14-09-08

Een manier om onze kinderen aan het gebed te helpen

Ik was op een dag onderweg naar kantoor toen ik ergens langs de weg stopte om het middaggebed te verrichten in één van de huizen van Allah. Toen ik de moskee binnentrad merkte ik dat er een huldigingbord met een groot aantal namen van kinderen aan de muur hing. Bovenaan het bord stond ‘namen van kinderen uit de buurt die het gezamenlijke ochtendgebed bijwonen’. Na het gebed stapte ik op de imam af, moge Allah hem belonen, en vroeg hem naar het verhaal achter dit bord.

Hij antwoordde: “Bij Allah, als je het ochtendgebed met ons zou bijwonen dan zou je versteld staan van het aantal kinderen dat het gebed met ons bijwoont. Je zou bijna denken dat het de kinderen van de metgezellen van de Profeet (vrede zij met hem) zijn. Afhankelijk van de donaties die wij krijgen streven wij ernaar om eens of twee keer per jaar de kinderen die het gebed met ons bijwonen in het zonnetje te zetten door een feest voor hen te organiseren.”

Moge Allah de mensen van deze moskee en degenen die donaties geven rijkelijk belonen en ik hoop dat dit soort ideeën door andere moskeeën overgenomen zullen worden. Om zo de kinderen te stimuleren om de verplichte gebeden in de moskee te verrichten en in het bijzonder het ochtendgebed. Dit zal hen ten goede komen wanneer zij volwassen zijn.

Dit soort bewonderenswaardige en eenvoudige initiatieven verdienen het zeker om nagevolgd te worden en het is slechts een kleine moeite om zoiets soortgelijks tenminste thuis toe te passen zodat onze kinderen geprikkeld worden om goede daden te verrichten.

MashaAllah!!!

21:54 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

13-09-08

Verlangers naar de Hoor Al 'Ayn..

Op gezag van

"Wij waren in het land van de Romeinen en kwamen langs een tuin met druiven. Wij vroegen een man onder ons, om de tuin in te gaan en een zak te vullen met druiven. We bleven maar wachtten en wachtten, tot hij uiteindelijk naar buiten kwam met niets. Dus zeiden we tegen hem: "Wat is er mis met je? Ben je gek geworden?" Wij bekeken hem en zagen dat hij in een totaal andere staat was dan toen hij ons had verlaten, aangezien er een licht van zijn gezicht kwam en hij in een erg goede stemming was. We vroegen wat hem verhinderd had om de druiven te pakken, maar hij bleef stil. Uiteindelijk konden wij hem ertoe brengen om ons zijn verhaal te vertellen, dus vertelde hij:
'Toen ik de tuin inging, zag ik onmiddelijk een vrouw liggend op een bed dat van goud was gemaakt, en ik realiseerde mij dat zij van Hur al-'Ayn was, ik wende mijn blik van haar af en keek richting de druiven, maar zag daar ook een vrouw als haar. Ik wende mijn blik ook van haar af, en zij zei toen: 'Zowel ik als de vrouw die je net zag, zijn jouw vrouwen van de Hoor Al Ayn, en vanaf vandaag zul je samen met ons zijn.'

Daarna, reden wij allen weg het slagveld in. Plotseling ging hij ons allemaal voor in de hoop om martelaar te worden, en hij eindigde als de eerste van ons allen die die dag het martelaarschap verkreeg.
"

Authentieke overlevering, Abdullah bin al-Mubarak's Kitab al-Jihad overlevering nummer 143.

Op gezag van

"Een jonge man ging eens strijden om het martelaarschap te krijgen, maar hij verkreeg het martelaarschap niet. Op een dag, terwijl hij met zijn metgezellen was, ging hij een dutje doen in een nabijgelegen luifel.

Toen het tijd was om Dhuhr te bidden, gingen zijn metgezellen hem wekken. Toen hij wakker werd, begon hij zo intens te huilen dat zijn vrienden dachten dat er iets met hem gebeurd was. Toen hij dit zag, zei hij tegen hen: 'Er is niets mis met mij.' Hij vertelde hen toen wat er gebeurd was:

'Wat er gebeurd was is, dat toen ik sliep er een man naar mij toe kwam en zei:'Laten we je groot oogige vrouw bezoeken.' Ik stond dus op en ging samen met hem naar een wit land, dat zo puur wit en zuiver was. Wij kwamen bij een tuin aan, van een soort die ik nog nooit gezien heb. In deze tuin zaten 10 jonge vrouwen, met een schoonheid die ik nog nooit gezien heb. Ik hoopte dat de vrouw waar hij het over had, een van hen zou zijn. Ik vroeg hen: 'Is de ene met grote ogen onder jullie?' Zij antwoordden: 'Ze is dichtbij, wij zijn haar bedienden.'

Zo ging ik en mijn metgezel verder tot we aankwamen bij een andere tuin die mooier was dan die net hadden verlaten, met twintig jonge vrouwen die daarin zaten die mooier waren dan de tien die wij net hadden verlaten, en ik hoopte dat mijn vrouw één van hen zou zijn. Ik vroeg hen: "Is de ene met grote ogen onder jullie?" Zij antwoordden: 'Ze is dichtbij, wij zijn haar bedienden.'

Wij gingen verder tot wij bij een groot overkoepeld gebouw aankwamen dat van rode robijnen was gemaakt en door licht werd omringd, mijn metgezel vroeg me om naar binnen te gaan. Ik ging naar binnen en trof daar een vrouw aan, wiens licht feller was dan het licht dat het gebouwd omringde. Ik ging zitten en praatte een uur lang met haar.

Plotseling, vertelde mijn metgezel me om op te staan en weg te gaan. Ik kon hem niet ongehoorzaam zijn en stond op om weg te gaan. De vrouw greep mij bij de rand van mijn mantel en zei: 'Blijf en verbreek je vasten met ons vanavond!' Op dat moment wekte u mij op voor het gebed, en toen ik realiseerde dat het enkel een droom was, begon ik te huilen.'

Zodra hij klaar was met zijn verhaal, werd er omgeroepen om de paarden te berijden en naar het slagveld te vertrekken. Zodra de zon onderging - de tijd voor de vastende om zijn vasten te verbreken - werd hij gedood, terwijl hij vastende was.
"

Authentieke overlevering, Abdullah bin al-Mubarak's Kitab al-Jihad overlevering nummer 149.

Op gezag van

"Wij vielen het land van de Romeinen aan met Fudalah bin 'Ubayd vanuit de zee kust - en het was de eerste keer voor Fudalah om op zee kust te strijden - terwijl wij reisden, begon Fudalah sneller te rijden, en hij was de leider van de groep. In die tijd, luisterden de leiders naar degene wie Allah- de Machtige en Verhevene - gekozen had om hen te adviseren. Dus zei een van hen: 'O onze leider, de mensen zijn opgesplitst(doordat een groep langzamer was) laten we dus even wachten totdat zij zich weer bij ons aansluiten.' We bleven wachten bij een gebied waar een klif was, waar bovenop een kasteel was dat omring werd door een vesting. Sommige van ons stonden en sommige zaten.

Plotseling, benaderde een rood uitziende man met een lange snor ons. We brachten hem naar Fudalah en zeiden: 'Dit is een man die ons vanuit de richting van de vesting van de Romeinen benaderde. Hij heeft geen (vredes)overeenkomst of (vredes)contract met ons. Wat moet er met hem gedaan worden?'

De (rood achtige) man zei toen: 'Vóór de dag van vandaag, zou ik zwijnen vlees eten en alcohol drinken. Afgelopen nacht, toen ik thuis kwam bij mijn gezin en in slaap viel, benaderden twee mannen mij in mijn slaap, zij wasten mijn maag van binnen uit en trouwden mij met twee vrouwen - waarvan de een niet jaloers is op de ander. De twee vrouwen zeiden: 'Accepteer Islaam, want wij zijn alleen gereserveerd voor de Moslims.''

Hij had niet eens zijn verhaal afgemaakt, of we werden aangevallen met stenen projectielen vanuit de vesting. De man werd geraakt boven zijn hals terwijl hij zich tussen ons bevond. Fudalah zei toen: "Allahoe Akbar! Zijn daden waren weinigen, maar zijn beloning is groot! Bid over uw broeder." Zo baden wij over hem en begroeven hem waar wij ons bevonden, en vervolgden verder onze weg.
"

Authentieke overlevering, Abdullah bin al-Mubarak's Kitab al-Jihad. Overlevering nummer 150.

 

al-Qasim bin 'Abd ar-Rahman al-Mas'udi:
as-Sirri bin Yahya al-Binani :

'Abd ar-Rahman bin Yazid bin Mu'awiyah:

19:50 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-09-08

"Wanneer de twee legers elkaar ontmoeten.."

'Abdullah bin 'Ubayd bin 'Umayr al-Laythi (Tabi'i) zei:

"Wanneer de twee legers elkaar ontmoeten, stuurt Allah de Hoor Al Ein naar onze hemel, als zij dan een man zien voortgaan naar de vijand, zeggen ze: "O Allah! Houd hem standvastig!" en als zij hem zien terugtrekken, bedekken ze hun gezichten van hem uit schaamte, en als hij gedood word, dalen zij tot hem en vegen het stof van zijn gezicht, zeggend: "O Allah, giet vuil op degene die hem bevuilde, en giet stof op degene die hem bestofte,.

19:47 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-09-08

"Mijn voeten zijn niet op het Pad van Allah bedekt geraakt met stof.."


 

Toen de dag kwam voor Yunus ibn Ubayd, de dag die voor ons allen zal komen, en hij op zijn sterfbed lag.. keek hij naar zijn voeten en begon te huilen. Hij werd hierom gevraagd, en hij antwoorde huilend: "Mijn voeten zijn niet op het Pad van Allah bedekt geraakt met stof.." [1]


[1] Hij refereert hiermee naar de Hadeeth die overgeleverd is in Saheeh Al Bukhari, op gezag van van Ibn Jaber dat de Profeet vrede zij met hem zei: "Iemand wiens voeten bedekt raken met stof op het Pad van Allaah (Jihaad), zal niet geraakt worden door het hellevuur."

 

 

21:20 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-09-08

En jij beweert van de Profeet te houden?!

Imam Malik

(Moge Allaah Barmhartig met hem zijn) zei:

1 - "Ik heb Muhamad ibn al-Munkadir gezien en hij was een van de top reciteurs van de Quran. Hij zou niet gevraagd worden over een Hadeeth, behalve dat hij zou huilen en huilen totdat wij hem moesten kalmeren. "

2 - "En ik heb Ja'far ibn Muhamad gezien die vaak zou glimlachen, maar wanneer de Profeet vrede zij met hem werd aangehaald, werd hij bleek. Ik heb hem nog nooit een Hadeeth zien overleveren, behalve in een staat van Wudhu (uit respect). En toen de tijden minder werden, heb ik hem nooit gezien of hij was in een van deze drie situatie's: biddend, of hij was stil, of reciteerde de Quran. Hij zei nooit een woord die geen betekenis had (praatte nooit onzin), en hij was een van de geleerden en aanbidders die een grote angst voor Allah hadden."

3 - "Wanneer Abdur-Rahman ibn al-Qaasim de Profeet vrede zij met hem zou aanhalen, zou zijn gezicht bleek worden alsof al het bloed in zijn gezicht weggezogen was. En zijn tong zou opdrogen uit respect voor de Boodschapper van Allah."

4 - "Ik ging naar 'Aamir ibn Abdullaah ibn az-Zubayr, wanneer hem over de Profeet vrede zij met hem verteld werd, zou hij zoveel huilen totdat hij niet meer huilen kon."

5 - "Ik zag az-Zuhree en hij was een van de aardigste mensen. Maar wanneer hem over de Profeet vrede zij met hem verteld werd, zou hij jou niet meer herkennen en jij hem niet(door zijn intense huilen). "

6 - "Ik ging naar Safwaan ibn Sulaym, hij was een van de Mujtahid geleerden en aanbidders. Wanneer hem verteld werd over de Profeet vrede zij met hem, zou hij huilen, en niet stoppen met huilen totdat de mensen geen andere keus hadden dan opstaan en weggaan."

[Ibn Taymiyah in Kitaab al-Waseelah , pg. 92]

00:04 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-09-08

De hoeksteen

In Mattheüs 21: 42-44 zegt Jezus tegen het nageslacht van Israël:
 
“Hebt u dit nooit in de Schriften gelezen: De steen die de Bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden. Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te zien. Daarom zeg ik u: het Koninkrijk van God zal u worden ontnomen en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen…”
 
Volgens sommige christenen, die de broeders van al-Yaqeen een brief hebben geschreven als reactie op een door hun geschreven stuk met de titel: “Mohammed in de Bijbel”, doelt Jezus met deze tekst op zichzelf en niet op een Profeet buiten Israël en zeer zeker niet op Mohammed (vrede zij met hem). Het andere volk dat hier ter sprake komt wordt volgens hen vertegenwoordigd door de religieuze leiders. Echter bewijst dit nogmaals hun gebrek aan kennis op het gebied van exegese. Zij zijn kennelijk niet in staat een behoorlijke verklaring te geven voor deze bijbelse teksten die het fundament vormen van hun geloof. De veronderstelling dat Jezus deze woorden heeft gesproken om aan te geven dat de kerk in de plaats van Israël is gekomen is niet juist en verre van onderbouwd.
 
Als men de tekst leest, lijkt het overduidelijk dat het koninkrijk wordt weggenomen van het ene volk -Israël, waartoe ook Jezus behoort - en gegeven zal worden aan een ander volk. Als wij de Griekse tekst raadplegen, vinden wij het woord ethnos, een woord dat meestal wordt gebruikt voor een “heidens” volk, en de Arabieren werden destijds beschouwd als een heidens volk. In het christendom gebruikt men de term ‘ethnos’ om niet-christenen aan te duiden, meer specifiek de groep van ongelovigen of van een totaal andere religie en cultuur. Er staat dus ethnos in plaats van Laos; het woord dat meestal specifiek voor Gods volk Israël wordt gebruikt. Dus als wij de Griekse tekst raadplegen, dan staat er: ‘het koninkrijk van God zal gegeven worden aan een volk dat tegenover Israël staat.’ Bij het uitleggen van dit soort teksten moeten de christenen oppassen dat zij niet vanuit eigen perspectief, een vertekend beeld gaan geven van deze woorden. Nu is mijn vraag aan hen; behoort Jezus zelf tot het volk dat het koninkrijk van God heeft mogen ontvangen of niet? Zij zullen allen zeggen dat hij zelfs de brenger en stichter is van dit koninkrijk en natuurlijk behoort hij tot dit verkozen volk.
 
Maar laten wij nu de gelijkenis aanhalen die Jezus als inleiding presenteerde op het verhaal van de bouwlieden. Hij zei namelijk:
 
“Luister naar een andere gelijkenis. Er was eens een landheer die een wijngaard aanlegde en hem omheinde. Hij groef er een kuil voor de wijnpers en bouwde een uitkijktoren. Toen verpachtte hij hem aan wijnbouwers en ging op reis. Tegen de tijd van de druivenoogst stuurde hij zijn knechten naar de wijnbouwers om zijn vruchten in ontvangst te nemen. Maar de wijnbouwers grepen de knechten, ze mishandelden er een, doodden een ander en stenigden een derde. Daarna stuurde de landheer andere knechten, een grotere groep dan eerst, maar met hen deden ze hetzelfde. Tenslotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben. Toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze onder elkaar: ,,Dat is de erfgenaam! Kom op, laten we hem doden en zo zijn erfenis opstrijken”, en ze grepen hem vast, gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem. Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt, wat moet hij dan met die wijnbouwers doen? Zij antwoordden: ,,De onmensen! Laat hij ze op een mensonwaardige manier ombrengen en de wijngaard verpachten aan andere wijnbouwers, die de vruchten wel aan hem afdragen wanneer het daar de tijd voor is.”
(Mattheüs 21: 33-41)
 
Deze vergelijking die door Jezus wordt gemaakt, leert ons dat de heer van de wijngaard veel geduld heeft met de huurders en knechten blijft sturen. Hiermee wordt het parallel getrokken met God. Hij heeft meerdere profeten gestuurd naar de kinderen van Israël en stuurde volgens de christenen uiteindelijk Zijn Eigen zoon naar hen toe. Verheven is Allah boven het hebben van een zoon. De pachters kozen ervoor om de zoon eveneens te vermoorden, zodat zij de wijngaard zouden erven en geen huurprijs meer hoefden te betalen. Zij wilden zijn dood dus gebruiken voor hun eigen voordeel. En dit is precies wat er volgens hun valse overtuiging gebeurd is met Jezus.
 
Het gevolg hiervan is dat deze slechte pachters, middels het doden van de zoon, door de Heer uit de wijngaard worden gegooid en er nieuwe mensen komen om deze te beheren. Mensen die de Heer zullen dienen en die wel zullen luisteren. Aansluitend op het verhaal zegt Jezus: “Het koninkrijk van God zal u worden ontnomen en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen.” Dus hoe kan Jezus de stichter en voorman zijn van de nieuwe huurders van de wijngaard, terwijl de overdracht pas plaatsvond na de dood van de zoon van de heer, oftewel na de dood van Jezus? Uit het verhaal is ook op te maken dat de komst van de zoon niets aan de situatie heeft veranderd. En ik kan mij werkelijk niet voorstellen dat er een christen bestaat die zich in deze opvatting kan vinden, namelijk dat de komst van Jezus niets heeft opgeleverd. Christenen geloven daarentegen dat met de komst van Jezus het koninkrijk van God haar intrede heeft gedaan en de verhalen over Jezus die zieken genas, demonen verdreef en een nieuwe levensethiek onderwees, worden door hen als een demonstratie van dat koninkrijk van God beschouwd.
 
Tevens verwijst het koninkrijk van God, volgens de christenen, naar de veranderende staat van ziel of gedachte binnen het Christendom. Ook dit fenomeen was ten tijde van Jezus volop aanwezig onder zijn apostelen en volgelingen. Dit bevestigt nogmaals dat de nieuwe huurders van de wijngaard, welke als metafoor dient voor het koninkrijk van God, niet Jezus en zijn volgelingen kunnen zijn. Dit omdat de overdracht van de wijngaard en dus van het koninkrijk pas op gang komt als de zoon reeds de dood heeft gevonden en niet eerder. Om dit bevestigd te krijgen is het voldoende om nogmaals de woorden van Jezus aan te halen, hij zegt namelijk: “Het koninkrijk van God zal jullie worden ontnomen en gegeven worden aan een volk dat wel vrucht laat dragen.” Hij zegt: “Het zal jullie worden ontnomen.” En we weten allemaal dat het werkwoord “zal” gebruikt wordt om uit te drukken dat iets in de toekomst staat te gebeuren en niet in de tegenwoordige tijd. Dus het afnemen van het koninkrijk en dit vervolgens aan anderen geven, deed zich niet voor ten tijde van Jezus, maar daarna.
 
Wij lezen bovendien in de Bijbel dat Johannes de Doper zegt: “Komt tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!”
(Matteüs 3 : 2)
 
Het gegeven dat Johannes de Doper het koninkrijk van God verkondigde als zijnde iets dat nog komen zal, is het onomstotelijke bewijs dat dit koninkrijk niets te maken heeft met Jezus die toentertijd reeds aanwezig was. 
 
Ook stuurde Jezus zijn leerlingen er op uit met de volgende boodschap: “Als jullie een stad binnengaan waar je niet welkom bent, trek dan door de straten en zeg: “Zelfs het stof van uw stad dat aan onze voeten kleeft, vegen we van ons af als aanklacht tegen u; maar bedenk wel: het koninkrijk van God is nabij!”
(Lucas 10:10-11)
 
Uit deze en andere teksten is duidelijk op te maken dat het koninkrijk van God ten tijde van Johannes en Jezus (vrede zij met hen beiden) niet zichtbaar is geworden. Het bestond zelfs niet in de tijd van de apostelen die zich moesten beperken tot het zeggen van de volgende woorden: “het koninkrijk van God is nabij!”
 
In het licht van het voorgaande kunnen wij niet anders concluderen dan dat de genoemde Hoeksteen die door de bouwlieden is verworpen niet Jezus maar Mohammed is. Dit ook om de volgende reden, namelijk het feit dat deze gekozen hoeksteen wonderbaarlijk is in de ogen van de kinderen van Israël. Dit geeft duidelijk aan dat deze voort zal komen uit een onverwachte hoek. Namelijk uit het nageslacht van Ismael, die door de Israëlieten als een verworpeling wordt beschouwd. En gelet hier op het verband tussen de steen die door de bouwlieden wordt verworpen en Ismael die in Israëlitische kringen als verworpeling wordt beschouwd, omdat hij de zoon wasvan een Egyptische slavin en dus volgens de lieden van het boek niet als wettelijke erfgenaam werd gezien van het Verbond tussen God en Abrahams nakomelingen. Jezus daarentegen is van joodse komaf en zijn profeetschap kan niet als vreemd worden ervaren door de Israëlieten.
 
Daarom wil ik jullie herinneren aan de volgende woorden van onze Profeet (vrede zij met hem), die een afstammeling is van Ismael. Hij zegt namelijk het volgende: Waarlijk, ik en de profeten voor mij zijn te vergelijken met een bouwwerk dat door een man gebouwd wordt, een mooi aanzien wordt gegeven, behalve de plaats van één hoeksteen die leeg is blijven staan. De mensen die dit gebouw kwamen bezichtigen, vonden het ontzettend mooi, maar zeiden steeds: ,,Was die laatste hoeksteen maar ook geplaatst.” Toen zei de Profeet (vrede zij met hem): “Ik ben die laatste steen en ik ben de laatste der profeten.”
(al-Boekhaari)
 
Ook wil ik toevoegen dat de overdracht van het profeetschap naar een ander volk, ook ergens anders in de bijbel ter sprake komt. Zo lezen wij in Genesis 49: 10 dat Jacob zijn kinderen verzamelde en tegen hen zegt:
 
“De scepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt die er recht op heeft, die alle volkeren zullen dienen.”
 
Een scepteris een stok die geldt als machtssymbool van een koning en Juda is de stamvader van één van de twaalf stammen van Israël waaruit de meeste joden voortkomen. En ‘Silo’ betekent volgens de christenen de ‘rustbrenger’ of ‘hij die het (uiteindelijk) allemaal toekomt’.
 
Uit de voorgaande tekst is dus duidelijk op te maken dat de scepter, die hier symbool staat voor het profeetschap, in het bezit van de kinderen van Israel zal blijven totdat Silo, oftewel de rustbrenger, komt. Ook kunnen wij concluderen dat Silo geen onderdeel uitmaakt van het nageslacht van Juda. Hij is dus geen Jood, want met zijn komst verdwijnt volgens Jacob de scepter uit de handen van de kinderen van Israel en wordt deze aan anderen overhandigd waartoe Silo behoort. De christenen menen dat met ‘Silo’ Jezus wordt bedoeld. Maar dit is onmogelijk, want Jezus is van Joodse komaf en zorgde juist voor het aanblijven van de scepter binnen het nageslacht van Israël. Ook heeft hij te kennen gegeven in Matteus 5:17 de wet die toentertijd onder de Joden gold niet te willen opheffen, maar juist  deze te vervullen.
 
Uit de voorgaande teksten is duidelijk op te maken dat het profeetschap bij de kinderen van Israël zal worden weggenomen en gegeven zal worden aan een volk dat weinig eerbied en respect geniet bij de kinderen van Israël. En ik kan mij werkelijk geen ander volk dan de Arabieren bedenken die afstammelingen zijn van Ismael en die in de ogen van de Israëlieten als verworpeling werd beschouwd. In Genesis 32:21 lezen wij:
 
Met niet-goden hebben zij Mij getart, met hun goden van niets Mij getergd. Nu tart Ik hen met een niet-volk en terg hen met een volk van niets.”
 
Dus als gevolg van hun aanhoudende en steeds groter wordende ongehoorzaamheid jegens God. En daarbij moet men denken aan zaken zoals het aanbidden van het kalf, het vereren van andere goden, het schenden van het verbond en het verwerpen van de religieuze voorschriften. Als vergelding hiervoor doet God de belofte dat hij de kinderen van Israël zal tergen met een volk van niets. En het waren de Arabieren die toentertijd, in tegenstelling tot andere volkeren, als een volk van niets werden beschouwd, als dwazen omdat zij onwetend en ongeordend waren op alle gebieden. De bewijzen spreken dus voor zich.
 
Tenslotte wil ik zeggen dat deze woorden van mij aangaande de tekst van Mattheüs 21: 42-44 in eerste instantie bedoeld waren als reactie op de vraag van een christen, maar nog belangrijker is dat hiermee met de toestemming van Allah de weg geopend wordt voor eenieder die zoekende is naar de Waarheid om deze te leren kennen. De waarheid die slechts te vinden is in de Islam. De Waarheid die alleen tot haar recht komt door het volgen van de Profeet (vrede zij met hem) en daarom vraag ik Allah om iedereen naar deze bevrijdende Waarheid te leiden.
 
Uitgetypte lezing van Aboe Ismail
Locatie: Moskee as-Soennah

16:42 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-09-08

Over broeder en zusterschap..

1 - Ibn Rajab verhaalt:



"Muhammad bin Wasi' was een ezel aan het verkopen aan een man, dus vroeg de man: "Ben jij tevreden met deze ezel?"

Ibn Wasi' antwoorde: "Als ik niet tevreden was met deze ezel, dan zou ik hem niet aan jou verkopen.""

['Jami' al-'Ulum wal-Hikam'; 1/305]


2 - 'Ali bin Abi Talib zei:

"Een man die wenst dat zelfs de veters van zijn schoenen beter zijn dan die van zijn vriend, valt onder degenen die bedoeld worden in het Vers: {"Daar is het tehuis van het Hiernamaals! Wij geven het degenen die op aarde geen zelfverheffing wensen, noch wanorde stichten..."} [al-Qasas; 83]."

[Overgeleverd door at-Tabari in 'Jami' al-Bayan'; 20/122]


3 - al-Fudayl bin 'Iyad zei:


"Als jij voor de mensen wenst dat zij precies hebben wat jij hebt (en niet meer), dan ben jij niet oprecht voor jouw Heer. Hoe is het dan als jij in het geheim voor hen wenst om minder te hebben, dan wat jij hebt?"

['Jami' al-'Ulum wal-Hikam'; 1/309]


4 - Ibn 'Abbas zei:

"Waarlijk, ik kwam een Vers tegen in het Boek van Allaah, en ik wens dat iedereen de kennis (over het vers) had die ik heb."

['Hilyat al-Awliya'; 9/119]


5 - Ibn 'Abbas zei ook:

"Waarlijk, ik word blij als ik hoor dat een land wat bewoond is door Moslims, wat regenval heeft gekregen. Ook al heb ik persoonlijk geen profijt van die regenval."

['Hayat as-Sahabah'; 2/743]


6 - Abu Nu'aym verhaalt:

"Wanneer 'Utbah de mensen voedsel zou geven om hun vasten te verbreken, zou hij zeggen tegen sommigen van de aanwezigen: "Breng mij wat van jullie water en dadels om mijn vasten te breken, zodat jullie dezelfde beloning als mij zouden hebben."

['Hilyat al-Awliya'; 6/235]

* Doordat hij dus zijn vasten verbreekt met hun water en dadels, zullen zij een aandeel hebben in de beloning van zijn vasten. Subhanallaah, hoe diep dachten deze mensen na?!

7 - ash-Shafi'i zei:

"Ik wens dat alle mensen deze kennis zouden leren, zonder dat ik daar enig krediet (dankbetuiging) voor word gegeven."

['Siyar al-A'lam an-Nubala'; 10/55]


8 - Abu 'Abdullah bin al-Khatib 'verhaalt:

"Abu Hamdun (één van de Tabi'in) had een rol (papier) waarop meer dan drie honderd namen van zijn nabije vrienden waren geschreven, en hij zou smeekbeden voor ze verrichten - één voor één - iedere nacht."

['Sifat as-Safwah'; 1/492]


9 - Ja'far bin Muhammad zei:


"Wat een slechte vriend is hij: degene wiens broeder zich niet comfortabel voelt om zijn tas van bezittingen open te maken in zijn afwezigheid, en te nemen wat hij nodig heeft zonder toestemming."

['Min Akhlaq as-Salaf'; p. 70]

* Als mijn broeder zich dus oncomfortabel voelt om van mijn bezittingen te nemen in mijn afwezigheid, dan ben ik een slechte vriend. Waarom? Omdat mijn vriend dan weet dat ik boos en kwaad zou worden.

10- Abu Sulayman ad-Darani zei:

"Als ik de gehele wereld en alles wat erin zit, aan een broeder van mij zou geven.. dan zou ik wensen dat ik hem meer kon geven."

['Ihya' 'Ulum ad-Din'; 2/211]

18:19 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |