22-09-08

De ontmaskering van Paulus

In het begin bestonden er meerdere evangeliën. Het verdrag van Nicea in de vierde eeuw bepaalde welke opgenomen zouden worden in de Bijbel. Het zijn overigens tussen de dertig en honderd evangeliën geweest. Al de andere evangeliën werden vanaf dat moment door de kerk als ketterij beschouwd. Deze geschriften werden dan ook vernietigd en de bezitters daarvan gedood. Hele gemeenschappen werden uitgemoord, zoals de gemeenschap van de Katharen, die weigerden Jezus als de zoon van God te accepteren. Ook de Oosters orthodoxe kerk erkende Jezus niet als de zoon van God.

Wij dienen niet te vergeten dat het Christendom van joodse oorsprong is. Jezus was een joodse leraar, zijn eerste volgelingen hielden vast aan de Thora, aten koosjer en besneden hun zonen acht dagen na hun geboorte. Toen Paulus zijn intrede maakte in de wereld van het christendom, heeft hij gezorgd voor een drastische verandering binnen het geloof. De eerste joodse aanhangers van Jezus werden hier de dupe van. Zij werden door de latere Christenen als afvalligen bestempeld omdat zij vasthielden aan de voorschriften van de Thora. Tot deze eerste christenen behoorden de Ebionieten die in het Overjordaanse en in Syrië hebben geleefd vanaf het begin van de tweede eeuw tot omstreeks de vierde eeuw. Zij beschouwden Jezus als een uitzonderlijk mens, een groot leraar en profeet. Maar God was hij volgens hen niet, dat vonden zij ronduit godslasterlijk. Tevens beschouwden zij Paulus als een afvallige, zelfs een verrader, omdat zij meenden dat hij de Thora ongeldig had verklaard terwijl Jezus had gezegd: 

“Ik ben niet gekomen de Wet te ontbinden, maar te vervullen.”

(Mattheus 5: 17-18) 

De ontdekking van vroegchristelijke bronnen, in het bijzonder de geschriften van Qumran en van Nag Hammadi heeft het beeld van het vroege christendom volledig bijgesteld. Sommige christenen geloofden niet dat de goddelijke openbaringsbrenger, namelijk Jezus, aan een kruis was vernederd en gedood, zoals wij leren uit de gnostische openbaring van Petrus en de apocriefe Handelingen van Johannes. Ook waren er christenen te vinden die het juist godslasterlijk vonden Jezus goddelijke herkomst of macht toe te schrijven zoals de eerdergenoemde Ebionieten. Deze diversiteit in opvattingen aangaande de Persoonlijkheid van Jezus is tegenwoordig bijna niet meer te bespeuren. De reden hiervoor ligt gelegen in de rol die Paulus heeft gespeeld in het ontstaan van een niet-joodse christelijke hoofdstroming die vandaag de dag wijdverspreid is.

Binnen Palestina waren volgelingen van Jezus te vinden die meenden dat alleen degenen die leefden volgens de wil van God, zoals door Jezus geïnterpreteerd, zouden worden vrijgesproken in het oordeel. Volgelingen van Paulus in de steden van de Grieks-Romeinse wereld zijn een andere weg in geslagen. Een weg waarin Jezus steeds meer als een machtige redder in noodsituaties werd beschouwd en de aandacht steeds meer werd gevestigd op de verlossende betekenis van Jezus’ marteldood. Paulus was een jongere tijdgenoot van Jezus maar heeft Jezus persoonlijk nooit gekend. Anders dan men zou verwachten, heeft hij voordat hij de wereld introk om Jezus te verkondigen niet de behoefte gehad zich over Jezus te laten informeren door de directe leerlingen van Jezus als Petrus en Johannes. Paulus baseert zijn verkondigingsdrang op een visioen die hij zou hebben gehad en waarin hem door Jezus opdracht zou zijn gegeven om de nieuwe Jezus onder de heidenvolken te verkondigen.

In zijn brief aan de Galaten (zie vooral 1,1 en 1,19-20)geeft hij aan niet afhankelijk te willen zijn van andere mensen wat betreft zijn kennis van Gods bedoelingen met Jezus. Dit had te maken met een belangrijk meningsverschil dat hij met de eerste leerlingen van Jezus had. Hij weigerde zich te houden aan de Joodse wetten die volgens Jezus nageleefd diende te worden. Paulus predikte, in tegenstelling tot de directe leerlingen van Jezus, dat geloof in Jezus voldoende zou zijn, terwijl de leerlingen van Jezus van mening waren dat een persoon alleen gered kon worden door een vroom leven volgens Gods voorschriften.

Volgens Handelingen 9 was Paulus een soort inquisiteur- uitvoerder, die door de hoogpriester van de tempel in Jeruzalem op weg werd gezonden om de gemeente van ketterse joden (de eerste christenen) in Damascus te vervolgen. In Jeruzalem schijnt hij al te hebben deelgenomen aan acties tegen de eerste christengemeente. Als we Handelingen mogen geloven, is hij zelfs persoonlijk betrokken geweest bij de steniging van Stefanus, volgens de traditie de eerste christelijke martelaar. Zelf bekent hij openlijk dat hij zijn slachtoffers ‘tot de dood toe’ heeft vervolgd.

Later zou hij zich tot het christendom bekeren. Maar bij alles wat hij deed en verkondigde, kan niet genoeg worden benadrukt dat Paulus in feite de eerste ‘christelijke’ ketter was en dat zijn leer- die het fundament voor het hedendaagse christendom vormt- sterk afwijkt van de ‘oorspronkelijke’ of ‘zuivere’ vorm die door de leiding in Jeruzalem werd verkondigd.

Zo sprak Paulus voor het eerst over de goddelijkheid van Jezus, zijn herrijzenis uit de dood en andere van zijn bedenksels die geheel in strijd waren met de ‘zuivere’ leer die door Jezus zelf en de christengemeente in Jeruzalem werd verkondigd. Zo spoort Jezus zijn gehoor, discipelen en zijn volgelingen aan om één god te erkennen. Als hij in Johannes 10: 33-35 van godslastering wordt beschuldigd omdat hij zichzelf als god zou beschouwen, antwoordt hij met een citaat uit Psalmen 82: ‘is er niet geschreven in uw wet: ik heb gezegd, Gij zijt goden? Dus de wet gebruikt het woord goden voor hen tot wie het woord Gods gericht was.

Paulus’ arrogantie reikt zelfs zo ver dat hij openlijk te kennen geeft niet de historische Jezus te willen verkondigen, de figuur die Jakobus, Petrus en Simeon persoonlijk hadden gekend. Zo geeft hij in 2 Corinthiërs 11: 3-4 expliciet toe dat de gemeente in Jeruzalem een andere Jezus predikt.

Naar de maatstaven die Jezus in de bijbel aanlegt,. zou Paulus’ status in het koninkrijk der hemelen niet veel hoger zijn geweest dan die van een leugenaar en bedrieger. Zo staat er in Matteüs 5: 18-19:

“Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke titel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn. Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan.”

Dus degene die de kleinste van deze geboden ontbindt zal klein heten in het koninkrijk der hemelen, laat staan iemand die de algehele wet buiten werking heeft gesteld en vervolgens de mensen een andere wet heeft voorgeschreven zoals Paulus heeft gedaan.

20:45 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-09-08

"Waarlijk, wij zijn geen Fuqahaae!"

Dit zijn enkele mooie citaten uit al-Khatib al-Baghdadi's prachtig boek, 'Iqtida' al-'Ilm al-'Amal' (Kennis met daden doen opvolgen - p. 77-79):


1 -
al-Awza'i zei:

"Ik ben geinformeerd dat er gezegd werd: 'Wee degenen die religeuze kennis vergaren omwille van iets anders dan aanbidding, en wee degenen die het verbodenen toegestaan verklaren met twijfelachtige argumenten.'"


2- ash-Sha'bi zei:

"Waarlijk, wij zijn geen fuqaha' (mannen van begrip). Wij luisteren alleen naar de hadith en leveren die over aan anderen. Maar de fuqaha' dat zijn degenen die, wanneer zij iets weten, erop handelen."


3- al-Awza'i zei:

"Wanneer Allaah iets slechts wenst voor een volk, opent Hij de deur van discussie's voor ze en vermijdt hen van het doen van goede daden."


4 - Ma'ruf bin Fayruz al-Kurkhi zei:

"Wanneer Allaah iets goeds wenst voor een dienaar, opent Hij voor hem de deur van daden en sluit de deur van discussie's. En wanneer Allaah iets slechts voor een dienaar wenst, opent Hij voor hem de deur van discussie's en sluit de deur van daden."

19:01 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-09-08

Een gelijke aan Joesoef

Imam Ibn ul-Qayyim vermeldt in zijn boek ‘Rawdat ul-Moehibbien’ een verhaal dat zich afspeelde in de tijd van khaliefah cOmar ibnoel Khataab. Het verhaal betrof een vrome jongeman waar cOmar erg van onder de indruk was. Hij zou vaak naar hem vragen en zijn afwezigheid opmerken.

Een zeer aantrekkelijke jonge vrouw voelde zich erg tot deze jongeman aangetrokken, verlangde sterk naar hem en zocht naar een manier om hem voor haar te winnen. Een oude vrouw bood haar haar hulp aan zeggende: “Ik zal jou hem brengen!” Waarna de oude vrouw vertrok. Aangekomen bij de jongeman zei ze: “Ik ben een arme oude vrouw die niet meer in staat is haar geit te melken. Ik zou je dan ook zeer erkentelijk zijn als jij me hierbij zou helpen.” De jongeman die altijd naar mogelijkheden zocht om goede daden te verrichten, liet deze kans niet onbenut en ging met de oude vrouw mee.

Eenmaal thuis zei de oude vrouw: “Ik zal de geit voor je gaan halen.” Maar in plaats van de geit kwam de aantrekkelijke jonge vrouw binnengelopen. Zij bood zichzelf aan hem, maar hij weigerde op haar aanbod in te gaan en zonderde zich van haar af in een hoek van de kamer waar hij Allah begon te gedenken. Keer op keer probeerde zij hem te verleiden, echter zonder enig succes. Toen zij de hoop opgaf hem voor haar te winnen, schreeuwde zij: “Ik wordt aangerand!” Waarna de mensen haar te hulp schoten en hem te lijf gingen.

Toen cOmar de volgende dag naar hem vroeg, werd hij geboeid bij hem gebracht. cOmar fluisterde: “O Allah, laat mijn goede vertrouwen in hem niet geschaad zijn!” Hij zei tegen de jongeman: “Vertel mij wat er is gebeurd.” Waarop hij hem het verhaal vertelde en cOmar de buren van deze vrouw opdroeg voor te komen, waaronder de oude vrouw. De jongeman herkende haar meteen en cOmar hief zijn stok, zeggende: “Vertel mij de waarheid!” Waarna de vrouw begon de waarheid te vertellen. Na dit te hebben gehoord, zei cOmar: “Alle lof zij Allah die onder ons iemand heeft geplaatst die Joesoef gelijkt.”

23:12 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-09-08

“Er zijn drie soorten personen die gedood worden.."

Shaykh Abdullaah Azzam rahimahu Allaah citeerd de volgende Hadeeth in zijn geschrift 'Fadaail Ashaadaa fi Sabeeli Allaah';
"Er zijn drie soorten personen die gedood worden;

Een Mu'min, die al Jihaad voert met zijn bezittingen en zichzelf op het Pad van Allaah, totdat hij de vijand ontmoet en ze bevecht tot hij gedood word. Dit is de Shaheed die beproeft is (om in) het kamp van Allaah te zijn onder Zijn Troon. De Profeten zijn niet beter dan hem, behalve door hun niveau van Profeetschap.

En een man die zijn ziel onderdrukt met zondes en fouten, die al Jihaad verricht met zijn bezittingen en zichzelf op het Pad van Allaah, totdat hij de vijand ontmoet en ze bevecht tot hij gedood word. Dan is het mumasmasatun (een reiniging) die een boetedoening is voor zijn zondes en fouten. Waarlijk, het Zwaard veegt fouten weg. En hij gaat van welke poorten van het Paradijs hij wenst, naar binnen. Want waarlijk (het Paradijs) heeft acht poorten, en de Hel heeft zeven poorten, en sommige (poorten) zijn beter dan anderen.

En een hypocriet, die al Jihaad verricht met zijn bezittingen totdat hij de vijand ontmoet, en vecht op het Pad van Allaah totdat hij gedood word, hij is dan in het Hellevuur. Waarlijk, het Zwaard veegt An-Nifaaq (hypocritie) niet weg."

[Overgeleverd door Ahmad met een Hasan keten, en Ibn Hibbaan verklaarde het Saheeh]

18:12 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

18-09-08

Wees trots op jullie geloof!

Iedere natie die wil overleven als zij wordt onderdrukt moet normen en waarden hebben die haar sterk onderscheiden van de onderdrukker en moet haar individuen zodanig opvoeden, dat zij ten eerste die normen en waarden kennen en ten tweede dat zij deze waarderen ongeacht hoe anderen daarover denken. Als dit ontbreekt, loopt deze natie het gevaar dat ze wordt overrompeld door de ideeën van de onderdrukker en dat ze bezwijkt aan zijn druk en uiteindelijk ten onder gaat en een vergeten natie wordt die nog maar alleen in de geschiedenisboeken te vinden is. Aangezien de moslimnatie tegenwoordig van alle kanten wordt bestookt en door iedereen wordt aangevallen, zelfs door dié naties die in de laatste veertien eeuwen nooit hun hoofd hebben opgeheven, is het nodig dat wij wakker worden en onze houding tegenover onze natie, onze cultuur en onze beschaving veranderen. Ook onze kijk op de onderdrukker en de wijze waarop wij met hem communiceren moeten wij veranderen, willen wij respect afdwingen en willen wij dat ons geloof gestalte krijgt in een wereld die zijn grenzen niet meer kent. 

Nu de Islam regelmatig wordt aangevallen door de ongelovigen, zie je sommige moslims in de verdediging schieten met een gevoel van verslagenheid. Tevergeefs proberen zij te laten zien dat de Islamitische normen en waarden in overeenstemming zijn met die van het Westen. Als hun wordt verteld dat het Islamitisch politieke stelsel dictatoriaal zou zijn, schieten zij gelijk in de verdediging en proberen zij aan te tonen dat het een democratisch stelsel is. Als hun wordt verteld dat de Islam is verspreid door het zwaard (d.m.v. Djihaad), reageren zij hierop door te zeggen dat de moslims slechts vochten wanneer zij zelf werden aangevallen. En als hun wordt verteld dat het slecht gesteld is met de positie van de vrouw in de Islam, proberen zij dit te relativeren door te laten zien dat polygamie slechts onder strikte voorwaarden wordt toegestaan, en aangezien bijna niemand aan deze voorwaarden kan voldoen, is polygamie in de Islam praktisch niet meer toegestaan. Dit soort verontschuldigend gedrag moeten wij achter ons laten. 

De Islam is de levenswijze die van boven de zeven Hemelen door Allah aan de mensheid is geopenbaard. Het kan dan ook nooit gelijk getrokken worden met gekunstelde ideologieën en andere religies die door mensenhanden zijn gewijzigd. Moslims zouden genoeg zelfvertrouwen moeten hebben om in de aanval te gaan in plaats van zichzelf in het beklaagdenbankje te plaatsen. 

Toen Qoeraish (de bewoners van Mekka) de moslims ervan beschuldigde dat zij de onschendbaarheid van al-Asjhoer al-Hoeroem (Gewijde Maanden) hadden aangetast, omdat een legioen van de moslims, onder leiding van cAbdullah Ibn Jahsh, de ongelovigen had aangevallen op de laatste nacht van de maand Djomaada II, voorafgaande aan de gewijde maand Radjab, reageerde Allah hierop wat als volgt vertaald kan worden: 

“Zij vragen jou over (het voeren van) een strijd in de Gewijde Maand (de eerste, zevende, elfde en twaalfde maand van de Islamitische kalender zijn de Gewijde Maanden). Zeg (O Mohammed!): “Een strijd daarin (voeren) is (een) grot(e) (zonde). Maar afhouden van het Pad van Allah, ongeloof (plegen jegens) Hem, (het versperren van de toegang tot) al-Masdjid al-Haram (de Heilige Moskee in Mekka) en het verdrijven van haar bewoners is nog groter bij Allah. En al-Fitnah (polytheïsme) is erger dan het doden. En zij zullen jullie blijven bestrijden, totdat zij jullie van jullie godsdienst hebben laten afkeren als zij (hiertoe) in staat zouden zijn. En wie van jullie afkeert van zijn godsdienst (ongelovig wordt) en dan als een ongelovige sterft, van diégenen zijn de daden vruchteloos geworden in het Ondermaanse en in het Hiernamaals en dat zijn de bewoners van de Hel, zij zullen daarin eeuwig verblijven.”                                               (Soerat al-Baqarah: 217)

Op deze wijze sprak de Koran Qoeraish aan. De Koran begint met hun aan te vallen op hun grootste misdaad, hun ongeloof in Allah en het toekennen van deelgenoten aan Hem. Het staat de moslims niet om valse interpretaties van ons geloof voor te schotelen aan de ongelovigen om hen daarmee te behagen. 

Sommige moslims durven niet hun ware Islamitische identiteit te tonen uit vrees om uitgemaakt te worden voor ‘fundamentalist’. Mannen scheren hun baarden weg en vrouwen proberen hun hoofddoeken eruit te laten zien als de laatste herfstcollectie. Als hen voedsel of drank wordt gepresenteerd die haram is, zeggen zij dat ze vol zitten. Slechts weinigen van hen zeggen dat zij dit niet mogen, omdat hun geloof dit niet toestaat. Dit is niet de manier van de Profeet (vrede zij met hem) en zijn Metgezellen! Toen de Metgezellen de Islam accepteerden, waren zij trots op hun geloof en vonden zij, dat alle andere ideologieën en levenswijzen inferieur waren aan datgene wat aan hun van boven de zeven Hemelen door Allah  werd geopenbaard.          

Tijdens de strijd tussen de moslims en de Perzen vroeg Rostum, de leider van het Perzische leger om te onderhandelen met de moslims. Sacd Ibn Abi Waqqas, de aanvoerder van het moslimleger, stuurde daarop een groep metgezellen waaronder Rabic Ibn Amir. De leider van de Perzen liet een gigantisch ontvangst bereiden, zodat hij daarmee deze ‘bedoeïenen’ zou overrompelen en hun positie zou verzwakken. De Perzen vroegen aan Rabic om zonder wapens binnen te komen; dit weigerde hij. Rabic kwam te paard binnen met wapens en al. Hij zette zijn paard vast naast Rostum, waarop de laatste hem vroeg: “Wat brengt jullie hier?” Rabic antwoordde: “Allah heeft ons gestuurd om mensen van de aanbidding van afgoden te brengen naar het aanbidden van Allah en van de onderdrukking van de religies naar de rechtvaardigheid van de Islam. […] Rostum zei: “Kun je deze zaak uitstellen zodat wij erover kunnen nadenken?” Rabic antwoordde: “Ja, hoeveel dagen heb je nodig één of twee?” Rostum antwoordde: “Meer, totdat ik mijn mensen hierover heb ingelicht.” Rabic zei: “Dit kunnen wij niet. Onze Profeet geeft ons geen toestemming om de vijand meer dan drie dagen uitstel te geven. Dus bedenk goed wat je wil.” 

Deze metgezel kwam uit een samenleving die qua materiële zaken ver achter liep op de Perzische samenleving. Desalniettemin liet hij zich niet afleiden of onder de indruk brengen door al dat pracht en praal van de Perzen. Dit komt omdat hij de Waarheid kende. Beschaving begint met het correcte geloof. De ongelovige draagt in zichzelf bepaalde eigenschappen die hem geen goed doen, noch op de aarde noch in het Hiernamaals. Daarom moeten jullie trots zijn op jullie religie. Daarom moeten jullie, O MOSLIMS!, trots zijn op de Islam.

21:06 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-09-08

een goede uiterlijke vertoning zal niet baten, wanneer het innerlijke verdorven is.'

Ibnoel Djawzie [Rahimahoe llaah] heeft gezegd:

[Sayidoel-chaatir/207]

'Ik zweer jullie bij
Allah. Ik heb mensen gezien die veel bidden en vasten en die enkel spreken wanneer het nodig is. Die godvrezend lijken door hun gedrag en hun kledij. Maar de harten keren zich van hen weg en de mensen kennen hen hun status niet toe. En ik heb mensen gezien die de beste kleren droegen, niet veel extra aanbidding verrichten en uiterlijk niet zéér godvrezend leken. Maar de harten waren gevuld met liefde voor Hem. Vervolgens dacht ik na over wat hiervan de oorzaak kon zijn. Ik begreep dat het de daden waren die zij in het geheim verrichten. En er werd overgeleverd dat Imaam Maalik [Rahimahoe llaah] niet veel extra daden verrichte zoals gebeden en vasten (en toch was hij geëerd), maar dit was zeker omwille van zijn innerlijke. Diegene die zijn innerlijke dus rechtzet, zal omwille van zijn gunsten gekend worden en zal door de harten geliefd worden. Pas op voor deze geheimen, want een goede uiterlijke vertoning zal niet baten, wanneer het innerlijke verdorven is.'

21:01 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-09-08

Al Bukhari Rahimahu Allaah..

1 - Ibn Hajar heeft overgeleverd dat Abu Al Azwar zei:



"Er waren rond de 400 geleerden van Hadith in Samarqand, en zij verzamelden zich allemaal om te proberen Muhammad bin Isma'il al-Bukhari een fout te laten maken. Dus, om hem te testen, mixten zij de overleveringsketenen van Sham met de ketenen van Iraq, en die van Iraq met die van Sham, en de ketenen van de Haram met de ketenen van Yemen.

Ondanks dit allemaal, konden zij hem geen enkele fout laten maken."

['Hadi as-Sari'; p. 511]

2 - Abu Ja'far al-Warraq heeft overgeleverd:

"Ik vroeg Abu Abdillah Muhammad bin Isma'il al-Bukhari: "Hoe oud was u toen u de kennis van Hadith ging opdoen?"

Hij antwoorde: "Ik werd geinspireerd om Hadith te bestuderen terwijl ik nog de Quran memoriseerde."

Ik vroeg hem: "En hoe oud was u toen?"

Hij antwoorde: "Tien jaar of jonger. Ik was op mijn 10e klaar met het memoriseren ervan(de Quran). Toen ging ik ad-Dakhili en anderen om Hadith te studeren. Op een dag zei hij, terwijl hij de mensen les gaf: "Sufyan heeft ons overgeleverd op authoriteit van Abu az-Zubayr, die ons heeft overgeleverd op authoriteit van Ibrahim..." Dus zei ik: "O Abu Fulan! Abu az-Zubayr overleverde niet op authoriteit van Ibrahim!" Dus keek hij me geërgerd aan, en ik zei tegen hem: "Ga terug naar uw boeken en verifieër het voor uwzelf, als u deze heeft." Dus ging hij en keek, hij kwam vervolgens naar buiten en zei:"Wat is de correcte keten dan jongen?" Ik zei: "Het is az-Zubayr bin 'Udayy die overleverde van Ibrahim." Dus nam hij een pen, corrigeerde zijn notities en zei tegen me: "Je hebt gelijk."

Sommigen die zaten te luisteren naar het verhaal vroegen al-Bukhari: "Hoe oud was u toen u hem zodanig corrigeerde?"

Hij antwoorde: "Elf. Toen ik de leeftijd van 16 had bereikt, had ik alle boeken van Ibn al-Mubarak en Waki' gememoriseerd. Daarna ging ik met mijn moeder en broer naar Makkah. Toen ik Hajj had verricht, keerde mijn broer terug en ik bleef met mijn moeder om Hadith te studeren. Toen ik 18 was, begon ik met het schrijven van een boek met overleveringen van de Sahabah en Tabi'in (nu bekend als 'at-Tarikh').""

['Sifat as-Safwah'; 2/345]

21:23 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |