imran: 67-68)

 

De profeet Ibrahim (Abraham) wordt in de Qoer-aan vaak aangehaald, en wordt door Allah onderscheiden als een voorbeeld voor de mensen. Hij gaf de boodschap van Allah door aan zijn volk dat afgoden aanbad en waarschuwde hen, zodat zij Allah zouden kunnen vrezen. Zijn volk luisterde niet naar zijn waarschuwingen en integendeel, zij verzetten zich tegen hem. Toen de onderdrukking van zijn volk toenam, moest Ibrahim met zijn vrouw, de profeet Loet en waarschijnlijk een aantal andere mensen naar een andere plaats verhuizen. Ibrahim was een afstammeling van Noeh. De Qoer-aan verklaart ook dat hij de Weg van Noeh volgde.

 

Vrede zij met jou Noeh onder de wereldwezens!” Waarlijk, dus belonen Wij de weldoeners. Waarlijk, hij is één van Onze gelovende slaven.Toen verdronken Wij de anderen. En waarlijk onder degenen die zijn weg volgden was Ibrahim

(Qoer-aan Soerah as-Saaffat: 79-83)

 

In de tijd van de profeet Ibrahim, aanbaden vele mensen die op de Mesopotamische vlakten en in Midden en Oost-Anatolië leefden, de hemelen en de sterren. Hun belangrijkste god was “Sin”, de maan- god. Hij werd verpersoonlijkt als een mens met een lange baard en een jurk met een maan in de vorm van een halve cirkel dragend. Daarnaast maakten deze mensen reliëftekeningen en beelden van deze goden en aanbaden hen. Er was een behoorlijk wijdverspreid geloof dat een passende voedingsbodem voor zichzelf vond in het Nabije Oosten en zichzelf zo voor een lange periode in stand hield. De mensen in die regio bleven deze goden tot ongeveer 600 na Christus aanbidden. Als een gevolg van dit geloof, werden enkele constructies die bekend staan als “ziggoerats” welke zowel als sterrenwacht en als tempel gebruikt werden, gebouwd in het gebied dat zich uitstrekte van Mesopotamië tot het binnenland van Anatolië. Hier werden enkele goden, voornamelijk de maan-god ‘Sin” aanbeden.12

Deze wijze van geloof, vandaag de dag alleen nog terug te vinden bij archeologische opgravingen, kan men in de Qoer-aan vermeld vinden. Zoals vermeldt in de Qoer-aan, verwierp Ibrahim het aanbidden van deze afgoden en keerde zich alleen naar Allah, de enige Ware God. In de Qoer-aan, wordt het gedrag van Ibrahim als volgt naverteld:

 

En (gedenk) toen Ibrahim tegen zijn vader Azhar zei: “Neem je afgodsbeelden tot goden? Waarlijk, ik zie dat jij en je volk een grote fout maken.” Dus hebben Wij Ibrahim het koninkrijk der hemelen en van de aarde laten zien, zodat hij één van degenen is die met zekerheid geloofd heeft. Toen de nacht hem met duisternis bedekte, zag hij een ster. Hij zei: “Dit is mijn Heer.” Maar toen het onderging, zei hij: “Ik houd niet van wat ondergaat.” Toen hij de maan op zag komen, zei hij: “Dit is mijn Heer.” Maar toen het onderging zei hij: “Tenzij mijn Heer mij leidt, zal ik zeker onder het dwalende volk verkeren.” Toen hij de zon op zag komen, zei hij: “Dit is mijn Heer. Deze is groter.” Maar toen het onderging, zei hij: “O, mijn mensen! Ik ben waarlijk vrij van alles wat jullie als deelgenoten aan Allah toevoegen.” Waarlijk, ik heb mijn gezicht tot Hem Die de hemelen en de aarde heeft geschapen, toegekeerd ‘hanifan' en ik behoor niet tot degenen die anderen naast Allah aanbidden.”

 (Qoer-aan Soerah al-Anaam: 74-79)

 

In de Qoer-aan worden de geboorteplaats van Ibrahim en de plaats waar hij leefde niet in detail verteld. Maar door het feit dat de engelen die naar Loet en zijn volk werden gestuurd, naar Ibrahim kwamen en aan zijn vrouw het goede nieuws van een kind vertelde, voordat zij naar Loet gingen, geeft aan dat zij dicht bij elkaar woonden en tijdgenoten waren.

Een belangrijke kwestie rondom Ibrahim uit de Qoer-aan die niet in het Oude Testament wordt genoemd, is de bouw van de Kaa’bah. In de Qoer-aan wordt ons verteld dat de Kaa’bah door Ibrahim en zijn zoon Isma’il gebouwd werd. Vandaag de dag is het enige dat historici over het verleden van de Kaa’bah weten, is dat het al sinds zeer oude tijden geaccepteerd is als heilige plaats. Het plaatsen van afgoden in de Kaa’bah in de Tijd van Onwetendheid voorafgaand aan de Profeet Mohammed, is het gevolg van de ontaarding en vervorming van de goddelijke religie die eens aan Ibrahim geopenbaard is.

 

 

Ibrahim volgens het Oude Testament.

 

Het Oude Testament is waarschijnlijk de meest gedetailleerde bron over Ibrahim, hoewel veel van wat het verteld onbetrouwbaar zou kunnen zijn. Volgens dit verslag is Ibrahim rond 1900 voor Christus geboren in de stad Oer, één van de belangrijkste plaatsen van die tijd, wat in het zuidoosten van de Mesopotamische vlakten lag. Toen hij net geboren was, werd Ibrahim niet “Abraham” genoemd, maar “Abram”. Zijn naam werd naderhand door God (YHWH) veranderd.

Volgens het Oude Testament, vroeg God Abram op een dag op reis te gaan, zijn land en zijn volk verlatend, om naar een onbepaald land te gaan en daar een nieuwe gemeenschap te stichten. Op de leeftijd van 75 jaar, luisterde Abram hiernaar en ging op weg met zijn onvruchtbare vrouw Sarai – die later als “Sarah” wat prinses betekent, bekend zou worden, en de zoon van zijn broer, Loet. Op weg naar het Uitverkoren Land, bleven zij een poosje in Harran en gingen toen verder met hun reis. Toen zij in het land van Kanaan arriveerden, dat hen door God beloofd was, werd hen verteld dat deze plek speciaal voor hen gekozen was en aan hen toegewezen was. Toen Abram negenennegentig jaar oud werd, sloot hij een overeenkomst met God en zijn naam werd veranderd in Abraham. Hij stierf toen hij honderdzevenenvijftig jaar oud was en werd in de grot van Machpelah dicht bij de stad Hebron (el-Khalil) in de West-Bank begraven, wat vandaag de dag onder de bezetting van Israël is. Dit land dat door Ibrahim voor een bepaald som geld gekocht werd, was het eerste bezit van hem en zijn familie in het Beloofde Land.

De geboorteplaats van Ibrahim volgens het Oude Testament.

 

Het is altijd een onderwerp van discussie geweest waar Ibrahim geboren is. Terwijl de christenen en de joden zeggen dat Ibrahim in Zuid-Mesopotamië is geboren, is de heersende gedachte in de islamitische wereld dat zijn geboorteplaats in de buurt van Oerfa-Harran ligt. Sommige nieuwe vondsten tonen aan dat de joodse en christelijke dissertatie de waarheid niet volledig weerspiegelt.

De joden en de christenen vertrouwen op het Oude Testament voor hun bewering, omdat hierin gezegd wordt dat, Ibrahim geboren is in de plaats Oer in Zuid-Mesopotamië. Nadat Ibrahim geboren en grootgebracht was in die stad, is hij naar men zegt op reis naar Egypte gegaan en heeft Egypte bereikt na een lange reis waarbij hij door de Harran regio in Turkije kwam.

Een recent gevonden manuscript van het Oude Testament, wekte echter serieuze twijfel op over de geldigheid van deze informatie. In dit Griekse document uit de derde eeuw voor Christus, wat geaccepteerd is als de oudste kopie van het Oude Testament dat tot nu toe gevonden is, wordt “Oer” nooit genoemd. Tegenwoordig zeggen vele onderzoekers van het Oude Testament dat het woord “Oer” onjuist is of een latere aanvulling. Dit geeft aan dat Ibrahim niet in de stad Oer geboren is en misschien in zijn hele leven nooit in de Mesopotamische regio is geweest.

Daarnaast veranderen de namen van sommige plaatsen en de gebieden die zij aanduiden, van tijd tot tijd. Tegenwoordig, wordt met de Mesopotamische vlakten over het algemeen de zuidelijke oevers van het Irakese land tussen de rivieren de Eufraat en de Tigris, aangeduid. Maar twee millennia geleden echter, werd met Mesopotamië een gebied dat noordelijker ligt bedoeld, dat zelfs zover als Harran reikt en zich uitstrekt tot ver in de hedendaagse Turkse gebieden. Zelfs als we daarom accepteren dat de uitdrukking “Mesopotamische vlakten” in het Oude Testament juist is, zou het misleidend zijn te denken dat het Mesopotamië van twee millennia geleden en het Mesopotamië van vandaag de dag precies dezelfde plaatsen zijn.

Zelfs als er gerede twijfel en onenigheid is over of de plaats Oer de geboorteplaats van Ibrahim is, is er overeenstemming over het feit dat het gebied Harran en omstreken, de plek is waar Ibrahim leefde. Een kleine naspeuring in het Oude Testament zelf, verschafte verder nog enige informatie, die ondersteuning geeft aan het standpunt, dat Harran de geboorteplaats van Ibrahim geweest is.

In het Oude Testament wordt bijvoorbeeld regio van Harran aangeduid als de “Aram regio” (Genesis: 11: 31 en 28: 10). Er wordt verklaard dat zij die afstammen van de familie van Ibrahim de “zoons van an Arami” zijn (Deuteronomium: 26: 5). Het identificeren van Ibrahim als een Arami toont aan dat hij zijn leven in die regio leidde.

In de islamitische bronnen is er sterk bewijs dat de geboorteplaats van Ibrahim Harran en Oerfa is. In Oerfa, wat de “stad van de Profeten” genoemd wordt, zijn er vele verhalen en legenden over Ibrahim.

 

 

Waarom werd het Oude Testament gewijzigd?

 

Het Oude Testament en de Qoer-aan lijken haast twee verschillende profeten, Abraham en Ibrahim genaamd te beschrijven. In de Qoer-aan wordt Ibrahim gestuurd als een boodschapper aan een afgoden aanbiddend volk. Zijn volk aanbidt de hemelen, de sterren, de maan en verschillende afgoden. Hij strijdt tegen zijn volk, probeert hen van hun bijgelovige overtuigingen af te keren en wekt onvermijdelijk de vijandigheid van zijn gehele gemeenschap, inclusief zijn eigen vader, op.

Niets van dit wordt in feite in het Oude Testament genoemd. Het gooien van Ibrahim in het vuur en het door hem breken van de afgoden van zijn gemeenschap worden niet in het Oude Testament vermeld. In het algemeen wordt Ibrahim in het Oude Testament afgeschilderd als de voorouder van de joden. Het is duidelijk dat dit uitgangspunt in het Oude Testament genomen werd door de leiders van de joodse gemeenschap, die trachtten het begrip “ras” op de voorgrond te krijgen. De joden geloven dat zij een volk zijn, die eeuwig door God uitverkoren zijn en voelen zich de meerderen. Zij veranderden hun goddelijke boek willens en wetens en vulden aan en verwijderden in overeenstemming met dit geloof. Dit is waarom Ibrahim in het Oude Testament als niet meer dan de voorouder van de joden wordt afgeschilderd.

christenen die in het Oude Testament geloven, denken dat Ibrahim de voorouder van de joden is, maar met een verschil, volgens de christenen is Ibrahim geen jood maar een christen. De christenen, die het begrip ras niet zoveel aandacht gaven als de joden, namen dit standpunt in en het is één van de oorzaken van onenigheid en strijd tussen de twee religies. Allah geeft de volgende uitleg van deze argumenten in de Qoer-aan:

 

O, mensen van het boek, waarom redetwisten jullie over Ibrahim, want de Thora en de Indjiel werden pas na hem geopenbaard. Hebben jullie geen verstand? Waarlijk, jullie zijn degenen die redetwistten over datgene waarover jullie kennis hebben. Waarom redetwistten jullie niet over datgene, waarover jullie geen kennis hebben. Allah weet het en jullie weten het niet. Ibrahim was geen jood, noch een christen, maar hij was een ware moslim (Hanifan) – en verenigde niemand in de aanbidding van Allah. Waarlijk, onder de mensheid zijn degenen die de grootste claim op Ibrahim legden degenen die hem volgden en deze profeet. En Allah is de beschermer van de gelovigen.

 (Qoer-aan Soerah Ali-Imran: 65-68)

 

In de Qoer-aan is Ibrahim, anders dan wat in het Oude Testament geschreven wordt, iemand die zijn volk waarschuwde zodat zij Allah zouden kunnen vrezen en die om deze reden tegen hen streed. Beginnend in zijn jeugd, waarschuwde hij zijn volk, dat afgoden aanbad, om deze praktijken op te geven. Zijn volk reageerde op Ibrahim met een poging hem te doden. Ontsnapt zijnde aan de goddeloosheid van zijn volk, emigreerde Ibrahim uiteindelijk.

18:23 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

documentatiefilmpje,profeet mozes(s.a)

http://www.youtube.com/watch?v=uYOrLUy2dFE

18:15 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Vergane volkeren :Thamoed

(Het volk van) Thamoed verloochende (ook) de waarschuwingen.. Want zij zeiden: “Een man! Uit ons midden, die wij moeten volgen? Waarlijk, dan verkeren wij in dwaling en ellende of dwaasheid!” Is het dat de overdenking tot hem gezonden is van uit ons midden? Nee, hij is een beledigende leugenaar!” Morgen zullen zij het te weten komen, wie de leugenaar is, de beledigende!

(Qoer-aan Soerat al-Qamar: 23-26)

 

Zoals in de Qoer-aan wordt verklaard, wees Thamoed de waarschuwingen van Allah af net zoals ‘Ad deed en verging als consequentie daarvan. Tegenwoordig, worden als resultaat van archeologische en historische onderzoeken, vele voorheen onbekende dingen aan het licht gebracht, zoals de plaats waar Thamoed leefde, de huizen die zij bouwden en hun leefwijze. Thamoed die in de Qoer-aan vermeld worden, zijn een historisch feit dat tegenwoordig door vele archeologische vondsten bevestigd wordt.

Voordat we kijken naar de archeologische vondsten die betrekking hebben op Thamoed, is het nuttig het verhaal uit de Qoer-aan te bestuderen en een blik te werpen op de strijd die deze mensen voerden met hun profeet. Zoals de Qoer-aan een boek is dat op alle tijden gericht is, zo is het door Thamoed verloochenen van de waarschuwingen die aan hen werden gegeven, een episode die zelf een waarschuwing is voor mensen van alle tijden.

 

 

Het overdragen van de boodschap door de profeet Salih

 

In de Qoer-aan wordt vermeld dat Salih aan Thamoed gestuurd was om hen te waarschuwen. Salih was een erkend persoon binnen de maatschappij van Thamoed. Zijn volk, dat van hem niet verwachte dat hij de religie van de waarheid zou verkondigen, was verrast door zijn oproep aan hen om hun afwijking op te geven. Hun eerste reactie was hem te belasteren en te veroordelen:

 

En (het volk van) de Thamoed stuurden Wij hun broeder Salih. Hij zei: “O mijn volk! Aanbidt Allah, jullie hebben geen andere god dan Hem. Hij bracht jullie voort uit de aarde en liet jullie daarop plaatsnemen, vraag dan vergeving van Hem en keer je tot Hem in berouw. Zeker, mijn Heer is dichtbij, Verhorend.” Zij zeiden: “O Salih! Je bent voor ons iemand van goede hoop tot deze (nieuwigheid die je gebracht hebt)! Verbied je nu ons de aanbidding die onze voorvaderen ook aanbeden hebben! Wij verkeren echt in grote twijfel over datgene waartoe je ons hebt uitgenodigd.”

 (Qoer-aan Soerah Hoed: 61-62)

 

Een klein deel van de gemeenschap handelde overeenkomstig de oproep van Salih, maar de meesten van hen accepteerde wat hij hen vertelde niet. In het bijzonder de leiders van de gemeenschap verloochenden Salih en namen een tegenwerkende positie tegen hem in. Zij probeerden degenen die Salih geloofden te hinderen en te onderdrukken. Zij waren woedend op Salih, omdat hij hen opriep Allah te aanbidden. Deze woede was niet alleen kenmerkend voor Thamoed; Thamoed herhaalde de fout die door het volk van Noeh en door ‘Ad, die voor hen hadden geleefd, werd gemaakt. Dit is waarom de Qoer-aan als volgt aan deze drie gemeenschappen refereert:

 

Heeft jullie het nieuws niet bereikt van degenen vóór jullie, het volk van Noeh, en ‘Ad, en Thamoed? En degenen na hen? Niemand kent hen, behalve Allah. Tot hen kwamen hun boodschappers met duidelijke bewijzen, maar zij legden hun handen in hun monden en zeiden: “Waarlijk, wij geloven niet aan datgene wat aan jou gestuurd is en wij verkeren echt in grote twijfel over datgene waartoe jij ons uitnodigt.

 (Qoer-aan Soerah Ibrahim: 9)

 

Ondanks de waarschuwingen van de profeet Salih gingen de mensen door twijfel overmand door. Maar evengoed was er een groep die geloofde in het profeetschap van Salih – en zij waren degenen die samen met Salih werden gered, toen de enorme ramp plaatsvond. De leiders van de gemeenschap probeerden degenen die in Salih geloofden te onderdrukken:

 

De leiders van degenen die onder zijn mensen arrogant waren, zeiden tegen degenen die als zwak werden beschouwd, tegen degenen die hem geloofden ”Weten jullie dat Salih door zijn Heer gestuurd is.” Zij zeiden: “Wij geloven inderdaad in datgene wat hem gestuurd is.” De arroganten zeiden: “Waarlijk, wij geloven niet in datgene waar jullie in geloven.”

 (Qoer-aan Soerat al-Araf: 75-76)

 

Thamoed ging twijfelend voort met betrekking tot Allah en het profeetschap van Salih. Een bepaalde groep verloochende Salih verder zelfs openlijk. Een groep van hen die het geloof verwierpen – zogenaamd in de naam van Allah – maakten plannen om Salih te vermoorden.

Zij zeiden: “Wij voorspellen slechte voortekenen voor jouw en degenen met jou.” Hij zei: “Jullie slechte voortekenen zijn bij Allah; nee, maar jullie zijn een volk dat beproefd wordt.”

En er waren negen mannen in de stad, die in het land verderf zaaiden en die zich niet wensten te beteren.

Zij zeiden: “Zweer bij elkaar bij Allah dat wij een geheime nachtelijke aanval op hem en zijn huishouding zullen plegen en daarna zullen wij zeker tegen zijn naaste verwanten zeggen: “Wij waren geen getuigen van de vernietiging van zijn huishouden en waarlijk, wij vertellen de waarheid.”

Dus smeden zij een plan en Wij hebben een plan gesmeed terwijl zij het niet doorzagen.

(Qoer-aan Soerat an-Naml: 47-50)

 

Om te zien of zijn volk de bevelen van Allah zou volgen, toonde Salih hun een vrouwtjes kameel als test. Om te zien of zij hem zouden gehoorzamen of niet, zei hij zijn volk hun water met deze vrouwtjes kameel te delen en haar geen kwaad te doen. Zijn volk reageerde door de kameel te doden. In Soerat ash-Shoeara worden de gebeurtenissen als volgt beschreven:

(Het volk van) Thamoed verloochenden de Boodschapper. Toen hun broeder Salih tot hen zei: “Zullen jullie Allah niet vrezen en Hem gehoorzamen?” Ik ben een betrouwbare boodschapper voor jullie. Vrees Allah dus en gehoorzaam mij. Ik vraag van jullie geen beloning ervoor, mijn beloning is slechts van de Heer van de wereldwezens. Zijn jullie niet veilig achtergelaten met wat jullie hier hebben? In tuinen en bronnen en korenvelden en dadelpalmen met zachte bloeikolf. En jullie hakken met grote vaardigheid huizen uit bergen. Vrees Allah dus en gehoorzaam mij. En volg niet het bevel van de buitensporigen. Die ellende in het land veroorzaken en het niet herstellen.” Zij zeiden: “Jij bent slechts één die behekst is! Jij bent niets anders dan een mens zoals wij. Geef ons dan een teken als je tot de waarachtige behoort.” Hij zei: “Hier is een kamelin; zij heeft het recht om (water) te drinken, en jullie hebben het recht om (water) te drinken, (ieder) op een dag die bekend is.

Raak haar niet aan om haar te kwetsen opdat jullie niet door de bestraffing op de Grote Dag gegrepen worden.” Maar zij sneden haar hielpezen door en toen kregen zij spijt.

(Qoer-aan Soerat ash-Shoeara: 141-157)

 

De strijd van de profeet Salih met zijn volk wordt als volgt verteld in Soerat al-Qomar:

 

(Het volk van) Thamoed verloochende (ook) de waarschuwingen. Want zij zeiden: “Een man! Uit ons midden, die wij moeten volgen? Waarlijk, dan verkeren wij in dwaling en ellende of dwaasheid!” Is het dat de overdenking tot hem gezonden is van uit ons midden? Nee, hij is een beledigende leugenaar!” Morgen zullen zij het te weten komen, wie de leugenaar is, de beledigende! Waarlijk, Wij sturen een kamelin als beproeving voor hen. Observeer hen en wees geduldig! En vertel hen dat het water tussen (haar en) hen verdeeld moet worden. Ieders recht om te drinken moet uitgevoerd worden. Maar zij riepen hun metgezel en hij nam (een zwaard) en sneed (haar) pezen door.

 (Qoer-aan Soerat al-Qomar: 23-29)

 

Het feit dat zij niet op dat moment werden gestraft, verhoogde de onbeschaamdheid van deze mensen alleen maar. Zij vielen Salih aan, bekritiseerden hem en beschuldigden hem ervan een leugenaar te zijn.

Dus sneden zij de hielpezen van de kamelin door en schaamteloos ontkenden zij het bevel van hun Heer en zeiden: “O Salih! Breng je bedreigingen als je waarlijk één van de boodschappers bent.”

(Qoer-aan: Soerat al-Araf: 77)

 

Allah betuigde de plannen en listen van de ongelovigen zwak en redde Salih uit de handen van degenen die hem kwaad wilden doen. Na deze gebeurtenis, gezien het feit dat hij de boodschap op verschillende manieren verkondigd had en dat nog steeds niemand zijn advies ter harte nam, vertelde Salih zijn volk dat zij binnen drie dagen zouden worden vernietigd.

Maar zij sneden haar pezen door. Dus zei hij: “Vermaak jullie jezelf maar in jullie huizen gedurende drie dagen. Dit is een belofte die jullie niet kunnen verloochenen.”

 (Qoer-aan Soerah Hoed: 65)

En drie dagen later werd Salih’s waarschuwing inderdaad bewaarheid en Thamoed werd vernietigd.

En de kreet kwam over de zondaren en dus lagen zij dood, geknield in hun huizen, alsof zij nooit geleefd hadden. Geen twijfel! Waarlijk, de Thamoed geloofden niet in hun Heer. Weg dus met de Thamoed!

(Qoer-aan Soerah Hoed: 67-68)

 

 

Archeologische vondsten van Thamoed.

 

Van de volken die in de Qoer-aan genoemd worden, is Thamoed één van de volken over wie we tegenwoordig de uitgebreidste kennis hebben. Historische bronnen onthullen dat een volk, Thamoed genaamd inderdaad bestond. Van de al-Hidjr gemeenschap die in de Qoer-aan genoemd wordt, denkt men dat het hetzelfde volk als Thamoed is. De andere naam van Thamoed is Ashb al-Hidjr. Dus het woord “Thamoed” is de naam van een volk, terwijl de stad al-Hidjr één van de steden is die door dit volk gesticht is. De beschrijvingen van de Griekse geograaf Plinius zijn hiermee overeenkomstig. Plinius schreef dat Domatha en Hegra de plekken waren waar het volk Thamoed verbleef en de laatste is de hedendaagse stad Hidjr.29

De oudste bronnen die naar Thamoed verwijzen zijn de overwinningsanalen van de Babylonische koning Sargon II (8e eeuw voor Christus), die dit volk versloeg bij een veldslag in Noordelijk Arabië. De Grieken verwijzen ook naar dit volk als “Tamoedaei” m.a.w “Thamoed” in de geschriften van Aristotelis, Ptolemus en Plinius.30 Voor de komst van de Profeet Mohammed, tussen ongeveer 400 en 600 na Christus waren zij volledig verdwenen.

 

In de Qoer-aan worden ‘Ad en Thamoed altijd samen genoemd. De verzen adviseren Thamoed verder nog om gewaarschuwd te zijn door de vernietiging van ‘Ad. Dit toont aan dat Thamoed gedetailleerde informatie had over ‘Ad.

En tot het (volk van) Thamoed (stuurden Wij) hun broeder Salih. Hij zei: “O, mijn volk! Aanbid Allah, jullie hebben geen andere god dan Hem. Voorwaar,er is tot jullie een duidelijk teken van jullie Heer gekomen. Deze kamelin van Allah is een teken voor jullie; laat haar dus grazen op Allah’s aarde en kwets haar niet, anders zal een pijnlijke bestraffing jullie grijpen. “En gedenk dat Hij jullie tot de opvolgers van de ‘Ad heeft gemaakt en je bewoners in het land heeft gegeven en jullie bouwden voor jezelf paleizen op de vlakten en groeven huizen uit de bergen. Overdenk dus de gunsten van Allah en sticht geen onheil op aarde.

 (Qoer-aan Soerat al-Araf: 73-74)

 

Zoals uit dit vers kan worden begrepen is er een relatie tussen ‘Ad en Thamoed en zou ‘Ad zelfs een deel van de geschiedenis en cultuur van Thamoed kunnen zijn. Salih beval Thamoed het voorbeeld van ‘Ad te herinneren en om er door gewaarschuwd te zijn.

‘Ad werd het voorbeeld van het volk van Noeh getoond, die voor hen hadden geleefd. Net zoals ‘Ad van historisch belang was voor Thamoed, zo was het volk van Noeh van historische belang voor ‘Ad. Deze volken waren zich van elkaar bewust en stamden mogelijk van hetzelfde geslacht af.

De plaatsen waar ‘Ad en Thamoed leefden waren echter geografisch behoorlijk ver van elkaar. Er lijkt geen relatie te zijn tussen deze twee gemeenschappen; dus waarom wordt Thamoed in het vers gemaand om ‘Ad te herinneren?

Het antwoord openbaart zichzelf na een kort onderzoek. De geografische afstand tussen ‘Ad en Thamoed is bedrieglijk. Historische bronnen onthullen dat er inderdaad een sterke band is tussen Thamoed en ‘Ad. Thamoed kende ‘Ad omdat deze twee volken waarschijnlijk dezelfde oorsprong hadden. Britannica Micropaedia schrijft als volgt over deze volken, onder de titel “Thamoed”.

Stam of groep van stammen die prominent schijnen te zijn geweest in het oude Arabië. Hoewel de Thamoed waarschijnlijk stammen uit Zuidelijk Arabië, verhuisde klaarblijkelijk in een vroeg stadium, een grote groep noordwaarts, zich traditiegetrouw vestigend op de hellingen van Jabal (Berg) Athlab. Recent archeologisch onderzoek heeft vele aantallen Thamoedische stenen geschriften en tekeningen onthult, niet alleen op Jabal Athlab maar ook door heel centraal Arabië heen.31 Een blokschrift die grafisch verwant is aan het Smaitic alfabet (Thamoedisch genoemd) is gevonden in Zuidelijk Arabië en naar boven helemaal tot aan de Hidjaz.32 Het blokschrift werd het eerst geïdentificeerd in een gebied in noord centraal Jemen, dat als Thamoed bekent staat en dat dus noordelijk van de Roeb’al Khali, zuidelijk van de Hadramaoet en westelijk van Shabwah moet liggen.

Hiervoor hebben we gezien dat ‘Ad een volk was dat in Zuid Arabië leefde. Het is van groot belang dat sommige van de overblijfselen van Thamoed gevonden zijn in het gebied waar ‘Ad geleefd had en met name rond het gebied waar de afstammelingen van ‘Ad, de Hadramieten leefde en waar hun hoofdstad stond. Deze situatie legt de relatie tussen ‘Ad en Thamoed uit die in de Qoer-aan wordt opgemerkt. Deze relatie wordt als volgt uitgelegd in de woorden van de profeet Salih als hij zegt dat Thamoed kwam om ‘Ad te vervangen.

 

En tot het (volk van) Thamoed (stuurden Wij) hun broeder Salih. Hij zei: “O, mijn volk! Aanbid Allah, jullie hebben geen andere god dan Hem. Voorwaar, er is tot jullie een duidelijk teken van jullie Heer gekomen. Deze kamelin van Allah is een teken voor jullie; laat haar dus grazen op Allah’s aarde en kwets haar niet, anders zal een pijnlijke bestraffing jullie grijpen. “En gedenk dat Hij jullie tot de opvolgers van de ‘Ad heeft gemaakt en je bewoners in het land heeft gegeven en jullie bouwden voor jezelf paleizen op de vlakten en groeven huizen uit de bergen. Overdenk dus de gunsten van Allah en sticht geen onheil op aarde.

(Qoer-aan Soerat al-Araf: 73-74)

 

In het kort, de Thamoed betaalden de prijs voor het niet gehoorzamen van hun boodschapper en zij werden vernietigd. De gebouwen die zij hadden gebouwd en de kunstwerken die zij hadden geproduceerd konden hen niet tegen de bestraffing beschermen. Thamoed werd met een verschrikkelijke straf vernietigd, net zoals alle andere volken zowel voor als na hen die de Waarheid verloochenden.

 

18:09 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Farao die verdronken werd...

Fır’awn

die verdronken werd

 

 

(Hun gedrag is) gelijk aan het gedrag van de mensen van de Farao en van degenen vóór hen. Zij verloochenden de tekenen van hun Heer, dus hebben Wij hen voor hun zonden vernietigd en Wij verdronken de mensen van de Fir’awn (Farao), want zij waren allen onrechtvaardig. (Qoer-aan Soerat an-Anfal: 54)

 

De oude Egyptische beschaving, die tegelijkertijd met andere stadstaten in Mesopotamië gevestigd werd, staat bekent als één van de oudste beschavingen in de wereld en er wordt algemeen erkend dat het een zeer georganiseerde staat met de verst ontwikkelde maatschappelijke regelgeving van zijn tijd was. Het feit dat zij rond het derde millennium voor Christus het schrift ontdekten en gebruikten, dat zij de rivier de Nijl gebruikten en dat ze tegen gevaren vanuit het buitenland beschermd werden door de natuurlijke ligging van het land, had een grote bijdrage in het verbeteren van hun beschaving.

Maar deze “beschaafde” maatschappij was er één waarin “de heerschappij van de farao’s” gangbaar was, wat een stelsel van ongeloof is dat op de duidelijkste en oprechtste manier in de Qoer-aan vermeld wordt. Zij zwollen op van trots, keerden zich af en spraken godslasterlijke taal. Uiteindelijk konden noch hun ver ontwikkelde beschaving, noch hun maatschappelijke en politieke regelgeving, noch hun militaire succes hun redden van de vernietiging.

 

 

De autoriteit van de Farao’s

 

De Egyptische beschaving was gebaseerd op de vruchtbaarheid van de rivier de Nijl. De Egyptenaren hadden zich in de Nijlvallei gevestigd, dankzij het overvloedige water van deze rivier en omdat zij het land konden cultiveren met het water dat door de rivier geleverd werd zonder dat zij van regenseizoenen afhankelijk waren. De historicus Ernst H. Gombrich verklaart in zijn geschriften dat Afrika erg heet is en dat het er soms maanden achtereen helemaal niet regent. Om deze reden zijn vele gebieden op dit enorme continent extreem droog. Deze gebieden zijn overdekt met eindeloze woestijnen. Beide zijden van de rivier de Nijl zijn ook overdekt met woestijnen en het regent bijna nooit in Egypte. Maar in dit land is regen niet zo erg nodig omdat de rivier de Nijl er precies in het midden door het hele land heen loopt.33

Dus, wie de controle heeft over de rivier de Nijl, die van zo’n groot belang is, is ook in staat de grootste bron van handel en landbouw in Egypte te beheersen. Op die manier waren de Farao’s in staat hun dominantie over Egypte te vestigen.

De smalle en verticale vorm van de Nijlvallei liet het woonplaatsen die rond de rivier lagen niet toe veel uit te breiden en daarom vormden de Egyptenaren een beschaving die bestaat uit kleinschalige steden en dorpen in plaats van grote steden. Ook deze factor versterkte de dominantie van de Farao’s over hun volk.

Koning Menes staat bekent als de eerste Egyptische Farao die rond het derde millennium voor Christus het hele oude Egypte in één land verenigde, voor het eerst in de geschiedenis. De term “farao” verwees in feite oorspronkelijk naar het paleis waar de koning woonde, maar in de loop van de tijd, werd het de titel van de Egyptische koningen. Dit is de reden dat de koningen die het oude Egypte beheersten, “farao’s” genoemd werden.

Omdat zij de eigenaren, bestuurders en heersers van het hele land en zijn landerijen waren, werden deze farao’s geaccepteerd als weerspiegelingen van de grootste god in de verwrongen polyistische religie van het oude Egypte. Het bestuur van de Egyptische landerijen, hun branche, hun inkomen, kortom al deze landgoederen, diensten en de productie binnen de grenzen van het land werden namens de farao beheerd.

Het absolutisme in het regime had de farao met zo’n macht bekleed dat hij alles dat hij wenste kon hebben. Precies bij het vestigen van de eerste dynastie, in de periode van Menes die de eerste koning van Egypte werd door het verenigen van Boven en Beneden-Egypte, begon men de rivier de Nijl voor het volk beschikbaar te maken via kanalen. Daarnaast werd de productie onder controle gebracht en de volledige productie van goederen en diensten werd aan de koning toegewezen. De koning verspreidde en verdeelde deze goederen en diensten in de mate waarin zijn volk het nodig had. Het was voor de koningen, die zo’n macht in het gebied hadden gevestigd, niet moeilijk om het volk tot onderwerping te dwingen. De koning van Egypte, of met zijn toekomstige naam, de farao, werd gezien als een heilige die grote macht bezat en die in alle noden van zijn volk voorzag: en hij werd tot een god omgevormd. De farao’s geloofden indertijd echt dat zij inderdaad goden waren.

Sommige woorden die in de Qoer-aan vermeld staan die de farao gebruikte tijdens zijn conversatie met Moesa bewijzen dat zij dit inderdaad geloofden. Hij probeerde Moesa te intimideren door te zeggen: Farao zei: “Als je een god anders dan mij kiest, zal ik je zeker onder de gevangenen plaatsen.” (Qoer-aan Soerat ash-Shoeara: 29) en hij zei tegen de mensen rondom hem: O leiders! Ik weet niet dat jullie een andere god naast mij hebben (Qoer-aan Soerat al-Qasas: 38). Dit alles zei hij omdat hij zichzelf als god beschouwde.

 

 

Religieuze overtuigingen

 

Volgens de historicus Herodotus, waren de Oude Egyptenaren de “vroomste” mensen ter wereld.

Hun religie was echter niet de religie van de Waarheid maar een verdorven polytheïsme en wegens hun extreme conservatisme konden zij hun verdorven religie niet verlaten.

De Oude Egyptenaren werden in grote mate beïnvloed door de natuurlijke omgeving waarin zij leefden. De natuurlijke geografie van Egypte beschermde het land perfect tegen aanvallen van buitenaf. Egypte werd van alle kanten omgeven door woestijnen, bergachtige landschappen en de zee. Aanvallen die waarschijnlijk op het land gepleegd zouden worden, hadden twee mogelijke routes en het was heel gemakkelijk voor de Egyptenaren om die twee routes te verdedigen. Dankzij die natuurlijke factoren bleef Egypte afgezonderd van de buitenwereld. Maar met het passeren van de eeuwen veranderde die afzondering in een duistere dweepzucht. Aldus verkregen de Egyptenaren een gezichtspunt dat afgesloten was voor nieuwe ontwikkelingen en ongebruikelijkheden en wat extreem conservatief was over hun religie. De “religie van hun voorouders” die regelmatig genoemd wordt in de Qoer-aan werd hun belangrijkste waarde. Dit is waarom Fir’awn en zijn intieme kring zich wegdraaiden van Moesa en Haroen toen zij de Religie van de Waarheid aan hen verkondigden, door te zeggen:

 

“Ben je tot ons gekomen om ons van het geloof van onze voorvaderen te laten afkeren – en dat jullie twee grootsheid in dit land hebben? Wij zullen jullie twee niet geloven!”

(Qoer-aan Soerah Yoenoes: 78)

 

De religie van het Oude Egypte was verdeeld in verschillende takken, waarvan de officiële religie van de staat, de geloofsovertuigingen van het volk en het geloof in een leven na de dood de belangrijkste waren. Volgens de officiële staatsreligie was de farao een heilig wezen. Hij was een weerspiegeling van de goden van de mensen op aarde en zijn doel was recht te spreken en hen op aarde te beschermen.

De geloofsovertuigingen die onder het volk wijdverspreid waren, waren zeer gecompliceerd en de beginselen en onderdelen die botsten met de officiële religie van de staat werden door de overheersing van de farao’s onderdrukt. In principe geloofden zij in vele goden en deze goden werden over het algemeen afgeschilderd met een dierenhoofd op een mensenlichaam. Maar het was ook mogelijk om locale tradities tegen te komen die van regio tot regio konden verschillen.

Het leven na de dood maakte het belangrijkste deel van het Egyptische geloof uit.

Zij geloofden dat de ziel doorleefde na de dood van het lichaam.

In overeenstemming hiermee, werden de zielen van de doden door speciale engelen naar de God die Rechter was gebracht en tweeënveertig andere getuigen die rechters waren, een weegschaal werd in het midden gezet en het hart van de ziel werd in deze weegschaal gewogen. Degenen met meer goedheid gingen door naar een prachtige plaats en leefden gelukkig en degenen met meer slechtheid werden naar een plaats gestuurd waar zij aan vreselijke martelingen werden blootgesteld. Daar werden zij voor eeuwig gemarteld door een vreemd wezen dat “De Dodeneter” werd genoemd. Het geloof van de Egyptenaren in het Hiernamaals laat een duidelijke parallel zien met het monotheistische geloof en de Religie van de Waarheid. Zelfs alleen al hun geloof in het hiernamaals bewijst dat de Religie van de Waarheid en de boodschap de oude Egyptische beschaving had bereikt, maar dat deze religie later werd vervalst en monotheïsme werd in polytheïsme veranderd. Het is al bekend dat waarschuwers die mensen naar de eenheid van Allah uitnodigden en een oproep aan hen deden Zijn slaven te zijn, van tijd tot tijd naar Egypte werden gestuurd, net zoals ze op een gegeven moment naar alle volken op aarde zijn gestuurd. Eén van hen was de profeet Yoesoef wiens leven in de Qoer-aan in detail verteld wordt. De geschiedenis van Yoesoef is ook zeer belangrijk omdat ook de aankomst van de kinderen Israël in Egypte en hun vestiging daarbij inbegrepen is.

Aan de andere kant zijn er in historische bronnen verwijzingen naar enkele Egyptenaren die, zelfs vóór Moesa, mensen naar het monotheïstische geloven uitnodigden. Eén van hen is de interessantste farao uit de geschiedenis van Egypte, dat is, Amenhotep IV.

 

 


De monotheïstische Farao Amenhotep IV

 

De Egyptische farao’s waren over het algemeen wrede, onderdrukkende, agressieve en gewetenloze mensen. Over het algemeen namen zij de polytheïstische religie van Egypte aan en verafgoden zichzelf door deze religie.

Maar er is een farao in de Egyptische geschiedenis die heel anders was dan de anderen. Deze farao verdedigde het geloof in een enkele Schepper en werd blootgesteld aan grote weerstand bij de priesters van Amon, die profiteerden van de polytheïstische religie en enkele soldaten die hen steunden, en dus werd hij uiteindelijk vermoord. Deze farao was Amenhotep IV die aan de macht kwam in de 14e eeuw voor Christus.

Toen Amenhotep in 1375 voor Christus de troon besteeg, kwam hij in aanraking met een conservatisme en een traditionalisme dat daar al eeuwen had liggen te sluimeren. Tot dan waren de opbouw van de maatschappij en de relatie met het volk van het koninklijke paleis zonder enige verandering doorgegaan. De maatschappij hield alle deuren naar gebeurtenissen van buitenaf en religieuze vernieuwingen ferm gesloten. Dit extreme conservatisme, ook opgemerkt door Griekse reizigers, werd veroorzaakt door de geografische ligging van Egypte zoals we boven hebben uitgelegd.

Door de farao’s aan de mensen opgelegd, vroeg de officiële religie een onvoorwaardelijk geloof in alles dat oud en traditioneel was. Maar Amenhotep nam de officiële religie niet aan. De historicus Ernst Gombrich schrijft: Hij (Amenhotep IV) brak met vele van de gebruiken die door een eeuwenoude traditie heilig gemaakt waren. Hij wilde geen eer bewijzen aan de vele vreemd gevormde goden van zijn volk. Voor hem was maar een god, Aton, de allerhoogste. Die hij aanbad en die hij zich voorstelde in de vorm van de zon. Hij noemde zichzelf Akhenaton, naar zijn god, en verhuisde zijn hof buiten het bereik van de priesters van andere goden, naar een plaats die nu El-Amarna heet.34

Na de dood van zijn vader werd de jonge Amenhotep IV aan grote druk blootgesteld. Deze onderdrukking werd veroorzaakt door het feit dat hij een religie ontwikkelde die gebaseerd was op monotheïsme, door de traditionele polytheïstische religie van Egypte te veranderen en te pogen radicale veranderingen op elk gebied door te voeren. Maar de leiders van Thebe stonden hem niet toe de boodschap van zijn religie over te dragen. Amenhotep en zijn familieleden vertrokken uit de stad Thebe en vestigde zich in Tell-El-Amarna. Hier richtten zij een nieuwe en moderne stad op “Akh-et-aton” genaamd. Amenhotep IV veranderde zijn naam welke “Tevredenheid van Amon” betekent naar Akh-en-aton wat “Onderwerpen aan Aton” betekent. Amon was de naam die gegeven was aan de belangrijkste totem in het Egyptische polytheïsme. Volgens Amenhotep is Aton de “schepper van de hemelen en de aarde”, zijn naam gelijk stellend aan Allah.

Verstoord door deze ontwikkelingen, wilden de priesters van Amon de macht van Akhenaton grijpen door te profiteren van een economische crisis in het land. Akhenaton werd uiteindelijk door samenzweerders gedood door vergiftiging.

Na Akhenaton kwamen farao’s met een militaire achtergrond aan de macht. Deze waren er de oorzaak van dat het oude traditionele polytheïstisch geloof opnieuw wijdverspreid raakte en zij namen de grootst mogelijke moeite om naar het verleden terug te keren. Bijna een eeuw later kwam Ramses II op de troon, die de langste heerschappij in de geschiedenis van Egypte zou hebben. Volgens vele historici was Ramses de farao die de Kinderen Israël martelde en tegen Moesa vocht.35

 

 

De komst van de profeet Moesa

 

Vanwege hun enorme dweepzucht, wilden de oude Egyptenaren hun bijgelovige afgoderij niet verlaten. Sommige personen, die de boodschap van het aanbidden van Allah alleen verkondigden, kwamen naar hen maar de mensen van Fir’awn keerden altijd naar hun verdorven overtuigingen terug. Uiteindelijk werd Moesa door Allah als een boodschapper (rasoel) naar hen gestuurd. Omdat zij een stelsel van leugens die haaks op de religie van de waarheid stond hadden aangenomen, en omdat zij de Kinderen Israël tot slaven hadden gemaakt.

Moesa was geïnstrueerd om zowel Egypte naar de religie van de waarheid uit te nodigen als de Kinderen Israël van slavernij te bevrijden en hen de juiste weg te tonen. In de Qoer-aan wordt verklaard:

 

Wij reciteren voor jullie in waarheid wat van het nieuws van Moesa en Farao, voor een volk dat gelooft. Waarlijk, Farao verhief zichzelf in het land en maakte zijn mensen tot sekten., Verzwakte een groep onder hen, hun zonen dodend, en hij liet hun vrouwen leven. Waarlijk, hij behoorde tot de verderfzaaiers. En Wij wensten een gunst te geven aan degenen die zwak in het land waren, en hen tot heersers en hen tot erfgenamen te maken. En hen in het land onder te brengen, en Wij lieten Farao en Hanan en hun leger van hen krijgen waarvoor zij bang waren.

 (Qoer-aan Soerat al-Qasa: 3-6)

 

Fir’awn wilde voorkomen dat de Kinderen Israël in aantal vermeerderden, door alle pasgeboren baby’s te vermoorden. Dit is waarom, de moeder van Moes, door Allah geïnspireerd, hem in een mandje plaatste en in de rivier achterliet. Dit was de weg die hem het paleis van Fir’awn binnenleidde. In de Qoer-aan zijn de verzen over dit onderwerp als volgt:

 

En Wij inspireerden de moeder van Moesa: “Zoog hem (Moesa), maar als je voor hem vreest, geef hem dan aan de rivier en vrees niet, noch wees bedroefd. Waarlijk! Wij zullen hem naar jou terugbrengen en zullen hem tot één van (Onze) boodschappers maken.” Toen pikte de huishouding van Farao hem op, dat hij voor hen een vijand moge worden en hen verdriet moge bezorgen. Waarlijk! Farao, Hanan en hun legers waren zondaren. En de vrouw van Farao zei: “Een genot voor het oog van mij en van jou. Doodt hem niet, misschien zal hij ons nog tot nut zijn, of kunnen wij hem als een zoon adopteren.” En zij voorzagen niet.

(Qoer-aan Soerat al-Qasa: 7-9)

 

De vrouw van Fir’awn voorkwam de moord op Moesa en adopteerde hem. Op deze manier, bracht Moesa zijn kindertijd door in het paleis van Fir’awn. Met de hulp van Allah werd zijn eigen moeder naar het paleis gebracht als zijn min.

Toen hij een volwassene was geworden, kwam Moesa op een dag tussenbeide toen hij zag dat één van de Kinderen Israël door een Egyptenaar werd gemarteld en hij gaf de Egyptenaar een klap, welke de Egyptenaar doodde. Ondanks het feit dat hij in het paleis van Fir’awn woonde en dat hij door de koningin was geadopteerd, besloten de leiders van de stad dat zijn straf de doodstraf moest zijn. Toen hij dit hoorde, vluchtte Moesa weg uit Egypte en kwam naar Madyan. Aan het einde van de periode die hij daar doorbracht, sprak Allah rechtstreeks tegen hem en Allah gaf hem de positie van profeet. Hij werd bevolen terug te keren naar Fir’awn en de boodschap van de religie van Allah aan hem over te brengen.

 

 

Het paleis van Fir’awn.

 

Gehoorzamend aan het bevel van Allah gingen Moesa en Haroen naar Fir’awn en brachten de boodschap van de religie van de waarheid naar hem. Zij vroegen hem te stoppen met de marteling van de Kinderen Israël en hen met Moesa en Haroen te laten gaan. Het was niet te accepteren voor Fir’awn dat Moesa, die hem jaren lang zo na had gestaan en die zeer waarschijnlijk zijn opvolger voor de troon zou zijn geweest hem het hoofd bood en op die manier tegen hem sprak. Daarom beschuldigde Fir’awn hem van ondankbaarheid:

 

(Farao) zei: “Hebben wij jou niet als kind van ons opgevoed? En jij hebt vele jaren van je leven bij ons gewoond. En je hebt je daad gepleegd, wat je gedaan hebt. En jij bent één van de ondankbare.”

(Qoer-aan Soerat ash-Shoeara: 18-19)

 

Fir’awn probeerde op de gevoelens van Moesa te spelen en zijn geweten te beïnvloeden. Het was alsof hij zei dat omdat hij en zijn vrouw degenen waren geweest die Moesa op hadden gevoed, Moesa degene was die hun zou moeten gehoorzamen. Verder had Moesa nog een Egyptenaar gedood. Al deze daden vroegen om strenge straffen volgens de Egyptenaren. Deze emotionele sfeer die Fir’awn probeerde te scheppen, was er ook op gericht de leiders van zijn volk te beïnvloeden, zodat zij het ook met Fir’awn eens zouden zijn.

De boodschap van de religie van de waarheid die Moesa aan de andere kant verkondigde, ondermijnde de macht van Fir’awn en bracht hem terug naar het niveau van gewone mensen. Vanaf dat moment zou onthuld worden dat hij geen god was en verder zou hij gedwongen zijn om Moesa te gehoorzamen. En als hij de Kinderen Israël de vrijheid gaf zou hij daarnaast belangrijke mankracht verliezen en aldus in grote ellende geraken.

Om al deze redenen, luisterde Fir’awn niet eens naar wat Moesa zei. Hij probeerde hem voor gek te zetten en trachtte het onderwerp te veranderen door zinloze vragen te stellen. Tegelijkertijd probeerde hij Moesa en Haroen als anarchisten voor te stellen en beschuldigde hen van het hebben van politieke motieven. Uiteindelijk gehoorzaamden noch Fir’awn, noch de leiders van de mensen binnen zijn vertrouwelingen, behalve de tovenaars, Moesa en Haroen. Zij volgden de religie van de waarheid, die aan hen was getoond, niet. Daarom stuurde Allah Ta'ala als eerste enkel rampen naar hen.

 

De rampen die Fir’awn en zijn vertrouwelingen overkwamen.

 

Fir’awn en zijn vertrouwelingen waren zo diep verbonden met hun polytheïsme en hun afgoderij dat wil zeggen “de religie van hun voorouders” dat zij nooit overwogen die te verlaten. Zelfs twee van de belangrijkste wonderen van Moesa, zijn hand die wit werd en zijn staf die in een slang veranderde, waren niet genoeg om hen van hun bijgeloof te verwijderen. Zij uitten dit verder ook openlijk. Zij zeiden: “Welke tekenen je ook naar ons toe brengt, en hoe je ons met je tovenaarskunsten bewerkt, wij zullen je nooit geloven.”

(Qoer-aan Soerat al-Araf: 132)

 

Vanwege hun gedrag, stuurde Allah hun een aantal rampen als “aparte wonderen” om hen de martelingen van deze wereld te laten proeven, vóór de eeuwige martelingen van de eeuwige wereld. De eerste hiervan was droogte en schaarse oogsten. Met betrekking tot dit onderwerp werd in de Qoer-aan geschreven:

 

“En voorwaar, Wij bestraften de mensen van de Fir’awn met jaren van droogte en tekorten aan vruchten, opdat zij het zullen weten”.

(Qoer-aan Soerat al-Araf: 130)

 

De Egyptenaren hadden hun agriculturele stelsel gebaseerd op de rivier de Nijl en daardoor werden zij niet beïnvloed door veranderingen in natuurlijke omstandigheden. Maar een onverwachte ramp overkwam hen omdat Fir’awn en zijn innigste vrienden trots en arrogant jegens Allah waren en Zijn profeet verloochenden. Het niveau van de Nijl zakte waarschijnlijk, door verschillende redenen, een flink stuk en de irrigatiekanalen die vanaf de rivier liepen, brachten niet genoeg water naar de landbouwgebieden. Extreme hitte zorgde ervoor dat de oogst verdroogde. Aldus kwam de ramp voor Fir’awn en zijn vertrouwelingen vanuit een zeer onverwachte richting, vanuit de rivier de Nijl waarop zij vertrouwden. Deze droogte onthutste Fir’awn die daarvoor zijn mensen als volgt aansprak: En Fir’awn verkondigde onder zijn volk: “O mijn volk! Is het rijk van Egypte niet van mij en deze rivieren die onder mij stromen. Zien jullie hen dan niet?

 (Qoer-aan Soerat az-Zoekhroef: 51)

 

In plaats van “op te passen” zoals in de verzen te zien is, weten zij alles dat gebeurd was aan pech die door Moesa en de Kinderen Israël teweeggebracht was. Door hun bijgeloof en de religie van hun voorouders waren zij overmand door zo’n overtuiging. Hierdoor kozen zij ervoor grote ellende te ondergaan, maar wat hun overkwam was niet tot deze beperkt. Dit was pas het begin. Naderhand stuurde Allah een serie rampen naar hen. Deze rampen worden als volgt in de Qoer-aan beschreven:

 

Dus stuurden Wij tot hen: de vloed, de sprinkhanen, de luizen, de kikkers en het bloed (als een opvolging van) duidelijke tekenen, toch bleven zij arrogant en behoorden zij tot de mensen die misdadigers zijn.  (Qoer-aan Soerat al-Araf: 133)

Deze rampen die Allah naar Fir’awn en de mensen rondom hem, die ook verloochenden, stuurde, worden ook in het Oude Testament beschreven, in overeenstemming met de Qoer-aan:

En door het hele land van Egypte was er bloed

(Exodus: 7:21)

En als gij weigert (hen) te laten gaan, zal Ik uw grenzen treffen met kikkers:

En de rivier zal kikkers voortbrengen in overvloed, welke boven zullen komen en uw huizen zullen binnengaan, en binnen uw slaapkamers, en op uw bed en binnen het huis van uw bedienden en naar uw volk en binnen in uw ovens en in uw bakkerstroggen.

(Exodus: 8: 2-3)

En de Heer zei tot Mozes “Zeg tot Aaron, strek uw staf uit en tref het stof van het land, zodat zij luizen zullen worden door het hele land van Egypte.”

 (Exodus: 8: 16)

En de sprinkhanen gingen over het hele land van Egypte en rusten aan alle kusten van Egypte: zeer smartelijk (waren zij); vóór hen waren er nooit zulke sprinkhanen als zij, noch zullen er na hen zulke zijn.

 (Exodus: 10: 14)

Toen zeiden de tovenaars tegen Fir’awn: “Dit (is) de vinger van God: en het hart van Fir’awn verhardde zich en hij luisterde niet naar hen; zoals de Heer had gezegd.

 (Exodus: 8: 19)

Verschrikkelijke rampen bleven Fir’awn en zijn vertrouwelingen overkomen. Sommige van deze rampen werden veroorzaakt door de objecten die door de afgod aanbiddende mensen als goden werden aanbeden. De rivier de Nijl en kikkers waren voor hen bijvoorbeeld heilig en waren door hen vergoddelijkt. Daar zij leiding van hun “goden” verwachtten en hen om hulp verzochten, strafte Allah hen via hun eigen “goden” zodat zij hun fouten konden zien en de zonden die zij gepleegd hadden konden vergelden.

Volgens de exegeten van het Oude Testament, was het “bloed” het veranderen van de rivier de Nijl in bloed. Dit werd uitgelegd als een metafoor voor het volledige rood worden van de rivier de Nijl. Volgens een interpretatie, was het een soort bacterie die de rivier deze kleur gaf. De Nijl was de belangrijkste levensbron voor de Egyptenaren. Ieder kwaad dat deze levensbron zou worden berokkend, zou de dood van heel Egypte kunnen betekenen. Als de bacterie de rivier de Nijl zo had besmet dat de rivier rood werd, zou deze bacterie ieder levend wezen dat het water gebruikte infecteren.

Recente verklaringen voor de oorzaak van het rood kleuren van het water hebben een voorkeur voor protozoën, zoöplankton, zowel zout- als zoetwater algen (fytoplankton) in bloei en dinoflagellates. Al deze verschillende bloeisoorten, plant, schimmel of protozoön halen de zuurstof uit het water en produceren schadelijke giften voor zowel vissen als kikkers.

Het Exodusverslag uit de Bijbel aanhalend, noteerde Patricia A. Tester van het National Marine Fisheries Service, in de Annalen van de New York Academy of Science: dat hoewel minder dan 50 van de ongeveer 5.000 bekende fytoplankton soorten giftig zijn, degenen die gifstoffen bevatten gevaarlijk kunnen zijn voor al het leven in het water. Verwijzend naar historische en prehistorische data, haalde Ewen C. D. Todd van Health Canada, bijna twee dozijn voorbeelden aan van specifieke fytoplanktonsoorten, die over de gehele wereld, verscheidene uitbraken (van ziekten) veroorzaakten. W.W. Carmichael en I.R Falconer hebben ziekten die met blauw-groene algen uit zoet blauw water in verband staan gecatalogiseerd. Waterecoloog Joann M. Burkholder van de North Carolina State University, beschreef een dinoflagellate, Pfiesteria piscomorte (in trechtermonden gevonden) die in staat is, zoals uit de naam van de soort blijkt, om vis te doden.36

In de tijd van Fir’awn lijkt deze aaneenschakeling van rampen te zijn gebeurt. Volgens dit scenario, ging toen de Nijl besmet was de vis ook dood en werden de Egyptenaren beroofd van een belangrijke voedingsbron. Zonder de roofvis, konden de kikkers zich aanvankelijk vrij voortplanten in zowel de Nijl als in vijvertjes en de rivier raakte aldus overbevolkt. Uiteindelijk ontsnapten zij uit deze zuurstofloze, giftige en rottende omgeving door naar het land te verhuizen, hieruit volgend op het land stervend en samen met de vis te verrotten. De Nijl en de aangrenzende landerijen raakten aldus vervuild en het water te gevaarlijk om te drinken of in te baden. Verder was het uitsterven van kikkersoorten er de oorzaak van dat ongedierte zoals sprinkhanen en luizen zich buitensporig konden voortplanten.

Hoe de rampen zich ook voltrokken en wat zij ook teweegbrachten, noch Fir’awn, noch zijn volk keerde zich uiteindelijk tot Allah door er lering uit te trekken, maar zij gingen in hun arrogantie door.

Fir’awn en zijn vertrouwelingen waren zo hypocriet dat zij dachten dat zij Moesa en aldus Allah konden bedriegen. Toen zij de verschrikkelijke straf ondergingen, lieten zij Moesa terstond roepen en vroegen hem om hen ervan te redden:

 

En als de bestraffing hen trof zeiden zij: “O, Moesa! Roep je Heer aan vanwege de beloften die Hij jou heeft gegeven. Als je de bestraffing van ons weghaalt, zullen wij zeker in jou geloven en we zullen de kinderen van Israël met jou mee laten gaan.” Maar toen Wij de bestraffing verwijderden van hen op een afgesproken tijd, die het had bereikt, zie! Zij braken hun woord!]

 (Qoer-aan Soerat al-Araf: 134-135)

 

 

Uittocht uit Egypte

 

Door Moesa legde Allah uit aan Fir’awn en zijn vertrouwelingen waar zij voor moesten oppassen en waarschuwde hen aldus. Als reactie hierop, waren zij opstandig en beschuldigden hem ervan bezeten en ontrouw te zijn. Allah bereidde een vernederend einde voor hen voor. Hij openbaarde aan Moesa wat er op het punt stond te gebeuren:

 

En Wij inspireerden Moesa, zeggende: “Neem Mijn slaven in de nacht weg, waarlijk jullie zullen vervolgd worden.” Toen stuurde Fir’awn boodschappers naar (alle) steden. (zeggende): “Waarlijk! Dit is zeker niet anders dan een kleine groep. En waarlijk, zij hebben gedaan wat ons woedend heeft gemaakt; en wij zijn een goed bewapend, vooruit gewaarschuwd leger.” Dus hebben Wij hen van de tuinen en de bronnen verbannen, schatten en alle soorten eerbare plaatsen. Dus lieten Wij de Kinderen van Israël het beërven. Dus vervolgden zij hen bij de zonsopkomst. En toen de twee legers elkaar zagen, zei het volk van Moesa: “Wij zijn zeker dat wij zullen overmand worden.”

(Qoer-aan Soerat ash-Shoeara: 52-61)

Onder zulke omstandigheden, toen de Kinderen Israël dachten dat zij in de val zaten en de mannen van Fir’awn dachten dat zij op het punt stonden hen te vangen, zei Moesa die nooit zijn vertrouwen in de hulp van Allah verloor: “Nee, waarlijk! Bij mij is mijn Heer, Hij zal mij leiden.”

(Qoer-aan Soerat ash-Shoeara: 62)

 

Op dat moment redde Allah Moesa en de Kinderen Israël door de zee te splijten. Fir’awn en zijn mannen werden onder het water verdronken toen dat over hen sloot nadat de Kinderen Israël veilig waren overgestoken.

 

Toen inspireerden Wij Moesa (zeggende): “Sla met jouw stok tegen de zee.” En het spleet en ieder afzonderlijk deel werd als een grote stevige massa van een berg. Toen brachten Wij de anderen naar die plaats. En Wij redden Moesa en allen die bij hem waren. Toen verdronken Wij de anderen.

 Waarlijk! Hierin is een teken maar de meesten van hen zijn geen gelovigen. En waarlijk, jullie Heer! Hij is waarlijk de Almachtige, de Genadevolle.

(Qoer-aan Soerat ash-Shoeara: 63-68)

 

De staf van Moesa had wonderbaarlijke kwaliteiten. Allah had het in Zijn eerste openbaring aan hem in een slang veranderd en daarna veranderde die zelfde staf opnieuw in een slang en verslond de magie van de tovenaars van Fir’awn. En nu spleet Moesa de zee met diezelfde staf. Dit was één van de grootste wonderen die aan de profeet Moesa werden gegeven.

Vond de gebeurtenis plaats aan de Egyptische kust van de Middellandse zee of aan de Rode Zee?

Er is geen overeenstemming over de plaats waar Moesa de zee spleet. Omdat er in de Qoer-aan geen details worden gegeven, kunnen we van geen van beide gezichtspunten zeker weten of het de juiste is. Sommige bronnen laten de Egyptische kust van de Middellandse zee zien als de plaats waar de zee werd gespleten. In de Encyclopedia Judaica wordt gezegd:

De meerderheid is vandaag de dag van mening dat de Rode Zee van de Exodus één van de lagunes van de kust van de Middellandse zee is.37

David Ben Gurion zei dat de gebeurtenis plaats zou kunnen hebben gehad tijdens de heerschappij van Ramses II, mogelijk na de nederlaag bij Kadesh. In het Boek van Exodus in het Oude Testament, zou de gebeurtenis in Migdol en Baal-Zephon hebben plaatsgevonden, welke ten noorden van de delta liggen.38

Dit gezichtspunt is gebaseerd op het Oude Testament. In de vertalingen van het Boek van Exodus uit het Oude Testament, wordt gezegd dat Fir’awn en zijn mannen verdronken werden in de Rode Zee. Maar volgens degenen die aan dit standpunt vasthouden, betekent het woord dat is vertaald als “Rode Zee” in feite “De Zee van Riet”. Het woord is in vele bronnen vaak gelijkgesteld aan de “Rode Zee” en voor die locatie gebruikt. “De Zee van Riet” wordt echter gebruikt om naar de Egyptische kust van de Middellandse zee te verwijzen. In het Oude Testament, worden wanneer gesproken wordt over de route die door Moesa en degenen die hem volgden, de woorden Mignol en Baal-Zephon genoemd. Deze liggen in het Noorden van de Nijldelta aan de Egyptische kust. De Zee van Riet ondersteunt, door het maken van een gevolgtrekking, de mogelijkheid dat de gebeurtenis plaatsvond aan de Egyptische kust, omdat in deze regio, in overeenstemming met de betekenis van de naam, dankzij de deltakwelders, riet wordt geproduceerd.

 

 

Het verdrinken van Fir’awn en zijn mannen in de zee

 

De Qoer-aan informeert ons over de belangrijkste aspecten van de gebeurtenis van het splijten van de Rode Zee. Volgens het verslag uit de Qoer-aan, ging Moesa samen met de Kinderen Israël die hem gehoorzaamden op weg om Egypte te verlaten. Fir’awn kon hun vertrek zonder zijn toestemming niet accepteren. Hij en zijn soldaten volgden hen: …in onderdrukking en vijandigheid…

 (Qoer-aan Soerah Yoenoes: 90).

 

Op het moment dat Moesa en de Kinderen Israël de kust bereikten, haalden Fir’awn en zijn soldaten hen in. Sommige van de Kinderen Israël, die dit zagen, begonnen tegen Moesa te klagen. Volgens het Oude Testament, zeiden zij tegen Moesa : “Wij zijn zeker dat wij zullen overmand worden.”

 (Qoer-aan Soerat ash-Shoeara: 61)

 

In feite was dit niet de eerste keer noch de laatste keer dat de Kinderen Israël zulk gedrag, waarin zij geen onderwerping toonden, lieten zien. Het volk van Moesa had al eerder tegen hem geklaagd door te zeggen: “Wij hebben veel geleden tot jij kwam en ook sinds je gekomen bent.”

 (Qoer-aan Soerat al-Araf: 129)

 

In tegenstelling tot het zwakke gedrag van zijn volk was Moesa zeer zelfverzekerd, omdat hij een diepgaand vertrouwen in Allah had. Meteen vanaf het begin van zijn strijd had Allah geïnformeerd dat Zijn hulp en ondersteuning met hem zouden zijn: “Vreest niet, Waarlijk! Ik ben met jullie beiden, horend en ziend.

(Qoer-aan Soerah Ta-Ha: 46)

 

Toen Moesa de tovenaars van Fir’awn voor het eerst ontmoette, voelde hij “een soort van angst”                                         

(Soerah Ta-Ha: 67)

 

Hierop openbaarde Allah aan hem dat hij helemaal geen angst moest voelen en dat hij het uiteindelijk absoluut te boven zou komen.

 

Wij zeiden: “Vrees niet! Zeker jij zou de overhand hebben. (Soerah Ta-Ha: 68)

 

Aldus werd Moesa door Allah onderwezen en verkreeg een volledig ontwikkeld respect voor Zijn wegen. Als gevolg hiervan zei hij, toen sommige van zijn mensen door de angst bevangen raakten:

“Nee, waarlijk! Bij mij is mijn Heer, Hij zal mij leiden.”

 (Qoer-aan Soerat ash-Shoeara: 62).

 

Allah openbaarde aan Moesa dat hij de zee met zijn staf moest slaan.

Hierop: spleet het en ieder afzonderlijk deel werd als een grote stevige massa van een berg.               

(Qoer-aan Soerat ash-Shoeara: 63).

 

In feite had Fir’awn op het moment dat hij zo’n wonder zag, moeten begrijpen dat er iets bijzonders aan de situatie was en dat hij goddelijke interventie zag. De zee opende zich voor de mensen die Fir’awn wilde vernietigen. Verder was er geen enkele garantie dat de zee zich niet opnieuw zou sluiten nadat zij overgestoken waren. Toch volgde hij en zijn leger de Kinderen van Israël de zee in. Waarschijnlijk hadden Fir’awn en zijn soldaten het vermogen om redelijk te denken verloren, door hun onbeschaamdheid en boosaardigheid en waren zij niet in staat de wonderbaarlijke aard van de situatie te begrijpen.

De Qoer-aan beschrijft de laatste momenten van Fir’awn als volgt:

 

En Wij namen de Kinderen van Israël dwars door de zee en de Fir’awn volgde met zijn leger in onderdrukking en vijandigheid, toen hij verdronk, zei hij: “Ik geloof dat niemand het recht heeft om aanbeden te worden behalve Hij, in Wie de Kinderen van Israël geloven en ik ben één van degenen die moslim is.”

(Qoer-aan Soerah Yoenoes: 90)

 

Hier is het mogelijk een ander wonder van Moesa te zien. Laat ons onszelf het volgende vers herinneren:

 

En Moesa zei: “Onze Heer! U hebt zeker de Fir’awn en zijn notabelen schitter en weelde van dit leven gegeven. Zodat zij de mensen van Uw rechte pad laten dwalen. Onze Heer! Vernietig hun weelde en verhard hun harten, zodat zij niet zullen geloven tot zij een pijnlijke bestraffing zien.” Allah zei: “Waarlijk het smeekgebed van jullie beiden is geaccepteerd. Blijf jullie beiden dus op het rechte pad en volg niet het pad van degenen die niet weten.”

(Qoer-aan Soerah Yoenoes: 88-89)

 

Uit het vers komt duidelijk naar voren dat Moesa aldus, in reactie op zijn smeekbede, geïnformeerd werd dat Fir’awn in Allah zou geloven op het moment dat hij een pijnlijke straf tegemoet zag. Fir’awn zei inderdaad dat hij in Allah zou geloven toen het water over hem heen begon te lopen. Toch was het heel duidelijk dat zijn gedrag onoprecht en onecht was. Waarschijnlijk zei Fir’awn dit om zichzelf van de dood te redden.

 

De acceptatie van het geloof door Fir’awn op het laatste moment en zijn vraag om vergeving werden zeker niet door Allah geaccepteerd. Fir’awn en zijn leger konden niet van de verdrinkingsdood worden gered.

Nu (geloof je) terwijl je eerder weigerde te geloven en je tot de onmatigenden behoorde. Deze dag zullen Wij dus je (dode) lichaam (uit de zee) brengen dat je een teken moge zijn voor degenen die na jou komen! En waarlijk, velen van de mensheid zijn achteloos voor Onze tekenen.

(Qoer-aan Soerah Yoenoes: 91-92)

 

We zijn ook geïnformeerd dat zijn mannen, net zo goed als Fir’awn zelf, hun deel van de straf ontvingen. Daar de soldaten van Fir’awn mannen waren van “onbeschaamdheid en boosaardigheid” (Qoer-aan Soerah Yoenoes: 90), “mannen van de zonde” (Qoer-aan Soerat al-Qasas: 8), “slecht deden” (Qoer-aan Soerat al-Qasas: 40) en “dachten dat zij niet terug zouden keren tot Allah” (Soerat al-Qasas: 39) net zoals Fir’awn, verdienden zij de straf van Allah ten volle. Aldus ving Allah zowel Fir’awn als zijn menigte en gooide hen de zee in.

 

Dus grepen Wij hem en zijn leger en Wij gooiden hen allen in de zee. Zie dus wat het einde van de onrechtvaardigen was. (Soerat al-Qasas: 40)

 

Dus Allah eiste een boetedoening van hen en verdronk hen in de zee, omdat zij Zijn tekenen afwezen en nalieten er een les uit te trekken.

 

Dus namen Wij vergelding op hen. Wij verdronken hen in de zee, omdat zij Onze tekenen verwierpen en achteloos waren met de waarschuwingen van hen.

(Qoer-aan Soerat al-‘Araf: 136)

 

In de volgende verzen in de Qoer-aan beschrijft Allah alles dat gebeurde na de dood van Fir’awn.

 

En Wij zorgden ervoor dat de mensen, die zwak werden beschouwd, de oostelijke en westelijke gedeeltes van het land kregen, waarvoor Wij het gezegend hadden. En het oprechte woord van jullie Heer werd vervuld voor de Kinderen van Israël door alles wat zij hadden moeten verdragen. En Wij vernietigden volledig alle grote werken en gebouwen die de Fir’awn en zijn mensen opgericht hadden.

(Qoer-aan Soerat al-‘Araf: 137)

18:04 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Maryam,(Maria,een vrouw die verkozen werd boven alle vrouwen

Maryam Returns to

Her Community

When Maryam returned with Prophet 'Isa (as), her people could not comprehend Allah's miracle. Thus, they accused her of indecency and slandered her, even though they knew that she, being a member of 'Imran's family, was devout, held Allah in great fear and respect, had an immaculate character, and always protected her modesty. Allah reveals some of these slanders:

 

She brought him to her people, carrying him. They exclaimed: "Maryam! You have done an unthinkable thing! Sister of Harun, your father was not an evil man nor was your mother an unchaste woman!" (Surah Maryam: 27-28)

 

No doubt, this was a trial for Maryam, for she had to face such accusations despite being a chaste woman who held Allah in the greatest respect and awe. These people ignored her impeccable character and honorable conduct, despite her own reputation and that of her family, and so, as always, she turned toward Allah, and trusted in Him, knowing that He would defend her in the best possible way.

 

Maryam's Vows of Silence

Allah, Who always answered her prayers with generosity and compassion, gave her inner peace during this trial. Knowing that Allah would exonerate her completely, Allah inspired her to make a vow: "If you should see anyone at all, just say: 'I have made a vow of abstinence to the All-Merciful, and today I will not speak to any human being'" (Surah Maryam: 26). This is what she told her people.

After this, she only pointed to Prophet 'Isa (as), about whom Allah said through Jibril: "He will speak to people in the cradle and when fully grown, and will be one of the believers" (Surah Al 'Imran: 46), when people confronted and slandered her.

Allah showed her people a great miracle by enabling Prophet 'Isa (as) to speak while he was still a baby in the cradle. Through his words, Allah exonerated his mother Maryam and also introduced Prophet 'Isa (as) as one of His Prophets sent to the Israelites:

 

She pointed toward him. They asked: "How can a baby in the cradle speak?" He ['Isa] said: "I am the servant of Allah. He has given me the Book and made me a Prophet. He has made me blessed wherever I am, directed me to perform prayer and give alms [zakat] as long as I live, and to show devotion to my mother. He has not made me insolent or arrogant. Peace be upon me the day I was born and the day I die, and the day I am raised up again alive." That is 'Isa, son of Maryam, the Word of Truth about which they are in doubt. (Surah Maryam: 29-34)

 

This miracle amazed Maryam's people. By saying: "… and she who guarded her chastity. We breathed into her some of Our Spirit and made her and her son a Sign for all the worlds" (Surat al-Anbiya': 91), Allah made both of them superior to all other people. Maryam's superior character, honor, and purity were revealed through this speech, and those who had slandered her were defeated.

By saying: "And We made the son of Maryam and his mother a Sign and gave them shelter on a mountainside where there was a meadow and a flowing spring" (Surat al-Mu'minun: 50), He reveals that Prophet 'Isa (as) and Maryam continued to live under His grace after these events.

 

Those who Slandered Maryam

These miracles showed the Israelites that Allah had made Maryam and Prophet 'Isa (as) superior to other people. In fact, Allah reveals that those who continued to slander Maryam would be punished severely:

 

And on account of their unbelief, their utterance of a monstrous slander against Maryam, and their saying: "We killed the Messiah, 'Isa, son of Maryam, Messenger of Allah." They did not kill him and they did not crucify him, but it was made to seem so to them. Those who argue about him are in doubt about it. They have no real knowledge of it, just conjecture. But they certainly did not kill him. (Surat an-Nisa': 156-57)

 

17:57 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Maryam,werd vekozen boven alle vrouwen

 

MARYAM :

AN EXEMPLARY

MUSLIM WOMAN

 

 

 

 

And when the angels said: “ Maryam,

Allah has chosen you and purified you.

He has chosen you over all other women. ”

(Qur’an, 3:42)

 

 

The Nature of Her Society

 

According to historical sources, Allah honored Maryam, who lived approximately two millennia ago, with the birth of Prophet 'Isa (as). She was one of the chosen women on Earth as well as in the Hereafter. Born in Roman-occupied Palestine, she was a Jewess and lived in the Jewish community.

Idolatry was Rome's state religion. The Jews, once a nation preferred by Allah "over all other beings" (Surat al-Baqara: 47), had altered His religion, adopted false beliefs, rebelled against Allah's commands, and were no longer grateful for His gifts to them. Some of them even murdered the Prophets sent to them by the grace of Allah, because the Jews did not like the commands that these exalted men conveyed. The Qur'an reveals their transgressions:

 

We made a covenant with the tribe of Israel and sent Messengers to them. Each time a Messenger came to them with something their lower selves did not desire, they denied some and they murdered others. (Surat al-Ma'ida: 70)

 

Maryam was born at a chaotic time, when the Jews' only hope was their expected Messiah (savior). Unknown to her, Allah had already determined to choose and raise her for this holy duty. She was central to the Israelites' expectations, for she would give birth to Prophet 'Isa (as), whom He compliments in the following terms: "His name is the Messiah, 'Isa, son of Maryam, of high esteem in this world and the Hereafter, and one of those brought near. He will speak to people in the cradle and when fully grown, and will be one of the believers" (Surah Al 'Imran: 45-46).

Allah chose Maryam to represent morality and true religion among her people, who had left the true religion and embraced superstitions and idle speculation. Allah reveals many aspects of her life, among them her birth and family, the birth of Prophet 'Isa (as), her superior character, and how she resisted her society's slanders and accusations.

 

Allah Exalts 'Imran's Family

Allah reveals that "Allah chose Adam and Nuh, and the family of Ibrahim and the family of 'Imran, over all other beings—descendants one of the other..." (Surah Al 'Imran: 33-34). In other words, 'Imran's family descended from the Prophets Adam (as), Nuh (as), and Ibrahim (as), and they were exalted people. One of these chosen people was Maryam, whose family sincerely believed in Allah, respected the limits that He has established for humanity, and always sought and trusted Him.

 

Maryam's Birth

When `Imran's wife, a sincere believer, found out that she was pregnant with Maryam, she immediately prayed to Allah. She praised Him and promised that she would dedicate her child to Him. When she gave birth to a girl, she named her Maryam, which means to abide, in other words someone who incessantly worships Allah. Allah reveals her prayer in the following verse:

 

Remember when the wife of 'Imran said: "My Lord, I have vowed to You whatever is in my womb, to be devoted [to Your service]. Please accept it from me. You are the All-Hearing, the All-Knowing." When she gave birth, she said: "My Lord! I have given birth to a girl"—and Allah knew very well what she had given birth to, male and female are not the same—"and I have named her Maryam and placed her and her children in Your safekeeping from Satan, the accursed." (Surah Al 'Imran: 35-36)

 

The Arabic word muharreren, translated here as devoted [to Your service], means "preoccupied only with the Hereafter and having no interest in the world, in the service of Allah's temple, worshipping in great devotion, one whose worship is not tainted by worldly aims."1 

True freedom can be attained only by serving Allah, surrendering to Him, and freeing oneself from all service to any other beings or values. This is what 'Imran's wife prayed for when dedicating Maryam to Allah, for she wished her daughter to be someone who served only Allah and who did not seek her people's or society's acceptance.

Right after Maryam's birth, her mother turned toward Allah, sought His good pleasure, and asked Him to protect Maryam, as well as her children, from Satan's evil. Allah accepted this wholehearted prayer "and made her [Maryam] grow in health and beauty" (Surah Al 'Imran: 37). In other words, Maryam received the best upbringing and the most superior character.

Maryam's mother's wholehearted faith in Allah, acceptance of only Allah as her mentor, constant turning toward Him, and her genuine surrender to Him are very important examples upon which all believers should reflect.

 

Allah Commissions Prophet Zakariyya (as) with

Educating Maryam

Allah gave Prophet Zakariyya (as) sincere faith and exalted him, and guided him to the righteous path. Allah compliments him and points out his devotion, his proper fear and respect of Him, and his superior character:

 

And Zakariyya, Yahya, 'Isa, and Ilyas. All of them were among the believers. And Isma'il, al-Yasa', Yunus, and Lut. All of them We favored over all beings. And some of their forebears, descendants, and brothers; We chose them and guided them to a straight path. (Surat al An'am: 85-87)

 

The Qur'an reveals that Allah made Prophet Zakariyya (as) responsible for educating Maryam. He fulfilled this trust, witnessed the many miracles in her life, and noticed that she was favored over all other people. He saw how Allah's grace supported her and met all of her needs. For example:

And Zakariyya became her guardian. Every time Zakariyya visited her in the sanctuary, he found food with her. He asked: "Maryam, how did you come by this?" She said: "It is from Allah. Allah provides for whoever He wills without any reckoning." (Surah Al 'Imran: 37)

 

Maryam's answer to his question testifies to Allah's grace and providence.

 

Allah Preferred Maryam over All Other Women

Maryam was a most devout Muslim who genuinely dedicated herself to our Lord, praised His name, and turned toward Him in prayer constantly throughout her life. Just as Allah chose 'Imran's family above all others, He chose Maryam and ensured that she would be educated in the best manner, purified from all wickedness, and preferred above all other women. Allah relates her superiority:

 

And when the angels said: "Maryam, Allah has chosen you and purified you. He has chosen you over all other women. Maryam, obey your Lord and prostrate and bow with those who bow." (Surah Al 'Imran: 42-43)

 

Maryam's Exemplary Chastity

Maryam, like the rest of her family, was known among her people for her devotion to Allah as well as her religiosity, chastity, and sincerity. Allah speaks of her as someone obedient to Him.

 

And Maryam, the daughter of 'Imran, who guarded her chastity—We breathed Our Spirit into her. She confirmed the Words of her Lord and His Book, and was one of the obedient. (Surat at-Tahrim: 12)

 

… and she who guarded her chastity. We breathed into her some of Our Spirit and made her and her son a Sign for all the worlds. (Surat al-Anbiya': 91)

 

MaryamMeets Jibril

Maryam experienced many miracles throughout her life. One of these was her meeting with Jibril. Once, when she left her family and society and went toward the east, she met Jibril, who appeared to her in the form of a well-built man:

 

Mention Maryam in the Book, how she withdrew from her people to an eastern place and concealed herself from them. Then We sent Our Spirit to her, and it took on for her the form of a handsome, well-built man. (Surah Maryam: 16-17)

 

Not knowing who this man was, she sought refuge with Allah and told him that she held Allah in the utmost fear and respect: "She said: 'I seek refuge from you with the All-Merciful, [leave me] if you have fear [and respect] of Allah'" (Surah Maryam: 18). Her words clearly demonstrate her complete trust in Allah,

 

as well as the importance she placed upon chastity and devotion to Allah. Her words not only expressed all of this, but also called upon this unknown man to have fear and respect of Allah.

Jibril introduced himself with the following words: "I am only your Lord's messenger [an angel] so that He can give you a pure boy" (Surah Maryam: 19). As the Qur'an recounts:

 

When the angels said: "Maryam, your Lord gives you good news of a Word from Him. His name is the Messiah, 'Isa, son of Maryam, of high esteem in this world and the Hereafter, and one of those brought near." (Surah Al 'Imran: 45)

 

Maryam replied: "How can I have a boy when no man has touched me and I am not an unchaste woman?" (Surah Maryam: 20), thereby indicating her chastity. Jibril told her that:

 

He [Jibril] said: "It will be so." Allah creates whatever He wills. When He decides on something, He just says to it, "Be!" and it is. (Surah Al 'Imran: 47)

 

He said: "It will be so." Your Lord says: "That is easy for Me. It is so that We can make him a Sign for humanity and a mercy from Us. It is a matter already decreed." So she conceived him and withdrew with him to a distant place. (Surah Maryam: 21-22)

 

By Allah's will, Maryam became pregnant with Prophet 'Isa (as) and yet remained a virgin. Her pregnancy was independent of this world's usual cause-and-effect relationship. The circumstances of his conception were among the features of Prophet 'Isa's (as) miracles.

 

Maryam's Withdrawal

Allah reveals "So she conceived him and withdrew with him to a distant place" (Surah Maryam: 22). In this distant place to which she retreated, Allah supported her with His grace and protection and met all of her material and psychological needs during her pregnancy.

No doubt, Maryam withdrew from her society for many reasons. For example, Allah removed her from her people's criticism, for they could not understand her miraculous situation. This also enabled her to spend this period in a state of contentment and peace. Later on, by another miracle, Allah revealed her miraculous circumstances, refuted all of the accusations and slanders directed toward her, and restored her impeccable reputation.

 

Prophet `Isa's (as) Birth and Allah's Support of Maryam

Allah fully supported Maryam throughout her pregnancy. It is very difficult for a woman to give birth, a potentially life-threatening experience, all alone, without medical equipment or a midwife's assistance. Nevertheless, Maryam overcame all of these difficulties by placing her complete trust in Allah. Allah helped her with revelations while she was struggling toward a date tree in the full throes of labor pains. Allah told her not to grieve, that He had placed a stream at her feet, and that she should shake the date tree in order to get freshly ripe dates to eat. He also told her to drink and to delight her eyes. As a result, she gave birth in the best possible circumstances. Allah reveals her situation:


 

The pains of labor drove her to the trunk of a date-palm. She exclaimed: "Oh, if only I had died before this time and was something discarded and forgotten!" A voice called out to her from under her: "Do not grieve. Your Lord has placed a small stream at your feet. Shake the trunk of the palm toward you, and fresh, ripe dates will drop down to you. Eat and drink, and delight your eyes. If you should see anyone at all, just say: 'I have made a vow of abstinence to the All-Merciful, and [so] today I will not speak to any human being.'" (Surah Maryam: 23-26)

 

Allah's grace and protection was clearly visible in this situation. In fact, His advice to her has been confirmed by modern science. We now analyze this advice in some detail.

 

Do Not Grieve

As stated earlier, Maryam withdrew from her society so that she could be in a psychologically peaceful environment and away from the hurtful behavior of people who could not comprehend her miraculous situation.

Allah told her not to grieve and bestowed His grace and protection upon her. No doubt, there was much wisdom in this advice, just as there was in Maryam's withdrawal to a distant place. Muslims must not surrender to sadness; rather, they are to trust in Allah and feel the peace of mind that comes with knowing that Allah will always help them.

This attitude, which is required of all believers, has been confirmed by modern medicine, for doctors tell women, both during their pregnancy and while they are giving birth, to maintain a positive attitude and avoid any sadness and stress. His advice to delight her eyes means not to surrender to sadness and to enjoy the news of Allah's gift.

 

Eat Dates

Allah advised Maryam to eat freshly ripened dates. Today, such dates are considered to be food and medicine. Scientists now know that dates contain more than ten substances considered essential for the human body's well-being and continuing health.

Dates contain plenty of the easily digested and absorbed sugars that give the human body its energy for heat and movement. More importantly, these sugars are of the fructose type and not of the glucose type, which quickly raises the blood-sugar levels. Dates provide energy, help muscle tissues and nerve cells develop, and are especially beneficial for people weakened by illness or those suffering from exhaustion, because of their high caloric value. For example, 100 grams of dates contain 1.5 grams of protein and 50 grams of carbohydrates. In addition, their caloric value is 225 kcal. Fresh dates have a 60-65 percent sugar content and a 2 percent protein content.

Modern medical findings suggest that dates benefit women who are almost ready to give birth. Doctors now advise pregnant women to take fructose-containing foods on their due dates, for such foods provide energy used by the weakened body to revitalize itself, have a trigger effect on the milk hormones and thus help the woman's body produce milk, and also increase the volume of that milk.

This information reveals some of the wisdom inherent in Allah's advice to Maryam. Another matter worth reflecting upon is the little stream created by Allah and His advice for her to eat and drink. Now, scientists inform us that people can survive on dates and water for years, because they contain all of the necessary essentials for human life.2 In fact, one renowned expert on the subject, V. H. W. Dowson, suggests that one glass of milk and one date per day provides a person's daily nutritional requirements.3 

Dates contain various vitamins (e.g., A, beta-carotene, B1, B2, B3, and B6) and minerals, (e.g., sodium, potassium, calcium, magnesium, fiber, iron, sulphur, phosphorus, and chlorine) and are also rich in fiber, fats, and proteins. Some of the ensuing benefits are as follows:

A date's nutritional value is based on the balance between its minerals. During the prolonged period of morning sickness and the altering physiognomy, a shortage of potassium occurs and needs to be supplemented. This fruit's high potassium content is certainly welcome here, as its role in preserving the body's water levels.

Iron controls the red blood cells' synthesis of hemoglobin, which prevents anemia during pregnancy and also regulates the blood's RBC balance, which is so crucial for the baby's development. Due to its high iron content, one-and-a-half dates can meet the body's total iron requirement and thus prevent all complaints caused by a lack of iron.

Calcium and phosphorus are very important elements in developing and balancing the skeleton and the bone structures. Dates protect the body from anemia and weak bones, and thus reduce the risk of such illnesses with their high nutritional value and high phosphorus, calcium, and iron content.

Scientists point out that dates can reduce stress and tension levels. Research done at Berkeley University revealed that dates are rich in vitamin B1 (the "nerve vitamin") and magnesium (essential for muscle functions), both of which are essential for a strong nervous system. Magnesium is also very important for the kidneys, and two or three dates per day are enough to meet all of the human body's magnesium requirements.4 

Dates also contain folic acid (vitamin B9), which is essential for pregnant women, due to its important role in forming new blood cells, producing amino acids, and developing new cells. As a result, a pregnant woman needs double the usual daily amount of folic acid. If the body's folic acid levels fall below the required amount, bigger but less functional red blood cells are formed and anemia occurs.

Folic acid, which is crucial to developing the cell's genetic makeup and division, is the only substance that must be doubled during pregnancy. Dates are very rich in folic acid.

During pregnancy, a woman's daily vitamin A requirement increases to 800 ug. Dates are very rich in the foremost vitamin A: beta-carotene.5 

Most other fruits are protein-poor, but dates have good protein content.6 

Oxytocin is used in modern medicine to accelerate labor and is often referred as "rapid birth." It also increases the level of milk production following birth.7 

Our Prophet (saas) pointed out the benefits of dates in the following hadith: A family that has dates will not be hungry.8 This is a piece of very good advice.

All of our current information on dates reveals Allah's infinite wisdom and grace upon Maryam, who, inspired by Allah, satisfied all of her nutritional needs by eating dates and thereby eased her child's birth. (Allah knows best.)

17:54 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Prophet Isa(a.s)Jezus

They also suggest, basing their claim on a hadith narrated by Ibn `Abbas, that Prophet 'Isa (as) was raised to Allah's presence in his early 30s, that he will experience his old age by living for another 40 years after his second coming, and that the above verse is proof for this miraculous event.14

The Qur'an uses this expression only in regard to Prophet 'Isa (as) because all of the other Prophets that we know about fulfilled their responsibility of calling their people to belief after they had already reached a mature age. In the case of Prophet 'Isa (as), however, it points out a miraculous situation, because the expressions in the cradle and when fully grown highlight the two miraculous times.

At-Tabari, in his work The Commentary of at-Tabari, explains these expressions in the following terms:

These statements [Surat al-Ma'ida 110] indicate that in order to complete his lifespan and speak to people when fully grown, 'Isa will come down from Heaven. That is because he was raised to Heaven when still young. This verse [Surah Al 'Imran 46] provides evidence that 'Isa is living. The Ahl al-Sunnah share this view, because this verse states that he will speak to people when fully grown. He will be able to grow fully only when he returns to Earth from Heaven.15 

The interpretations of kahlaan, like all the other information about Prophet 'Isa (as), indicate his miraculous return to Earth in the End Times as well as his efforts to direct people toward true religion. No doubt, this is great news for all believers, a gift and grace from Allah. Thus, believers are responsible for supporting and defending Prophet 'Isa (as) after his second coming in the most appropriate manner and to live by the Qur'an's morality.

17:52 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |