08-10-08

Het kijken naar een vrouw..

Hudhayfah bin al-Yaman overleverd dat de Boodschapper van Allah zei: "De blik naar een vrouw is een giftige pijl van de pijlen van Shaitaan. Wie het verlaat uit angst voor Allah, Allah zal hem belonen met een geloof (imaan) wiens zoetheid hij in zijn hart zal proeven." [Overgeleverd door Ahmad in zijn 'Musnad,' en hij is authentiek]

00:11 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-10-08

"Maak je zorgen over jezelf!"

'Abdullah bin Mas'ud verhaalt dat de Boodschapper van Allaah zei:


"Waarlijk, de meest geliefde spraak (woorden) bij Allaah zijn de woorden van de dienaar: 'Subhanak Allahumma wa bihamdik wa tabarak asmuk wa ta'ala jadduk wa la ilaha ghayruk'.

De meest gehaate spraak bij Allaah is dat wanneer een man tegen een andere man zegt: "Vrees Allaah!" dat hij antwoord: "Maak je zorgen over jezelf!"

['Silsilat al-Ahadith as-Sahihah'; # 2598]

12:42 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-10-08

De werkelijke inname van Constantinopel

Onlangs heeft Marc Guillet geprobeerd om het een en ander te schrijven omtrent de inname van Constantinopel. Helaas is de man niet verder gekomen dan het bestempelen van Sultan Mehmet II en zijn leger als zijnde ‘bloeddorstige krankzinnigen’. Het stuk, dat de titel ‘Turken veroveren christelijke hoofdstad’ draagt, is slechts gebaseerd op leugens en valse aantijgingen. Wij zien het dan ook als onze plicht om het een en ander hieromtrent te verduidelijken. 
Wij zullen ons slechts baseren op authentieke geschiedenisbronnen en zo aantonen wat er zich heeft voorgedaan tijdens deze beroemde inname.
 
Sultan Mehmet II had van te voren een strategisch plan uitgestippeld. Op vrijdag 23 maart 1453 vertrok hij vanuit Edrine in gezelschap van zijn leermeesters en een gigantisch leger dat een aantal van 80.000 had bereikt.
 
Op 5 april 1453 bereikte hij tezamen met zijn strijdkrachten een plaats genaamd Topkapi om zich daar vervolgens te vestigen. De sultan deelde zijn leger in groepen in. Eén groep moest zich verspreiden over het gebied tussen Yedikule en Mermerkule, terwijl een ander groep het gebied tussen Beyoglu en Kasimpasa op zich nam. De laatste groep zou plaatsnemen langs het kanaal van Kagithane tot aan het gebied dat grensde aan Galata. In de tussentijd had de sultan ook de plaatsen Edirne, tekfurpaleis, Bayrampasakanaal en Topkapi bezet met wapens en legereenheden.
 
Nadat de jonge sultan de voorbereidingen had getroffen zond hij de afgezant Mahmud Pasa naar de keizer. De Sultan bood de keizer de mogelijkheid aan om zichzelf over te geven en Constantinopel te overhandigen om onnodig bloedvergieten te voorkomen.
De keizer weigerde om op het bod in te gaan, omdat hij vertrouwde op de sterke stadsmuren en hulp dat hij van Europa verwachtte.
 
Nadat de onderhandelingen op niets waren uitgelopen, kondigde de Sultan op 6 april openlijk het begin van de strijd aan. De oorlog zou vanaf die dag officieel van start gaan. De stadsmuren werden beschoten met katapulten, terwijl de boogschutters de uitkijkposten bestoken. In opdracht van de Sultan werden op 11 april grote katapulten aangevoerd en tussen Silivri en Topkapi gepositioneerd. Tussen 12 en 18 april zijn de legereenheden erin geslaagd om een aantal paleizen rondom de stad, zoals het paleis op de grote eiland, te veroveren.
 
De eerste collectieve aanval op Constantinopel werd op 18 april uitgevoerd waarna op 20 april de eerste zeegevechten plaatsvonden. Nadat de Ottomanen ook de slag op zee hadden verloren, stonden de raadsmannen voor een moeilijke keus. Ze hadden namelijk twee opties: of ze zouden genoegen nemen met de 70.000 stukken goud die de keizer hen had toegezegd als het leger zich zou terugtrekken, of ze zouden de strijd voortzetten. Echter besloot de Sultan, en met hem de meerderheid van zijn bewindsmannen, om de strijd voort te zetten en door te strijden totdat Consatntinopel ingenomen zou worden.
 
Op 21 april trok een vlooteenheid van 67 oorlogschepen zich richting Halic. De Ottomanen hadden slechts één week nodig en zij hadden het ook voor het zeggen op zee. Dit voorval veroorzaakte grote paniek bij de inwoners van Constantinopel wat als gevolg had dat de voorvechters van de stad toch wel moedeloos werden.
 
Nadat 30.000 man de stadsmuren bij Bayrampasa hadden beklommen, brak de strijd los. Op verschillende locaties braken gevechten uit. De Sultan besloot op 23 mei een verenigde aanval in te zetten, wat later zou leiden tot de inname van Constantinopel. Ook dit keer zond hij, alvorens hij over ging tot strijden, een afgezant naar de keizer met de boodschap dat er een verenigde aanval aan zat te komen en dat deze aanleiding zou zijn voor enorme schade en grootschalig leed. Hij stelde de keizer voor de keuze om met zijn volk te vertrekken en stond het voor hen toe al hun bezit en de schatkisten met zich mee te nemen. En ook ditmaal sloeg de keizer dit aanbod af. Hierop besloot de Sultan al zijn mannen te verzamelen en een preek te houden waarin hij hen aanmoedigde en eeuwige roem en eer beloofde. Vervolgens gaf de Sultan hen de opdracht om uit te rusten en bij het aanbreken van de ochtend zou het moeten gaan gebeuren.
 
De inname
 
De ochtend verliep vrij rustig en in de avond staken de soldaten grote vuren aan en verzamelden zij wapens bijeen, terwijl zij luidruchtig “Allahoe Akbar” (Allah is de Grootste) riepen. Het overdonderende effect van deze kreet boezemde een enorme angst in het hart van een ieder in Constantinopel. Na het ochtendgebed te hebben verricht, besloot de sultan om zich richting het slagveld te begeven. Na hevige gevechten mislukte de verdedigingspogingen van de Byzantijnen en wist een soldaat genaamd Ulubatli Hasan de kasteeltoren te beklimmen en wapperde met de Ottomaanse vlag. Dit werd dan ook gezien als de overwinning.
 
Nadat het leger de stad wist binnen te sluipen via Topkapi probeerde vele Byzantijnen de stad in te vluchten wat als gevolg had dat zij elkaar vertrapten. Deze chaos moest de Byzantijnse keizer bekopen met de dood. Binnen een mum van tijd wisten de Ottomaanse troepen de stad binnen te komen, nadat zij de verdedigingslinie van de Byzantijnen hadden omzeild. De troepen verzamelden zich op het plein van Aksaray. Vervolgens zette zij hun tocht verder naar de Ayasofia, terwijl de mensen op de vlucht sloegen. In de namiddag op dinsdag 29 mei 1453 hadden de Ottomanen de hele stad onder controle. De jonge Sultan eigende zich de oorlogsbuit toe en begaf zich vervolgens richting de Ayasofia. Vervolgens bereikte de Sultan de plek Ayasofia om daar vervolgens een preek te houden voor de menigte die zich daar had verzameld. Hij sprak de menigte toe: “Sta op! Ik ben Sultan Mehmet, en ik zeg tegen een ieder van jullie dat vanaf vandaag jullie van mijn kant niets hoeven te vrezen wat betreft jullie levens en vrijheid.”
 
Nadat de strijd was afgelopen en zij de stad hadden ingenomen, droeg Sultan Mehmet zijn leger en - in het bijzonder - zijn bewindsmannen op om absoluut geen onrecht te begaan tegen wie dan ook. Het volk zou in alle rust en veiligheid naar huis terugkeren. Ook weerhield hij een soldaat van het berokkenen van schade aan de mensen. Tevens gaf hij de opdracht tot het opknappen van de Ayasofia om het vrijdagsgebed daarin te kunnen verrichten.
 
Nadat alles onder controle was, kondigde de Sultan een viering aan van 3 dagen. Verder werden de soldaten beloond met uitgebreide maaltijden. De Sultan verkondigde het volk dat zij in alle rust hun geloof konden belijden en stelde de religieuze leiders van de joden en christenen gerust dat ook zij verder konden gaan met hun taken.
 
Het was weer tijd geworden voor de wederopbouw van de stad en een goed doordacht bouwplan werd uitgevoerd. De mensen die hun huizen en bezittingen tijdens de oorlog hadden verloren kregen zonder enige tegenprestatie nieuwe woonruimten toegewezen. De stad werd vele moskeeën rijker en groeide uit tot de hoofdstad van het Islamitische rijk.
 
Dit is wat er zich daadwerkelijk heeft voorgedaan tijdens de verovering van Constantinopel. En Verder vragen wij Allah om Sultan Mehmet II, die ook wel bekend staat als ‘de veroveraar’, en zijn soldaten in genade aan te nemen en hen onder te dompelen in de vele gunsten die Hij heeft klaargemaakt voor Zijn godsvruchtige dienaren in het Eeuwige Paradijs.
 
Bronnen:
 
1.      Mirmiroglu ‘het beleg van Fatih en de zee veldslagen’ Istanbul 1946
2.      Cafer Celebi ‘Anonieme Ottomaanse geschiedenis’ Belleten 1954
3.      Schlumberger
4.      Het boek ‘Mémoires d’un Joinissair Polunais’
5.      Osman Ergin ‘Stichting bouwkunde Fatih’ Istanbul 1945
6.      Het boek ‘De grote Islamitische geschiedenis, van begin tot vandaag’

13:37 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-10-08

De Angst van de Metgezellen, voor Allah.

1 -

Het is overgeleverd dat Abu Bakr zijn tong zou vastpakken en zeggen: "Dit is wat mij geleidt heeft naar vernietiging."

2 - Hij (Abu Bakr) zei ook: "Was ik maar een boom die gekauwd word en daarna opgegeten."

Hetzelfde is overgeleverd van Talha en Abud-Dardaa en Abu Dharr.


3 - Umar ibnul Khattab zou één ayah horen en ziek worden en zich enkele dagen terugtrekken.

4 - En op een dag, nam hij (Umar ibnul Khattab) een stukje stro van de grond en zei: "Was ik maar dit stukje stro. Werd er maar nooit over mij gesproken! Als mijn moeder nou maar geen geboorte aan mij gaf!"

5 - Op zijn gezicht waren twee zwarte strepen, van zijn vele gehuil.


6 - Uthmaan zei: "Ik wou dat als ik dood ging, ik niet opgewekt word (op de dag des oordeels)."

7 - Abu Ubaidah bin al-Jarrah zei: "Ik wou dat ik een ram was van mijn familie. Die zij slachten, mijn vlees eten en mijn bouillon drinken."

8 - Umraan bin Haseen zei:"Ik wou dat ik as was die verstrooid is door de wind."

9- Hudhayfah zei: "Ik wou dat ik een persoon had die de leiding kon nemen over mijn geld, zodat ik de deur dicht kan doen en mijzelf opsluiten en niemand binnen kan treden totdat ik Allah ontmoet, de Machtige en Verhevene."

10 - Aisha zei: "Ik wou dat ik een vergeten iets was."


11 - Ali zei: "Bij Allah, ik heb de Metgezellen van Muhammed gezien. Ik zie niemand die op hen lijkt [vandaag de dag]. Bij Allah! Zij zouden in de morgen opstaan alsof ze uit elkaar getrokken waren, bedekt met stof, bleek, met iets tussen hun ogen als een geiten knie(een opgezwollen voorhoofd), aangezien zij de nacht hebben doorgebracht met het reciteren van Het Boek van Allah en overgingen van hun voeten naar hun voorhoofden (in gebed). Als zij wakker werden en Allah genoemd werd, zouden hun slingeren zoals bomen slingeren op een winderige dag, waarna hun ogen tranen zouden gieten totdat hun kleren nat werden. Bij Allah! Het is alsof de mensen vandaag de dag slapen in onverschilligheid."

[Mukhtasar Minhajul Qaasideen van Ibn Qudamah, pagina 319-329]

 

23:55 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-10-08

Ibn Taymiyyah's Dagelijkse routine


al-Imam Siraj ad-Din Abu Hafs 'Umar bin 'Ali bin Musa bin Khalil al-Baghdadi al-Bazzar schreef een lang verslag uit de eerste hand van het leven van Ibn Taymiyyah, welke zijn persoonlijke vriend en metgezel was. Het boek heet ‘al-A’lam al-‘Aliyyah fi Manaqib Ibn Taymiyyah’, en dit is een heel erg kleine glimp eruit:

"gedurende de nachten, zou hij zichzelf van iedereen afzonderen, zich isoleren met zijn Heer, strikt de recitatie van de Heilige Qur’an handhaven, en de verscheidene soorten van de dagelijkse en nachtelijke aanbidding herhalen.

Wanneer de nacht voorbij was, zou hij de mensen verenigen voor het Fajr gebed, en het vrijwillige gebed verrichten voordat hij hen ontmoet. Wanneer hij het gebed zou beginnen, zou jouw hart willen vliegen van zijn plaats en dit alleen vanwege de manier waarin hij de takbirat al-ihram verricht. Wanneer hij het gebed zou beginnen, zouden zijn ledematen beven, hem van links naar rechts bewegen. Wanneer hij zou reciteren, zou hij zijn recitatie uitrekken, net zoals authentiek overgeleverd was betreffende de recitatie van de Boodschapper van Allah. Zijn buigen en teraardewerping, evenals zijn opkomen ervan, zijn van het meest complete van datgene welke ooit overgeleverd werd betreffende het verplichte gebed. En hij zou zijn zitten hevig verlichten voor de eerste tashahhud, en hij zou de eerste taslim hardop zeggen, tot op het punt dat iedereen die aanwezig was het zou horen…

… en ik kwam te weten dat het zijn gewoonte was dat niemand tegen hem zou praten na het ochtendgebed, tenzij het absoluut noodzakelijk was. Hij zou blijven in een staat van dhikr van Allah, naar zichzelf luisterend. Soms, zou hij degenen die naast hem zaten laten luisteren naar zijn dhikr, terwijl hij de hele tijd zijn ogen naar de hemel keerde. Hij zou blijven in zo’n staat totdat de zon opkwam, en de tijd waarin het gebed verboden is om te worden verricht, was gepasseerd.

Gedurende mijn verblijf in Damascus met hem, zou ik een deel van de dag en het meeste van de nacht met hem doorbrengen. Hij zou me dicht tot zich roepen, me naast hem laten zitten. Ik hoorde wat hij zou reciteren en zou herhalen, en ik zag dat hij al-Fatiha zou herhalen keer op keer, en hij zou al zijn tijd tussen Fajr en de zonsopgang hiermee doorbrengen.

En dus bleef ik in mezelf denken, afvragend: waarom zou hij dit specifieke hoofdstuk van de Qur’an reciteren in afzondering van de anderen? Uiteindelijk werd het duidelijk voor me – en Allah weet het beste – dat zijn intentie in het doen van dit was om met zijn recitatie hetgeen samen te voegen tussen datgene welke overgeleverd werd in de ahadith en datgene welke bediscussieerd werd door de geleerden, met betrekking tot oftewel de overgeleverde adhkar de voorkeur hadden boven de recitatie van de Qur’an, of andersom. En dus, zag hij in het herhalen van al-Fatihah dat hij beide standpunten kon combineren, en het benefiet van beide daden kon opstrijken, en dit was van zijn sterkte in logica en diepte van inzicht.

Hierna zou hij het Duha gebed verrichten, en als hij Hadith wou horen in een andere plaats, zou hij naar die plaats haasten met eenieder die met hem was op dat moment.

Het was ongewoon dat elk intelligent persoon die hem zou zien niet naar hem zou komen en zijn handen zou kussen. Zelfs de drukste zakenmannen zouden weglopen van wat ze aan het doen waren om hem te groeten en zijn zegeningen te zoeken. Met dit alles zou hij iedereen van hen hun tijd geven, groeten, etc.

Als hij iets slechts op straat zag, zou hij werken om het te verwijderen, en als hij hoorde van een begrafenis die plaatsvond, zou hij zich erna haasten om mee te bidden, of hij zou zich excuseren dat hij het gemist had. Soms, zou hij naar het graf van de overledene gaan nadat hij klaar was met het luisteren naar Hadith en het gebed erover verrichten.

Later zou hij naar zijn moskee terugkeren, waar hij ofwel zou verblijven in het geven van fatawa aan de mensen of het vervullen van hun behoeften, totdat het tijd was om Dhuhr gebed gezamenlijk te verrichten. Hij zou de rest van de dag in zo’n manier doorbrengen.

Zijn klassen waren in het algemeen voor de ouderen, jongeren, rijken, armen, onafhankelijke, slaven, mannen en vrouwen. Hij verzocht iedereen die hem zou passeren van de mensen, en iedereen van hen zou zich voelen dat Ibn Taymiyyah hen beter behandelde dan dat hij de rest van de aanwezigen behandelde.

Hij zou vervolgens het Maghreb gebed verrichten, en het opvolgen met zoveel mogelijk vrijwillge gebeden als dat Allah mogelijk heeft gemaakt. Ik, of iemand anders, zou vervolgens zijn geschriften aan hem voorlezen, en hij zou ons benefieten van verscheidene punten en opmerkingen. We deden dit totdat we ‘Isha verrichtten, waarna we verder zouden gaan zoals eerder met het graven in verschillende velden van kennis. We zouden dit doen totdat het meeste van de nacht gepasseerd was. Gedurende deze hele tijd – nacht en dag – zou Ibn Taymiyyah continue Allah herinneren, Zijn Eenheid vermelden en Zijn vergeving zoeken.

En hij zou continue zijn ogen tot de hemel richten, en zou hier niet mee stoppen, alsof hij daar iets zag dat zijn ogen vasthielden. Hij deed dit zolang als dat ik met hem was.

Aldus, Sub7annaAllaah! Hoe kort waren deze dagen! Als ze nou maar wat langer waren! Bij Allah, tot op de dag van vandaag, is er nog nooit een tijd in mijn leven geweest die dierbaarder voor mij was dan de tijd die ik met hem doorbracht, en ik was nooit in een betere staat gezien dan dat ik was in die tijd, en dit was voor geen andere reden dan de barakah van de Shaykh, moge Allah tevreden met hem zijn.

Elke week, zou hij de zieke bezoeken, met name zij die in het ziekenhuis lagen.

Ik werd geinformeerd door meer dan één persoon – wiens betrouwbaarheid ik niet betwijfel – dat het hele leven van de Shaykh doorgebracht werd op de manier waarop ik het getuigde (en hierboven beschreef). Welke aanbidding en welke Jihad is dus beter dan deze?"

14:47 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-10-08

"Ga met ongehoorzaamheid om, alsof het Kufr is."

al-Hafidh Abu al-Hasan 'Ali bin Ahmad az-Zaydi zei:



"Ga met vrijwillige daden van aanbidding (nawafil) om alsof zij verplicht zijn, en met daden van ongehoorzaamheid alsof zij kufr zijn, en met jouw lusten alsof zij gif zijn, en met het socialiseren met mensen alsof het vuur is, en met het opvoeden van je ziel alsof het een medicijn is."

['Khilasat al-Athar'; 3/401]

16:46 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-09-08

Een Gezegende Suikerfeest voor de hele Islamwereld

                       

 

                           

20:59 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |