07-07-08

Het hart is het fundament van de aanbidding

door ‘Abdullah ‘Azzam (rahimahullah)

"… het hart is de machine die alle daden van aanbidding aanstuurt. Het is het onderdeel dat het gehele lichaam laat bewegen! Zolang het hart leeft, leven de ledematen en zal de ziel zich openstellen voor aanbidding. Als echter het hart ziek wordt, zal de aanbidding te zwaar worden voor de ziel. Het kan er uiteindelijk toe leiden dat ze afkeer en haat voor de aanbidding voelt, en we zoeken bescherming hiertegen bij Allah. Dit is waarom Allah – soebhanahoe wa ta’ala – over het gebed zegt:

"… En voorwaar, het is zwaar, behalve voor de ootmoedigen." (Al-Baqarah 2:45)

Het gebed is zwaar, want het zijn niet onze benen en handen die opstaan voor het gebed. Dat wat opstaat voor het gebed zijn het hart en de ziel.

"Voorwaar, de huichelaars proberen Allah te misleiden, en Hij vergeldt hun (misleiding). En wanneer zij in de salaah staan, staan zij er lui bij, om door de mensen gezien te worden. En zij gedenken Allah slechts weinig." (An-Nisaa’ 4:142)

Daarom is het het hart dat opstaat voor het gebed. De ledematen zijn slechts slaven van het hart en voeren uit wat hen bevolen wordt. Als het hart leeft dan zal de ziel leven en wordt aanbidding geliefd en zoet voor de harten en de zielen en zij stellen zich er open voor.

Maar als het hart ziek is dan wordt de aanbidding zwaar. Het hart is zoals het spijsverteringssysteem: waar je op dit moment van houdt, is vlees. Maar als je een zweer ergens in je spijsverteringssysteem hebt, zal vlees met de vetten die het bevat juist iets zijn waar je een afkeer van krijgt. Zo is zoetigheid ook iets waar de ziel van houdt. Als je bijvoorbeeld aan het vasten bent en je verbreekt je vasten met een toetje, dan zal je ziel daar tevreden en verzadigd van raken, toch? Als je echter aan diabetes zou lijden dan zou je de zoetigheid niet kunnen verdragen, zelfs al zou je er veel van houden.

Zo is het hart: het moet krachtig zijn om krachtige aanbidding aan te kunnen. Hoe krachtiger het hart wordt, hoe meer aanbidding je aankunt. Je zult ’s nachts opstaan en van dat gebed houden en je zult slaap als je vijand gaan beschouwen:

"Hun zijden mijden de slaapplaatsen, zij roepen hun Heer aan, vrezend en hopend…" (As-Sadjdah 32:16)

Hij begint zijn bed te mijden omdat vijandschap zich ontwikkelt tussen hem en zijn bed. Hij bidt achter de imaam en denkt bij zichzelf "maakte hij het gebed maar langer", zodat zijn liefde voor de aanbidding toeneemt en hij de zoetheid ervan ervaart.

Soms leid ik de mensen in gebed en maak ik het gebed langer. De jongeren komen dan na afloop naar me toe en zeggen (de hadieth): "Wie de mensen in gebed leidt moet het makkelijk voor ze maken." De jongeren! En er bad een oude man achter mij die tussen de 90 en 100 jaar was. Zijn gezicht straalde met licht en hij zei tegen me: "Ga door met het gebed lang te maken en luister niet naar ze." Een man van 90 jaar die geniet van een lang gebed en een jongere van 20 jaar, die waarschijnlijk karate en judo beoefent, kan hetzelfde gebed niet aan.

Waarom?

Hij kan twee uur lang voetballen zonder zich te vervelen. Waarom raakt hij dan verveeld van vijf minuten naar Qor’aan luisteren? Het verschil tussen een kort gebed en een wat langer gebed is misschien maar vijf minuten, dus waarom verveelt hij zich deze vijf minuten Qor’aan luisteren, maar kan hij wel twee uur lang voetballen zonder zich te vervelen? Waarom verveelt het hem niet om twee uur lang te lopen en naar een opgepompt stuk leer, waar zijn hart aan gehecht is, te staren?

Omdat het hart datgene is wat opstaat voor het gebed, en wat opstaat om te sporten zijn simpelweg het lichaam en spieren.

[Uit een lezing van ‘Abdullah ‘Azzam op 15 juni 1988, getitled "The true preparation" uit de collectie "At-Tarbiyyah al-Jihadiyyah wal-Bina" 1/220]

Vertaald van www.kalamullah.com

13:54 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-07-08

Een nieuwe dag, een nieuwe missie

Het team stelt zich op, klaar om hun coach aan te horen en te gehoorzamen. Elke spier in hun lichaam spant zich terwijl ze vol aandacht luisteren naar hun nieuwe missie. De coach stapt het veld op om zijn team te leiden. Streng en meedogenloos geeft hij zijn bevelen aan zijn volgelingen. Arrogantie straalt van hem af. Trots stelt hij zijn team op om ze naar hun tegenstanders te leiden. Hij roept een lange lijst af met de namen van de tegenstanders en hun gegevens. Een voor een roept hij zijn teamleden naar voren en elk wijst hij een tegenstander toe. Elke daad, groot of klein, van deze tegenstander moet geobserveerd worden. De coach geeft de opdracht om ten allen tijde dicht bij de tegenstander te blijven, zodat geen enkele beweging ongemerkt blijft. Tenslotte steekt hij zijn speech af voordat hij zijn mannen het veld op stuurt:

"O mijn soldaten! Jullie missie is 1, jullie doel is 1 en jullie tegenstander is 1. Vandaag stuur ik jullie op deze missie om de vijand te verslaan. En vandaag zullen jullie me goed nieuws brengen! Ik ben de beste der schepselen, ik ben het vuur, de vernietiger van het licht. Ik ben de vernietiger van de kinderen van Adam, want ik ben Sjeitaan en niemand zal mij overwinnen. Ik ben Sjeitaan en jullie zijn mijn soldaten, ik beveel jullie om te strijden tegen de mensen die Allah aanbidden. Jullie zijn klaar voor deze missie om jullie vijanden neer te halen. Geen genade! Volg ze overal en kijk met wie ze omgaan. Wees voorzichtig niet gezien te worden. Als de vijand jullie eenmaal herkent, dan heeft hij een machtig wapen tegen jullie in handen.

Ik geef jullie drie opdrachten en als jullie die alledrie volbracht hebben, dan hebben jullie de vijand definitief verslagen. Dit zijn de drie opdrachten die jullie te volbrengen hebben:

Leidt je tegenstander af van Tawhied en breng hem dichter bij de troon van de Taaghoet

Schrik hem af van de Hidjrah voor Allah en zorg dat hij zijn Hidjrah voor mij maakt

En als laatste, maak hem bang voor de Djihaad fiesabiellillah, en laat hem Djihaad voor mij voeren

Als jullie deze drie missies volbracht hebben, is het tijd voor ontspanning, want jullie hebben de vijand afgeslacht.

O soldaten van Sjeitaan, julie zijn nu klaar om ze te pakken te nemen."

"O kinderen van Adam, laat Sjeitaan jullie niet in verzoeking brengen, zoals hij jullie voorouders uit de tuin heeft verdreven. Hij nam hun kleding van hun weg om hen hun schaamte te tonen. Hij en zijn aanhangers zien jullie van waar jullie hen niet zien. Voorwaar, Wij hebben de sjeitaans tot leiders gemaakt voor degenen die niet geloven." (7:27)

"Voorwaar, Sjeitaan is voor jullie een vijand, beschouwt hem daarom als een vijand. Voorwaar, hij roept zijn volgelingen op om de bewoners van het laaiende vuur te worden." (35:6)

14:44 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-07-08

Een uitgesteld antwoord

Saydu l-Khâtir - Een uitgesteld antwoord

- ibnu l-Jawzi, rahimahu-Allâh-

Terwijl hij met zichzelf praatte, beschuldigde Al-Jawzi zijn ziel op een zachte manier. Hij zei:

'Ik zag dat ik in de problemen zat, dus deed ik du'aa-e, vragend naar hulp en troost. Het antwoord op mijn du'aa-e leek te zijn uitgesteld, dus werd mijn ziel onrustig en ongerust.'

Ik berispte het, echter zeggende:

"Wee jou, kijk aandachtig naar jezelf, ben jij het eigendom of ben jij de eigenaar? Ben jij degene die bestuurt wordt of ben jij degene die bestuurt? Ben jij je er niet van bewust dat deze wereld het onderkomen van beproevingen (testen) is voor jou? Als jij ernaar verlangt, dat je doelen worden verwezenlijkt en je ongeduldig wordt wanneer dat niet gebeurt, waar is dan jouw test? Is het niet de ultieme test wanneer je het tegenovergestelde krijgt van wat jij verlangde?

Dus, (geachte rusteloze ziel) probeer de betekenis van het woord 'abd te begrijpen, en hetgeen bij jou geliefd is zal waardeloos worden, en hetgeen moeilijk is zal makkelijk worden."


Nadat hij (de ziel) had overwogen wat ik had gezegd, was het een beetje gerustgesteld.

Ik informeerde hem (de ziel), dat ik een tweede argument had, en dus zei ik:

"Allaah ('azza wa Jall) is een noodzakelijke voorwaarde voor het bereiken van welke doel dan ook; toch sommeer je jezelf niet om te werken voor Zijn ('azza wa Jall) tevredenheid. Dit is onwetendheid, aangezien de zaak het tegenovergestelde zou moeten zijn van wat jij begeert, hoofdzakelijk omdat jij degene bent die het eigendom is (een eigenaar heeft). (Je zou moeten opmerken) dat de welbewuste 'Abd (dienaar) er zeker van moet zijn dat hij de rechten vervult vanwege zijn Meester, en dat het niet noodzakelijk is dat Hij ('azza wa Jall) aan Al-'abd geeft wat hij begeert of waar hij van houdt."

Ik maakte hem (de ziel) rustiger, en ik zei toen dat ik een derde argument had, en dus zei ik:

"Jij bent in de veronderstelling dat het antwoord op jouw du'aa-e traag komt; maar jij was hier verantwoordelijk voor omdat je de deur van het antwoord (op jouw du'aa-e) hebt gesloten vanwege jouw constante zondigheid. Als jij echter de deur opent [door het ontwikkelen van Taqwa voor Allaah ('azza wa Jall), dan zou het antwoord (op jouw Du'aa) sneller aankomen, want het hebben van Taqwa voor Allaah ('azza wa Jall) is de oorzaak van alle comfort (troost)."
Allaah zegt:


"... En wie Allah vreest (Taqwa), die zal Hij een oplossing geven. En Hij voorziet hem van waar hij het niet verwacht..." [At-Talâq (65):2-3]

Dus, begrijp dat als je deze Taqwa voor Hem (subhaanahu wa ta'aala) niet ontwikkelt, het resultaat anders zal zijn dan je verwacht. Wee mij vanwege het dronkenschap van verstandloosheid welke sterker werd dan iedere dronkenschap die de doelen van de ziel confronteren om te voorkomen dat deze hun verwachtingen kunnen bereiken. Hij (de ziel) wist dat dit de waarheid was, en dus werd het nog rustiger."

Ik zei tegen hem (de ziel):

"Ik heb een vierde argument voor jou, en dat is dat je een bepaald antwoord (op jouw du'aa) zoekt; je bent je echter niet bewust van de gevolgen die eruit zouden voortkomen (als aan jou werd geschonken wat je verlangt) want wat je nastreeft zou schadelijk voor je kunnen zijn. In deze staat ben je als een kind met koorts dat vraagt om snoep."

"(O ziel) wees je bewust dat jouw Meester welbewuster is over jouw welzijn dan dat jij dat bent." Zoals Hij ('azza wa Jall) zegt:


"... Maar het kan zijn dat jullie afkeer van iets hebben, terwijl het goed is voor jullie..." [Surat al- Baqarah (2):216]"

Toen dit duidelijk werd voor de ziel, werd het nog rustiger. Ik zei toen tegen hem:

"Ik heb een vijfde argument voor jou, en dat is dat jouw eisen jouw beloningen zouden verminderen en jouw status (bij Allaah) zou verminderen. Echter, als je datgene zou vragen wat goed is voor jouw eeuwige verblijfplaats (Al-Aakhirah), dan zou dat beter zijn voor jou. (O ziel) het is erg belangrijk dat je begrijpt wat ik heb uitgelegd."

Hij (de ziel) zei:

"Ik kronkelde in de tuin van jouw uitleg, en zo doolde ik rond toen ik het begreep."

13:54 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-07-08

Het fundament van een edel karakter

Ibnoel-Qayyim (rahimahoellah) schrijft in zijn bekende Madaaridjoel-Saalikien (vol. 2 p. 308):

"Het is niet denkbaar dat iemand een edel karakter kan hebben zonder dat het vier zuilen als fundament heeft:

De eerste: Sabr (geduld en volharding)

De tweede: Iffah (kuisheid)

De derde: Shoedjaa'ah (moed)

De vierde: 'Adl (rechtvaardigheid)

Geduld moedigt hem aan om tolerant te zijn, zijn woede te beheersen, het kwaad van anderen te verdragen en om te volharden in zijn besluiten. Het zet hem aan tot vriendelijkheid en verhindert dat hij onbezonnen of overhaast handelt.

Kuisheid inspireert hem om in spraak en daden onbeschaamdheid te vermijden. Het moedigt hem aan tot ingetogenheid en integriteit, wat het toonbeeld van al het goede is. Het weerhoudt hem van overspel, gierigheid, liegen, rodddelen en het verspreiden van praatjes met als doel het veroorzaken van scheiding en onenigheid tussen mensen.

Moed zet hem aan tot zelfbewustheid en het benadrukken van hoge en edele karaktereigenschappen en zorgt ervoor dat dit een deel van zijn persoonlijkheid wordt. Het maakt dat hij zich inzet en vrijgevig is, wat duidt op ware moed, en het leidt tot een sterke wil en vastbeslotenheid. Het moedigt hem aan afstand te nemen van zijn lage verlangens, zijn woede te beheersen en verdraagzaam te zijn want zo kan hij zijn temperament in de hand houden en zijn meer gewelddadige en destructieve kanten intomen. Net zoals de Profeet (sallallahoe 'aleihi wa sallem) heeft gezegd:

"De sterke persoon is niet degene die zijn tegenstander tegen de grond kan werken, maar het is degene die zich kan beheersen als hij kwaad wordt."

Dit is ware moed en de eigenschap waarmee de dienaar zijn tegenstander overwint.

Rechtvaardigheid zorgt ervoor dat hij onbevooroordeeld is naar de mensen toe en zich gematigd opstelt tussen de twee extremen van onverschilligheid en extremisme. Het laat hem vriendelijk en edelmoedig zijn, waardoor hij de middenweg bewandelt tussen vernedering en arrogantie, en hij maakt dit een onderdeel van zijn karakter. Het zet hem aan tot moed, de middenweg tussen lafheid en onvoorzichtigheid, en tot verdraagzaamheid, de middenweg tussen onnodige kwaadheid en oneervol gedrag.

Deze vier eigenschappen vormen de spil en herkomst van alle edele manieren. Het fundament van alle weerzinwekkende en oneervolle eigenschappen bestaat uit vier zuilen:

De eerste: Djahl (onwetendheid)

De tweede: Dhoelm (onderdrukking)

De derde: Shahwah (het volgen van lusten en verlangens)

De vierde: Ghadhab (boosheid)

Door onwetendheid ziet iemand kwaad voor goed aan en goed voor kwaad. En wat volmaakt en compleet is ziet hij als onvolmaakt, en wat onvolmaakt is ziet hij als volmaakt.

Door onderdrukking doet hij iets op een ongeschikt tijdstip, bijvoorbeeld hij is boos als het tijd is om blij te zijn, en hij is gelukkig wanneer hij zich ongelukkig zou moeten voelen. Hij is onwetend en haastig wanneer hij bedachtzaam zou moeten zijn, en bedachtzaam als het tijd is om direct te handelen. Hij is gierig wanneer hij gul zou moeten zijn, en gul wanneer het tijd is om gierig te zijn. Hij toont zich zwak wanneer hij moedig zou moeten zijn en de verantwoordelijkheid op zich moet nemen, en hij eist de verantwoordelijkheid op wanneer hij juist een stap terug zou moeten doen (en iemand anders het initiatief moet laten nemen). Hij is aardig en soepel wanneer hij streng moet zijn en hard en streng wanneer hij soepel moet zijn. Hij doet nederig wanneer hij zich juist superieur moet tonen en doet arrogant als het tijd is om zich nederig op te stellen.

Door het volgen van lusten en verlangens stelt hij het bevredigen van zijn ziel voorop en gedraagt hij zich gierig en hebberig. Het moedigt hem aan zichzelf te "sieren" met allerlei verachtelijke en onbehoorlijke eigenschappen.

Boosheid zet hem aan tot arrogantie, jaloezie en afgunst. Door boosheid koestert hij vijandschap jegens anderen en gedraagt hij zich roekeloos en schaamteloos."

Moge Allah[swt] ons allen met een edel karakter sieren en ons ver houden van degenen die in laag aanzien bij Hem[swt] staan.

15:59 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-07-08

Wat is beter: Weinig zonden of veel goede daden?

Er werd Ibn 'Abbas eens gevraagd waar hij de voorkeur aan gaf: een man met vele zonden maar ook veel goede daden, of een man met weinig goede daden maar ook weinig zonden? Hij antwoordde: "Niets kan vergeleken worden met beschermd te zijn", wat wilde zeggen dat hij liever degene met weinig zonden had.

Enkele geleerden hebben gezegd: "Ieder laag en verachtelijk persoon kan een daad van gehoorzaamheid verrichten, maar de edele persoon is degene die daden van ongehoorzaamheid vermijdt."

In het Boek van Allah vinden we bewijs dat het afzien van ongehoorzaamheid deugdzamer is dan het verrichten van daden van gehoorzaamheid. Allah Ta'ala geeft een grens of een voorwaarde aan voor de beloning in het Hiernamaals van een goede daad, maar voor het vermijden van zonden stelt Hij dergelijke grenzen of voorwaarden niet. Hij zegt: "Wie met een goede daad komt; voor hem is er een beloning als tien daarvan..." [Al-'An'aam: 160]

En: "En wat betreft degene die de macht van zijn Heer vreesde en zijn ziel weerhield van slechte begeerten. Voorwaar, het Paradijs is de verblijfplaats." [An-Nazi'aat 40-41] En begeerte is de basis van elke zonde.

Aan goede daden worden voorwaarden gesteld, voordat ze geaccepteerd worden, en vaak zijn er speciale tijden waarop ze verricht moeten worden. Allah kan de daad accepteren of verwerpen, en kan het een reden maken om het Paradijs te betreden of niet, zoals Hij wil. Maar met een zonde is de enige voorwaarde aan de verwerping om een reden voor toegang tot het Paradijs te zijn, dat de verwerping plaatsvindt. Zoals Allah zegt: "Indien jullie grote zonden, die verboden zijn, vermijden zullen Wij jullie fouten uitwissen en zullen Wij jullie naar een eervolle plaats leiden" [An-Nisaa':31], en deze plaats is het Paradijs.

(Uit: "Tanbih ul-Ghafilin" - Abul-Layth as-Samarqandi)

16:21 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-06-08

Rechtvaardigheid

Een kenmerk van de unieke eerste generatie: het vestigen van goddelijke rechtvaardigheid

door Muhammed Qutb - "Waqi'una al-Mu'asir"

Een van Allah's bevelen aan Zijn Oemmah is dat ze goddelijke rechtvaardigheid op aarde moeten vestigen:

"O jullie die geloven! Weest standvastig voor Allah als rechtvaardige getuigen. En laat de haat van een volk jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te wezen. Weest rechtvaardig, dat is het dichtst bij Taqwah. En vreest Allah. Voorwaar, Allah weet wat jullie doen."

(Al-Ma'idah:8)

De eerste generatie van deze Oemmah vormde het voorbeeld bij uitstek wat betreft het vestigen van rechtvaardigheid op aarde op een manier die nog niet eerder vertoond was. Zelfs niet door de volkeren wiens leiders waren omschreven als rechtvaardig. Dit voorbeeld straalt en springt er nog steeds uit, al denkt men nu politieke rechtvaardigheid te hebben bereikt in de vorm van democratie, waarvan ten onechte gedacht wordt dat het een voorbeeld is van prijzenswaardige waarden.

De Boodschapper van Allah sallallahoe 'aleihi wa sallem onderwees en voedde zijn metgezellen op met toegewijdheid aan rechtvaardigheid, tot het punt dat hun zielen niets meer gaven om het eigen voordeel. Dit was allemaal het resultaat van de voorbereiding op de machtige rol die de Oemmah zal innemen als ze eenmaal op aarde gevestigd is.

Het vestigen van rechtvaardigheid op de aarde - wat het doel is van het zenden van Boodschappers en het openbaren van Boeken - kan pas plaatsvinden als onze zielen volledig onderworpen en toegewijd zijn aan Allah, als ze vrij zijn van persoonlijke verlangens en als hoogste doel hebben de tevredenheid van Allah en voldoening vinden in het werken om Allah te plezieren. Is het dan een verrassing dat we zulke goede voorbeelden van goddelijke rechtvaardigheid aantreffen bij de Metgezellen, op het moment dat hun zeggenschap stevig gevestigd was op aarde en er geen autoriteit boven hun autoriteit was?

De zoon van 'Amr bin al-'As, de gouverneur van Egypte, hield een wedstrijd met een Koptische jongen, en deze jongen won. Daarom sloeg de zoon van 'Amr bin al-'As hem met een stok, en hij zei: "Jij hebt gewonnen, maar ik ben de zoon van een edele!". Daarop ging de vader van de Koptische jongen naar Medina om te klagen bij 'Omar.

Dit is iets waar we even bij stil moeten staan. De Kopten leefden onder Romeinse heerschappij in vernederende omstandigheden. Terwijl ze het christelijke geloof deelden met de Romeinen! Maar de Kopten waren orthodox, en de Romeinen katholiek. Omdat ze tot een andere stroming behoorden - maar wel christenen waren - werden ze door de Romeinen gemarteld, onderdrukt en zelfs gedood. Degenen die vermoord werden, werden door de Kopten als martelaren beschouwd. Dit zien we nog terug in de naam van de welbekende Kerk van Mary George in Cairo, waarvan de echte naam eigenlijk de Kerk van de Martelaar George is. In deze kerk vonden twee verschillende erediensten plaats: de eerste werd gedaan op de officiele manier zoals de staat voorschreef, de tweede was de Koptische manier. Dit gebeurde in het geheim, verborgen voor de ogen van de Romeinen die hun zouden onderdrukken als ze zagen dat ze hun aanbidding verrichtten op een andere manier dan de staat voorschreef.

Geslagen te worden met een stok was dus niets vreemds voor deze Koptische inwoners van deze zogenaamde grote natie, en de Kopten zouden er nooit over klagen. Al zouden ze dat wel willen, tegen wie zouden ze moeten klagen? Ze accepteerden deze klappen en slagen dus met vernedering en onderwerping. Maar die dag reisde de vader van de jongen dus duizend mijlen om te klagen dat zijn zoon met een stok op zijn rug was geslagen. Wat wil dat zeggen?

Het betekent dat er een nieuw gevoel van eer in de man ontwaakt was en dit maakte dat hij zijn beklag ging doen toen zijn zoon geslagen werd, terwijl hij daarvoor gezwegen zou hebben. Dat wil zeggen dat er nu iemand was waar hij zijn klacht aan kwijt kon, terwijl er daarvoor niemand was geweest!

In bovenstaand voorbeeld blijkt dat de mensen zagen dat 'Omar rechtvaardigheid toepaste, en dit deed hun eergevoel herleven. Is er iets anders dat het gevoel van eer zo doet herleven als rechtvaardigheid die op aarde wordt toegepast? Ze wisten dat er iemand naar hun klachten zou luisteren, en dus gingen ze met hun klachten naar hem toe. Maar nog belangrijker: 'Omar gaf opdracht tot vergelding! Hij gaf de man een stok en zei: "Sla de zoon van de edele!" Hij keerde zich naar zijn gouverneur 'Amr bin al-'As en deed zijn beroemde uitspraak: "O 'Amr! Waarom behandel je mensen als slaven terwijl hun moeders hen gebaard hebben als vrije mensen?"

En deze vergelding was niet tussen moslims onderling, of tussen arabieren onderling, voor het geval men 'Omar van dit soort rechtvaardigheid zou willen beschuldigen. Het was goddelijke rechtvaardigheid, duidelijk en openlijk!

Eens werd er een wapen gestolen van 'Ali bin Abi Talib radiAllahoe 'anhoe, en hij vond dit wapen terug bij een joodse man. Hij bracht de man voor de rechtbank. Op dat moment was hij de Khalifah. 'Ali was er zeker van dat het zijn wapen was en dat hij er recht op had, maar maakte geen gebruik van zijn positie als Khalifah door het wapen met machtsvertoon terug te nemen, of de man te laten arresteren voor verder verhoor. Integendeel, hij verwees de zaak naar de rechtbank en probeerde op die manier zijn recht te halen. Dit op zich wijst al op een hoog niveau van toepassing van de goddelijke rechtvaardigheid op aarde, zoals je maar weinig tegenkomt. Dit incident - net zoals het vorige - bevat echter nog diepere en belangrijkere lessen dan op het eerste gezicht duidelijk is.

De rechter noemde 'Ali bij zijn bijnaam (Aboel-Hassan), maar deed dit niet bij de joodse man en deze ongelijke behandeling ergerde 'Ali enorm! Hij werd kwaad, niet vanwege zichzelf maar vanwege zijn tegenstander, de Jood! Hij werd kwaad vanwege de waarheid, vanwege de goddelijke rechtvaardigheid!

Hij zei tegen de rechter: "Of je noemt ons allebei bij onze bijnamen, of je noemt geen van ons bij onze bijnaam."

Daarna zei hij tegen de rechter: "Het wapen is van mij, en ik zal het niet verkopen of opgeven."

De rechter vroeg daarop de joodse man: "Wat heb je daarop te zeggen?"

De joodse man zei: "Het wapen is van mij, en 'Ali is geen leugenaar!" (Hij wilde zich indekken tegen een dergelijke beschuldiging, typisch voor zijn sluwheid en misleiding)

De rechter wendde zich tot 'Ali en vroeg: "O Amier van de gelovigen, heb je bewijs voor je bewering?"

Dit is rechtvaardigheid! De bewijslast ligt bij degene die de beschuldiging uit, en dit is een beschuldiging die wordt geuit voor de rechtbank. Dus is bewijs noodzakelijk, zelfs als degene die de beschuldiging uit de Amieroel-Moeminien zelf is. Er werd bewijs gevraagd van 'Ali, die nooit op een leugen was betrapt en van wie men zich niet kon voorstellen dat hij zou liegen met Allah als getuige vanwege een wapen, terwijl hij boven de pleziertjes en genietingen van deze wereld stond!

De mensen zagen hem 's winters rillen van de kou, terwijl de schatkist van de moslims binnen zijn handbereik was en hij het recht had om daarvan een jas aan te schaffen om hem tegen de kou te beschermen!

Het antwoord van 'Ali was nederig: "De rechter heeft gelijk. Ik heb geen bewijs." Zulke eenvoudige woorden! Ik heb geen bewijs. Dit was de eenvoud van de onzelfzuchtige moslim: ik heb geen bewijs. Hij werd niet boos. Hij zei niet tegen de rechter: "Wat, je wilt bewijs van mij? Ik ben de Leider van de gelovigen!"

En de positie van de rechter is al net zo indrukwekkend als die van 'Ali, want hij oordeelde ten gunste van de joodse man vanwege gebrek aan bewijs van de eiser, de Amieroel-Moeminien!

De man nam het wapen en wandelde weg in ongeloof. Maar na een paar stappen draaide hij zich om en zei: "De Leider van de gelovigen klaagt mij aan en de rechter beslist ten nadele van hem? Dit zijn de manieren van de Profeten! Ik getuig dat niets of niemand het waard is aanbeden te worden behalve Allah, en dat Mohammed de Boodschapper van Allah is! Het wapen is van jou, o Amieroel-Moeminien!"

En 'Ali antwoordde: "Als je moslim bent geworden, is het voor jou!"

Zo'n voorbeeld van goddelijke rechtvaardigheid op aarde, dat we de eeuwen erna helaas niet meer tegenkomen. Moeten we nog meer zeggen? Degene die nog meer bewijzen nodig heeft, laat hem in de geschiedenisboeken kijken...

Bron: al-istiqamah.com

20:52 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-06-08

De tong beschermen tegen discussies en twistgesprekken

Volgens Abu Umaama (Radiya Allahu 'Anhu) heeft de Boodschapper van Allah (Salla Allahu 'Alayhi Wassalam) gezegd: "Ik garandeer een huis in de buitenwijken van het Paradijs voor degene die zich heeft onthouden van elke discussie, zelfs al had hij gelijk. Ik garandeer een huis in het centrum van het Paradijs voor degene die zich heeft onthouden van leugens, zelfs niet gewoon om te lachen. Ik garandeer een huis in de hoogste gedeelten van het Paradijs voor degene met een edelmoedig karakter." (Overgeleverd door At-Tabaraani)

Ibn Mas'ud (Radiya Allahu 'Anhu) heeft gezegd: "Laat de discussie links liggen, want je kan haar wijsheid niet begrijpen en je kan niet veilig zijn voor haar verleiding."

Volgens Abu Umaama (Radiya Allahu 'Anhu) heeft de Profeet (Salla Allahu 'Alayhi Wassalam) gezegd: "Geen enkel volk is afgedwaald nadat ze leiding gekregen hadden, enkel nadat ze zich hadden overgegeven aan discussies." (Overgeleverd door At-Tirmidhi, Ibn Maadja, Ahmad en Al-Hakim)

Abu Yasaar heeft gezegd: "Wees op je hoede voor discussies; het is het uur van de onwetendheid voor de wijze en het is het ideale moment voor shajtaan om zijn misstap af te wachten."

Imaam Maalik (Rahimahu Allah) heeft gezegd: "Discussie maakt het hart hard en veroorzaakt conflicten."

Bilaal ibn Sa'd heeft gezegd: "Als je ziet hoe de mens de neiging heeft om ruzie te maken en te discussiëren, betoverd door zijn eigen mening, weet dan dat hij reeds verlies geleden heeft."

'Umar ibn al-Khathaab (Radiya Allahu 'Anhu) heeft gezegd: "Verzamel geen kennis voor drie zaken en verlaat kennis niet omwille van drie zaken. Verzamel geen kennis om het te gebruiken om te discussiëren, noch om erover op te scheppen, noch om ermee te koop te lopen. Verlaat daarentegen de kennis niet omdat je schaamte je ervan weerhoudt om ernaar op zoek te gaan , of omdat je geen enkel verlangen hebt om iets te leren of omdat je er voldoening in vindt onwetend te zijn."

Al-Ghazaali heeft gezegd: "De grens van de discussie bestaat erin zich te verzetten tegen hetgeen een ander zegt, door hem zijn fout aan te wijzen, ofwel in zijn woorden, ofwel in zijn betekenis, ofwel in hetgeen hij wilde zeggen. En de discussie verlaten doe je door de afkeuring en de betwisting te verlaten. Wat betreft elk woord dat je gehoord hebt; als het juist is, bevestig het dan. En als het niet juist en bedrieglijk is, en het heeft niet te maken met religieuze kwesties, dan is het beter er niet op te antwoorden."

Weet, beste Moslims, dat de discussie de waarheid niet bevestigt en ook het verkeerde niet ontkracht. Het kan zelfs zijn dat het degene met een verkeerde mening ertoe aanzet om zich nog meer vast te klampen aan zijn verkeerde ideeën. De Moslim moet zijn tong dus beschermen tegen elke discussie. Als hij iemand raad wil geven, dat hij dat dan met zachtheid doet. Nog beter is het om deze raad onder vier ogen te geven, om hem of haar niet in verlegenheid te brengen voor iedereen; zoniet zal dat hem of haar ertoe aanzetten om hardnekkig vol te houden, en zelfs gebruik te maken van verkeerde ideeën.

Moge wij allen hier lering uit trekken.

"De manieren om het geloof te beschermen tegen Satan" door Sheikh Wahid Abdul-Salaam Baali

23:17 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |