27-08-08

Jezus (vrede zij met hem), zoals hij werkelijk was

De Kerk draagt de overtuiging uit dat Jezus (de zoon van) God is die gekomen is om de mensheid te verlossen van de zonden. De weldenkende lezer daarentegen behoeft niet meer dan de volgende Bijbelse teksten om deze doctrine te verlaten.

 

En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Eén, namelijk God.

(Marcus 10: 18)

Gij Israëlietische mannen, hoort deze woorden: Jezus de Nazaréner, een Man van God, onder u betoond door krachten, en wonderen, en tekenen, die God door Hem gedaan heeft, in het midden van u, gelijk ook gijzelf weet;”

(Handelingen 2: 22)

En Hij zeide tot hen: Welke? En zij zeiden tot Hem: De dingen aangaande Jezus de Nazaréner, die een Profeet was, krachtig in werken en woorden, voor God en al het volk.”

(Lucas 24: 19)

Ik kan niets doen uit mijzelf: ik oordeel naar wat ik hoor, en mijn oordeel is rechtvaardig omdat ik mij niet richt op wat ik zelf wil, maar op de wil van hem die mij gezonden heeft.”

(Johannes 5: 30)

Allen werden vervuld van ontzag en loofden God met de woorden: Een groot profeet is onder ons opgestaan,’ en: ‘God heeft zich om zijn volk bekommerd!”

(Lucas 7: 16)

Ook vertelt de Bijbel dat de moeder van Jezus zwanger werd van hem en dat hij na een week besneden werd:

Een week later, toen de tijd gekomen was dat Hij besneden moest worden, kreeg Hij de naam Jezus, die door de engel was genoemd voordat Hij in de moederschoot werd ontvangen.”

(Lucas 2: 21)

Tevens blijkt Jezus over tal van menselijke eigenschappen te beschikken. Zo heeft hij behoefte aan voedsel en drank, huilt hij, verricht hij het gebed en stelt hij zich nederig op:

De Zoon des mensen is gekomen, etende en drinkende, en zij zeggen: Ziet daar, een Mens, Die een vraat en wijnzuiper is, een Vriend van tollenaars en zondaars. Doch de Wijsheid is gerechtvaardigd geworden van Haar kinderen.”

(Matteüs 11: 19)

Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’ Er stond daar een vat zure wijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond.”

(Johannes 19: 28)

Jezus begon ook te huilen.”

(Johannes 11: 35)

En hij liep bij hen weg, tot ongeveer een steenworp ver, en knielde daarna neer om te bidden. Hij bad: ‘Vader, als u het wilt, neem dan deze beker van mij weg. Maar laat niet wat ik wil, maar wat u wilt gebeuren.’ Uit de hemel verscheen hem een engel om hem kracht te geven. Hij werd overvallen door doodsangst, maar bleef bidden; zijn zweet viel in grote druppels als bloed op de grond.”

(Lucas 22: 41-44)

Vervolgens ging Jezus met zijn leerlingen naar een plek die Getsemane genoemd werd. Hij zei: ‘Blijven jullie hier zitten, ik ga daar bidden.’ Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs met zich mee. Toen hij zich bedroefd en angstig voelde worden, zei hij tegen hen: ‘Ik voel me dodelijk bedroefd; blijf hier met mij waken.’ Hij liep nog een stukje verder, knielde toen en bad diep voorovergebogen: ‘Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan! Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.”

(Matteüs 26: 36-39)

Wanneer je deze teksten heb gelezen, hoe kun je dan beweren dat Jezus (de zoon van) God is, terwijl hij én de mensen van zijn tijd aangaven dat hij slechts een Profeet was? Hoe kan hij (de zoon van) God zijn, terwijl hij in de schoot van een vrouw heeft gelegen die at, dronk, menstrueerde en haar behoeften deed? Hoe kan hij (de zoon van) God zijn, terwijl hij huilend ter aarde kwam en gespeend werd? Hoe kan hij (de zoon van) God zijn, terwijl hij aangaf niet goed te zijn? Hoe kan hij (de zoon van) God zijn, terwijl hij een ander aanroept?

Vervolgens zou Jezus gekruisigd zijn. Heb je jezelf nooit afgevraagd hoe het kan zijn dat (de zoon van) God gekruisigd is, terwijl hij ondertussen huilde en smeekte om genade.

Aan het einde daarvan, in het negende uur, gaf Jezus een schreeuw en riep luid: Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat wil zeggen: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?

(Matteüs 27: 46)

Zou (de zoon van) God zichzelf zo vernederen dat hij zich laat bespotten, bespugen en slaan in zijn gezicht?

Ze sloegen hem met een rietstok tegen het hoofd en bespuwden hem, en bogen onderdanig voor hem. Nadat ze hem zo hadden bespot, trokken ze hem het purperen gewaad uit en deden hem zijn kleren weer aan.”

(Marcus 15: 19-20)

Beste mensen, Jezus (vrede zij met hem) heeft zelf aangegeven wie hij daadwerkelijk is. Hij stelde zich namelijk gelijk aan de mensen en is evenals zij een dienaar van God.

Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.”

(Johannes 20: 17)

00:23 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-08-08

De verlossingsleer

Dit zijn enkele vraagstukken die wij wensen voor te leggen aan onze christelijke medemens omtrent de verlossingsleer.
 
Ten eerste:
 
Ongetwijfeld geloven jullie dat God volledige Heiligheid toekomt en dat Zijn Heiligheid geen enkele tekortkoming omvat, hoe kunnen jullie dan toch geloven in het feit dat Hij vastgenageld is aan het kruis van vervloeking. Er staat namelijk geschreven:
 
“Maar Christus Jezus heeft ons vrijgekocht van deze vloek door voor ons te worden vervloekt, want er staat geschreven: ,,Vervloekt is ieder mens die aan een paal hangt.”
(Galaten 3: 13)
 
Bestaat er een grotere tekortkoming dan deze die toegeschreven wordt aan Zijn Goddelijke Wezen? Of is het Zijn Ultieme Heiligheid die Hem ertoe bracht om de zondeval te verhelpen door Zichzelf te laten vallen?
 
Ook leert de christelijke dogma ons dat de erfzonde een belemmering vormt tussen de mens en zijn Heer, aangezien de Almachtige God Allerheiligst is. Hoe zat het dan met deze heiligheid toen Hij profeten zond, toesprak, steunde in de strijd tegen hun vijanden en sommigen van hen naar Hem deed opvaren? Zoals in de volgende passage:
 
“Door zijn geloof werd Henoch naar elders overgebracht, om niet te hoeven sterven; hij werd niet meer gevonden, omdat God hem had weggenomen.”
(Hebreeën 11: 5)
 
En:
 
“En terwijl ze liepen te praten, werden ze plotseling uit elkaar gedreven door een wagen van vuur, met paarden van vuur ervoor, en Elia werd in een stormwind meegevoerd naar de hemel.”
(2 Koningen 2: 11)
 
En meer van dit soort voorbeelden. Waarom verhinderde de erfzonde hen dan niet om tot hun Heer te naderen?
 
Ten tweede:
 
Welke grote wijsheid ligt verscholen in het feit dat de mensheid de last van de zonde van Adam blijft dragen, tot aan het verschijnen van Jezus vele eeuwen later, zodat hij als offer zou dienen ter bevrijding van de mensheid van deze zonde? Dit terwijl er tussen Jezus en Adam vele generaties en Profeten hebben geleefd. Waarom is Jezus dan niet direct gezonden na de zondeval van Adam om de sporen hiervan te wissen? Heeft de Goddelijke Barmhartigheid er dan voor gekozen om de mensheid voor een lange tijd gebukt te laten gaan onder de smet van vervloeking, zonde en verdorvenheid?
 
Ten derde:
 
In Numeri 16: 22 staat vermeld dat Mozes en Aaron tegen God zeiden:
 
“God, u die al wat leeft de levensadem schenkt, als één mens zondigt, laat u uw toorn dan op het hele volk neerkomen?”
 
In het verlengde hiervan is het niet meer dan vanzelfsprekend dat wij de volgende vraag stellen: “God, u die al wat leeft de levensadem schenkt, als Adam zondigt, laat u uw toorn dan op de gehele mensheid neerkomen?”
 
Ten vierde:
 
In het Oude Testament lezen we:
 
“Ouders mogen niet ter dood gebracht worden om wat hun kinderen hebben misdaan, en kinderen niet om de misdaden van hun ouders; alleen om wat iemand zelf misdaan heeft, mag hij ter dood gebracht worden.”
(Deuteronomium: 24: 16)
 
Bedriegt de Almachtige God hier de mensheid wanneer Hij in eerste instantie te kennen geeft dat de ouders niet vanwege de misdaden van hun kinderen ter dood gebracht mogen worden, noch de kinderen vanwege de misdaden van hun ouders om hen vervolgens wel verantwoordelijk te houden voor de zonden van de eerste man en vrouw die geschapen zijn? God verhoede!
 
Ten vijfde:
 
Er valt in het Oude Testament te lezen:
 
“En wanneer dan mijn volk, het volk dat mij toebehoort, het hoofd buigt, al biddend mijn aanwezigheid zoekt en terugkeert van zijn dwaalwegen, dan zal ik het aanhoren vanuit de hemel, zijn zonden vergeven en het land genezen.”
(2 Kronieken 7: 14)
 
Betreft het hier niet Goddelijke Wetgeving waarin men gemoedsrust kan vinden en die ons verduidelijking biedt over de onjuistheid van de verlossingsleer? Is er dan nog behoefte aan de kruisiging en het offerlam?
 
Ten zesde:
 
De kerkelijke leer schrijft ons voor dat de kruisiging van Jezus als boetedoening dient voor degenen die in hem geloven. Hoe komen degenen die voor hem hebben geleefd dan in aanmerking voor verlossing?
 
Ten zevende:
 
Jullie geloven in de rechtvaardigheid van de Rechtvaardige God en jullie Boek geeft te kennen welke straffen Adam, Eva en de slang hebben moeten doorstaan na de zondeval, namelijk:
 
  • De last van zwangerschap en geboorte en het verlangen van de vrouw naar de man:
 
Tegen de vrouw zei hij: ,,Zwaar zal ik je zwangerschap maken, met pijn breng je kinderen
ter wereld. Verlangen zul je naar je man, hij zal je heerser zijn.”
(Genesis 3: 16)
 
  • De voortdurende vijandigheid tussen de vrouw en de slang:
 
Vijandschap zal er zijn tussen jou en de vrouw, tussen al jullie nakomelingen: zij zullen jouw kop vertrappen, jij zult hen in de hiel bijten.
(Genesis 3: 15)
 
  • Het vervloekt raken van de grond waarvan de mens afhankelijk is voor zijn levensonderhoud:
 
“Omdat je hebt geluisterd naar je vrouw en hebt gegeten van de boom die Ik je had verboden, zal de grond vervloekt zijn omwille van jou! Zwoegend zul je van hem eten, alle dagen van je leven. Distels en doorns zal hij voortbrengen, met veldgewas moet jij je voeden. In het zweet zul je werken voor je brood, tot je terugkeert naar de grond, waaruit je bent genomen: je bent stof, en tot stof keer je terug.”
(Genesis 3: 17-19)
 
  • De bestraffing die de slang van God moest ondergaan, namelijk het kruipen over diens buik:
 
Omdat je dit gedaan hebt, ben je vervloekt, onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten! Op je buik zul je kruipen en stof zul je eten, alle dagen van je leven!
(Genesis 3: 14)
 
De vragen die zich nu dan opwerpen zijn: “Aangezien God rechtvaardig is en Hij vrede heeft gesloten met de mens door Jezus voor onze zonden te laten sterven, waarom zetten deze straffen zich dan nog steeds voort? Waarom lijdt de christenvrouw nog steeds onder de last van zwangerschap en bevalling? Waarom verlangt de vrouw nog steeds naar een man? Waarom zet de vijandigheid zich nog steeds voort tussen de vrouw en de slang en kruipt hij nog steeds over diens buik? Waarom moeten de christenen nog steeds zwoegen voor hun kost?”
 
Ten achtste:
 
Lucas verhaalt:
 
Alle mensen die voor dit schouwspel waren samengestroomd, gingen naar huis; ze sloegen zich van rouw op de borst om wat ze hadden gezien.
(Lucas 23: 48)
 
Waarom sloegen de discipelen en de overige gelovigen zich op de borst van verdriet, terwijl zij wisten van de verlossingsleer die in werkelijkheid reden zou moeten zijn voor blijdschap?
 
Ten negende:
 
Als het werkelijk zo is dat jullie Jezus gestorven is voor jullie zonden hoe kan het dan zo zijn dat er in de katholieke en orthodoxe kerk nog steeds gebiecht wordt?
 
Ten tiende:
 
Johannes zegt:
 
Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat iedereen die in hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
(Johannes 3: 16)
 
Wij vragen ons af: “Waarom zou God Zijn Enige kind opofferen? Is dit omdat Hij van de wereld houdt? Degene die van de wereld houdt, houdt Hij dan ook niet van Zijn Enige kind? Hoe kan God van de wereld houden en niet van Zijn zoon? Zou namelijk Degene die van de wereld houdt Zijn Enige zoon ter dood laten brengen? Kan men vertrouwen stellen in een God die geen medelijden kent met Zijn zoon alleen omwille van het vergeven van een andere zondaar? Zo schrijft Paulus in zijn brief aan de Romeinen:
 
Hij heeft zijn eigen Zoon niet gespaard, maar hem uitgeleverd om ons te redden.
(Romeinen 8: 32)
 
Paulus ontkent hier klaarblijkelijk dat God medelijden heeft, oftewel Hij is meedogenloos. Is er voor de God van liefde geen andere wijze om de zondaar te bevrijden dan door Zijn vermeende zoon te doden? Heeft Zijn Barmhartigheid het zo verordend dat de erfzonde slechts met een afschuwelijkere zonde kan worden opgeheven? Moest Hij nu echt Zijn onschuldige zoon zenden om gekruisigd te worden? Hoe kijken de jeugdzorginstanties hier trouwens tegenover? Moet dit niet geschaard worden onder de noemer van kindermishandeling?
 
Ten elfde:
 
Jezus werd eens gevraagd:
 
Goede meester,’ vroeg een voornaam man hem, ‘wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ ‘Waarom noemt u mij goed?’ antwoordde Jezus. ‘Niemand is goed, alleen God.U kent de geboden: pleeg geen overspel, bega geen moord, steel niet, leg geen valse verklaringen af, heb eerbied voor je vader en je moeder.’
(Lucas 18: 18)
 
Wat antwoordde de Messias? Vertelde hij de man: “Geloof in de leer van de kruisiging en verlossing?” Of vertelde hij hem daarentegen dat er maar één is die het recht heeft om Goed genoemd te worden? Oftewel, alleen Hij heeft het recht op daden van devotie en verricht vervolgens goede daden. Het was Paulus daarentegen die dit advies volledig tegensprak met de volgende woorden:
 
Toch weten we, dat een mens niet van schuld wordt vrijgesproken door zich te houden aan de wet, maar door te geloven in Christus Jezus. Ook wij zijn in Christus Jezus gaan geloven om gerechtvaardigd te worden door geloof in Christus en niet door naleving van de wet. Geen mens immers vindt rechtvaardiging door het naleven van de wet.
(Galaten 2: 16)
 
En in zijn brief aan de Hebreeën bevestigt hij dit nogmaals:
 
Het eerder gegeven gebod wordt ongeldig verklaard omdat het te beperkt is en niet voldoet – de wet heeft trouwens in geen enkel opzicht de volmaaktheid gebracht…”
(Hebreeën 17: 18-19)
 
Zo ook werd Jezus eens gevraagd:
 
“Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.”
(Matteüs 22: 36-40)
 
Waarom antwoordde hij hier dan niet: “Het grootste gebod is het geloven in de leer van de kruisiging en verlossing,”? Hoe verhaalt dit zich dan tot de woorden van Paulus aangezien dit door Jezus zelf aangehaald wordt als de belangrijkste grondslag?
 
Ten twaalfde:
 
Paulus zegt:
 
“En niet Adam werd misleid, maar de vrouw; zij overtrad Gods gebod.”
(1 Timoteüs 2: 14)
 
Aangezien Eva degene is die in eerste instantie werd misleid, waarom is God dan niet neergedaald in de gedaante van een vrouw om de mens de verlossen van de zonde van de vrouw?
 
Ten dertiende:
 
Het volgende wordt overgeleverd:
 
“De mensen probeerden kinderen bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen.Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’ Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen.”
(Marcus 10: 13-16)
 
En in het Evangelie van Lucas valt te lezen:
 
“Jezus merkte wat hen bezighield en hij nam een kind bij zich, dat hij naast zich neerzette. Hij zei tegen hen: ‘Wie dit kind in mijn naam bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt hem op die mij gezonden heeft. Want wie de kleinste onder jullie allen is, die is werkelijk groot.”
(Lucas 9: 47-48)
 
Uit deze teksten valt duidelijk op te maken dat Jezus de kinderen vrijpleit van welke zonde dan ook. Waar blijft dan de zogenaamde erfzonde en verlossingsleer? Kan er dan een andere conclusie getrokken worden dan dat beide leerstellingen overbodig zijn?
 
Ten veertiende:
 
De kruisiging van de Messias wordt als de kern van de christelijke geloofsovertuiging beschouwd en als hoofdreden voor de komst van Jezus om als offerlam te dienen voor het opheffen van de erfzonde. Heeft Jezus echter tegen één van zijn leerlingen of wie dan ook gezegd dat hij gekomen is om de erfzonde van Adam weg te nemen? Heeft hij überhaupt gesproken over de erfzonde, of is dit niets meer dan een verzinsel van Paulus die het geloof van Jezus heeft verdraaid? Waar zijn de woorden van hem hierover dan te vinden in de vier Evangeliën? Hoe kan het de Messias ontgaan zijn om te spreken over deze hoofdzaak?
 
Bovendien, toen degenen die Jezus hebben meegemaakt Paulus hoorden spreken over de wederopstanding van Jezus, dreven zij de spot met zijn versie van het geloof.
 
“Toen ze hoorden van een opstanding van de doden dreven sommigen daar de spot mee,
terwijl anderen zeiden: ‘Daarover moet u ons een andere keer nog maar eens vertellen.”
(Handelingen 17: 32)
 
Ten vijftiende:
 
Is het niet zo dat Jezus - die volgens de tweenaturenleer zowel mens als God tegelijk is - wat betreft zijn menselijke gedaante de erfzonde van zijn moeder heeft overgenomen? Of heeft God Maria van deze zonde gereinigd, zodat de Messias deze niet heeft geërfd? Als dit laatste het geval is geweest, waarom heeft God dan niet de algehele mensheid daarvan gereinigd, zoals Hij met Maria heeft gedaan?
 
Ten zestiende:
 
Als de kruisiging van Jezus heeft plaatsgevonden vanwege de erfzonde van Adam, dan dient de gehele mensheid daar toch baat van te ondervinden, zonder te geloven in de verlossingsleer? Dit voordeel hangt immers toch samen met het geschieden ervan en niet met het geloven erin? Is het niet zo dat het volstaat om kind van Adam te zijn om hiervoor in aanmerking te komen? Dit is overigens één van de geschilpunten onder de christenen. Sommigen van hen geloven namelijk dat met de kruisiging van Jezus alle kinderen van Adam verlost zijn van de erfzonde, zich daarbij baserende op de volgende woorden van Paulus:
 
“Kortom, zoals de overtreding van één enkel mens ertoe heeft geleid dat allen werden veroordeeld, zo zal de rechtvaardigheid van één enkel mens ertoe leiden dat allen worden vrijgesproken en daardoor zullen leven.”
(Romeinen 5: 18)

00:02 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-08-08

De Gevangenis..

Sheichoel Islaam Ibn Taymiyya

Sheichoel Islaam Ibn Taymiyya, rahimahoe Allah, is zeven keer gevangen genomen. Zijn behandeling en omstandigheden in de gevangenis waren vele malen erger dan die van de Christenen. Zoals hij zegt in een van zijn debatten over de fundamenten van de geloofsbelijdenis van een Moslim: "De Christenen hebben een aangenaam gevangenschap, waarin zij deelgenoten toekennen aan Allah en hun gevangenissen omvormen tot Kerken. Was ons gevangenschap maar als die van de Christenen en afgoden aanbidders! Nee, voor hen is er waardigheid en voor ons schande. En voor welke zonden zijn mijn broeders in het geloof gevangen genomen, behalve leugens en laster?"

Ondanks al dit, verteld Ibnul Qayyim over de situatie van zijn Sheich in de gevangenis van al-Qal’ah in Damascus, zeggende: "Hij (Ibn Taymiyya) zou zeggen over zijn gevangenschap in al-Qal’ah, 'Al zou deze hele gevangenis worden gevuld met goud en aan hen gegeven worden(degene die hem gevangen namen), dan zou het niet genoeg zijn om mijn dank aan hun te uiten voor deze zegening.' Of hij zei, 'Ik zou ze daarmee niet genoeg hebben terugbetaald, voor het goede wat zij hiermee voor mij hebben veroorzaakt.' En Allah weet dat ik nog nooit iemand heb gezien die meer tevreden was met het leven dan hij. Als wij angstig zouden worden of negatieve gedachten begonnen te krijgen of we voelden dat de aarde krap begon te worden(dat ze zich opgesloten en eenzaam voelden), dan zouden we naar hem toe gaan om hem te zien en naar zijn woorden te luisteren. Dan zou al dat(de depressieve gevoelens) weggaan, en we zouden ons weer opgelucht, sterk en zeker voelen!"

Al Imaam Ahmed Ibn Hanbal

Al Imaam Ahmed Ibn Hanbal heeft in zijn leven drie khulafaa meegemaakt(al-Ma’mun, al-Mu’tasim, en al-Waathiq), waarvan het gezag zich van het oosten van de aarde tot aan het westen uitstrekte. Met hen waren filosofische geleerden, militaire bevelhebbers, ministers, gouverneurs en beheerders wiens aantal alleen door Allah geteld kan worden. Sommige van hen probeerden hem (Al Imam Ahmed) te beïnvloeden met het gevangenisschap, en sommigen door hem met de dood te bedreigen. Anderen probeerden het door hem rijkdom en heerschappij aan te bieden, weer anderen probeerden het door hem te slaan en te bedreigen met verjaging(uit het land). Hij werd aan zijn lot overgeleverd door al zijn vrienden waaronder geleerden, vromen en rechtgeleiden. Ondanks al dit, gaf hij hen niets van wat zij hem vroegen, en keerde hij zijn rug niet toe aan hetgeen waar hij mee gekomen was uit de Kitaab en Sunnah.

[Majmoo’ al-Fataawaa 12/439]


al-Imaam al-Buwayti

Al-Imaam al-Buwayti, de vriend van ash-Shaafi’ee, werd gevangen genomen en er werd een keten om zijn nek gedaan, en zijn benen werden vastgebonden met ijzer. Hij was gewoon om te zeggen: "Ik zal sterven in deze ketenen totdat er een volk zal komen die zal weten dat ik in deze staat gestorven ben, een natie die gestorven is in ketenen."

al-Buwayti zou, terwijl hij in gevangenischap zat, elke vrijdag de ghusl verrichten, zichzelf parfumeren en zijn kleding wassen. Hij zou dan richting de deur lopen als hij de oproep tot het vrijdagsgebed hoorde. De cipier zou hem tegenhouden en terugsturen naar zijn cel. Al-Buwayti zou dan zeggen: "O Allah! Ik heb Uw Oproep verhoord en zij hielden mij tegen."

al-Buwayti schreef aan al-Dhahli zeggende: "Ik vraag jou om mijn broeders van ahlul-hadeeth te informeren over mijn situatie, wellicht zal Allah mij redden door hun smeekbedes. Ik ben vastgeketend en kan de verplichte zaken van tahaarah en salaah niet verrichten." Bij het horen van zijn bericht, begonnen de mensen intens te huilen en smeekbedes voor hem te verrichten.

As-Subki zei: "Kijk eens naar deze geleerde - rahimahullah- hij had nergens spijt van behalve het feit dat hij de verplichte daden niet verrichten kon, en hij was niet beïnvloed door de ketenen of de gevangenis. Moge Allah tevreden met hem zijn en zijn geduld belonen met het goede."

[as-Subki’s Tabaqaat 2/164-165]

[al-Mustadrak ‘ala Majmoo’ al-Fataawaa 1/154]

[Majmoo’ al-Fataawaa 3/254]

19:41 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-08-08

De invaliditeit van het leerstuk omtrent de erfzonde

Paulus schrijft in zijn brief aan de Romeinen:
 
“Door één mens is de zonde in de wereld gekomen, en door die zonde de dood, en de dood is het lot van alle mensen geworden, omdat ze allemaal gezondigd hebben.”
(Romeinen 5: 12)
 
Paulus verwijst hierbij naar Adam die zondigde door van de verboden vrucht te eten en die deze zonde vervolgens doorgaf aan zijn nageslacht. De leerstelling van de erfzonde, die door de overgrote meerderheid van de christenen aangehangen wordt, is echter duidelijk strijdig met de volgende zaken die wij uiteen zullen zetten. Maar alvorens dit te doen kan men zich het volgende afvragen: Als de dood in het leven is geroepen vanwege de erfzonde, zoals het bovenstaande vers te kennen geeft, waarom bestaat de dood dan nog steeds nadat Jezus (vrede zij met hem) naar deze aarde is gekomen om ons te verlossen van de zonde van Adam en hij verzoening heeft gebracht tussen de mens en God, zoals de christenen beweren? En als alle mensen de dood moeten doorgaan, hoe zit het dan met Henoch en Elia waarvan de Bijbel (Genesis 5: 24 en 2 Koningen 2: 11) aangeeft dat zij tot God zijn opgestegen, zonder dat de dood hen trof?
 
Ten eerste:
 
Het verstand en de rede verzetten zich tegen de gedachte dat de zonde overgaat van vader op zoon. Het betreft hier namelijk een intrinsieke kwestie die verankerd ligt in de menselijke aard en die niet overgaat door vererving. De mens erft van zijn vader, moeder en voorvaderen zaken zoals lengte, oogkleur en lichaamsbouw. Maar zonden horen hier niet bij. Wanneer jouw vader bijvoorbeeld een zonde begaat, betekent dit dan ook dat jij deze erft, zoals je ook zijn oogkleur hebt geërfd? Wanneer hij ervoor kiest om een misdadiger te zijn, is het dan zo dat jij deze kenmerken van hem erft? Zo ook wanneer hij een vrome man is, betekent dit dan automatisch dat jij dit van hem erft?
 
God schiep Adam en maakte hem ontvankelijk voor het begaan van fouten. Het bewijs hiervoor is dat God na Adam te hebben geschapen hem waarschuwde om van de verboden vrucht te eten. Het vervallen in zonde behoort tot de aard van de mens, alsmede de vrije keus. Dit is geen erfenis van Adam. God heeft de mens zodanig geschapen dat hij de keus heeft om het goede en het kwade te verrichten. Het betreft hier voor de duidelijkheid nogmaals geen kwestie van vererving. Adam kan dus niet verantwoordelijk worden gehouden voor het overdragen van deze intrinsieke zaak.
 
Ten tweede:
 
De doctrine van de erfzonde is strijdig met het beginsel van de beloning en bestraffing. Hoe kan een zoon namelijk gestraft worden voor de misdraging van zijn vader? Hoe kan een persoon berispt worden voor de fout die hij niet heeft begaan?
 
Ten derde:
 
De christenen geloven dat iedere zonde vijandigheid tegenover God bewerkstelligt en dat degene die zondigt bestraft of gedood dient te worden. Zo lezen we:
 
“Ouders mogen niet ter dood worden gebracht voor misdaden die door hun kinderen zijn begaan, en kinderen niet voor misdaden door hun ouders begaan. Men wordt alleen ter dood gebracht voor zijn eigen misdaden.”
(Deuteronomium 24: 16)
 
“Iemand die zondigt zal sterven, maar een zoon hoeft niet te boeten voor de schuld van zijn vader, en een vader hoeft niet te boeten voor de schuld van zijn zoon; wie rechtvaardig is wordt als een rechtvaardige behandeld, en een slecht mens wordt voor zijn slechte daden gestraft.”
(Ezechiël 18: 20)
 
Los van het feit dat bovenstaande passages duidelijk de erfzonde ontkennen, rijst de volgende vraag op: Als iedere zonde, ongeacht die van Adam of van één van zijn nakomelingen, vijandigheid is tegenover God, waarom wordt er dan een onderscheid gemaakt tussen de erfzonde en de zonden van zijn nageslacht. Zouden deze dan ook niet door vererving over moeten gaan?
 
Ten vierde:
 
De doctrine van de erfzonde is strijdig met de Goddelijke rechtvaardigheid. God, de Rechtvaardige, beloont de mens voor wat hij zelf heeft verricht, niet wat zijn vader of voorvader heeft verricht. Dit is ook wat duidelijk op te maken valt uit de volgende tekst:
 
“Alleen om wat iemand zelf misdaan heeft, zal hij sterven.”
(2 Kronieken 25: 4)
 
Ten vijfde:
 
De christenen zijn van mening dat ieder mens bij de geboorte reeds ‘vervuild’ is door de erfzonde. Hoe kan dit echter het geval zijn, te meer hij zelf geen enkele zonde heeft verricht? Terwijl hij als zuigeling in de wieg nog geen onderscheid kan maken tussen goed en kwaad, niet spreekt en noch in staat is zich voort te bewegen. Hoe kan hij in deze toestand dan toch zondig zijn?
 
Ten zesde:
 
Als de mens geboren wordt met de last van de erfzonde waarom spreekt het Oude Testament hier dan niet onomwonden over? Integendeel, het Oude Testament geeft duidelijk aan dat ieder mens verantwoordelijk is voor zijn eigen zonde.
 
Ten zevende:
 
De Bijbel leert ons dat God door de zondvloed de gehele mensheid deed verdrinken, behalve Noach en zijn gelovige volgelingen. Zo lezen we:
 
“Toen God zag dat de aarde door en door slecht was, dat iedereen een verderfelijk leven leidde, zei hij tegen Noach: ‘Ik heb besloten een einde te maken aan het leven van alle mensen, want door hen is de aarde vol onrecht. Ik ga hen vernietigen, en de aarde erbij.”
(Genesis 6: 13)
 
Door de zondvloed werd de aarde dus gereinigd van het verderf en de verderfzaaiers. Logischerwijs is er dan dus geen plaats voor de doctrine van de erfzonde daar de zondvloed toentertijd reeds korte metten heeft gemaakt met de zonde en de zondaars.
 
Ten achtste:
 
Jezus zegt:
 
“Want op grond van je woorden zul je worden vrijgesproken, en op grond van je woorden zul je worden veroordeeld.”
(Matteüs 12: 37)
 
Uit deze woorden van Jezus is op te maken dat de persoon op basis van zijn gedrag vrijgesproken of veroordeeld wordt. Hij spreekt daarentegen niet van de vermeende erfzonde.
 
Ten negende:
 
De Kerk verwijt de erfzonde aan Adam. Dit is echter in strijd met het Oude Testament dat Eva aansprakelijk stelt voor de ongehoorzaamheid van Adam. Zij was het die Adam deed eten van de verboden vrucht. Zo zegt Adam ter verdediging:
 
“De vrouw die u hebt gemaakt om mij terzijde te staan, heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten.”
(Genesis 3: 12)
 
Eva op haar beurt wentelde haar verantwoordelijkheid af op de slang, zeggende:
 
“De slang heeft me misleid en toen heb ik ervan gegeten.”
(Genesis 3: 13)
 
Zouden wij de erfzonde willen terugvoeren tot de oorspronkelijke verantwoordelijke dan is dit dus niet Adam, noch Eva, maar de slang.
 
Ten tiende:
 
De nacht van de laatste avondmaal bleef Jezus gedurende de nacht wakker, zijn Heer smekende om hem de kruisiging niet te laten ondergaan. Zo staat er vermeld:
 
“Vervolgens ging Jezus met zijn leerlingen naar een plek die Getsemane genoemd werd. Hij zei: ‘Blijven jullie hier zitten, ik ga daar bidden.”
(Matteüs 26: 36)
 
Hij smeekte zijn Heer vragende:
 
“Vader, als het mogelijk is, laat dan deze beker aan mij voorbijgaan.”
(Matteüs 26: 39)
 
Ook leren wij dat hij hevig bedroefd was in zo’n mate dat hij zei:
 
“Ik ben diep bedroefd, tot stervens toe.”
(Matteüs 26: 36)
 
Als de reden van de komst van Jezus op aarde was om de erfzonde op te heffen, waarom wendde hij zich dan smekend tot God om dit lot niet te hoeven ondergaan en om dit aan hem voorbij te laten gaan? Vanwaar dan deze diepe bedroefdheid? Het sterven voor de zonden van de mens zou dan toch een heugelijke aangelegenheid moeten zijn? Of duidt dit alles eerder op het feit dat de kruisiging niet het doel was van Jezus zijn komst. In werkelijkheid betrof het hier een samenzwering tegen hem waarvan hij door God is gevrijwaard.
 
Ten elfde:
 
Paulus geeft te kennen:
 
“wel zal ieder het loon krijgen naar het werk dat hij gedaan heeft.”
(Korintiërs 3: 8)
 
Als iemands beloning afhangt van diens mate van inspanning, oftewel van zijn daden, wat is dan het nut geweest van de kruisiging? En waar is dan de beweerde bevrijding van de erfzonde gebleven door de kruisiging van Jezus?

23:02 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

20-08-08

"O Allah! Laat me tot de weinigen behoren!"

Ibn Jad'an heeft overgeleverd:



"'Umar hoorde een man dua doen: "O Allah! Laat me tot de weinigen behoren!"

Dus vroeg 'Umar hem: "O dienaar van Allaah! Wie zijn de weinigen?"

De man antwoordde: "Ik hoorde Allaah de Verhevene zeggen(in de Quran): {"...en niemand geloofde met hem behalve weinigen..."} en {"...en weinigen van Mijn dienaren zijn dankbaar..."}."

'Umar zei toe: "Iedereen is wijzer dan Umar!"

[''Uluww al-Himmah'; p. 41]


Sufyan bin 'Uyaynah zei:

"Doortocht de paden van waarheid, en laat je niet ontmoedigen door het kleine aantal mensen dat hetzelfde doet."

[''Uluww al-Himmah'; p. 41]


al-Fudayl bin 'Iyad zei:


"Blijf op het pad der leiding, en wees niet gekwetst door het kleine aantal mensen die dit pad nemen, en pas op voor het pad van misleiding, en laat je niet misleiden door het grote aantal mensen die zichzelf vernietigen op dit pad."

[''Uluww al-Himmah'; p. 41]

Ibn Taymiyyah zei:

...betreffende het Vers: {"Waarlijk, Ibrahim was een natie opzich, oprecht, gehoorzaam aan Allah en hij behoorde niet tot de afgodendienaren.} [an-Nahl; 120] "Betekenend, hij was de enige gelovige, en de rest van de mensen waren ongelovigen."

['Majmu' al-Fatawa'; 11/436]


Dr. Muhammad Ahmad ar-Rashid zei:

"Wat betreft de vreemdheid van de vreemdelingen genoemd in de hadith: "...blijde tijdingen aan de vreemdelingen," dit is een vreemdheid in verhouding met de werkelijkheid van de omgeving van een persoon. Betekenend, goede tijdingen zijn aan hen wegens de zeldzaamheid van zulke mensen, en hun kleine aantal in een oceaan van misleidingen. Wat betreft de wereldlijke emoties en gevoelens(van vreemdheid) de gelovige heeft, in zijn geloof, een nabije vriend en metgezel die bij hem het gevoel van eenzaamheid weghaalt."

['al-Muntalaq'; p. 236]


Ibn al-Qayyim zei:


"[Een dergelijke persoon] wordt niet ontmoedigd door zij die verschillen van hem en zich tegen hem verzetten , aangezien zij minder zijn in belang en betekenis, zelfs al zouden ze meer in aantal zijn,zoals sommige van de Salaf zeiden: "Doortocht de padden van waarheid, en laat je niet ontmoedigen door het kleine aantal mensen dat hetzelfde doet."Elke keer dat je ontmoedigd word doordat je alleen bent op dit pad , kijk dan naar degenen die voor jou kwamen en streef erna om hen in te halen, en keer je af van alle anderen, aangezien zij je niet het meest minste voordeel zullen geven bij Allaah. Als je ze zou zien ergens op het pad dat je bewandeld, draai je dan niet om om naar hen te kijken, want als je dat doet, zullen zij jou afleiden en simpelweg je vooruitgang vertragen."

['Madarij as-Salikin'; 1/21]


Sayyid Qutb zei:

Mijn broeder, kijk niet achterom * Jou pad is bedekt met bloed
En kijk niet daar of daar * maar kijk alleen naar de hemel

['Diwan Sayyid Qutb';

22:59 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-08-08

Parels van Sufyan at-Thawri

1 -

Youssef ibn Asbaat overleverd dat hij Sufyan At-Thawri hoorde zeggen: "Volgens ons, heeft een persoon geen begrip van de religie totdat hij denkt dat een ontbering een zegening is, en dat comfort en luxe een ontbering is."

2 - Hij (Youssef) heeft ook overgeleverd dat hij Sufyan at-Thawri hoorde zeggen: " De volgende drie zaken behoren tot geduld: spreek niet over een calamiteit die je overkomen is; spreek niet over de pijn die je ervaart; prijs jezelf niet."

3 -
Yahyaa ibn Yamaan overleverd dat hij Sufyan At-Thawri hoorde zeggen: "Slechte daden zijn de ziekte, en de geleerden zijn het medicijn. Nou, wat als de geleerden corrupt worden, wie zal dan de ziekte behandelen?"

4 -
Abdurahmaan ibn Abdullah Al-Basree overleverd dat een man tegen Sufyan zei: "Adviseer mij". Sufyan zei: "Werk voor deze wereld voor de hoeveelheid tijd die je erin zult blijven ( niet meer dan enkele tientallen jaren). En werk voor het Hiernamaals voor de hoeveelheid tijd die je erin zult blijven (voor altijd) - en vrede ( zij met jou) ."

5 - Khalf ibn Tameem overleverd dat hij Sufyan hoorde zeggen: "Het zicht van een persoons ogen is bedoeld voor deze wereld, en het zicht van een persoons hart is bedoeld voor het Hiernamaals. Wanneer een persoon kijkt met zijn ogen, zal hij weinig profijt hebben. Het is wanneer hij met zijn hart kijkt dat hij veel profijt hebben zal."

De citaten komen uit het boek "De Biografie van Sufyan At-Thawri Moge Allah Barmhartig met hem zijn". De auteur is Salahud-Deen ibn Alee ibn Abdul-Maujod

Sufyan At-Thawri in zijn jonge jaren

6 -

Abul-Muthannah zei: "Toen ik in Marw was, hoorde ik de mensen (enthousiast) zeggen: 'At-Thawri is gekomen! At-Thawri is gekomen!' Ik ging er naartoe, en zag dat hij een jongen was, wiens gezichtshaar(baard) pas net begonnen was met groeien."

7 - Adh-Dhahabee zei: "Vanwege zijn verbazingwekkende intelligentie en krachtig geheugen, werd er al veel over hem gesproken(in kringen van kennis) toen hij nog maar een kind was. En hij begon met het overleveren van Hadith toen hij een jongeman was."

18:56 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-08-08

Voor alle moeders en huisvrouwen onder ons

Aishah (ra) overleverde dat RasoelAllah (s) zei: "De zorg voor jullie huizen (huishoudens, families) is jullie verantwoordelijkheid. Deze daad van jullie is djihaad." (Ahmad)

Het is ook overgeleverd dat RasoelAllah (s) zei: "De inspanningen van de vrouw om haar huis te onderhouden en te dienen zijn gelijk aan de daden van de moedjahidien, als Allah het wil." (Al-Hindi, "Kanzul-‘Ummaal")

Anas (r) overleverde dat Salamah (r) de zoogmoeder van Ibrahiem tegen RasoelAllah (s) zei: "O Boodschapper van Allah, je bracht mij (goede) tijdingen maar niet aan de andere vrouwen!" RasoelAllah (s) zei: "Hebben je vriendinnen je aangespoord mij deze vraag te stellen?" Ze zei: "Ja, dat deden ze." Hij (s) zei: "Is niemand van jullie er dan blij mee dat als ze zwanger van haar echtgenoot is en hij is tevreden over haar, dat ze dan de beloning ontvangt van iemand die vast en bidt voor Allah? En als de pijnen van de bevalling beginnen weet niemand in de hemelen of op aarde wat in haar baarmoeder verborgen is, om haar gerust te stellen. En als ze bevallen is, dan is er geen mondvol melk dat uit haar komt en geen slok van een kind, zonder dat ze voor elke mondvol en elke slok de beloning van een goede daad krijgt. En als het kind haar ’s nachts wakker houdt, ontvangt ze de beloning van iemand die zeventig slaven bevrijdt omwille van Allah." (At-Tabarani)

00:00 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |