18-12-07

Moesa (´aleihim salaam)

In het land van Egypte waar eens de kinderen van Ibrahiem, Yaqoeb en Yoesoef (´aleihim salaam) woonden, was een slechte Farao. Op een dag gaf de Farao het bevel dat alle babyjongetjes gedood moesten worden. Hij gaf dit bevel omdat hij wilde dat er later niet iemand zou komen met meer macht dan hijzelf. In deze gevaarlijke tijd werd Moesa (´aleihi salaam) geboren. Allah stuurde de moeder van Moesa (´aleihi salaam) een boodschap; zij moest de kleine Moesa (´aleihi salaam) in een mandje doen en hem in de rivier zetten. Op deze manier zou Moesa (´aleihi salaam) aan de soldaten van de Farao ontsnappen. Het mandje met het kindje erin werd gevonden door de vrouw van de Farao. Zij was een hele aardige en lieve vrouw, en ze was moslim. Zij nam Moesa (´aleihi salaam) mee naar het paleis. Niemand wist wie de ouders van de baby waren, maar de vrouw van de Farao wilde hem houden, dus zij zocht naar een pleegmoeder voor Moesa (´aleihi salaam) om hem te verzorgen. Allah wilde het zo dat de moeder van Moesa (´aleihi salaam) naar het paleis werd gebracht zodat zij gekozen werd om voor Moesa (´aleihi salaam) te zorgen. Dus het leven van Moesa (´aleihi salaam) was gered en door de hulp van Allah was hij ook teruggegeven aan zijn moeder.


Moesa (´aleihi salaam) groeide op in het paleis van de Farao en hij kreeg de beste leraren om hem les te geven, hierdoor werd hij heel slim. Toen Moesa (´aleihi salaam) ouder was verliet hij het land van de Farao om op reis te gaan. Onderweg kwam hij langs een waterput waar de herders water aan de schapen gaven. Moesa (´aleihi salaam) zag daar twee vrouwen die ook hun schapen water wilden geven. Maar ze konden niet bij de put komen voordat de andere herders weggingen. Moesa (´aleihi salaam) hielp hen met water te geven aan hun schapen en toen zij thuis kwamen vertelden ze aan hun vader wat er gebeurd was. Hij stuurde een van zijn dochters terug naar Moesa (´aleihi salaam) om hem bij hen thuis uit te nodigen. Later trouwde Moesa (´aleihi salaam) met één van de dochters. Moesa (´aleihi salaam) leefde gelukkig met zijn familie en de oude vader bij de waterput.


Een paar jaar later toen Moesa (´aleihi salaam) met zijn familie op reis was in het land, zagen ze een heel groot vuur. Hij zei tegen zijn familie dat ze moesten blijven waar ze waren en hij ging uitvinden waarom er zo'n groot vuur was. Toen Moesa (´aleihi salaam) bij het vuur kwam, hoorde hij een stem. De stem zei: 'O Moesa (´aleihi salaam), Ik ben Allah, jouw Heer. Ik ga jou Mijn Profeet maken. Jij moet de mensen gaan vertellen dat er maar één God is, dat is Allah Die hen gemaakt heeft. Dus zij moeten dankbaar zijn en alleen tot Allah bidden en goede dingen doen. Neem jouw broer Haroe mee naar de Farao en zijn mensen en vertel hen over Mijn Boodschap.'


Moesa (´aleihi salaam) ging naar Egypte en zei tegen de Farao: 'Allah, Die de Heer van de werelden is, heeft me naar jou gestuurd. Ik ben de Boodschapper van Allah en ik breng jou de waarheid. Je moet de kinderen van Yoesoef bevrijden, die onderdrukt worden in dit land en hen met mij mee laten gaan.' Toen de Farao dit hoorde werd hij heel erg boos en hij schreeuwde: 'Jij liegt! Niemand behalve ik, de geweldige Farao van Egypte is de heer van de wereld. Ik ben de machtigste koning op aarde. Jij moet wel gek zijn om zoiets te zeggen. Als jij ongehoorzaam bent tegen mij dan zal ik je in de gevangenis gooien!'


Maar Moesa (´aleihi salaam) was niet bang voor de Farao. Hij zei: 'Met de hulp van Allah zal ik je laten zien dat Allah veel machtiger is dan alle mannen en ook veel machtiger dan jij.' Moesa (´aleihi salaam) nam toen zijn wandelstok en gooide deze op de grond. De stok veranderde in een slang. De Farao zei toen: 'Het is duidelijk dat jij een tovenaar bent. Ik zal alle tovenaars in mijn land bij elkaar roepen en dan zullen we wel zien wie beter kan toveren, jij of zij.'


Dus alle tovenaars kwamen naar het paleis van de Farao. Ze hadden een heleboel stokken bij zich en zij veranderden ze allemaal in slangen. Maar toen gooide Moesa (´aleihi salaam) zijn stok op de grond en weer veranderde zijn stok in een slang, een hele grote slang. De slang at alle andere slangen op. De tovenaars waren helemaal onder de indruk en ze zeiden: 'Wij geloven echt in Allah, Hij heeft Moesa (´aleihi salaam) gestuurd als Zijn Profeet. Allah is echt veel en veel machtiger dan wij allemaal bij elkaar.' De Farao was heel erg boos en hij schreeuwde: 'Jullie willen in iets geloven voordat ik jullie toestemming geef om erin te geloven? Als straf worden al jullie handen en voeten afgehakt!' De tovenaars zeiden: 'Jij wilt wraak op ons nemen omdat we in de tekenen van Allah geloven? Wat je ook met ons doet, wij blijven ons tot Allah keren. Moge Allah ons helpen om geduldig te blijven.' De tovenaars waren eerst gierige mensen geweest en nu waren ze goede mensen en trouwe dienaren van Allah.


Moesa (´aleihi salaam) ging naar de afstammelingen van Yoesoef, die heel erg onderdrukt waren door de Farao en hij zei tegen hen: 'We zullen weggaan uit Egypte.'Maar nadat ze vertrokken waren gingen de soldaten van de Farao achter hen aan om hen weer op te halen. Moesa (´aleihi salaam) en zijn mensen probeerden nu sneller weg te komen en ze kwamen bij de zee aan. Maar de Farao en de soldaten hadden hen al bijna ingehaald en de mensen werden heel erg bang. Allah hielp hen en Hij deelde de zee in tweeën zodat Moesa (´aleihi salaam) en zijn mensen door het midden konden lopen en zo aan de overkant van de zee konden gaan. Toen de Farao en zijn soldaten bij de zee aankwamen, wilden ze Moesa (´aleihi salaam) natuurlijk achterna gaan. Maar ze konden Moesa (´aleihi salaam) en zijn mensen niet bereiken voordat die al aan de andere kant waren. En toen, opeens, terwijl de Farao en zijn soldaten nog op hun paarden Moesa (´aleihi salaam) achterna zaten, sloot de zee zich en verdronken Farao en zijn soldaten allemaal. Allah had Moesa (´aleihi salaam) en zijn mensen dus gered, omdat zij alleen Allah aanbaden. En de Farao die weigerde om in Allah te geloven en die heel erg trots was en die zelfs dreigde om Moesa (´aleihi salaam) in de gevangenis te gooien, was nu verdronken.


Na hun ontsnapping liepen Moesa (´aleihi salaam) en zijn mensen voor vele jaren door de woestijn. Op een dag kreeg Moesa (´aleihi salaam) het bevel om een hoge berg te beklimmen. Moesa (´aleihi salaam) moest daar veertig dagen en veertig nachten blijven en daar bidden tot Allah en luisteren naar wat Allah hem en zijn mensen te vertellen had. Maar veertig dagen en nachten begonnen wel heel lang te duren voor de mensen van Moesa (´aleihi salaam) die alleen achter bleven en ze werden ongeduldig. Ze besloten om een kalf van goud te maken en dat te aanbidden.


Toen Moesa (´aleihi salaam) terug kwam van de berg en hij de gouden kalf zag, werd hij heel erg boos. Hij maakte het gouden kalf kapot en hij sprak zo tegen de mensen dat ze zich schaamden. Hij leerde hen dat ze nooit iets naast Allah moeten aanbidden. Moesa (´aleihi salaam) had een Boek meegenomen dat hij van Allah had gekregen toen hij op de berg was. Dit boek heette de Taurat. In de Taurat stond wat de mensen niet moesten doen. Ze moesten nooit iets aanbidden naast Allah aanbidden. Ze moesten nooit iemand die bij hen hoort doden. Ze moesten nooit iets pakken wat niet van hen is. Ze moesten vriendelijk zijn tegen elkaar en hun ouders. De mensen van Moesa (´aleihi salaam) begrepen nu dat ze heel erg ondankbaar waren geweest tegenover Allah, want Hij had hun gered toen de farao en zijn soldaten hen achterna zaten. Ze baden tot Allah en bedankten Hem voor alles wat Hij voor hen had gedaan. Ze vroegen om Zijn vergiffenis en ze beloofden om altijd te streven om goede dingen te doen. Allah vergeeft de mensen die zich schamen voor de slechte dingen die ze hebben gedaan en bereid zijn om hun gedrag te verbeteren en zich tot Allah te keren.


Wij moslims kunnen veel van dit verhaal leren. Om onszelf te herinneren aan het verhaal van Moesa en om Allah te laten zien dat we dankbaar zijn, vasten veel moslims elk jaar op de tiende dag van de maand Moeharram. Dit was de dag waarop Allah Moesa en zijn volk redde van Firaun. Deze dag noemen we Asjoera en onze Profeet Mohammed (sallallahoe ´aleihi wa sallem) heeft gezegd dat we veel zegeningen krijgen als we deze dag vasten.
 

17:57 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De eerste mens

De eerste mens
(Van de hieronder volgende aayaat (verzen) van de Qur'aan worden slechts de Nederlandse betekenissen weergegeven!)

In het verhaal van Adam (as) en Hawwa (as) kunnen we antwoorden vinden op de volgende vragen:

- Waar komt de mens vandaan?.

- Wat voor een schepsel is de mens?.

- Wat is de plaats van de mens in het heelal?.

- Waarom is de mens geschapen?.

Dit verhaal gaat over de eerste mens, die op onze aardbol leefde. Heel lang geleden waren er helemaal geen mensen op aarde, maar er leefden wel dieren en planten. Toen wilde Allah dat er schepselen moesten komen die Hem zouden kennen en Hem zouden dienen. Daarom schiep Allah de mens: Adam (as).

Adam (as) was de eerste mens en ook de eerste profeet. Voordat Adam (as) geschapen was leefde hier op aarde behalve planten en dieren ook andere schepselen die net als de mens konden denken en verantwoordelijkheidsgevoel met zich konden dragen; de engelen (malaaika) en de geesten (djinn). Volgens de Qur'an zijn de mensen dus niet uit apen ontstaan maar uit Adam (as) en zijn echtgenote Hawwa (as). De mensen worden door Allah dan ook aangeduid met: de zonen (en dochters) van Adam (as).

Doordat Allah oneindige kennis heeft vond Hij het noodzakelijk om een mens te scheppen. Daarom zei Hij tegen de engelen: "Nu ga Ik een plaatsvervanger op aarde zetten, (die volgens Mijn wetten rechtvaardigheid en vrede op aarde zal brengen)".

Daarom vroegen de engelen Allah naar de goddelijke reden van Adams (as) schepping en zeiden: "O Allah, wilt U iemand op de aarde zetten die verderf (slechte dingen) zal brengen en (door oorlog voeren en vechten) bloed zal vergieten?. Terwijl wij U dag en nacht lofprijzen en Uw heiligheid vereren".

Allah zei tegen de engelen: "Ik weet dingen die jullie niet weten".

De engelen zijn schepselen die uit licht geschapen zijn. Ze doen altijd precies wat hun opgedragen wordt door Allah. Ze weten alleen wat Allah ze geleerd heeft. Ze komen nooit in opspraak tegen Allah. De engelen vroegen aan Allah waarom Hij een mens schiep niet omdat ze niet met Allah eens waren, maar ze wilden alleen Allahs bedoeling ermee weten. Voordat Adam (as) geschapen werd, hadden de engelen gezien dat de geesten op aarde verderf zaaiden en bloed vergoten. Daarop had Allah een leger van engelen gestuurd om de geesten te straffen. Of het is ook mogelijk dat Allah de engelen al voor de schepping van Adam (as) verteld heeft dat de mensheid verderf zouden zaaien en bloed zouden vergieten door oorlogen. Daarom vroegen ze aan Allah, waarom Allah Adam (as) schiep.

Hoe is Adam (as) geschapen?.

Allah heeft de engelen bevolen uit verschillende plaatsen op onze aardbol verschillende kleuren aarde te verzamelen. Dat de mensen verschillende huidskleuren hebben is hiervan het gevolg. Ook andere eigenschappen van de mens, zoals karakter, intelligentie, lichaamsbouw etc. is hiervan het gevolg. Allah heeft uit aarde, kleverige klei gemaakt, daarna werd dit hard als aardewerk en tenslotte heeft Allah Adams (as) schepping voltooid door de ziel ( roeh ) in te blazen.

Allah heeft Adam (as) tot perfectie verheven. Adam (as) is verheven boven alle andere schepselen, omdat Allah hem met Zijn eigen "handen" geschapen heeft, hem van Zijn eigen "geest" ingeblazen heeft, de engelen bevolen heeft voor Adam (as) te buigen en hem de namen van alle dingen geleerd heeft. Allah heeft Adam (as) de namen van alle dingen, die de mensen tot de Dag des Oordeels (Yawmi'l Qiyamah) zullen kennen, geleerd.

Toen zei Allah aan de engelen : "Jullie moeten allemaal eerbiedig buigen voor Adam (as)". De mensen en de engelen mogen alleen voor Allah buigen en voor niemand anders. De engelen moesten voor Adam (as) buigen niet omdat ze Adam (as) verafgoodden maar omdat dit een bevel van Allah was. Allah beveelt de muslims in de richting van Qiblah te bidden. Allah bevoel de engelen destijds in de richting van Adam (as) te bidden. En deze buiging was dus uit eerbied voor Adam (as). Alle engelen bogen voor Adam (as), alleen Iblis niet, hij weigerde bij hen die zich eerbiedig neerbogen te behoren. Iblis behoorde tot de geesten. Door zijn hoogmoed weigerde hij Allah's bevel op te volgen daarom werd hij een van de ongelovigen.

Iblis zei: "Hoe kan ik buigen voor Adam?. Hij is uit klei gemaakt en ik uit vuur. Ik ben beter dan Adam". Dus Iblis deed niet wat Allah hem beval. Hij was ongehoorzaam geweest aan Allah.

Allah was boos omdat Iblis niet naar Hem luisterde. Allah zei: "Ga hier weg!. Jij zult door steniging vervloekt zijn doordat je zo hoogmoedig en trots doet. En de vloek zal tot op de oordeelsdag op je rusten".

Iblis zei: " Mijn Rabb, geef mij nog de tijd totdat de dag komt waarop zij (de doden) zullen opstaan uit hun graven".

Allah zei: "(Dat is goed) jij behoort bij hen die uitstel hebben gekregen, tot de dag van de vastgestelde tijd ( de oordeelsdag).

Iblis zei: "Mijn Rabb, omdat U mij misleid hebt zal ik voor de mensen op aarde (alles) schoneschijn maken en ik zal hen zeker allen misleiden behalve Uw dienaren onder hen die toegewijd zijn.

Allah zei:"Dit is voor een juiste weg, want over mijn dienaren heb jij geen gezag behalve over die misleidde mensen die jou volgen. En de hel is de plaats die voor hen allen is aangewezen.

Allah schiep een vrouw voor Adam (as). Haar naam was Hawwa (as) (in de Qur'an wordt haar naam niet genoemd). Ze leefden samen in het paradijs. Allah had hen alles toegestaan om van te eten behalve de vruchten van een boom. Allah had hen gezegd dat de sjaytaan (Iblis) een duidelijke vijand van hen was. Iblies had hen met mooie beloftes toch van die vruchten laten eten. Adam (as) en Hawwa (as) hadden vergeten dat ze niet van die vruchten mochten eten.

Adam (as) en Hawwa (as) hadden erg veel spijt. Ze zeiden:" Onze Rabb , wij hebben onszelf onrecht aangedaan en als U ons niet vergeeft en erbarmen met ons heeft dan behoren wij bij de verliezers". Adam (as) en Hawwa (as) waren niet zoals Iblis. Ze hadden spijt van hun slechte daden en wilden dat Allah niet meer boos op hen zou zijn en hun zondes zou vergeven.

Allah verkoos hen en vergaf hun zonde. Allah wendde zich tot hen en bracht hen op het rechte pad. Allah zei:" Daalt af, uit het paradijs,-elkaar tot vijanden-jullie hebben namelijk op de aarde tijdelijk een verblijfplaats en vruchtgebruik. En op aarde zullen jullie leven, en op haar zullen jullie sterven en uit haar zullen jullie te voorschijn gebracht worden na jullie dood. Als er van Mij een leidraad komt, dan zal wie Mijn leidraad navolgt niet dwalen en niet ongelukkig zijn. Maar wie zich van Mijn vermaning afwendt die zal een benauwd leven leiden en Wij zullen hem op de opstanding blind ter verzameling opbrengen.

Adam (as) en Hawwa (as) leefden heel gelukkig op aarde. Hun kinderen, wij dus ook, zullen tot de oordeelsdag hier op aarde leven.

Wa'l hamdulillahi Rabbil `aalamien

walidin.com

 

17:34 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De eerste martelaar van de Islam

(Beginjaren van het profeetschap)
Het aantal moslims in Mekka was toegenomen tot er veertig moslims waren. De Ongelovigen waren ontstemd over de groei van de islam.
Op een dag besloot Rasoeloellah naar de Kaa'ba te gaan en openlijk te verkondigen: "Allah is één. Er is geen god naast Hem." Hij ging naar de Kaa'ba, stond op en verklaarde: "0 mensen, deze afgoden hebben geen macht. Ze hebben geen verstand. Ze kunnen jullie niet horen. Ze kunnen jullie niet helpen. Onze Heer is Allah. Hij schiep ons. Hij onderhoudt ons en tot Hem zullen we terugkeren."
Terwijl hij sprak, werden de Ongelovigen kwaad. Ze vonden Mohammed brutaal om zulke dingen te zeggen in de Kaa'ba, het huis van hun afgoden. Ze begonnen de Rasoeloellah te slaan. Sommigen onder hen trokken zelfs hun zwaarden.
Rasoeloellah had een Metgezel, Harith ibn Abi Halah, die erg veel van hem hield. Toen Harith hoorde wat de Ongelovigen deden, rende hij naar de Kaa'ba en gooide zichzelf over Rasoeloellah heen. Een zwaard doorboorde Harith. Hij redde Rasoeloellah, maar offerde zijn eigen leven. Harith werd de eerste martelaar van de islam. Moge zijn ziel in vrede rusten.

Harith’s dood weerhield de moslims er niet van, om Rasoeloellah te volgen. In plaats daarvan moedigde het hen juist aan. Vandaag zijn er miljoenen mensen die van Rasoeloellah houden zoals Harith dat deed, en die hun leven en hun bezit zouden willen offeren voor de zaak van de islam.

walidin.com

07:48 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

17-12-07

Wat moet ik tegen Hem zeggen !


Een man genaamd Abu Abdullah vertelt: Ik weet niet hoe ik een
ervaring die ik een tijdje geleden heb meegemaakt moet vertellen,
een verhaal dat mijn hele leven op z'n kop heeft gezet. De waarheid
is dat ik nooit besloten zou hebben om het te vertellen, ware het
niet dat ik een verantwoordelijkheid voel tegen- over Allah. Een
verantwoordelijkheid om met mijn verhaal de jonge mannen die Allah
ongehoorzaam zijn te waarschuwen en als waarschuwing voor de jonge
vrouwen die een valse droom of fantasie naleven "liefde" genaamd.
Wij waren een groep van drie vrienden, het enige wat wij gemeen
hadden was onge- hoorzaamheid (aan Allah) en dat we dwalende waren. Nou, eigenlijk waren we met vier, de shaytan was de vierde.



Wij waren altijd op zoek naar de mooiste meiden, om ze vervolgens
met onze vlotte babbel naar vergelegen boerderijen te lokken. Daar
stonden zij altijd versteld dat we opeens in gevoelloze vossen waren
veranderd die geen medelijden kenden, ongeacht wat ze zeiden of
deden om ons op andere gedachten te brengen. We waren keihard en
kenden geen schaamte. Dat is hoe we onze dagen en nachten
doorbrachten; op boerderijen, kampen, auto's, en aan de kust. Tot de
dag die ik nooit zal vergeten kwam.


Als altijd gingen we weer naar de boerderij, alles stond klaar.
Ieder van ons had zijn prooi, het vervloekte drank (alcohol) vloeide
rijkelijk, maar we waren een ding vergeten; we hadden geen voedsel.
Dus na een tijd, ging een van ons eten halen met zijn auto. Het was
bijna 6 uur ’s ochtends toen hij vertrok.



Uren verstreken zonder een spoor van onze vriend. Wij begonnen ons
zorgen te maken. Ik begon al het ergste te vrezen en besloot om hem
te gaan zoeken. Eenmaal onderweg zag ik al gauw uitslaande vlammen
in de verte. Toen ik dichterbij kwam zag ik tot mijn grote schrik
dat het de auto van mijn vriend was die in lichterlaaie stond
terwijl hij gekanteld was en op z’n zij was terechtgekomen. Ik
haastte me naar de auto om mijn vriend uit het brandende wrak te
bevrijden.



Ik schrok mij kapot toen ik zag dat de helft van zijn lichaam zo
zwart als roet was geworden, maar was opgelucht om hem nog in leven
aan te treffen. Ik haalde hem uit de auto en legde hem op de grond,
en na een kleine minuut opende hij z’n ogen en zei:,, HET VUUR!!!
HET VUUR!!!" Ik besloot om hem naar mijn auto te brengen en met hem
naar het ziekenhuis te racen. Maar hij mompelde:,, Het heeft geen
zin, ik haal het niet."


Tranen overvielen mij terwijl ik zag hoe mijn vriend voor mijn ogen
aan het sterven was…..Plots schreeuwde hij:,, WAT MOET IK TEGEN HEM
ZEGGEN?! WWATT ….. MOET IK TEGEN HEM ZEGGEN?! Stomverbaasd keek ik naar hem en vroeg:,,Wie?" Hij antwoordde met een zachte verre stem:,,Allah"



Ik voelde hoe mijn lichaam overladen werd met angst en hoe ik begon
te beven. Plotseling slaakte hij een kreet, waarvan de echo mij nog
lang daarna heeft achtervolgd, en blies zijn laatste adem uit.



De dagen vervlogen, maar ik kreeg het beeld van mijn goede vriend
die door het vuur verteerd werd en zijn wanhopige schreeuw:,, WAT
MOET IK TEGEN HEM ZEGGEN?! WWATT ….. MOET IK TEGEN HEM ZEGGEN?!" niet uit mijn hoofd. Ik merkte dat ik mijzelf constant afvroeg; en wat moet ik tegen Hem zeggen?!



Mijn ogen liepen vol en ik voelde een raar gevoel van
zachtmoedigheid die ik nooit eerder had gevoeld. Op datzelfde
moment, hoorde ik de Mu’athien (de oproeper tot het gebed) de oproep
tot Salat al-Fajr (het ochtendgebed) doen. Het voelde alsof het een
oproep was die rechtstreeks aan mij persoonlijk gericht was, die mij
vertelde om het boek van de donkere jaren van mijn leven te
sluiten, en mij uitnodigde naar het juiste pad der leiding en
gehoorzaamheid. Ik stond op, waste mijzelf en verrichtte de woedoe,
zuiverde mezelf van de zonden waar ik bijna in verdronk, en
verrichtte het gebed. Sinds die dag, heb ik mezelf tot Allah
gekeerd, smekend om vergeving en berouw. Ik heb geen enkele
verplichting nagelaten. Ik ben een totaal andere persoon geworden.
Ik leef nu om een gehoorzame dienaar van mijn Schepper te zijn, mijn
leven is totaal veranderd….



De dag (zal komen) waarop de aarde en de hemel door een andere aarde en hemel zullen worden vervangen; en zij (de mensen) allen voor
Allah, de Ene, de Opperste zullen verschijnen.

(Vertaling van de Koran, Ibrahiem 14:48)

18:12 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Het verhaal van de vervloekte shaitaan (Duivel)


De volgende ahadieth (overleveringen), zijn door Ibn-Abbas aan Moeaaz ibn Djabal ( r.a., moge de vrede van Allah op hun beide zijn.) overgeleverd:
"Op een dag waren we samen met de boodschapper van Allah in een huis van een van de Ansaar.(een bewoner van de stad Medina die de moslims hielp). We vormden een djamaa'ah(gemeenschap).

We waren diep in gesprek toen we van buiten een stem hoorden, die zei:
"De gastheer en al degenen die binnen zijn: mag ik binnenkomen? Ik heb een wens, ik moet met jullie praten!"
Hierop keek iedereen naar het gezicht van de profeet En hij zei vervolgens: "Weten jullie wie dit is?" We zeiden allemaal tegelijk: "Allah en zijn profeet weten het het best."
De profeet zei: "Dit is lain (vervloekte) Iblies; de Satan; moge de vloek van Allah op hem rusten". Toen de profeet dit had gezegd, zei Oemar (een van de metgezellen, r.a.):
"Jaa Rasoel-Allah, geef mij uw toestemming om hem te doden." De profeet gaf geen toestemming. En zei: " Jaa, (O) Oemar weet jij niet dat hij uitstel (van Allah) heeft gekregen tot een bepaalde tijd?.....Laat hem".
Daarna zei de profeet: "Doe de deur open, laat hem binnen komen. Hij is hier gekomen met Allah's Bevel. Probeer te begrijpen wat hij jullie gaat zeggen, luister goed naar hem!"

Rawi vertelt verder:

"De deur werd voor hem geopend. Hij kwam binnen. We konden hem zien. Hij zag er uit als een oude schele man, zonder baard. Hij had maar zes of zeven haren die op paardenharen leken, en aan zijn kin hingen. Zijn ogen keken naar boven. Zijn hoofd was zo groot als een die van een olifant, en zijn lippen leken op buffel-lippen.

Daarna groette hij ons (met de salaam = vredesgroet): "Salaam (vrede) zij jou Mohammed en vrede op jullie, O djamaa'ah, moeslimien (moslimgemeenschap)"
De profeet antwoorde: "De salaam, (vredesgroet) is van Allah, jaa lain (O, vervloekte)". (Het is voor de moslims verboden om de ontkenners (kaafirs) met de islamitische vredesgroet te groeten. In dit geval werd de duivel NIET teruggegroet omdat hij ook een ontkenner (kaafir) is ).

De profeet zei: "Je zei dat je voor iets kwam. Waar kom je voor?"

Iblies, de duivel zei: "Mijn Heer (Allah) heeft een engel naar mij toegestuurd, die tegen mij zei: "Allah beveelt je, om naar de (profeet) Mohammed te gaan. Maar doe dit in bescheidenheid en in een vernederde toestand. Je moet de profeet vertellen, hoe jij de kinderen van Adam hebt verleid en bedrogen. Alles wat hij (de profeet) je vraagt moet je met de waarheid beantwoorden. Als je de waarheid niet verteld, zal Allah as van je maken, een wind sturen en jou zo voor je vijanden belachelijk maken."

"Dus zo komt het dus Jaa (O) Mohammed, dat ik met deze opdracht naar jou ben gekomen. Je mag vragen wat je wilt. En als ik jou de waarheid niet zou vertellen, zullen mijn vijanden zich met mij amuseren, het is zeker heel vernederend als je vijanden met je spotten, (en dat kan ik niet toestaan)."

De profeet: "Aangezien het feit dat jij de waarheid zult vertellen: vertel me dan, van wie jij het meest een afgunst hebt (niet mag)".
De duivel: "Dat ben jij! Jaa (O), Mohammed! Onder de schepselen van Allah, is er niemand, die ik niet minder mag!"

De profeet: "En na mij? Wie mag je verder niet?"
Iblies: "De Moettaqie (degene met taqwa = godvrees ) jonge mensen, die al hun bezittingen hebben weggeven op de weg van Allah".

De profeet: "Daarna, van wie heb je het meeste afkeer?"
Iblies: "De geduldige oelamaa (Qor'aan-geleerden) die van allerlei twijfelachtige zaken afstand houden".

De profeet: "En daarna?"
Iblies: "Iemand die bij het schoonmaken, de onreine plek drie maal wast, en doorgaat met dit te doen".

De profeet: "En daarna?"
Iblies: "De geduldige arme persoon, die zijn benodigheden aan niemand vertelt, en niet over zijn toestand klaagt (bij anderen).

De profeet: "Hoe weet jij dat deze arme een geduldige is?"
Iblies: "Jaa (O), Mohammed, hij zal zijn benodigdheden niet aan iemand, die (zelf) ook in deze toestand verkeert, vertellen. Wie zijn behoeftes drie dagen achter elkaar wel aan iemand vertelt, zal niet tot 'de geduldige' bij Allah gerekend worden. Dus zo merk ik aan zijn houding of hij geduldig is".

De profeet: "En daarna?"
Iblies: "De dankbare rijke."

De profeet: "Hoe weet jij of deze persoon dankbaar is?"
Iblies: "Je ziet hem halal (geoorloofde) dingen kopen en naar zijn familie brengen."


De profeet vroeg ditmaal iets anders:

"Als mijn oemmah (volgelingen) opstaat voor het gebed, wat gebeurt er dan met jou?"
Iblies: "Jaa (O), Mohammed dan begin ik heel erg te beven!"

De profeet: "Waarom gebeurt dat, jaa, lain (o, vervloekte)?"
Iblies: "Omdat als een dienaar van Allah soedjoed doet (zich neerbuigt tot op de grond, voor Allah), Hij hem dan een graad verhoogt".

De profeet: "En als ze vasten, wat gebeurt er dan met jou?"
Iblies: "Dan wordt ik vastgebonden, totdat zij het vasten verbreken".

De profeet (s.a.w): "En als ze de hadj (verplichte bedevaart naar Mekka) verrichten?"
Iblies: "Dan wordt ik gek."

De profeet: "En wat als ze de heilige Qor'aan lezen, wat gebeurt er dan met jou?"
Iblies: "Jaa (O) Mohammed, dan is het heel erg met mij gesteld. Dan is het alsof degene die aalmoezen geeft een zaag pakt, en mij ermee doormidden zaagt"

De profeet vroeg de reden hiervan.

Iblies zei: " Dat zal ik je vertellen, Het geven van aalmoezen heeft vier mooie schoonheden:
Allah zal zijn baraka (zegeningen, in dit geval zijn bezit) vermeerderen.
Allah zal hem geliefd maken onder het volk.
Allah zal hem door middel van de gegeven sadaqa (liefdadigheid) een sed (een stuw, dam, belemmering) tussen hem en de jahannam (Hel) maken.
Allah zal zijn problemen, moeilijkheden, en vloeken van hem wegnemen".

Hierna vroeg de profeet hem over zijn metgezellen:

"Hoe denk je over Aboe Bakr?" (De beste vriend en eerste rechtvaardige opvolger na de het overlijden van de profeet).
Iblies: "Hij was het niet met mij eens in de tijd van djahilija (de tijd van onwetendheid voor de komst van de Islam). Nu hij de Islam betreden heeft, zal hij mij nooit gehoorzamen!."

De profeet: "En hoe denk je over Oemar ibn Ghattab? "(De tweede grote opvolger na de profeet)
Iblies: "Ik zweer bij Allah, waar ik hem zag, ben ik van hem weggelopen".

De profeet: "En over Osman ibn Afwan?". (De derde rechtvaardige opvolger na de profeet).
Iblies: "Ik schaam me zo erg voor hem zoals de engelen zich voor de meest Barmhartige schamen".

De profeet: En Ali ibn Aboe Talieb. (De vierde rechtvaardige opvolger en schoonzoon van de profeet).
Iblies: "Oh, Ik wou dat ik verlost van hem was. Als hij alleen bleef en mij ook met rust liet. Maar hij laat mij niet met rust". (Dit wil zeggen dat hij de boze influisteringen van de duivel niet in acht nam en het niet volgde).

De profeet: "Al-hamdoe-liellah (alle lof aan Allah), die mij veel geluk heeft gegeven. tot een bepaalde tijd, en die jou zondig heeft gemaakt (door je schuld) tot een bepaalde tijd, (Dag der Opstanding".
Iblies: "Waar is het geluk van je oemmah (moslimgemeenschap)? Zolang de mens er is, zal ik (Iblies) er ook zijn. Hoe kun je dan opgelucht zijn? Ik zwem in hun bloed. Ik ga tot in hun vlees. Zij weten dit niet en kunnen mij niet zien. Ik zweer bij Allah, Die mij geschapen heeft en Die mij tot De Dag der Opstanding het leven heeft gegeven; dat ik hen allemaal ongepast zal laten gedragen. Zowel de onwetenden als hun geleerden! De fasiq (zondaren) zowel als degenen die ibadah doen (Allah aanbidden). Ze zullen geen van allen aan mij ontkomen! Behalve de reine, oprechte dienaren van Allah (moechlies), die kan ik niet ongepast laten gedragen!

Hierna vroeg de profeet: "Wie zijn volgens jou de moechlies?" (Degenen die ichlaas hebben dit zijn de rechtgeschapen dienaren van God, die met pure reine intentie Allah aanbidden).

Iblies: "Weet je niet, Jaa (O) Mohammed dat dat degenen zijn die hun bezit (materie) niet lief hebben. Hij kan geen dienaar van mij zijn. Hij die zijn dinar (Arabisch muntstuk), niet lief heeft en er niet van houdt om geprezen te worden , van hem weet ik dat hij rechtgeschapen is. En hem laat ik alleen! Ik loop weg van hem. Als een dienaar zijn geld wel lief, heeft of ervan houdt om geprezen te worden en van wie zijn/haar hart aan wereldse dingen verbonden is; hij/zij is het die mij het meest gehoorzaam is!
Jaa (O), Mohammed weet je niet, dat liefde voor het wereldse bezit een van de grootste zonde (bij Allah) is? (omdat men materie makkelijk aanbidt, en zijn Schepper ervan; Allah hierdoor heel snel vergeet).

En hij ging verder:
"Jaa (O), Mohammed weet je niet dat ik 70.000 kinderen heb. Deze zijn allemaal op verschillende plaatsen. En mijn 70.000 kinderen hebben ieder weer 70.000 duivels bij hen. Een gedeelte van hen, heb ik naar de oelama (moslimgeleerden) gestuurd. Een andere groep naar de jongeren. Weer een ander gedeelte naar de "martelaren" (dus voordat ze het martelaarschap wilden; dit is de hoogste graad om voor Allah in de strijd te sterven en in het Paradijs te komen. Deze gaf hij twijfels over het wel of niet sterven voor Allah). En een ander gedeelte naar de oude vrouwen. (Deze oude vrouwen hebben vaak een leven vol met bida'h (toevoegingen, nieuwigheden aan de Islam), en proberen dit ook op een koppige wijze over te brengen op de jongere generatie).

"Terugkomend bij de jongeren; wij kunnen heel goed met elkaar opschieten. En mijn kinderen kunnen ook goed met jullie kinderen opschieten. (denk bijvoorbeeld aan de opstandigheid van tieners tegen hun ouders)
"Een gedeelte (van deze duivels) zijn bij de abids (mensen die ibadah doen = Allah aanbidden). Weer een ander gedeelte bij de zahids (mensen die zeer veel ibadah doen).
Zij (de duivels) gaan naar hen toe, en zorgen ervoor dat ze veranderen (dus de ene keer doen ze veel ibadah, en de andere keer weer niet). Je zult ze zomaar, zonder reden zien vloeken. En zo hebben ze geen ichlaas (zuiverheid) meer, ze hebben hun ibadah zonder ichlaas (pure intentie, recht vanuit het hart door de liefde voor Allah), gedaan, maar ze zullen dit niet in de gaten hebben.
"Weet je niet jaa (O) Mohommed, dat de leugen bij mij is en dat ik de eertste leugenaar ben. Wie liegt is mijn vriend, en wie zweert bij een leugen is mijn geliefde. Weet je niet jaa (O), Mohammed dat ik heb gelogen en in naam van Allah heb gezworen bij Adam en Hawwa (Eva).

("En jij zwoer tot hen: Ik ben voor u zeker een oprechte raadgever". staat er in de Qor'aan over Iblies.)

"Met leugens amuseer ik mij! "

"Roddelen is mijn fruit en mijn vrolijkheid".

"Wie op zijn talaq (het recht om te scheiden) zweert; wordt een zondaar, ook al heeft hij dit 1 keer gedaan en heeft hij gelijk. Wie (van) zijn talaq (alle drie de rechten) heeft gebruikt zal een zondaar zijn en is zijn vrouw haram(verboden) voor hem (ze kunnen niet meer samen blijven). En als zij toch samen kinderen krijgen, dan zullen deze kinderen waladi zina's (buitenechtelijk) zijn".

"Als hij op wil staan om het gebed te doen, dan hou ik hem op, door waswasa (boze influisteringen) aan hem te geven. Dan zeg ik: "Je hebt nog tijd zat. Je hebt het nu zo druk, maak dit eerst maar af.
Je doet het straks wel". En zo zal hij buiten de salaat (islamitisch gebed) tijd zijn gebed doen. En door deze reden wordt de salaat in zijn gezicht gegooid. (d.w.z. niet geaccepteerd).
Als hij mij hiermee overwint, dan stuur ik een menselijk duivel naar hem toe, die hem van het gebed zal afhouden".

"Als hij mij weer overwint, dan zal ik hem tijdens de salaat (islamitisch gebed) lastig gaan vallen. Als hij bidt dan zal ik hem over zijn gezicht aaien en zijn voorhoofd kussen (voor zijn gehoorzaamheid).
Ik zal zeggen dat hij een blijvende ondeugd heeft gedaan. Zo zal ik zijn gemak verstoren. Jaa (O) Mohammed, je weet dat als iemand, vaak links en rechts kijkt tijdens de salaat, Allah zijn salaat niet zal accepteren, en het in zijn gezicht zal gooien (zijn salaat wordt niet geaccepteerd).

"Als ik dit ook niet kan bereiken bij iemand, zal ik (als hij het gebed alleen doet) tegen hem zeggen dat hij de salaat snel moet afmaken. En dat zal hij als een haan; die snel zijn eten met zijn snavel uit het grind pikt, doen.
Als mij dit weer niet lukt, dan probeer ik, het gebed te verstoren, als ze met djamaa'ah (gezamelijk) bidden. Dan zet ik de roekoe (gebogen houding tijdens het gebed) en de soedjoed (geknielde houding tijdens het gebed) afhalen en eerder (dan de imaam: voorganger in het gebed) naar de soedjoed en roekoe gaan. Allah zal de hoofden van deze mensen (in het hiernamaals) in ezelskoppen veranderen, omdat zij dit hebben gedaan. Als dit mij ook niet lukt, dan zeg ik tegen hem dat hij met zijn vingers moet gaan knakken; zo gedenkt hij mij.

Als dit mij ook niet lukt (zo niet verleid worden), dan blaas ik tijdens de salaat (islamitisch gebed) in zijn neus, zodat hij gaat gapen. Als hij zijn hand niet voor zijn mond doet, dan zal er een kleine duivel in zijn mond binnengaan; die zijn wil voor wereldse dingen groter maakt.
(Materialistisch wordt, hierdoor kan hij niet met pure reine gedachten aan het gebed deelnemen, de wereldse dingen zullen steeds in zijn hoofd tollen).
"Hierna zal deze persoon ons blijven gehoorzamen. Naar ons luisteren en doen wat wij zeggen.
Hierna ging hij verder: "Ik ga naar degenen die arm, hulploos en zielig zijn en beveel ze om de salaat (islamitisch gebed) NIET te verrichten; "De salaat is niet bestemd voor jullie; maar voor degenen die rijkdom en welzijn hebben".

"Dan ga ik naar de zieken, en zeg; "Laat de salaat (islamitisch gebed), want Allah zegt in Qor'aan, dat Hij geen ongemak wenst, voor de zieken. Als je beter bent zal je veel kunnen bidden! "En zo zal hij het gebed nalaten en zelfs ongelovig worden. Mocht hij aan deze ziekte overlijden, dan zal hij Allah in Gazaab (woede) vinden.
Jaa (O), Mohammed, als er leugens in mijn woorden zijn, dan moge een schorpioen mij steken. Als ik lieg, moge Allah as van mij maken.

Mohammed ben jij opgelucht over je oemmah (volgelingen) terwijl ik 1/6 van hen uit het geloof heb gehaald?"

De profeet gaat verder met zijn vragen:

"Wie, is volgens jou de gelukkigste persoon?"
Iblies: "Dat zijn degenen, die de salaat (islamitisch gebed) bewust nalaten".

De profeet: "Wat houdt jou het meeste af van je werk?
Iblies: "Islamitische bijeenkomsten".

De profeet: "Hoe eet jij?"
Iblies: "Met mijn linkerhand en mijn vingertoppen".

De profeet: "Als de wind des doods blaast en de hitte heerst, wat gebruik jij als je schaduw?"
Iblies: "De (lange) nagels van de mensen".

De profeet: "Wie is jouw vriend waar mee je zit?"
Iblies: "Degenen die rente nemen".

De profeet: "Wie is jouw vriend?"
Iblies: "Degenen die overspel plegen".

De profeet: "Wie is met jou bed-vriend?" (partner in bed)
Iblies: "De dronkaard".

De profeet: "Wie is jouw bezoeker?"
Iblies: "Dieven."

De profeet: "Wie zijn jouw boodschappers?"
Iblies: "Tovernaars."

De profeet: "Wat is de noer (het licht) van je ogen?"

Iblies: "Dat zijn mannen die van hun vrouwen scheiden."

De profeet: "Wie is jouw lieveling?"
Iblies: "Degenen die niet deelnemen aan de djoemaa'ah (gezamenlijk vrijdagsgebed in de moskee)."

De profeet stelt nu andere soorten vragen:

"Jaa lain (O vervloekte); wat breekt jouw hart?"
Iblies: "Het gehinnik van paarden die op djihaad (in de heilige oorlog) op weg gaan voor Allah".

De profeet: "Wat laat jouw gelaat smelten?"
Iblies: "Zondaars die Allah om vergiffenis vragen voor hun zonden".

De profeet: "Wat verscheurt je hart?"
Iblies: "Het horen van mensen die dag en nacht vergiffenis vragen aan Allah". (Wegens hun zonden).

De profeet: "Wat laat je gezicht rimpelen?"
Iblies: "Het geven van aalmoezen, in het geheim".

De profeet: "Wat verblindt je ogen?"
Iblies: "Het verrichten van vrijwillige nachtgebeden".

De profeet: "Wat doet jouw hoofd neerbuigen?"
Iblies: "De vele salaat's (islamitische gebeden) die in djamaa'ah (een groep) verricht worden".

Iblies: "Ik eet van ieder dier dat niet in naam van Allah geslacht is. (Dus geslacht wordt zonder dat men zegt : "Bismillah = in naam van Allah" ). Ik eet van voedsel waar rente in zit en waar verboden (haram) geld in is gemengd".

"Ik ben ook, mede-eigenaar van goederen waar geen toevlucht tegen mij (Iblies) bij Allah wordt gezocht". (Dus zonder het zeggen van: a'oedzoe billaahie mie nasj-sjaitaanier radjiem: Ik zoek mijn toevlucht bij Allah tegen het kwaad van Satan, de vervloekte).

"Ook bij sexuele gemeenschap als er geen toevlucht tegen de duivel bij Allah is gezocht heb ik Iblies (duivel) samen met hem en met zijn vrouw gemeenschap". (Dus ook zonder het zeggen van : a'oedzoe billahie mie nasj-sjaitaanir radjiem = ik zoek mijn toevlucht bij Allah tegen het kwaad van satan de vervloekte.)

"Ik heb aan Allah een huis gevraagd. En daarom heb ik de sauna's gekregen".

"Ik heb om een gebedsplaats gevraagd en heb de markten gekregen..

"Ik heb om een boek gevraagd en heb daar de gedichten(bundels) voor gekregen".

"Ik heb om een bed-vriend gevraagd en heb de dronkaards ervoor gekregen".

"Ik heb om een hulp gevraagd en heb de qadarijja's hiervoor gekregen". (Dit zijn groepsringen die de Qaadr (het lot of voortbestemming van Allah) ontkennen).

"Ik heb om broeders en zusters gevraagd en heb de mensen die hun tijd aan masijjah (nutteloze dingen) verspillen gekregen". (Zie Qor'aan in hoofdstuk 17 vers 27)

De profeet zei hierop: "De reden dat ik je geloof, is omdat je het bewijst met verzen uit de Qor'aan".
Iblies: "Ik heb van Allah gewild dat ik de kinderen van Adam kon zien en zij mij niet. Dit is ook gebeurd.

"Ik heb gevraagd aan Allah, of Hij een weg voor mij kon banen in het bloed van de kinderen van Adam. (en dit is ook gebeurd)".

"Ik heb al deze dingen gekregen en ik zal je zeggen dat ik meer mensen aan mijn kant heb dan jij zult hebben tot De Dag des Oordeels".

hij (Iblies) vertelt verder:

"Ik heb een zoon die de taak heeft om ibadaha's (aanbiddingen) die in het geheim worden gedaan te openbaren. (Als een dienaar iets goed heeft gedaan en dit probeert te verbergen, zonder hoogmoed te hebben, dan zorgt de duivel ervoor dat hij het toch naar voren brengt). "Als de duivel overwint dan verliest degene die ibadah (aanbidding) deed 99 van zijn 100 zegeningen. Hij houdt er dus maar een over. Dus krijgt een dienaar die iets goed doet, en dit geheim houdt krijgt hier 100 zegingen voor.)
"Ik heb ook een andere zoon die de mensen verblindt als zij naar islamitische bijeenkomsten gaan, waar geleerden lesgeven. Ze beginnen slaperig te worden, kunnen niet goed slapen, ze gaan gapen en worden snel afgeleid. Zo krijgen ze ook geen zegening".

Iblies vertelt verder:

"Als een vrouw in het bijzijn van mannen zit (die niet wettig zijn voor haar); komt er een duivel bij haar op schoot zitten, zodat zij voor degenen die naar haar kijken aantrekkelijk wordt gemaakt/lijkt. Daarna zal hij haar bevelen om zich opvallend te gedragen. Dit zal zij doen. En hierna zal hij haar schaamtegevoelens met zijn nagels (weg) scheuren. (Dit wordt figuurlijk bedoeld, als dit gordijn weggescheurd is, door haar eigen toedoen, dan zal zij zich zoals Iblies het al aangaf, voor niets meer schamen. Ze zal haar grenzen steeds verzetten; En op het laatst zal ze geen schaamtegevoelens meer over hebben voor haar gedrag).

Iblies verteld over zichzelf:

"Jaa (O), Mohammed ik kan de mens NIET af laten dwalen. Ik kan alleen maar waswasa (boze influisteringen) geven, en iets aantrekkelijk/mooi laten zien. Dat is alles! Als ik de macht had om de mensen te laten dwalen, dan zou ik een ieder die "laa ilaaha ill-Allah..." zeggen, (zou getuigen dat er geen god is behalve Allah, en dat Mohammed de laatste boodschapper van Allah is), en ieder die zou vasten en bidden, doen laten afdwalen. Zoals jij alleen maar de boodschapper van Allah bent, en de mensen geen hiedajah (leiding) kan geven, (hen het ware geloof niet kan opdringen, die keus aan hen laat) zou er geen enkele ongelovige overgebleven zijn als jij ze hiedajah (leiding) kon geven. Jij bent alleen maar de boodschapper van Allah, die de taal heeft om het ware geloof te verkondigen.

Hij verteld verder:

"Als ik de macht had gekregen, zou ik iedereen die "laa ilaaha ill-Allah ..." zegt en iedereen die vast en de salaat (islamitisch gebed) doet, allemaal tot het slechte pad dwingen. Zoals jij ook geen hiedja (leiding) hebt dus kaafirs (ontkenners) in moslims veranderen. Jij bent alleen de gezant van Allah, alleen maar een verkondiger. Als jij hiedja (leiding) kon geven dan zou er geen enkele kaafir (ontkenner) op de wereld zijn."

De profeet vroeg aan Iblies of hij geen vergiffenis aan Allah kon vragen en terug kon keren tot Allah. "Ik kan je bemiddelaar zijn (ik geef je mijn woord) dat jij, naar de Djennah (het Paradijs) kan gaan".

Iblies: "Jaa Rasoel-Allah (O boodschapper van Allah), het zal volgens de Wil van Allah gaan. De inkt die deze Wet heeft geschreven is opgedroogd. Het kan niet meer worden veranderd. Deze dingen zullen tot de Qiejamah (Opstanding) gebeuren. Degene die jou tot profeet heeft gemaakt.
Degene die jou tussen de mensheid heeft gekozen, als de verkorene. Jij bent de heer van de
Djennah (Paradijs) gemeenschap. Ik, Iblies, ben de heer van de zondaars en van de gemeenschap van de Hel".

Dit zijn mijn woorden tot jou. Alles wat ik heb gezegd is de waarheid.
Alle lof aan Allah.
Allah is de enige Schepper.
Hij heeft geen begin noch einde.
Salaam (vrede) aan Mohammed en alle andere profeten.

14:22 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-12-07

Soelaimen [as]en de koningin van Saba

Soelaimen (´aleihi salaam) was de zoon van Dawoed. Soelaimen (´aleihi salaam) was toen hij klein was al een eerlijke jongen en hij stond bekend om zijn wijsheid. Toen hij ouder was maakte Allah hem Zijn Profeet. Allah leerde hem ook de taal van de vogels en de dieren te begrijpen. Ook al was Soelaimen (´aleihi salaam) heel wijs en bezat hij veel waardevolle dingen, hij vergat Allah nooit. Hij wist dat alle goede dingen van Allah komen. Daarom zei hij altijd tegen de mensen: 'Bedank Allah voor al het goede wat Hij jullie heeft gegeven en voor Zijn gulheid. Jullie moeten alleen Allah aanbidden en goede dingen doen.'

Op een dag liepen Soelaimen (´aleihi salaam) en zijn soldaten door een vallei waren mieren woonden. Soelaimen (´aleihi salaam) hoorde een mier tegen een andere mier zeggen: 'Snel, aan de kant en verstop je! Soelaimen (´aleihi salaam) en zijn soldaten komen eraan en zullen ons vertrappen en niet eens weten dat ze het hebben gedaan!'
Soelaimen (´aleihi salaam) begreep de taal van de dieren. Hij moest lachen en zei tegen zijn soldaten dat ze stil moesten blijven staan en wachten tot alle mieren veilig waren. Toen bad hij tot Allah: 'O Allah help mij de juiste dingen te doen zodat U tevreden met mij zult zijn.'

Op een dag riep Soelaimen (´aleihi salaam) alle vogels om bij hem te komen. Maar toen hij naar alle vogels keek, mistte een vogel van een soort die Hoopoe heet. Soelaimen (´aleihi salaam) wachtte een tijdje en net toen hij besloot dat niet langer kon wachten, kwam de Hoopoe er opeens aan vliegen en ging naast Soelaimen (´aleihi salaam) zitten. 'Ik kom van heel ver weg , uit een stad die Saba heet', zei de Hoopoe. 'De mensen daar zijn heel erg rijk en ze hebben een koningin die op een hele mooie troon zit. Deze mensen aanbidden de zon en ze geloven dat het goed is om de zon als Allah te behandelen. Maar zij zijn verkeerd, toch? Zij zullen nooit de juiste weg vinden als ze zo door blijven gaan. Allah is de Enige Die door iedereen aanbeden moet worden.'

Soelaimen (´aleihi salaam) schreef toen een brief aan de koningin van Saba en hij stuurde de Hoopoe om de brief aan haar te brengen. Toen de koningin van Saba de brief kreeg, riep ze alle wijze mannen uit de stad bij haar. Ze zei tegen hen: 'Ik heb een brief gekregen van Soelaimen (´aleihi salaam). Hij schrijft dat we moeten geloven in Allah en alleen Allah moeten aanbidden. Wat vinden jullie dat ik moet doen?'

De wijze mannen zeiden: 'We zijn heel machtig en het is makkelijk om oorlog tegen Soelaimen (´aleihi salaam) te voeren. Maar jij moet zelf beslissen wat je doet.'

De koningin zei toen: 'Maar een oorlog zou onze stad kunnen verwoesten en onze beste soldaten zullen gemene vechters worden. Daarom besluit ik om geen oorlog te voren, maar ik zal hem een cadeau sturen.'

De koningin van Saba stuurden een paar mensen naar Soelaimen (´aleihi salaam) om hem een cadeau te geven. Ze waren heel verbaasd toen Soelaimen (´aleihi salaam) boos werd. Hij zei: 'Waarom brengen jullie mij een cadeau, in plaats van naar te luisteren naar wat ik zeg? Wat Allah mij heeft gegeven is veel beter dan dit cadeau. Ga terug naar jullie koningin en neem dat cadeau weer mee!'

Toen ze hoorde dat Soelaimen (´aleihi salaam) haar cadeau geweigerd had, was de koningin weer heel verbaasd. Ze besloot om zelf naar Soelaimen (´aleihi salaam) te gaan. Ze riep haar mensen bij elkaar en ze maakte zich klaar voor de reis naar de stad van Soelaimen (´aleihi salaam). Toen de koningin aankwam bij Soelaimen (´aleihi salaam) vertelde Soelaimen (´aleihi salaam) haar over Allah. De koningin begreep nu hoe verkeerd het was om de zon te aanbidden. Ze zei tegen Soelaimen (´aleihi salaam): 'Je hebt gelijk, vanaf nu zal ik alleen Allah aanbidden. Hij is onze Heer en we moeten alleen Hem aanbidden.'
 

 

17:55 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Afleggen van een valse getuigenis

Allah zegt:
"En degenen die geen valse getuigenissen afleggen." (Qor’aan 25:72)

En Alla zegt:
". . Schuw dus de aanbidding van afgoden en schuw valse verklaringen." ( Qor’aan 22:30).

Volgens dit vers is het afleggen van een valse getuigenis het toekennen van deelgenoten aan Allah in slechtheid."

Allah zegt:
"...Waarlijk Allah leidt niet degene die een grote zondaar, een leugenaar is!" (Qor’aan 40:28)

De Profeet zei: "Het hart van een gelovige kan aan alles wennen behalve aan liegen en bedriegen."

walidin.com

 

 

11:45 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |