01-07-07

Het geloof in reincarnatie

Het Geloof in Reïncarnatie

 

Eén van de gemeenschappelijke irrationele geloven van mensen over de dood, is dat de "reïncarnatie" een mogelijkheid is. Reïncarnatie betekent dat na de fysieke dood van het lichaam, de ziel transmigreert naar of opnieuw wordt geboren in een ander lichaam met een afzonderlijke identiteit in een verschillende tijd en een plaats. Onlangs is het een vervormde beweging geworden die vele aanhangers aantrekt onder ongelovigen en aanhangers van bijgeloven.

In technische termen zijn de redenen waarom dergelijke bijgeloven steun ontvangen-op basis van geen enkel concreet bewijsmateriaal- de zorgen die ongelovigen mensen onbewust herbergen. Geen geloof hebbend in het Hiernamaals, zijn de mensen bang om na dood tot onbeduidendheid te worden teruggebracht. Diegenen met een slecht geloof, voelen zich enerzijds ongemakkelijk over de gedachte naar de hel verzonden te worden, aangezien zij zich bewust zijn, of het minstens als een mogelijkheid beschouwen, dat God’s rechtvaardigheid straf voor hen met zich meebrengt. Voor beiden, klinkt echter het idee van de wedergeboorte van de ziel in andere lichamen in diverse tijden uiterst verleidelijk. Aldus slagen bepaalde kringen die dit vervormde geloof exploiteren erin om mensen in deze denkfout te laten geloven met behulp van beetje reclame. Dat hun aanhangers geen verder bewijsmateriaal eisen, moedigt de inspanningen van deze opportunisten aan.

Helaas vindt een dergelijk vervormd geloof ook aanhangers in Moslim kringen. Dit zijn meestal het soort Moslims die ernaar verlangen om een intellectueel en liberaal zelf-beeld te belichamen. Er is een andere ernstige dimensie bij deze kwestie die vermelding verdient; dergelijke mensen streven ernaar om hun meningen met behulp van Qur'anische verzen te bevestigen. Daartoe, vervormen zij de expliciete betekenissen van de verzen en vervaardigen hun eigen Qur’anische interpretaties. Onze bedoeling is om hier te benadrukken dat dit vervormde geloof geheel in strijd is met de Qur'an en de Islam en geheel tegenstrijdig is aan de verzen van de Qur'an, welke absoluut nauwkeurig zijn. Deze kringen beweren dat er een aantal verzen in Qur'an zijn die hun vervormde meningen bevestigen. Eén van deze verzen is de volgende: Zij zullen zeggen, ` Onze Heer, tweemaal bewoog u ons ertoe om te sterven en tweemaal gaf u ons het leven. Wij erkennen onze verkeerde acties. Is daarom geen uitweg?' (Surah al-Mu'min (40): 11)

Op basis van dit vers, beweren de mensen die in reïncarnatie geloven het volgende: de mens wordt een nieuw leven gegeven nadat hij in dit leven enige tijd heeft geleefd en sterft. Dit is de tweede keer dat hij tot stand komt en tevens de periode waarin zijn ziel zijn ontwikkeling voltooit. Na de tweede dood na dit tweede leven, beweren zij, wordt de mens doen herleefd in het Hiernamaals. Terwijl we onszelf afhouden van vooroordelen, laten we dit vers analyseren: uit het vers, blijkt dat de mens twee stadia van het leven en sterven ervaart. In deze context, is van een derde staat van dood of in leven zijn geen sprake. Daar dit nu het geval is, komt één vraag in de gedachten op: "Wat was de mens zijn aanvankelijke staat? Dood of levend?" Wij vinden het antwoord op deze vraag in het volgende vers:

 

Hoe kunt u God verwerpen? Gaf hij u het geen leven toen u dood was en hij zal ertoe bewegen u niet om dan u het leven te geven opnieuw te sterven en? Zult u niet aan hem uiteindelijk terugkeren? (Surah al-Baqarah: 28)

Het vers heeft geen uitleg nodig; aanvankelijk is de mens dood. Met andere woorden, ten gevolge van de eigenlijke aard van zijn schepping, wordt hij oorspronkelijk samengesteld uit levenloze zaken zoals water, aarde, enz., zoals de verzen ons informeren. Vervolgens maakte God deze hoop van levenloze zaken levend, "creeërde en vormde" het. Dit is de eerste dood en aldus het eerste opstaan uit de dood. Een tijdje na deze eerste opstanding uit de dood, eindigt het leven en sterft de mens. Hij keert opnieuw terug op aarde, net zoals in de eerste fase, en wordt tot onbeduidendheid verminderd. Dit is de tweede overgang uit de staat van de dood. De tweede en laatste gebeurtenis van het opstaan uit de dood, is die in het Hiernamaal zal plaatsvinden. Aangezien dit het geval is, is er geen tweede verrijzenis in het leven van deze wereld. Anders zou dit een derde verrijzenis vergen. Er is echter in geen van de verzen een verwijzing naar een derde verrijzenis. Zowel in Surah al-mu'min: 11, en Surah al-baqarah: 28, is er geen verwijzing die de mogelijkheid van een tweede verrijzenis in het leven van deze wereld voorstelt. Integendeel, deze verzen onthullen uitdrukkelijk het bestaan van één verrijzenis in deze wereld en één in het Hiernamaals. Maar toch stellen de aanhangers van reïncarnatie al hun hoop in deze twee verzen.

Zoals duidelijk is, geven enkel deze door de aanhangers van reïncarnatie voorgestelde verzen het bewijsmateriaal al welke deze vervormde reden weerlegt. Bovendien maken verscheidene andere verzen in de Qur'an duidelijk dat er slechts één leven is waarbij de mens wordt getest en dat dit in het leven van deze wereld is. Dat daar geen terugkeer is naar dit leven na de dood, wordt verklaard in het volgende vers:

 

Totdat, wanneer de dood tot een van hen komt, hij zal zeggen: “O mijn Heer, laat mij terugkeren. Hopelijk kan ik geode werken verrichten voor wat ik nagelaten heb.” Zeker niet! Voorwaar, dit zijn slechts woorden die hij spreekt en voor hen is een scjheiding tot de Dag waarop zij opgewekt worden (Surah al-Mu'minun: 99-100)

 

De dialogen in het vers maken duidelijk dat er na de dood geen terugkeer is naar in dit leven. Ondertussen vestigt God in dit vers onze aandacht op het feit dat ongelovigen wanhopig hopen op een tweede herrijzing uit de dood, een tweede terugkeer naar dit leven. Het vers verduidelijkt echter dat dit enkel woorden zijn die door onbetrouwbare ongelovigen voorgesteld worden. Dat de mensen van het Paradijs geen andere dood naast "de eerste" dood zullen ervaren, wordt beschreven in het volgende vers:

 

Zij zullen daarin, na de eerste dood, geen dood meer ondergaan, en Hij beschermt hen voor de bestraffing van de Hel. Als een gunst van jouw Heer. Dat is de Grote Overwinning. (Surah ad-Dukhan: 56-57)

 

De grote zaligheid voor de mensen van het Paradijs wordt in een ander vers beschreven. Deze zaligheid is toe te schrijven aan het feit dat zij behalve de eerste geen andere dood zullen ervaren:

 

Zullen wij dan niet sterven? Naast ons eerste sterven? En zullen wij niet worden bestraft? Voowaar, dat is zeker de Grote Overwinning! (Surah as-Saffat: 58-60)

 

De bovengenoemde verzen laten geen ruimte voor verdere vragen. De conclusie is; er is slechts één dood die de mens ervaart. In dit stadium kan de volgende vraag ontstaan: "Ondanks de verwijzing naar twee sterfgevallen in de voorgaande verzen, waarom is er slechts één dood genoemd in Surah as-saffat: 58?" Het antwoord op deze vraag wordt gegeven in het 56ste vers van Surah ad-dukhan, dat zegt: "Zij zullen daar geen enkele dood proeven - behalve de eerste". Er is namelijk één en slechts één dood die de mens bewust ondergaat. Hij ondergaat het en neemt het waar met al zijn zintuigen. Dit is de dood die men ondervindt op het ogenblik dat zijn leven eindigt. Hij kan zeker niet de allereerste staat van de dood waarnemen aangezien hij op dat ogenblik onthouden is van zintuigen en bewustzijn. Ondanks dergelijke welomlijnde en duidelijke verklaringen zoals de Qur'an die brengt, zou het volhouden dat er meer sterfgevallen en stadia van het herrijzen uit de dood en het eveneens volhouden dat er transmigratie van de ziel is, een openlijke ontkenning van de Qur'anische verzen zijn. Aan de andere kant, als God in dit leven een systeem gecreeërd had dat op reïncarnatie wordt gebaseerd, dan zou hij de mens hierover absoluut geïnformeerd hebben in de Qur’an, welke de enige gids voor de ware weg voor de mensheid is. Als dit het geval was geweest, zou God zeker een gedetailleerde verklaring over alle fasen van reïncarnatie verstrekt hebben. Er is echter, in de Qur'an, welke elk soort informatie met betrekking tot het leven en het volgende leven van gelovigen verstrekt, geen één enkele zinspeling over reïncarnatie, laat staan een directe verwijzing ernaar.

 


19:44 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

30-06-07

Om in het hiernamaals geen spijt te hebben

OM IN HET HIERNAMAALS GEEN

SPIJT TE HEBBEN

 

 

Waarom zal Allah jullie bestraffen, indien jullie dankbaar zijn en geloven. En Allah is Waarderend, Alwetend. (Surat an-Nisa:147)

 

Mensen zijn geschapen met veel zwakheden en onvolkomenheden. We vergeten veel dingen en maken vele fouten gedurende ons leven. Echter door berouw te hebben, iets wat Allah ons als een grote gunst schenkt, is het altijd mogelijk om onze fouten te verbeteren. De wereld is zelfs voor dit doel geschapen: we worden getraind, getest en gezuiverd van onze fouten in deze wereld. Het is waarschijnlijk dat wij grote spijt hebben van onze fouten of van de manier waarop wij ons leven geleid hebben. Het is echter altijd nog mogelijk om deze spijt goed te maken. Nadat wij deze spijt gevoeld hebben, kunnen we berouw vragen en op de vergiffenis van Allah hopen.

 

Your Lord knows best what is in your selves. If you are righteous, He is Ever-Forgiving to the remorseful. (Surat al-Isra: 25)

 

In de Koran geeft Allah het goede nieuws dat Hij elke zonde zal vergeven als men maar oprecht berouw heeft. Allah kent onze binnenste gedachten en alle woorden die wij voor onszelf houden. Hij weet of wij wel of niet trouw zijn aan Hem. Allah beschrijft in de Koran hoe nabij Hij bij Zijn dienaren is.

 

Jullie Heer weet beter wat er in jullie zielen is, als jullie oprechte mensen zijn. Voorwaar; dan is Hij voor de berouwvollen Vergevingsgezind. (Surat al-Isra: 25)

 

Een ander belangrijk feit komt hier naar boven; na de dood is het niet mogelijk om de fouten en zonden die begaan zijn in de wereld goed te maken tenzij Allah het anders wilt. We hebben dus geen moment te verliezen. De minuten zijn in een oogblink voorbij en met elk voorbijgaand moment komen we dichter bij de dood. We kunnen ook nooit voorspellen wanneer we met de dood zullen worden geconfronteerd. De datum, het uur en de minuut van overlijden kunnen wij nooit weten. Wij zullen allen zeker sterven op een dag en zullen ons moeten verantwoorden voor onze daden in de aanwezigheid van Allah.

 

Om deze redden moet de mens altijd in gedachten houden dat hij elk ogenblik zou kunnen sterven. Als hij geen spijt wil in het Hiernamaals moet hij zijn leven opnieuw bekijken.

 

Als het nu de tijd zou zijn om de engelen van de dood te ontmoeten, zou je je dan kunnen verantwoorden voor alle jaren die je in de wereld hebt doorgebracht?

 

Wat heb je tot nu toe gedaan om de goedkeuring van Allah te verdienen?

Ben je precies genoeg geweest in het volbrengen van de geboden van Allah?

Een persoon zou voor deze vragen negatieve antwoorden kunnen hebben. Als hij echter berouw toont en oprecht een verbintenis aangaat om een leven te leiden waarmee hij de tevredenheid van Allah verdient dan kan hij op de vergiffenis van Allah hopen. De Boodschapper van Allah (saas) zocht vaak de vergiffenis van Allah:

 

Bij Allah, ik zoek de vergiffenis van Allah en keer mij berouwvol tot Hem elke dag meer dan zeventig keer. (Bukhari)

 

Wij moeten onze toevlucht in Allah zoeken Die Al-Ghaffar is (De Vergever, Hij die de Alvergevende is), Al-Halim (De Verdraagzame, Hij die mild is) en At-Tawwab (De Aanvaarder van berouw). Allah zal zeker de beloningen geven aan de mensen die volhouden en die vaak tot Hem keren. Hij zal zeker Zijn dienaren vergeven die geloven en Hij zal hun goede daden belonen volgens het beste wat zij deden. In een vers vermeldt Allah dit goede nieuws al volgt:

 

Wat bij jullie is, zal vergaan, maar wat bij Allah is, is blijvend. En Wij zullen degenen die geduldig waren zeker belonen met hun beloning, volgens het beste van wat zij plachten te doen. Wie het goede doet, man of vrouw, en hij gelooft: voorwaar, aan hem geven Wij een goed leven. En Wij zullen hen zeker belonen met hun beloning, volgens het beste van wat zij plachten te doen. (Surat an-Nahl: 96-97)

 

De Boodschapper van Allah (saas) riep de gelovigen op om standvastig te zijn in het doen van goede daden en gaf hen het goede nieuws dat zij hiervoor beloond zouden worden door Allah:

 

De Profeet (saas) zei, “Ga door met het doen (van goede daden), iedereen zal het makkelijk vinden om dat te doen (wat hem zal leiden naar zijn voorbestemde plaats)”. Daarna reciteerde hij “Wat betreft degene die geeft en (Allah) vreest. En in de goede beloning gelooft. Wij zullen voor hem het gemakkelijke vergemakkelijken. En wat betreft degene die gierig is en zich behoefteloos waant. En die de goede beloning loochent. Wij zullen voor hem het moeilijke vergemakkelijken”.(Surat al-Lail 5-10)(Bukhari)

 

Vergeet nooit dat we op elk moment door de dood gegrepen kunnen worden en al zijn we vol spijt is het mogelijk dat wij nooit meer de kans zullen krijgen om onze fouten in deze wereld te verbeteren. Om deze reden moeten we geen tijd verliezen met het tonen van berouw aan Allah en met het naleven van Zijn geboden en de sunnah van de Profeet (saas). Dit is de enige manier om een dienaar te zijn aan wie Allah Zijn genade en liefde schenkt. Dit is ook de enige manier om het paradijs te bereiken, het eeuwige verblijf wat door Allah klaargemaakt is voor Zijn oprechte gelovigen.

 

 

 

 

 

 

 

21:52 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-06-07

De spijt die ongelovigen in de hel zullen voelen

De spijt die ongelovigen in de hel zullen voelen

 

Doordat zij geproefd hebben hoe zwaar de straf is, zullen de ongelovigen vol spijt zijn dat zij niet in Allah geloofden toen zij nog in de wereld waren. Deze spijt zal de situatie niet veranderen. In de wereld kregen zij vele kansen die zij niet benutten. Wanneer zij dit begrijpen, zullen zij zich beklagen over iedereen en alles wat hun van Allah en het Hiernamaals had afgeleid en hen in de wereldse zaken deed opgaan.

 

In de Koran is de spijt die de ongelovigen voelen vol met woede zoals Allah in het volgende vers noemt:

 

Op de Dag waarop hun gezichten zullen worden rondgedraaid in de Hel zeggen zij: “Hadden wij Allah maar gehoorzaamd en hadden wij de Boodschapper maar gehoorzaamd.” En zij zeggen: “Onze Heer, voorwaar, wij gehoorzaamden onze leiders en onze vooraanstaanden, waarop zij ons van de Weg deden afdwalen. Onze Heer, tref hen met het dubbele van de bestraffing en vervloek hen met een grote vervloeking.” (Surat al-Ahzab: 66-68)

 

Totdat, wanneer hij tot Ons komt, hij (tot zijn metgezel) zegt: “O wee, was de afstand tussen mij en jou maar als die van de twee oosten, (jij bent) de slechtste metgezel.” Maar het zal jullie op die Dag niet baten, wanneer jullie onrecht pleegden, dat jullie in de bestraffing bij elkaar zijn. (Surat az-Zukhruf: 38-39)

 

Zoals het vers suggereert, hopen zij zichzelf te redden door de schuld te geven aan degenen die hen misleid hadden van het rechte pad. Echter, Allah heeft iedereen een geweten gegeven zodat hij naar het rechte pad geleid kon worden. Allah heeft de mens ook de wil gegeven om beslissingen uit te voeren. Op deze wijze heeft de mens de keuze en kennis voor beide alternatieven: het goede en het slechte. Hierdoor is de keuze van de mens geheel zijn eigen keuze. Allah weet of iemand geloof of ontkenning diep in zijn hart heeft. De mensen die anderen zullen leiden naar de hel en de mensen die hen volgen zullen allen gestraft worden. Op die dag zal niemand de verantwoordelijkheid voor de zonden van anderen dragen.

 

Toen deze mensen elkaar verleidden om te zondigen, kwam het waarschijnlijk vaak bij hen op dat zij zich hierover zouden moeten verantwoorden in het Hiernamaals. Zij kozen er echter voor om dit onderwerp als onbelangrijk te behandelen. Zij moedigden elkaar aan om Allah te ontkennen, zeggende “Ik zal de verantwoordelijkheid dragen voor wat je doet”. Aan de andere kant maakte satan verleidende beloften aan hen en misleidde hij hen naar het slechte pad. Allah informeert ons echter met het vers "…en hij zal alleen tot Ons komen." (Surat Maryam: 80), dat deze beloften niet zullen helpen.

 

Op die dag zullen de ongelovigen duidelijk zien dat zij alleen zijn. Zij zullen één belangrijk feit begrijpen: behalve Allah heeft de mens geen vriend of beschermer. In de hel zullen hun mentoren en iedereen die zij als vriend zagen in deze wereld hen alleen laten. Ook de satan die zij in plaats van Allah als beschermer namen, zal ontrouw aan hen zijn en zal hen op de volgende wijze toespreken:

 

De satan zei, nadat de zaak besloten was: “Voorwaar, Allah heeft jullie een ware belofte gedaan, en ik heb jullie een belofte gedaan, maar ik liet jullie daarna in de steek. Ik had geen macht over jullie, behalve dat ik jullie heb geroepen, waarop jullie mij gehoorzaamden, verwijt mij daarom niets! Verwijten jullie jezelf maar. Ik kan jullie niet helpen en jullie kunnen mij niet helpen. Voorwaar, ik verwerp het, dat jullie mij voorheen als deelgenoot (aan Allah) toekenden.” Voorwaar, voor de onrechtplegers is er een pijnlijke bestraffing. (Surah Ibrahim: 22)

 

Het zien van de ontrouw van iedereen die zij als vriend beschouwden zal een andere bron van spijt zijn voor ongelovigen. Dan zullen zij duidelijk begrijpen dat zij bij niemand anders dan Allah hun toevlucht kunnen zoeken. Omdat zij zien dat dit begrip hen niet zal helpen zal dit hun problemen vergroten. Op die dag zullen ze onderling redetwisten. Ondertussen zullen zij hun zonden toegeven. Allah beschrijft deze situatie als volgt:

 

Zij zeggen, terwijl zij met elkaar redetwisten: “Bij Allah, wij verkeerden zeker in een duidelijke dwaling. Dat wij jullie (de afgoden) gelijkstelden met de Heer der Werelden. En alleen de misdadigers hebben ons doen afdwalen. En wij hebben geen voorsprekers. En geen boezemvriend. Was er voor ons maar een weg terug, dan zouden wij tot de gelovigen behoren.” (Surat ash-Shu'ara: 96-102)

 

Zoals in de genoemde verzen wordt vermeld, wensen de ongelovigen vol spijt dat zij terug konden keren naar de wereld zodat zij goede daden kunnen verrichten waarmee zij het goede zouden krijgen in het Hiernamaals. Echter dit is een onaanvaardbare wens. Zij beseffen dat alles – rijkdom, schoonheid, carrière enz. – wat zij zochten in de wereld waardeloos is in het Hiernamaals. Allah beschrijft een aantal van hun berouwvolle uitdrukkingen in de Koran:

 

En wat betreft degene die zijn boek in zijn linkerhand gegeven zal worden, hij zal zeggen: “Wee mij! Was mijn boek maar niet (aan mij) gegeven! ” En ik weet niet hoe mijn afrekening zal zijn. Was de dood maar de beëindiger van alles. Mijn bezittingen baten mij niet. Mijn macht is van mij heengegaan.” (Allah zegt:) “Grijpt hem en bindt zijn handen om zijn nek. En doet hem de Hel binnengaan. Voert hem daarna binnen in ketenen waarvan de lengte zeventig ellen is. Voorwaar, hij geloofde niet in Allah, de Geweldige. En hij moedigde niet aan tot het voeden van de armen. Op deze Dag heeft hij hier geen trouwe vriend. (Surat al-Haqqa: 25-35)

 

En op de dag dat de Hel wordt getoond, op die Dag zal de mens zich (zijn slechte daden) herinneren, maar wat baat hem dan nog de herinnering. Hij zegt: “Wee, had ik maar goede (daden) verricht tijdens mijn leven.” (Surat al-Fajr: 23-24)

 

Als zij ook nog eens de grote vreugde en het geluk van de bewoners van de Tuin zien, wordt de spijt van de ongelovigen verergerd. Zij zien het opvallende verschil tussen de levens van de bewoners van de Tuin en dat van henzelf. Allah brengt dit verschil tussen de bewoners van de Tuin en de bewoners van het Vuur onder de aandacht. Allah beschrijft het uiterlijk van de bewoners van het Vuur als volgt in de Koran:

 

Hun ogen zullen angstig teneergeslagen zijn, vernedering zal hen bedekken. (Surat al-Qalam: 43)

 

En gezichten zullen op die Dag duister zijn. (Surat al-Qiyama: 24)

 

Aan de andere kant beschrijft Allah de gezichten van de bewoners van de Tuin als volgt:

 

Gezichten (van de gelovigen) zullen op die Dag stralen. Lachend, verblijd. (Surah Abasa: 38-39)

 

De ongelovigen zullen geen ander voedsel vinden dan kokend water, pus, bittere doornen en de Zaqqum boom. De gelovigen zullen aan de andere kant beloond worden met rivieren van melk en honing, heerlijke dranken opgediend in bekers, allerlei soorten fruit en wat hun ziel ook maar wenst. In een vers beschrijft Allah het voedsel van de bewoners van de Tuin als volgt:

 

Is het geluk van het Paradijs dat aan de Godsvrezenden beloofd is, waarin rivieren zijn met versblijvend water en van melk waarvan de smaak niet verandert en rivieren van wijn als een genieting voor hen die drinken en rivieren van zuivere honing en waarin voor hen allerlei vruchten zijn en vergeving van hun Heer; gelijk aan de ellende van hen die eeuwig levenden in de Hel zijn, in wie kokend water wordt gegoten dat hun ingewanden dan aan stukken snijdt? (Surah Muhammad: 15)

 

Er kan geen vergelijking gemaakt worden tussen de gunsten die aan de gelovigen geschonken worden en het voedsel van de ongelovigen (wat de honger niet stilt en wat een eeuwige bron van kwelling zal zijn). Zij zullen voor eeuwig worden blootgesteld aan het vuur, hun huid zal worden hersteld wanneer het is afgebrand en zij zullen roepen om verlichting en verkoeling. Zij zullen smachten naar de gunsten die aan de bewoners van de Tuin zijn geschonken. Terwijl de bewoners van de Tuin in de schaduw rusten zal hen door de bewoners van het Vuur worden gevraagd of zij gunsten met hen willen delen. In de Koran vermeldt onze Heer hun situatie als volgt:

 

En de bewoners van de Hel roepen tot de bewoners van het Paradijs: “Stort over ons water uit of van dat waar Allah jullie mee voorzien heeft” Zij zeggen: “Voorwaar, Allah heeft dit verboden voor de ongelovigen.” (Surat al-Araf: 50)

 

Het roepen van de ongelovigen zal nooit beantwoord worden. Allah zegt dit in een vers:

 

... Voorwaar, Wij hebben voor de onrechtplegers het vuur voorbereid, waarvan de rook hen als een tent omhult. En als zij hulp vragen, worden zij geholpen met water als gesmolten koper dat hun gezichten roostert. De slechtste drank en de slechtste verblijfplaats! (Surat al-Kahf: 29)


Aan de andere kant zal Allah de bewoners van de Tuin groene kleding geven van fijne zijde en rijk brokaat en armbanden van goud en zilver. Ondertussen zullen de bewoners van het Vuur kleding hebben van teer en vuur. De gelovigen zullen in verheven kamers verblijven, rustend op “lux geweven banken”, voortreffelijke tapijten en banken met rijk brokaat. Ongelovigen zullen echter de hel als rustplaats hebben en bedekkende lagen boven hen.

 

Allah informeert ons in de Koran dat de gelovigen zullen krijgen wat zij maar wensen en dat de bewoners van de Tuin met een blij een vredig leven zullen worden geëerd in de Tuin.

 

Voor hen is er bij hun Heer wat zij maar wensen. (Surat ash-Shura: 22)

 

Allah heeft hen beschermd voor het kwaad van die Dag en heeft hen glans en blijdschap doen ontmoeten. (Surat al-Insan: 11)

 

Als de ongelovigen een gewetensvolle en oprechte houding in de wereld hadden ingenomen en zich hadden gehouden aan de geboden van Allah dan zouden zij nu niet blootgesteld worden aan de kwelling van hel. De ongelovigen zullen zo meer spijt voelen wanneer zij denken aan de bewoners van de Tuin. Allah beschrijft deze kwelling in de hel en de spijt die zij voelen als een “lijden” en zegt dat al hun pogingen om te ontsnappen aan deze kwelling zal resulteren in een andere straf:


Telkens wanneer zij van ellende eruit willen gaan, worden zij erin teruggebracht (en wordt gezegd:) “Proeft de brandende bestraffing!” (Surat al-Hajj: 22)

 

Dit is omdat de hel een plek is waar niet men niet uit kan ontsnappen. In deze plek, brengt het gevoel van spijt geen voordeel aan de mens. Het begrip “spijt” is in de hel niet gedefinieerd. Op het moment van overlijden zullen de engelen hen zeggen dat zij nooit meer iets goeds zullen meemaken tenzij Allah het anders wilt:

 

Op de Dag waarop zij de Engelen zullen zien, op die Dag zal er geen verheugende tijding voor de misdadigers zijn, en zij zullen zeggen: “Weest ver verwijderd!” (Surat al-Furqan: 22)

 

Om deze reden zien de ongelovigen hun eigen vernietiging als enige verlossing. Zij zullen tevergeefs smeken om hun vernietiging. Dit is omdat aan hen een heel leven geschonken was wat lang genoeg was om zich te vermanen maar zij hebben bewust voor ontkenning gekozen en keerden zich van de waarheid. Als resultaat hiervan zal Allah hen het volgende zeggen:

 

Smeekt op die Dag niet om één vernietiging, smeekt om vele vernietigingen! (Surat al-Furqan: 14)

 

“Brandt erin en weest geduldig of weest ongeduldig; het zal voor jullie niets uitmaken. Voorwaar, jullie worden slechts vergolden naar wat jullie plachten te verrichtten.” (Surat at-Tur: 16)

 

In het veertigste vers van Surat al-Araf beschrijft Allah, dat het onmogelijk is dat de ongelovigen de hel zullen verlaten en de Tuin zullen binnengaan. Allah zegt hierover dat zij het paradijs niet zullen binnengaan totdat de kameel door het oog van de naald gaat. Allah zegt dat de ongelovigen afgedankt en vergeten zullen worden omdat zij zich in de wereld afkeerde van de juiste weg en hun ontmoeting van de Dag des Oordeels negeerden. Zij zullen geen hulp krijgen van Allah:

 

Hij (Allah) zal zeggen: “Zo is het. Onze Tekenen zijn tot jou gekomen, maar jij vergat ze, en daarom wordt jij vandaag vergeten.” (Surah Taha: 126)

 

Op die Dag wordt gezegd: “Wij vergeten jullie zoals jullie de ontmoeting met deze Dag van jullie hebben vergeten en jullie verblijfplaats is de Hel en voor jullie zijn er geen helpers.” (Surat al-Jathiyya: 34)

 

(Zij zijn) degenen die hun godsdienst als vermaak en spel beschouwden en degenen die bedrogen zijn door het wereldse leven. Op de Dag (der Opstanding) vergeten Wij hen zoals zij de ontmoeting met deze Dag van hen vergaten en omdat zij Onze Tekenen plachten te ontkennen. (Surat al-Araf: 51)

 

Zij zullen Allah smeken om gered te worden van het vuur en Allah zal hen op de volgende wijze beantwoorden:

 

“Onze Heer, haal ons hieruit! Als wij het herhalen: voorwaar, dan zijn wij onrechtvaardigen.” Hij zei: “Blijft daarin en lijdt. En spreekt niet tot Mij.” (Surat al-Muminun: 107-108)

 

De ongelovigen zullen een vreselijke straf krijgen. Deze straf zal zijn dan men alleen zal zijn in de kwelling en geen hulp zal ontvangen. Allah zal hen niet Zijn genade tonen, zal hen niet beschermen en zal hun zonden en fouten niet vergeven. Als zij hun toevlucht bij Allah hadden gezocht toen zij nog leefden dan zouden zij Allah Meest Vergevend en Meest Genadevol tegenover hen hebben gevonden. Echter wanneer zij de hel binnengaan, zullen deze feiten hen niet helpen.

 

Na alles wat gezegd is, moet men nu nadenken over een aantal feiten: dat Allah vol genade en barmhartigheid is voor Zijn dienaren en dat men alleen Allah als vriend en beschermer moet nemen. Wanneer de poorten van de hel achter iemand gesloten zijn dan zullen zijn niet geopend worden voor zolang als Allah dat wilt en er zullen geen kansen meer worden gegeven zoals die in deze wereld gegeven worden. In de Koran beschrijft Allah de weg naar de verlossing als volgt:

 

Behalve degenen die berouw hebben en zich beteren en zich aan Allah vasthouden en hun godsdienst voor Allah zuiveren: zij zijn bij de gelovigen. En Allah zal de gelovigen een geweldige beloning geven. Waarom zal Allah jullie bestraffen, indien jullie dankbaar zijn en geloven. En Allah is Waarderend, Alwetend. (Surat an-Nisa: 146-147)


20:37 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28-06-07

De kwelling waarmee de ongelovigen in de hel worden geconfronteerd

De kwelling waarmee de ongelovigen in de

hel worden geconfronteerd

 

Voordat er verder wordt gegaan met de spijt die ongelovigen voelen in het Hiernamaals, is het nuttig om de kwelling in de hel te beschrijven. Als men de vormen van kwelling in de hel niet kent, zou men wellicht de zwaarte van de spijt in de hel niet goed kunnen bevatten.

 

Zoals er eerder is gezegd, begint de spijt van de ongelovigen op het moment waarop zij de hel zien en duurt dan eeuwig voort. De gesprekken tussen de mensen na hun aankomst in de hel is als volgt:

 

En voor degenen die niet in hun Heer geloven, is er de bestraffing van de Hel. En dat is de slechtste plaats van bestemming! En wanneer zij daarin geworpen worden, dan horen zij een afschrikwekkend gebrul, terwijl zij (de Hel) raast. Haast barst zij van woede. Telkens wanneer een groep erin wordt geworpen, zeggen de wakers tot hen: “Is er geen waarschuwer tot jullie gekomen?” Zij zeggen: “Welzeker, er is waarlijk een waarschuwer tot ons gekomen, maar toen loochenden wij hem. En wij zeiden: Allah heeft niets neergezonden, jullie verkeren slechts in grote dwaling.” Zij zeiden: “Als wij (het) konden horen of begrijpen, dan zouden wij niet tot de bewoners van de Hel behoren!” Zij bekennen dan hun zonden. Daarom, ten onder gaan de bewoners van de Hel! (Surat al-Mulk: 6-11)

 

Zoals Allah in de verzen heeft vermeldt, zullen zij een vreselijk geluid horen wanneer zij de hel in worden geworpen. Allah beschrijft dit geluid in het zevende vers van Surat al-Mulk als afschrikwekkend terwijl het raast. Dit vreselijke geluid zorgt voor een vreselijk leed en angst bij de ongelovigen. In een ander vers beschrijft Allah het vuur van de hel als een vuur dat bijna barst van woede (Surat al-Mulk: 8). De ontkenners die deze vreselijke gebeurtenis zien, zullen wanhoop voelen omdat zij de straf begrijpen waarmee zij geconfronteerd worden. Zoals onze Heer in de verzen zes t/m elf in Sutat al-Mulk hierboven heeft vermeldt zullen zij praten over hun spijt dat ze dit niet begrepen hebben toen zij nog in de wereld waren.

 

Zulk leed is begrijpelijk omdat de straf waarmee zij geconfronteerd worden ontzettend vreselijk en pijnlijk zal zijn. In de verzen wordt er vermeld dat de hel de ergste plek is om in te verblijven.

 

  … En dat is de slechtste eindbestemming! (Surah Ali 'Imran: 162)

 

  … En dat is de slechtste bestemming! (Surat an-Nisa: 115)

 

  Hun verblijfplaats is de Hel. En het is de slechtste plaats voor de onrechtplegers. (Surah Ali 'Imran: 151)

 

  De Hel, waarin zij zullen branden, dat is de slechtste verblijfplaats! (Surah Ibrahim: 29)

 

De hel wordt in een soortgelijke wijze in de hadiths van de Profeet (saas) beschreven:

 

Onder de mensen van de hel zijn er die tot aan hun enkels in het vuur verzonken zijn, sommigen tot aan hun knieën, sommigen tot aan hun middel en sommigen tot aan hun keel. (Muslim)

 

De bewoners van de hel zullen in groepen in deze slechte verblijfplaats worden gegooid. In een vers noemt Allah dit als “Dan worden zij hals over kop daarin geslingerd, zij en de dwalenden." (Surat ash-Shu'ara: 94). Uit dit vers wordt duidelijk dat alle ongelovigen, inclusief de mensen die arrogant waren, rijkdom hadden en die gerespecteerd werden, in het vuur zullen worden gegooid als waardeloze massa’s. Als antwoord op hun arrogantie in de wereld zullen ze op die dag vernederd en veracht worden.

 

In de hel zullen zij nooit gerespecteerd worden en zullen zijn nooit genade ontvangen. Als brandhout van de hel zullen zij voor eeuwig in pijn en droevigheid leven. Allah onthult dit feit in de verzen als volgt:

 

Voorwaar, jullie en wat jullie naast Allah aanbidden, zullen brandstof zijn voor de Hel, jullie zullen er binnengaan. (Surat al-Anbiya': 98)

 

… en zij zijn brandstof voor de Hel. (Surah Ali 'Imran: 10)

 

Allah informeert ons in de Koran over verschillende soorten straf in de hel. De meeste mensen zullen er “vele tijden” verblijven. Met andere woorden, zij zullen voor eeuwig worden gekweld. Sommige van de straffen kunnen we als volgt beschrijven:

In het dertiende vers van Surat al-Furqan, vermeldt Allah dat de ongelovigen in een gebonden toestand uitgeworpen worden naar een nauwe plaats. Als men voor maar een paar minuten in een nauwe plek afgesloten zit wordt men al gespannen. De gedachte van het omringd zijn door vier muren is vaak al ondragelijk. De kwelling van de hel is echter niet te vergelijken met de kwelling van de wereld. Opgesloten in die nauwe plek zullen zij ook onderworpen worden aan vuur. Ook zullen zij aan elkaar vastgebonden zijn met kettingen. Zij zullen niet eens kunnen bewegen, laat staan ontsnappen aan het vuur. Alleen al het denken aan een dergelijke scène is al pijnlijk.

 

In een ander vers informeert Allah dat ongelovigen zullen verblijven in schaduwen van zwarte rook (Surat al-Waqia: 43). In het algemeen doet het woord “schaduw” mensen denken aan verkoeling. Echter, dit is niet het geval in de hel. Allah informeert ons dat er in de hel geen verkoeling of verfrissing is.

 

Een andere vorm van kwelling in de hel is dat men niet kan sterven. De dood is vorm van verlossing. Om deze reden zal Allah de mensen van de hel niet laten sterven zoals Hij zegt in het vers "En de dood komt tot hem van alle kanten, maar hij sterft niet." (Surat Ibrahim: 17). Zij zullen elke soort aanval ondergaan die, onder normale omstandigheden, de dood als resultaat zou hebben. Ondanks dit zullen zij niet sterven maar in plaats daarvan meer kwelling ondergaan in hun oneindige leven in het hiernamaals, zolang Allah het wil.

 

Het feit dat er geen andere dood in het Hiernamaals zal zijn, is ook genoemd door de profeet Mohammed (saas):

 

Wanneer de bewoners van de Tuin naar de Tuin zijn gegaan en de gevangenen van het Vuur naar het Vuur zijn gegaan, zal de dood geroepen worden en worden geplaatst tussen de Tuin en het Vuur. Daarna zal het volgende worden omgeroepen: “Bewoners van de Tuin! Er is geen dood meer! Gevangenen van het Vuur! Er is geen dood meer!” Dit zal het genot van de bewoners van de Tuin verhogen en het verdriet van de gevangenen van het Vuur vergroten. (Muslim)

 

In deze wereld zorgen zware brandwonden al gauw voor de dood. De mens kan heel slecht tegen vuur. Zelfs als men niet sterft maar alleen gewond is geraakt, duurt het heel lang voordat de wonden goed genezen. In de hel is de kwelling van het vuur niet te vergelijken met het vuur wat we in deze wereld kennen. In de hel worden huiden vervangen wanneer zij afgebrand zijn om de veroordeelden meer pijn te laten proeven (Surat an-Nisa: 56). Het komt er op neer dat men in de hel door vuur een oneindigende pijn zal lijden zolang als Allah dat wilt.

 

Allah beschrijft een andere vorm van kwelling veroorzaakt door het vuur in het dertiende vers van Surat adh-Dhariyat waar Hij zegt dat de metgezellen van het vuur door het vuur zullen worden gekweld. Het is onwaarschijnlijk om de pijn te begrijpen die in een dergelijke situatie veroorzaakt zou worden. Als wordt bedacht wat voor een pijn een kleine brandwond veroorzaakt in deze wereld, kan men zich enigszins indenken wat voor een vreselijke pijn de kwelling in de hel zal geven. Wanneer deze kwelling gaande is, zal de mens ook het volgende ondergaan:

 

Zij zullen in ketenen gebonden worden. (Surat al-Haqqa: 32)

 

Voor hen zijn er ketenen en kettingen bereid. (Surat al-Insan: 4)

 

Zij zullen worden geslagen met knotsen van ijzer. (Surat al-Hajj: 21)

 

Hun voorhoofden, zijden en hun ruggen zullen worden verband. (Surat at-Tawba: 35)

 

Kokend water zal op hun hoofden worden gegoten. (Surat al-Hajj: 19)

 

Zij zullen kleding hebben gemaakt teer. (Surah Ibrahim: 50)

 

Zij zullen geen koele, verfrissende drank vinden. Op die dag is er alleen kokend water (Surat Sad: 57) en pus (Surat al-Haqqa: 36).

 

Het enige voedsel dat de mensen van de hel hebben, is het fruit van de bittere doorn en de boom van de Zaqqum boom. Allah informeert hoe Zaqqum een kwelling zal zijn voor ongelovigen:

 

Voorwaar, de Zaqqum boom. Voedsel van de zondaar. Als gesmolten metaal dat in de buiken kookt. Als kokend heet water. Grijpt hem en sleept hem naar het midden van de Hel. Daarna wordt een bestraffing van de Hel over zijn hoofd uitgegoten. Proeft (deze bestraffing), voorwaar, jij bent de geweldige, de nobele. (Wordt er spottend tot de misdadiger gezegd). Voorwaar, dit is dat waarover jullie in twijfel plachten te verkeren. (Surat ad-Dukhan: 43-50)

 

Van de beschrijvingen van de Koran weten we dat het voedsel van de hel een verstikkend effect op mensen zal hebben. Zij zullen proberen om etter te drinken, maar zonder effect; zij zullen het nooit door kunnen slikken. Pus, wat een van de walgelijkste dingen in deze wereld is in uiterlijk en geur, zal ook een voedsel zijn voor de mensen van de hel. Dit zal een grote pijn veroorzaken bij de mensen van de hel maar, vanwege hongersnood, zullen zij geen andere keus hebben dan het te eten. Toch zal het hun honger niet stillen. Zij zullen ook eeuwig de pijn van honger voelen.

 

Er is voor hen geen ander voedsel dan van doornen. Dat niet dik maakt en de honger niet stilt. (Surat al-Ghashiyya: 6-7)

 

Allah geeft andere beschrijvingen in de Koran over de kwelling in de hel:

 

Zij zullen het daarin uitgillen (Surat al-Anbiya': 100)

 

Zij verblijven eeuwig daarin. (Surat an-Naba: 23)

 

… en de straf zal niet voor hen worden verlicht en er zal voor hen geen uitstel verleend worden. (Surah Ali 'Imran: 88)

 

Zij zullen uit de Hel willen ontsnappen, maar er is voor hen geen ontsnapping daaruit. (Surat al-Maida: 37)

 

They will call out, "Malik (Master), let your Lord put an end to us!" He will say, "You will stay the way you are. We brought you the truth but most of you hated the truth." (Surat az-Zukhruf: 77-78)

 

Deze kwellingen zullen een ondefinieerbaar leed en spijt veroorzaken bij ongelovigen. Om verlost te worden zullen zij vele keren smeken om te sterven. Allah beschrijft in de Koran de gesprekken van de mensen in de hel als volgt:

 

Zij roepen: “O Malik (bewaker van de Hel), laat jouw Heer een eind aan ons maken.” Hij zegt: “Voorwaar, jullie blijven hier.” Voorzeker, Wij hebben jullie de Waarheid gebracht, maar de meeste van jullie haten de Waarheid. (Surat az-Zukhruf: 77-78)

 

Het zich afkeren van het geloof (deen) en de waarschuwingen niet in acht nemen zullen schadelijk zijn voor deze mensen, zoals Allah vermeldt in de Koran. Allah zal de roep van deze mensen niet beantwoorden en Hij zal hen in kwelling laten zolang Hij wenst.

 

Dit zijn slechts enkele van de kwellingen die zullen worden toegepast op de mensen die Allah en het Hiernamaals ontkenden en die de waarschuwingen over het bestaan van de hel en het paradijs negeerden. Er is een andere kwelling, een die altijd bij de ongelovigen zal blijven. Dit is het gevoel van spijt dat geen moment vergeten kan worden. Dit gevoel zal groter worden door het leed dat wordt veroorzaakt omdat men naar de hel wordt gestuurd, de meest afschuwelijke plaats die men ooit kan zien. Zoals eerder gezegd, zullen de ongelovigen op elk moment dat ze gekweld worden zich herinneren dat als zij de goede weg hadden gevolgd dit alles niet zou gebeuren. Er is geen manier om deze spijt te ontwijken.

 

14:30 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

27-06-07

De spijt gevoeld in de Hel

DE SPIJT GEVOELD IN DE HEL

 

 

Wanneer dat (vuur) hen van een verre plaats ziet, horen zij haar gesteun en gekrijs. (Surat al-Furqan: 12)

 

 

De spijt die de ongelovigen voelen wanneer ze de hel zien

 

Op de Dag des Oordeels, wanneer zij hun verantwoording afgelegd hebben, zullen mensen verzameld worden en naar de hel worden gedreven in “groepen”. In deze massa zal iedereen zich bevinden die de religie en het bestaan van Allah ontkende gedurende de hele geschiedenis en de mensen die arrogant waren en zich afkeerden van de tekenen van Allah. Ook zij die genoten van rijkdom en bekendheid zullen zich daar bevinden. Tot hun teleurstelling zullen de dingen die zij zo belangrijk vonden in de wereld hen niet redden van een eeuwige straf. Allah informeert ons in de Koran dat alle ongelovigen vernederend naar de hel zullen worden gesleept. Voor de poorten van de hel zullen de bewakers hen dwingen om voor de laatste keer hun misdaden te bekennen en hen daarna de hel invoeren. Hierna zullen de poorten achter hen voor altijd worden gesloten. Allah beschrijft de manier waarop de ongelovigen naar de hel zullen worden gedreven als volgt in de Koran:

 

En degenen die ongelovig waren, zullen in menigten naar de Hel gevoerd worden. Totdat, wanneer zij bij haar zijn aangekomen, haar poorten geopend zullen worden en haar bewakers tot hen zullen zeggen: “Zijn er geen Boodschappers van jullie volk tot jullie gekomen, die jullie de Verzen van jullie Heer hebben voorgedragen en die jullie hebben gewaarschuwd voor deze Dag van jullie?” Zij zullen zeggen: “Welzeker”, maar het woord van de bestraffing is bewaarheid voor de ongelovigen. Er wordt gezegd: “Gaat de poorten van de Hel binnen, daarin eeuwig levend. Dat is de slechtste plaats voor de hoogmoedigen.” (Surat az-Zumar: 71-72)

 

(Er wordt gezegd) “Dat was omdat jullie op aarde zonder recht blij plachten te leven en omdat jullie arrogant leefden. Gaat de poorten van de Hel binnen, eeuwig levend daarin. Slecht is dan de verblijfplaats van de hoogmoedigen.” (Surah Ghafir: 75-76)

 

Geen enkele persoon in deze massa kan zeggen dat hij niet voor deze dag gewaarschuwd is. Omdat Allah, Die de Rechtvaardige is, boodschappers naar elk persoon heeft gestuurd om hem te herinneren over het bestaan van Allah, de Dag des Oordeels, het paradijs en de hel. De ongelovigen zullen hierom erkennen dat zij de kwelling van de hel verdienen.

 

Zij bleven arrogant terwijl zij gewaarschuwd werden en bewust Allah niet dienden, Hij die hen geschapen heeft. Allah informeert de mens in de Koran dat zulke mensen vernederd worden in de hel:

 

En jullie Heer zei: “Roept Mij aan, Ik zal jullie verhoren. Voorwaar, degenen die te hoogmoedig zijn om Mij te dienen, zullen de Hel binnengaan als vernederden.” (Surah Ghafir: 60)   

 

De boodschapper van Allah (saas) benadrukte hetzelfde punt in een hadith:

…Zal ik jullie inlichten over de mensen van het Vuur? Zij bestaan uit elke wrede, gewelddadige, trotse en verwaande persoon. (Bukhari)

 

Omdat zij zichzelf almachtig vonden in de wereld verzetten sommige van deze mensen zich brutaal tegen hun Heer. Macht zou redding bieden, dachten zij. Wanneer zij herinnerd werden aan de eigenschap van Allah, al-Qahhar (De onderwerper), het bestaan van de hel en het paradijs en aan hen leiding naar de weg van Allah werd aangeboden gaven zij als antwoord:

 

“Waarom straft Allah ons niet voor wat wij zeggen?” De Hel is voldoende voor hen. Daarin zullen zij branden. En dat is de slechtste plaats van terugkeer! (Surat al-Mujadala: 8)

 

Als antwoord op hun opstandigheid zullen zij door de poorten van de hel worden genomen en zullen er nooit meer uit komen tenzij Allah het anders wil. Op het moment dat zij het vuur zien, zullen zij een ondragelijke spijt voelen voor hun misdaden. Allah vertelt in de Koran dat dit het moment is waarop zij beseffen dat er geen weg uit de hel is:

 

En de zondaren zullen de Hel zien en vermoeden dat zij er in moeten gaan, en zij vinden daaruit geen ontvluchting. (Surat al-Kahf: 53)

 

Hun begrip zal zeer scherp zij in de hel; alles waar de ongelovigen onwetend over deden in de wereld zal heel erg duidelijk voor hen verschijnen. Zij zullen beseffen dat zij hun hele leven voor nutteloze doelen hebben geleefd en zij zullen uiteindelijk begrijpen dat, in ruil voor kleine en tijdelijke voordelen, zij nu in kwelling moeten verblijven in het Hiernamaals. Het paar decennia die zij in de wereld hadden leken een lange periode voor hen terwijl zij toen nooit nadachten over het Hiernamaals. In plaats van een perfect gezegend leven waar men niet kwetsbaar is voor fysieke zwakheden zoals honger en uitputting, verkozen zij de wereld waarin men ongeneselijk onbevredigd is. Meteen nadat zij de poorten van de hel binnengaan, begrijpen zij dat er geen ontsnapping voor hen is. Als een laatste toevlucht om kwelling te vermijden, zoeken zij redding door het aanbieden van een afkoopsom: een afkoopsom van alles wat zij bezitten in deze wereld. Deze nutteloze pogingen worden als volgt beschreven:

 

… En degenen die Hem geen gehoor geven: al hadden zij alles op aarde en nog eens zo veel daarbij; zij zouden zich daarmee willen vrijkopen. Zij zijn degenen voor wie er een slechte afrekening zal zijn. En hun verblijfplaats is de Hel, dat is de slechtste plaats! (Surat ar-Ra’d: 18)

 

Deze laatste pogingen die zij doen wanneer zij geconfronteerd worden met het in de hel binnengaan, zullen nutteloos zijn. Allah informeert ons dat deze pogingen geen voordeel brengen:

 

Op deze Dag, zal er van jullie geen losprijs worden aanvaard, en ook niet van de ongelovigen. Jullie verblijfplaats is de Hel, jullie beschermer. En dat is de slechtste plaats van terugkeer! (Surat al-Hadid: 15)

 

Er bestaat zeker een belangrijke reden waarom deze pogingen geen effect hebben. Allah heeft hen voor de hel gewaarschuwd toen zij nog in de wereld waren. Alles werd hen duidelijk gemaakt; dat geen enkele persoon een ander zou kunnen helpen en dat niemand een afkoopsom zou kunnen geven. Zij werden er verder aan herinnerd dat geen enkele afkoopsom geaccepteerd zou worden. Een vers waarin Allah de mensen over dit feit informeert is als volgt:

 

En vreest de Dag waarop geen ziel een andere ziel ergens mee kan bijstaan, en er geen voorspraak van haar aanvaard wordt en er geen losprijs van haar aangenomen wordt en zij niet geholpen zullen worden. (Surat al-Baqara: 48)

 

Echter, ondanks alle waarschuwingen, bleven zij volhouden in hun ontkenning en zij bereidden bewust een dergelijk einde voor zichzelf voor. Op die dag zullen zij een belangrijk feit erkennen: dat hun eigen daden voor hen de hel hebben opgeleverd.

 

Deze spijt zal, tenzij Allah anders wil, een grote kwelling zijn waarvan zij nooit meer verlost zullen worden. Dit is omdat zij een belangrijk feit ontdekten: als zij zichzelf hadden toegewijd aan het verdienen van de gunst van Allah in plaats van het streven voor nutteloze doelen, dan zouden zij niet bij de ingang van de hel zijn maar bij het paradijs. Omdat zij zich niet aan de juiste weg hielden, leiden zij een vreselijk verlies.

 

Zoals Allah in het twintigste vers van Surat al-Balad vermeldt, is er over hen een omhullend vuur. Wanneer zij de poorten van de hel binnengaan, zullen zij worden opgesloten. Achter deze poorten is er een kwelling van het hellevuur zonder zeker einde, zij zullen gekweld worden zolang Allah het wil. Voor de ongelovigen is er geen mogelijkheid om van deze kwelling te ontsnappen. Allah noemt dit vuur “de vernietiger”. Deze verzen in Surat al-Humaza lezen als volgt:

 

En wat doet jou weten wat de vernietiger is? Het door Allah aangestoken Vuur (de Hel). Dat tot in de harten doordringt. Voorwaar, het zal hen omhullen. In langgerekte zuilen. (Surat al-Humaza: 5-9)

 

 

17:48 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-06-07

De spijt gevoeld op de dag des oordeels

DE SPIJT GEVOELD OP DE DAG

DES OORDEELS

 

 

En er zal op de bazuin geblazen worden, waarop allen die in de hemelen en op de aarde zijn bezwijken, behalve (voor) wie Allah wil (dat deze blijft leven). En er zal nog een keer op de bazuin worden geblazen en dan zullen zij staan en wachten. En de aarde zal schijnen met het licht van haar Heer en de boeken zullen naar voren gebracht worden en de Profeten en de getuigen zullen naar voren gebracht worden en er zal tussen hen in Waarheid beslist worden en hun zal geen onrecht aangedaan worden. (Surat az-Zumar: 68-70)

 

Allen die ooit op de aarde hebben geleefd zullen worden opgewekt op de Dag des Oordeels. Het moment van opwekking is een verbijsterend moment voor ongelovigen. Allah vertelt over de verbijsterde gesprekken tussen de ongelovigen op het moment van opwekking als volgt in de Koran:

 

Zij zeggen: “Wee ons! Wie heeft ons van onze rustplaatsen doen opstaan? Dat is wat de Barmhartige heeft aangezegd, en de Gezondenen hebben de waarheid gesproken.” (Surah Ya Sin: 52)

 

“Wee ons, wij verkeerden in onachtzaamheid daaromtrent, wij waren zelfs onrechtvaardigen!” (Surat al-Anbiya': 97)

 

De uitdrukking “Wee ons!” is er een van grote paniek, angst en spijt van de ongelovigen. Op het moment dat zij opgewekt worden, beseffen zij dat de mensen die hen gewaarschuwd hadden voor het Hiernamaals gelijk hadden. Zij weten nu dat andere waarschuwingen de een na de ander zullen verschijnen. Op dat moment, zonder mogelijkheid om te ontsnappen, zullen zij naar deze kwelling worden gesleept die zij nog nooit eerder zo echt beseft hebben.

 

Nadat zij uit de dood zijn herrezen, zullen de ongelovigen voor Allah moeten staan. Dan zullen zij ter verantwoording worden geroepen voor wat zij in de wereld gedaan hebben en zullen zij op basis hiervan worden beoordeeld. Om deze reden worden zij in de aanwezigheid van Allah gebracht samen met alle andere arrogante mensen die de grenzen die Allah bepaald heeft, overschreden hebben.

 

De Dag waarop op de bazuin wordt geblazen zullen jullie komen, groep na groep. (Surat an-Naba: 18)

 

Op de Dag des Oordeels zullen de ongelovigen begrijpen dat er niets belangrijker is dan het verdienen van de instemming van Allah en het vermijden van Zijn woede. Dit wordt ook vermeldt in een hadith van de Profeet (saas) waarin hij een voorbeeld geeft van een ondervraagde ongelovige op de Dag des Oordeels:

 

Een ongelovige zal op de Dag van de Opstanding worden gevraagd “Als je zoveel goud had dat de aarde er mee gevuld kon worden, zou je het aanbieden om jezelf vrij te kopen?” Hij zal antwoorden: “Ja”. Dan zal er tegen hem worden gezegd, “Iets veel makkelijker is jou eerder gevraagd dan dat [om niemand naast Allah te aanbidden] maar je weigerde” (Bukhari)

 

Doordat zij dit feit niet begrepen hebben in de wereld, waar de tekenen van de macht en het bestaan van Allah duidelijk waren, wordt hun spijt vergoot. Op die dag zullen zij duidelijk zien dat zij deze mogelijkheid verspeeld hebben. Hun spijt blijkt uit de manier hoe zij spreken:

 

En (gedenkt) de Dag waarop de onrechtvaardige op zijn handen bijt, terwijl hij zegt: “Had ik maar een weg genomen met de Boodschapper! Wee mij! Had ik maar niet zo’n ongelovige als boezemvriend genomen. Voorzeker, hij heeft mij doen afdwalen van de Vermaning nadat die tot mij gekomen was: en de Satan is de mensen ontrouw!” (Surat al-Furqan: 27-29)

 

Op de Dag des Oordeels zullen de ongelovigen zo bezig zijn met hun eigen problemen dat zij het roepen van hun eigen kinderen, partners, moeders en vaders zullen negeren. In de Koran wordt dit als volgt beschreven:

 

En wanneer dan de bazuinstoot komt. Op die Dag vlucht de mens van zijn broeder. En van zijn moeder en zijn vader. En van zijn vrouw en van zijn kinderen. Een ieder van hen zal op die Dag een bezigheid hebben die hem genoeg is. (Surah Abasa: 33-37)

 

Het begrip “afkomst” verliest haar belang. Vanaf dat moment is het gered worden van de straf van Allah het enige wat nog telt. Dit is zo belangrijk dat, om van deze situatie verlost te worden, de ongelovigen zelfs hun eigen zonen, partners, broers enz. aanbieden om op te offeren.

 

Op die dag zal de hemel als gesmolten metaal zijn. En zullen de bergen als (vlokken) wol zijn. En geen trouwe vriend zal naar een (andere) trouwe vriend vragen. Zij kijken naar elkaar. De misdadiger zal wensen dat hij zich van de bestraffing van Die dag kan vrijkopen met zijn kinderen. En met zijn vrouw en zijn broeder. En zijn bloedverwanten die hem verzorgden. En (hij wenst dat) allen die er op aarde zijn hem dan redden. (Surat al-Ma'arij: 8-14)

 

Deze pogingen van de ongelovigen brengen geen resultaat. Het hoofddoel van de ongelovigen in het wereldse leven was om rijkdom te vergaren, carrière te maken of zonen te krijgen. Zij hebben hun hele leven deze doelen geprobeerd te bereiken. Echter op de Dag des Oordeels begrijpen zij dat al deze begrippen helemaal niet zo waardevol zijn. De Dag des Oordeels is het moment wanneer de ongelovigen wensen dat zij zouden verdwijnen. Voor gelovigen is het echter een tijd waar vurig en met vreugde op gewacht is. Allah beschrijft deze momenten in Zijn verzen als volgt:

 

Gezichten (van de gelovigen) zullen op die Dag stralen. Lachend, verblijd. En gezichten (van de ongelovigen) zullen op die Dag met stof bedekt zijn. En een duisternis zal hen omhullen. Zij zijn degenen die de zondige ongelovigen zijn. (Surah Abasa: 38-42)

 

Op de Dag van des Oordeels zijn de meest waardevolle dingen die een persoon kan bezitten de rechtschapen daden die enkel gedaan zijn om de tevredenheid van Allah te verdienen. De ongelovigen hebben echter nooit voor deze schat gewerkt, die hen eeuwige verlossing zou brengen. Geen enkel goede daad kunnen zij aan Allah presenteren op die dag. Omdat zij niet in Allah geloven, zullen al hun rechtschapen inspanningen voor niets zijn. Allah vermeldt dit feit als volgt:

 

Zeg (O Mohammed): “Zullen wij jullie op de hoogte brengen van wie de grootste verliezers zijn door (hun) daden?” (Het zijn) degenen wiens daden vruchteloos waren in het wereldse leven. En zij dachten dat zij goed werk verrichtten. Zij zijn degenen die niet geloven in de Tekenen van hun Heer en in de ontmoeting met Hem. Hun daden zijn vruchteloos en Wij kennen hun (daden) op de Dag der Opstanding geen gewicht toe. (Surat al-Kahf: 103-105)

 

Zij die de religie ontkenden (deen) en twijfels hadden over het bestaan van de Dag des Oordeels vonden het niet nodig om zich voor te bereiden voor deze aankomende dag. Een heel leven lang hielden zij zich bezig met het verzamelen van rijkdom en het volgen van hun ijdele verlangens. Nu zijn zij geconfronteerd met een spijt waar zij nooit meer van worden verlost. Allah zegt dit in de Koran op de volgende manier:

 

En zij zullen zeggen: “Wee ons, dit is de Dag des Oordeels.” Dit is de Dag van de beslissing, die jullie plachten te loochenen. (Surat as-Saffat: 20-21)

 

Hiernaast zullen van de ongelovigen alle gewetenloze, ondankbare en slechte daden die zij in de wereld begingen onthuld worden in de aanwezigheid van Allah. Zij zullen persoonlijk getuigen over de zonden die zij begaan hebben. Allah beschrijft dit in de Koran als volgt:

 

En zij zullen voor jouw Heer in rijen opgesteld worden (en Allah zal tot hen zeggen): “Voorzeker, jullie zijn tot Ons gekomen zoals Wij jullie de eerste keer schiepen. Jullie vermoedden zelfs dat Wij de afspraak met jullie nooit zouden maken.” En het boek (met hun daden) zal voor hen geplaatst worden en jij zult de zondaren in angst zien wegens wat daarin staat. En zij zullen zeggen: “Wee ons, wat is dat voor boek dat niets kleins weglaat en niets groots, zonder dat berekend te hebben!” En zij zullen wat zij deden vóór zich vinden. En jouw Heer doet niet één van hen onrecht aan. (Surat al-Kahf: 48-49)

 

Op die Dag zullen de mensen in verschillende groepen tevoorschijn komen om hun daden te zien. Wie iets goeds deed ter grootte van een mosterdzaadje, zal het dan zien. En wie iets kwaads deed ter grootte van een mosterdzaadje, zal het dan zien. (Surat az-Zalzala: 6-8)

 

Zoals Allah in de Koran vermeldt, komt er dan de tijd dat de ongelovigen hun daden zullen zien. De gelovigen zullen hun daden aan hun rechterkant ontvangen terwijl ongelovigen deze aan hun linkerkant ontvangen. Vanaf het moment dat de engelen des doods de zielen meenamen van de ongelovigen ondergingen de ongelovigen een continue kwelling. Het moment waarop zij hun opgeschreven daden ontvangen is op zichzelf een andere kwelling. Zij proberen te vermijden om naar hun misdaden tegen Allah te kijken en wensen dat zij zouden verdwijnen. Allah beschrijft dit in de verzen als volgt:

 

En wat betreft degene die zijn boek in zijn linkerhand gegeven zal worden, hij zal zeggen: “Wee mij! Was mijn boek maar niet (aan mij) gegeven! En ik weet niet hoe mijn afrekening zal zijn. Was de dood maar de beëindiger van alles. Mijn bezittingen baten mij niet. Mijn macht is van mij heengegaan.” (Surat al-Haqqa: 25-29)

 

… op de Dag dat de mens zal kijken naar wat zijn handen vroeger bedreven, en waarop de ongelovige zal zeggen: “O wee, was ik maar aarde.” (Surat an-Naba: 40)

 

En wat betreft degene die dan zijn boek achter zijn rug wordt gegeven. Hij zal om vernietiging schreeuwen. En hij zal in de Hel binnengaan. Voorwaar, bij zijn familie was hij verheugd. Voorwaar, hij dacht dat hij nooit (naar zijn Heer) zou terugkeren. Nee! Voorwaar, zijn Heer sloeg hem gade. (Surat al-Inshiqaq: 10-15)

 

Doordat zij getuigen zijn van dit moment begrijpen de ongelovigen de kans die zij in de wereld gemist hebben en voelen zij een zware spijt. Bovenop deze spijt zien zij het gezegende leven van de gelovigen in het paradijs. Omdat zij eerder tot de waarheid waren uitgenodigd door de gelovigen maar wezen het arrogant af en negeerden hen.

 

Maar nu is er een rechtvaardige balans ingesteld. Mensen worden op basis van hun daden naar de hel gestuurd of naar het paradijs. Op de Dag des Oordeels zien de ongelovigen waar zij naartoe gaan. Op dat moment overmand de angst hen:

 

Jij ziet de onrechtvaardigen bevreesd zijn voor wat zij hebben verricht en hij (de bestraffing) treft hen. (Surat ash-Shura: 22)

 

De rechtvaardigheid van Allah zegeviert en betekent de meest rechtvaardige beloning en straf:

 

En Wij zullen betrouwbare weegschalen opstellen op de Dag der Opstanding, zodat geen ziel iets van onrecht aangedaan wordt. En al gaat het om het gewicht van een mosterdzaadje: Wij zullen het naar voren brengen. En Wij zijn voldoende als Berekenaars. (Surat al-Anbiya': 47)

 

Dit proces is makkelijk voor gelovigen. Echter voor ongelovigen is het moeilijk en zeer pijnlijk. Zij worden ondervraagd voor elke zegening die Allah hen in de wereld heeft gegeven. Zij verantwoorden zich voor elk moment van hun leven: over hun falen om de geboden van Allah te volgen; hun ondankbare houdingen; hun innerlijke opstandige gedachten en beledigingen en de waarschuwingen die zij negeerden. Echter de onoprechte excuses die zij gebruiken in de wereld worden niet meer geaccepteerd. Allah beschrijft de situatie waarmee de ongelovigen op die dag geconfronteerd worden als volgt:

 

Wee die Dag de loochenaars! Dit is een Dag waarop zij niet spreken. En er wordt hun niet toegestaan zich te verontschuldigen. Wee die Dag de loochenaars! Dit is de Dag van de Beoordeling, Wij verzamelen jullie en de vroegeren. Als jullie dan een list hebben, voert die dan uit. Wee die Dag de loochenaars! (Surat al-Mursalat: 34-40)

 

De ziel van de ongelovige die geen goede daden kan presenteren aan Allah zal weten wat zij verricht heeft (Surat at-Takwir: 14). Allah beschrijft deze plek van kwelling als een “bodemloze put” in de Koran:

 

Wat betreft degene van wie dan zijn weegschaal (met goede daden) zwaar weegt. Hij zal een behaaglijk leven leiden. En wat betreft degene van wie zijn weegschaal licht weegt. Zijn verblijfplaats is dan Hawiya (de Hel). En wat doet jou weten wat zij is? Een verbrandende Hel. (Surat al-Qari'a: 6-11)

 

Deze zijn belangrijk om te begrijpen wat voor een diepe spijt de ongelovigen zullen voelen op de Dag des Oordeels. De Dag des Oordeels is te laat voor mensen om nog spijt te voelen. Als iemand helemaal begrijpt wat hier wordt gezegd en geen tijd verliest met het doen van goede daden, dan kan hij hopen op een “zware balans (van goede daden)”. Alleen dat kan iemand van een grote spijt redden.


 

 

19:08 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

25-06-07

De spijt van ongelovigen op het moment van sterven

De spijt van ongelovigen op het moment van sterven

 

Gedurende hun leven worden mensen vele malen herinnerd aan het bestaan van het paradijs en de hel en dat zij zich voor het Hiernamaals moeten voorbereiden. Echter ongelovigen geven geen gehoor aan deze herinneringen. Wanneer zij met de dood worden geconfronteerd is een van hun grootste bronnen van spijt het feit dat zij zichzelf tot hun eigen vernietiging hebben geleid. Niemand heeft hen gedwongen, zij hebben zelf gekozen om tot dit vreselijke einde te komen. Op het moment van de dood beginnen de ongelovigen leed te voelen. De vreselijke angst die gevoeld wordt tijdens de dood is het begin van deze kwelling, dit illustreert Allah in de Koran als volgt:

 

En de benen (in doodsangst) over elkaar liggen. Naar jouw Heer worden zij Die Dag gesleept. Hij geloofde (de Koran en de Boodschapper) niet, en hij verrichtte het gebed niet. Maar hij loochende en hij wendde zich af. Daarna ging hij naar zijn verwanten, hoogmoedig. Wee jou, wee! Nogmaals, wee jouw, wee! (Surat al-Qiyama: 29-35)

 

Het is belangrijk om te weten dat alleen ongelovigen deze angst ondergaan. Gelovigen werken hun hele leven lang om de tevredenheid en liefde van Allah te verkrijgen. Om deze reden hebben zij hoop. Ongelovigen ondervinden, aan de andere kant, een grote te late spijt wanneer de dood hen overmant. Deze spijt kan hen niet beschermen tegen de straf omdat het te laat is. In de Koran wordt vermeld dat op het moment van de dood de zielen van ongelovigen heel moeizaam en met groot leed worden meegenomen.

 

En als jij zou kunnen zien hoe (het gaat met) de onrechtvaardigen in doodsstrijd en hoe de engelen hun handen naar hen uitstrekken (terwijl zij zeggen): “Geeft jullie zielen op! Vandaag worden jullie beloond met de bestraffing van de schande vanwege wat jullie aan onwaarheid over Allah plachten te zeggen en vanwege wat jullie van Zijn Verzen hoogmoedig plachten te verwerpen.” (Surat al-An'am: 93)

 

Hoe zal het zijn wanneer de engelen hen wegnemen en hun gezichten en hun ruggen slaan? (Surah Muhammad: 27)

 

Het is heel moeilijk om geheel te bevatten wat de ongelovigen ondergaan op het moment van de dood. Echter, Allah beschrijft deze situatie zodat de mens erover kan nadenken en een dergelijk einde kan vermijden. De engelen van de dood, zoals de het vers zegt, zullen de zielen van de ongelovigen meenemen terwijl zij hun gezichten en ruggen slaan. Op dat moment zullen de ongelovigen een fysieke pijn ondergaan en tevens een grote spijt omdat zij weten dat zij geen kans hebben om terug te gaan.

 

Op het moment van de dood ervaart de mens alles heel erg bewust. Dit is het begin van zijn eeuwige leven. De dood is maar een overgangsfase, het is het vertrek van de ziel uit zijn lichaam.

 

Vanwege de kwelling die zij ondergaan tijdens de dood, begrijpen de ongelovigen dat zij een grote straf zullen ondergaan die eeuwig zal duren tenzij Allah het anders wil. Zij die hun hele leven ver van de religie van Allah hebben geleefd beginnen Allah oprecht te smeken om vergiffenis en veiligheid. Zij smeken om terug te worden gezonden naar de wereld om goede daden te doen en om dat wat ze verloren hebben goed te maken. Hun wensen zijn echter niet acceptabel omdat zij “een lang genoeg leven hebben gekregen om in gewaarschuwd te worden”. Aan hen werd het goede nieuws over de tuinen van het paradijs gegeven en zij werden gewaarschuwd voor het vuur van de hel, maar zij hebben zich bewust afgekeerd van deze waarheden. Allah zegt in de Koran dat als aan hen een andere kans gegeven zou worden zij weer de waarheid zouden ontkennen:

 

Totdat, wanneer de dood tot een van hen komt, hij zal zeggen: “O mijn Heer, laat mij terugkeren. Hopelijk kan ik goede werken verrichten voor wat ik nagelaten heb.” Zeker niet! Voorwaar, dit zijn slecht woorden die hij spreekt… (Surat al-Muminun: 99-100)

 

Ongelovigen hebben zich bewust niet neergeworpen voor Allah, zij hebben zich niet aan Zijn geboden gehouden noch vastgehouden aan de sublieme moraliteit. Allah zegt in de Koran dat op het moment van de dood zij zich zelfs niet zullen kunnen neerwerpen:

 

(Gedenkt) de Dag waarop de onderbenen ontbloot zullen worden en zij opgeroepen worden om neer te knielen, terwijl zij daartoe niet in staat zijn. Hun ogen zullen angstig teneergeslagen zijn, vernedering zal hen bedekken. En waarlijk, zij werden opgeroepen om zich neer te knielen, terwijl zij (nog) gezond waren. (Surat al-Qalam: 42-43)

 

Er is een ander punt wat de spijt vergroot van de mensen die, op het moment van de dood, begrijpen dat de beloften van Allah allemaal waar zijn. Geloven die door de ongelovigen niet werden vertrouwd of serieus werden genomen in de wereld en die zij belachelijk maakten, ondergaan niets van het leed dat de ongelovigen op die dag ondergaan. Zij worden eeuwig beloond met de beste beloningen omdat zij hun hele leven oprecht gewerkt hebben om de goedkeuring van Allah te verkrijgen. Anders dan de ongelovigen worden hun zielen “teder” en zonder pijn meegenomen. (Surat an-Naziat: 2) Zoals Allah beschrijft in het vers, zullen de engelen de gelovigen begroeten en hen het goede nieuws van het paradijs geven.

 

(Zij zijn) degenen die de engelen als reinen wegnemen, terwijl zij zeggen: “Vrede zij met jullie!, treedt het Paradijs binnen, wegens wat jullie plachten te doen.” (Surat an-Nahl: 32)

 

Dit is een andere mentale kwelling voor de ongelovigen. Aan hen werden in de wereld precies dezelfde kansen gegeven die gegeven waren aan de gelovigen. Echter zij ruilden bewust de eeuwige zegeningen van het paradijs in voor de korte voordelen van het huidige leven. Ondanks dat zij werden herinnerd dat de wereld slechts een plek is om de mensheid in te testen en dat het werkelijke verblijf in het Hiernamaals is, deden zij alsof zij er niets van wisten. Hierdoor hielden zij zich niet bezig met goede daden om het paradijs te bereiken. Echter leven volgens de moraal van de Koran en een oprechte gelovige zijn, is mogelijk voor iedereen maar enkel door diens toegewijde intentie. Het nadenken over al deze dingen vergroot de spijt van de ongelovigen. In een vers zegt Allah:

 

Dachten degenen die slechte daden verricht hebben, dat Wij hen hetzelfde zullen behandelen als degenen die geloofden en goede daden verricht hebben, zowel in hun leven als in hun sterven? Slecht is dat wat zij vermoeden! (Surat al-Jathiyya: 21)

 

Met andere woorden elke ziel zal toepasselijk beloond worden, de goede mensen met goede tijdingen en de slechte met een afschuwelijke straf.

 

Verder zal de angst van het weten dat de hel voor hen klaargemaakt is de spijt gevoeld door de ongelovigen vergroten. Tot dat moment hebben zij enkel het leed gevoeld van de verwijdering van hun ziel. Dit leed maakt hen bewust van hun dreigende ondergang.

 

Deze spijt van de ongelovigen beginnend met de dood zal blijven zolang Allah het wil. Elk voorbijgaand moment, uur en dag zullen zij deze eeuwige straf ondergaan en zij zullen niet gered worden van de spijt.

 

De mens heeft het echter in eigen hand om niet een dergelijke spijt te ondergaan. Het wachten op de ontmoeting met de dood is niet noodzakelijk nodig om de realiteit van de dood en wat er nakomt te begrijpen. Voor gelovigen is de belofte van Allah genoeg. Na de dood zal de gerechtigheid van Allah zeker zegevieren. De ongelovigen zullen met vuur worden bestraft en de gelovigen zullen worden beloond met de tuinen van het paradijs.

 

Het meest verstandige voor een persoon om te doen die de dood nog niet ontmoet heeft, is om toevlucht te zoeken bij Allah en om op Zijn vergeving te hopen. Verder moet een persoon aandachtig de Koran onderzoeken, de enige gids naar het ware pad voor de mensheid, en de sunnah van de Profeet (saas) om een grondige kennis erover te krijgen en om volgens de geboden van beiden te leven. In plaats van het vermijden van het nadenken over de dood zal de mens voordeel hebben bij het nadenken over de werkelijkheid van de dood en diens nabijheid en zich hiernaar gedragen.

 

De persoon die zich tot Allah richt, verdient de goedkeuring van Allah zowel in dit leven als in het Hiernamaals en gaat het paradijs binnen, tevreden over zijn Heer en zijn is Heer tevreden over hem. Allah geeft de gelovigen het goede nieuws hierover in de Koran:

 

O tot rust gekomen ziel! Keer terug tot jouw Heer, behaagd en welbehaagd (ontvangen door Hem). En treed binnen onder Mijn dienaren. En treed binnen in Mijn Paradijs. (Surat al-Fajr: 27-30)

   

De manier om van spijt gered te worden en om eeuwige gelukzaligheid te verdienen is om na te denken over de dood en het Hiernamaals en om zich te houden aan de weg van Allah, de Schepper van de mens.


15:13 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |