28-10-07

Allahim sen müslümanlara yardim eyle

http://www.youtube.com/watch?v=vzqihJh0G-4

19:18 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-10-07

De inrichting van het graf.

De graven behoren zelf volgens de betrouwbare overleveringen zeer eenvoudig ingericht te zijn. Zij zijn gelijk met de grond, hetgeen door de volgende overlevering wordt voorgeschreven. `Ali (ra) zei: "De Profeet (sas) heeft mij bevolen, dat ik elk beeld, dat ik zou zien, zou vernietigen en elk graf, dat verhoogd was, met de grond zou gelijk maken" (Tirmidi 8;56)

Het maken van bouwwerken op graven wordt daarom verboden: "De Profeet (sas) heeft verboden op de graven te bouwen" (Ibn Hanbal IV;339, 399). Ook het pleisteren van graven en plaatsen van opschriften erop, wordt door in overeenstemming met de overlevering (Tirmidi 8;58) voor niet geoorloofd verklaard.

Ibn-i Taymiyya verbiedt eveneens het bouwen op graven. Wat op een graf is gebouwd moet afgebroken worden. Het begraven in een moskee is ongeoorloofd. Wanneer de moskee reeds bestond voor het graf, moet dit worden gelijk gemaakt, of, als het nog vers is, worden opgegraven. Was het graf er eerder dan de moskee, dan moet deze ophouden als zoodanig gebruikt te worden als moskee; de salaat mag er niet in gehouden worden ("Iqtida") .

Ook het branden van lampen en kaarsen op graven is verboden: "Allaah heeft de bezoekers van graven, en hen, die de graven tot masjid's maken en er lampen branden, vervloekt" (Tirmidl 2;121). Zelfs laakt Ibn-i Taymiyya het meer dan nodig gebruiken van lampen in de moskee. In verband hiermede acht Ibn-i Taymiyya het niet geoorloofd, in een gelofte om olie en ander brandmateriaal voor een graf te beloven. Zulk een gelofte mag, evenals die van het ondernemen van een reis naar het graf van de Profeet (sas) niet vervuld worden. Het hangen van kleden over de graven, "alsof het de Ka'bah betrof", is verboden, evenals het gebruiken van goud en zilver om de laatste rustplaats van de Profeet (sas) te versieren. De graven onderscheiden zich dus bijna door niets van de omgeving ("Iqtida").

Erger dan dit alles zijn echter de religieuze handelingen, die bij de graven plaats vinden. Het hangen van kleden over de graven, het maken van bouwwerken daarop, het gebruik van goud en zilver, het branden van lampen, dat alles is slechts uitvloeisel van een groter kwaad: de gravendienst. De Profeet (sas) heeft reeds bij zijn leven gewaarschuwd tegen het dienen van zijn graf. Hij (sas) zei: "O, Allaah, maak niet mijn graf tot afgod die gediend wordt" (Ibn Hanbal II, 246). Volgens de overlevering heeft de Profeet (sas) dit nog vlak voor zijn dood gezegd (Muslim 5; 22). Het verrichten van de salaat bij een graf is niet toegestaan: de Profeet (sas) zei: "Allaah heeft de joden en de christenen, die de graven van hun profeten tot masjid's maken, vervloekt" (Bukhari 8;55). In verband hiermede kunnen we de overleveringen, waarin de Profeet (sas) verbiedt zijn graf tot een feest te maken, noemen (Ibn Hanbal II, 367). Want het woord feest als naam voor een plaats, betekent de plaats waar men samenkomt tot het verrichten van cultushandelingen, zoals Ibn-i Taymiyya het zegt. Ook de metgezellen van Rasoelullaah (sas) achtten het verrichten van de salaat bij een graf ongeoorloofd. Toen `Umar (ra) Anas ibn Malik (ra) de saalat bij een graf zag doen, zei hij tot hem: ,,Pas op een graf, pas op. een graf !" (Bukhari 8;48). ("Iqtida")

Er zijn `ulama die menen, dat de oorzaak van het verbod van het verrichten van de salaat op een graf te zoeken is in de onreinheid van het graf, omdat de aarde er vermengd is met de overblijfselen van de lijken. Deze geleerden maken dan ook onderscheid tussen een oud en een pas gedolven graf, en nemen in aanmerking, of er tussen het lijk en de aarde al of niet een scheiding is, zodat beide niet vermengd kunnen raken. Ibn-i Taymiyya bestrijdt deze zienswijze. De oorzaak van het verbod is de gedachte aan het maken van de graven tot afgoden. Evenals de Profeet (sas) het verrichten van de salaat bij op- en ondergaan van de zon verbood, opdat dit niet zou leiden tot een soort afgodendienst, vindt hij ook dat het verboden is de salaat bij een graf te verrichten.

Ibn-i Taymiyya wijst erop, dat nergens in de Qur'aan wordt bevolen of aanbevolen, de saaat te verrichten in de mashaahid's, zoals de, op de graven gebouwde moskeeën en of andere, uit de profetengeschiedenis bekende plaatsen, genoemd worden. Een andere grafcultus is het kussen van een graf dat ook niet toegestaan is. Slechts de zwarte steen in de Ka'bah (Hajaru'l Aswad) mag gekust worden. Het strijken van de hand langs het graf, het leggen van het hoofd erop, vanwege de zegen, die daaraan zou kleven, en het drukken van de wangen in het stof van het graf, wordt door Ibn-i Taymiyya tot afgodendienst verklaard. Zo is het ook gesteld met het meenemen van stof van het graf vanwegen de zegen, het nederknielen, of het op andere wijze tonen van nederigheid, en het doen van ommegangen (tawaaf) bij een graf ("Iqdida").

Het bezoeken van de graven is, als daartoe niet een verre reis verricht is, toegestaan. Volgens de overlevering heeft de Profeet (sas) aanvankelijk het bezoek verboden, later echter toegestaan: "Ik heb mijn Rabb verlof gevraagd, om voor mijn moeder vergiffenis te mogen vragen, maar Hij heeft het mij niet toegestaan. Toen heb ik Hem verlof gevraagd om haar graf te mogen bezoeken, en dat heeft Hij mij toegestaan. Bezoekt dus de graven, want dat zal jullie aan de dood doen denken" (Muslim 11;105). "Ik placht u het bezoeken van de graven te verbieden. Wie een bezoek wil afleggen, laat die het doen. Maar zeg er geen onbetamelijke dingen" (Ahmad bin Hambal III;63).

De bezoeker mag bij het graf voor de dode bidden en voor hem om vergiffenis vragen, want dat deed de Profeet (sas) ook: "De Profeet (sas) leerde zijn metgezellen, dat zij, wanneer zij naar de graven gingen, moesten zeggen: "Gegroet, lieden van de verblijven, mu'mins en muslims. Ik zal, als Allaah wil, u volgen. Wij vragen Allaah voor onszelf en voor u om heil" (Ibn Maajah 37;36). Dit gebed voor de dode is eveneens voorgeschreven bij de begrafenis, aan het graf. Er is overgeleverd, dat de Profeet (sas), na de begrafenis, bij het graf placht te gaan staan en te zeggen: "Vraagt om vergiffenis voor uw broeder en om de bevestiging voor hem, want hij vraagt er nu om". Behalve dat bij het graf gebeden mag worden voor de dode en voor hem om vergiffenis mag worden gevraagd, is het ook veroorloofd de salaat en de salaam over de dode uit te spreken: de Profeet (sas) zei: "Wanneer iemand voorbij het graf gaat van een man, die hem bij zijn leven heeft gekend en de salam over hem uitspreekt, geeft Allaah aan de dode zijn geest terug, totdat hij de salaam beantwoord heeft" (Imaam Maalik, Muwatta' 1, 301).

 

 

De verdienstelijkheid van het uitspreken van de salaat en de salaam over de Profeet (sas) wordt in de overlevering meermalen naar voren gebracht en dit wordt beschouwen als sunnah. Maar het is volstrekt niet nodig, dat dit bij het graf van de Profeet (sas) geschiedt. Waar ook uitgesproken, altijd bereiken de salaat en de salaam de Profeet (sas): "Maakt niet mijn graf tot een plaats van feest spreekt de salaat over mij uit waar jullie je bevinden, want jullie salaat zal mij bereiken" (Ibn Hanbal II;367).

Dus men mag voor de dode bidden, voor hem om vergiffenis vragen en de salaam en de salaat over hem uitspreken. Het is te begrijpen, dat uit deze gebeden alles, wat naar afgodendienst neigt, is geweerd door Ibn-i Taymiyya. Het doel van het grafbezoek is het denken aan de dood en dat gebeurt evenzeer bij bet graf van een ongelovige als bij dat van een gelovige. Het bidden voor de dode, zowel bij de begrafenis als bij het graf en het uitspreken van de salaat en de salaam is sunnah. ("Iqdida").

Het is veroorloofd om bij het grafbezoek na het gebed voor de dode en het uitspreken van de salaat en salaam over hem, een gebed voor zichzelf te doen. Verboden is het echter om van het bidden voor zichzelf bij een graf een gewoonte te maken. Met opzet gaan naar een graf om daar voor zichzelf te bidden is verboden. Bij dit gebed mag men niet met het gezicht naar het graf gewend het gebed doen, maar men moet de voorgeschreven richting in acht nemen, namelijk in de richting van qiblah ("Iqtida").

Volgens de leerlingen van Imaam Abu Hanifah mag men zelfs bij de salaam over de Profeet (sas) niet met het gezicht naar het graf van de Profeet (sas) gaan staan. Qaadi `Ijaad levert over, dat Imaam Malik gezegd heeft: "Ik vind het onnodig, dat iemand bij het graf van de Profeet (sas) gaat staan bidden. Laat hij de salaam over de Profeet (sas) uitspreken en heengaan."

Volgens Ibn-i Taymiyya is het afgodsdienst (shirk) zich te begeven naar het graf van de Profeet (sas) of van een heilige, om hem aan te roepen, tot hem te aanbidden en hem om vervulling van een behoefte te vragen in plaats van aan Allaahu Ta`ala te vragen.

Wel is waar is het een feit dat de doden levend zijn in hun graven, het leven leiden van de Barzach, de plaats tussen hel en paradijs, doch de doden kunnen daar niet horen, dat men hen aanroept en kunnen de mensen niet helpen. Op de beschuldiging van de tegenstanders, dat Ibn Taymiyya de rang van de Profeet (sas) naar beneden haalt, wordt het volgende geantwoord: "Hetgeen wij geloven is, dat de rang van onzen Profeet Mohammed (sas) de hoogste rang van alle schepselen is, in de meest volstrekte zin van het woord, dat hij levend is in zijn graf, het leven van de Barzach leidt, een leven, volmaakter dan dat die van de martelaren, voor welk leven in de Qur`aan de bewijzen te vinden zijn, want de Profeet (sas) is zonder twijfel voortreffelijker dan de martelaren. Wij geloven, dat de Profeet (sas) de salaam, die de muslims over hem uitspreken, hoort en wij verklaren het bezoeken van de Profeet (sas) voor sunnah, behalve dat men geen verre reis mag maken naar zijn graf, of het moet zijn naar de moskee van de Profeet (sas) in Medina om er de salaat te verrichten. Maar al moge de Profeet (sas) ook levend zijn in zijn graf, helpen kan hij niemand. Het werk van een dode is afgesneden, hij kan zichzelf nut noch schade aanbrengen, laat staan, dat hij iets voor een ander zou kunnen doen. Daarom is het bidden tot een dode en het vragen aan hem om vervulling van een behoefte afgodendienst (shirk). De meeste nadruk ligt op het feit, dat het gebed een caltushandeling is en tot de dienst van Allaahu Ta`ala behoort: van de Profeet (sas) is overgeleverd dat hij heeft gezegd: "Het gebed is de dienst", of, volgens een andere lezing: "Het gebed is de kern van de dienst (`ibadah) (Tirmidi 45;I).: dus ieder, tot wie gebeden wordt is een godheid. Daarom verbiedt Allaahu Ta`ala tot een ander dan Hem te bidden: (Nederlandse uitleg) "... Degene, tot wie jullie buiten Allaahu Ta`ala bidden, bezitten niet de macht over het vliesje van een dadelpit. Wanneer jullie tot hen bidden, horen zij jullie gebed niet en ook al zouden zij het horen, zouden zij jullie toch niet antwoorden. Op de Dag der Opstanding zullen zij verwerpen, dat jullie hen als deelgenoten naast Allaahu Ta`ala hebben geplaatst...." (Qur'aan 35; 13, 14). Nog vele Qur'aan verzen kunnen aangevoerd worden om te bewijzen, dat het bidden tot een ander dan Allaahu Ta`ala afgodendienst is.

Nu zeggen de tegenstanders: wij bidden niet tot de doden in de graven, maar wij roepen hen aan en vragen hen om hulp en om voorspraak. Wij weten, dat alle macht bij Allaahu Ta`ala is, maar de profeten en de heiligen, die wij aanroepen, kunnen ons helpen in het vervullen van onze wensen.

Het antwoord hierop is: dan doen jullie hetzelfde als de onwetende Arabieren deden: niettegenstaande jullie geloven in Allaah als Rabb (Rabb en Meester) van de schepping, wenden jullie je toch tot anderen dan Allaahu Ta`ala, en vragen aan hen om hulp en voorspraak, teneinde jullie wensen vervuld te zien, terwijl over het al of niet vervullen van die wensen, slechts Allaahu Ta`ala macht heeft.

De Arabieren uit het tijdperk van de onwetendheid namen beschermers buiten Allaahu Ta`ala, terwijl ze zeiden: (Nederlandse uitleg) " Behoren niet aan Allaah de reine godsdienst. En zij die zich buiten Hem verbonden nemen zeggen: Wij dienen hen (de afgoden) slechts, opdat zij ons nader bij Allaah zullen brengen...." (Qur'aan 39; 4). (Nederlandse uitleg) "Zij dienen buiten Allaahu datgene, wat hun geen nut kan opleveren noch schade toebrengen, zeggende: "Deze zijn onze voorspraken bij Allaah..." (Qur'aan, 10;18).

Dat is de afgodendienst van de vroegere volken: niettegenstaande zij weten, dat alle macht bij Allaahu Ta`ala is, dienen zij toch anderen naast Allaahu Ta`ala, omdat zij geloven, daardoor dichter bij Hem te komen en voorspraken voor zichzelf bij Hem te verkrijgen.

Daarom wordt het bidden tot iemand die gestorven is tot de afgodendienst gerekend, ook het vragen aan een dode is, op welke manier het ook geschiedt, tot afgodendienst gerekend. Aan levenden mag men vragen datgene, waarover zij de beschikking hebben, aan doden niets. Toch is het beter, ook niet aan mensen te vragen. Dit is in de overlevering tot uiting gekomen: "Wanneer jullie vragen, vraagt dan Allaahu Ta`ala, en wanneer jullie om hulp vragen, vraagt dan Allaahu Ta`ala om hulp." De Profeet (sas) leerde zijn metgezellen, om niets aan mensen te vragen en van sommigen van de metgezellen wordt overgeleverd, dat zij dat ook niet deden. Het zich bezighouden met dhikr en Qur'aan recitatie is, volgens de overlevering, voortreffelijker dan het vragen om iets. Het vragen aan mensen om dingen, waar zij geen macht over hebben, zoals het vragen om vergeving van zonden, om herstel van ziekten en dergelijke dingen is eveneens verboden.

Hoewel Ibn-i Taymiyya verschillende soorten van vragen onderscheidt, zoals het om hulp vragen (al-isti`aanah), en het om bijstand vragen (al-istijaathah), is zijn opinie erover dezelfde: slechts om datgene, waarover de mens beschikking heeft, mag men vragen. Het vragen om voorspraak aan een ander dan Allaahu Ta`ala is verboden, omdat niemand anders dan Hij hierover beschikken kan. Hij onderscheid twee soorten voorspraak:

1). De ene, die door hem erkend wordt, is de, in de Qur'aan bevestigde: de shafa'ah van de Profeet (sas) en van anderen op de Dag der Opstanding, zoals die in de overlevering is uitgewerkt. Dit vindt slechts plaats met toestemming van Allaahu Ta`ala, en alleen voor hem, in wie Allaahu Ta`ala welgevallen heeft. Daarom zegt Allaahu Ta`ala ook, dat de voorspraak geheel in Zijn Handen is. Wie zijn degenen, die van deze voorspraak genieten: "De gelukzaligste mens door mijn voorspraak is hij, die zegt: Er is geen godheid dan Allaah, en wiens hart daarbij zuiver aan Allaahu Ta`ala is gewijd." Dus ten behoeve van hen, die de tawhied oprecht beleden hebben en zuiver gehouden hebben van alle afgodsdienstige praktijken, geeft Allaahu Ta`ala toestemming als voorspraak op te treden, niet ten behoeve van de afgodendienaar in wie Allaahu Ta`ala geen welgevallen heeft.

2) De tweede, in de Qur'aan ontkende soort van voorspraak is: Wie buiten Allaahu Ta`ala aan iemand vraagt als middelaar op te treden, pleegt shirk (afgodendienst) en daar Allaahu Ta`ala slechts toestemming geeft tot de shaf'ah ten behoeve van de belijders van de goddelijke eenheid, zal niemand voor hem als voorspraak optreden (Kitaabu'l Iemaan van Ibn-i Taymiyya). De lofwaardige plaats (al-maqamu'l-mahmud), die Rasoelullaah (sas) inneemt, bereikt hij door het optreden als voorspraak. Wij zijn er zeker van de bemiddeling van Rasoelullaah (sas) op de Dag der Opstanding, wanneer men Allaah als de Ene Ilaah (God) erkent, en aan Hem de dienst wijdt. Dit kan door het vervullen van de door de Shari`ah voorgeschreven plichten. Door het doen van goede werken, door het geloof in de Profeet (sas) en door het volgen van hetgeen hij gebracht heeft, namelijk de Qur'aan en de Sunnah, krijgt men slechts verbinding met Allaahu Ta`ala. Het bestaan van onjuiste vorm van bemiddeling tussen Allaahu Ta`ala en de mensen kan de volgende drie dingen betekenen:

 

 

De middelaars wekken de gedachte op alsof Allaahu Ta`ala iemand nodig heeft om geinformeerd te worden over de toestand van zijn dienaren (Haasha: Allaah is vrij van zulke beweringen !). Maar wie van Allaahu Ta`ala zegt, dat Hij de toestand van Zijn dienaren niet kent, zodat één of andere profeet, heilige of vrome Hem dat zou moeten meedelen, is een kaafir (ongelovige).
De middelaars wekken de gedachte op alsof Allaahu Ta`ala onmachtig is over zijn dienaren te regeren en zich zijn vijanden van het lijf te houden zodat Hij daarvoor hulp nodig heeft (Haasha: Allaah is vrij van zulke beweringen !). Maar ook dit kan van Allaahu Ta`ala niet gezegd worden, want Hij is oppermachtig, alles buiten Hem behoeft Zijn hulp. De mensen echter hebben helpers nodig.
De middelaars wekken de gedachte op alsof Allaahu Ta`ala uit zichzelf niet komt tot het goed behandelen van Zijn onderdanen, maar dat Hij daartoe een prikkel van buiten nodig heeft, die Hem aanspoort. (Haasha: Allaah is vrij van zulke beweringen !). Ook dit is met Allaahu Ta`ala niet het geval. Zij, die als voorspraken bij hem optreden, doen dat, nadat Hij hun daarvoor toestemming heeft gegeven, in tegenstelling met de voorspraken, die bij de koning optreden, want die doen dat ongevraagd. Allaahu Ta`ala heeft de vrije beschikking over het al of niet toestaan van de voorspraak, de koningen moeten op hun hoede zijn en zullen het verzoek van een wezir, hun vrouw of hun kinderen dikwijls niet durven weigeren, omdat zij hem zeer grote schade kunnen toebrengen en omdat hij hen nodig heeft.
Wij erkennen de shafa`ah van onze Profeet Muhammad (sas) en alle andere profeten, engelen, awliya (heiligen), shuhada (martelaren) en alle andere personen die in de ahadieth worden genoemd op de Dag der Opstanding. Wij vragen de shafa`ah van Allaahu Ta`ala, die er de Rabb van is, en die er verlof toe geeft. Wij vragen de shafa`ah door nederig tot Allaahu Ta`ala te zeggen:

"O onze Rabb, laat op de Dag der Opstanding onze Profeet Muhammad (sas) als shafa`ah voor ons optreden. O onze Rabb, laat op de Dag der Opstanding Uw vrome dienaren als shafa`ah voor ons optreden. " O onze Rabb, laat op de Dag der Opstanding Uw engelen als shafa`ah voor ons optreden. Want U bent de Enige die daarvoor in staat is."





Bron:Islam en meer

18:14 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Degene die naar het Paradijs verlangt ,

Degene die naar het Paradijs verlangt zal zich haasten naar goede daden,
Degene die de Hel vreest zal verleidingen weerstaan,
Degene die zeker is van de dood zal ophouden met het zoeken naar
plezierigheden,
En degene die de wereld begrijpt, zal moeilijkheden met gemak dragen

Uitspraak van Ali Radia Allahu 3anhu


Ibn Hibbaan heeft gezegd:

"Het is voor de intelligente persoon verplicht om zijn oren twee keer zo vaak te gebruiken als zijn tong en zich te realiseren dat hij twee oren gekregen heeft en slechts één mond zodat hij meer gaat luisteren dan hij spreekt''

Ibn al-Qayyim (rahiemahoe Allaah):

"Als de doenya uit tijdelijk aanwezig goud zou bestaan en het hiernamaals uit eeuwig aanwezig zand zou bestaan, dan zou een slim persoon voor het eeuwig blijvende zand kiezen en het tijdelijk bestaande goud links laten liggen!!! Welnu, de doenya is tijdelijk bestaand zand en het hiernamaals eeuwig blijvend goud.
Hoe kun je dan voor het tijdelijke kiezen???"

"Miftah Daar es-Sa'ada"

Ibnoel-Qayyim, Waabil [p. 69]

De perfectie van Tawhied wordt gevonden als er niets overblijft in het hart
behalve Allah. De dienaar houdt van degenen die Hij liefheeft en [datgene]
wat Hij liefheeft, haat degenen die Hij haat en [datgene] wat Hij haat,
toont loyaliteit aan degenen waar Hij loyaal aan is, toont vijandschap aan
degenen waaraan Hij vijandschap toont, gebiedt wat Hij gebiedt, en verbiedt
wat Hij verbiedt."

Ibnoel-Qayyim, al-Madaaridj [3/485]

De Profeet (VZMH) zei: "Een onderdeel van het zijn van een goede Moslim is dat hij datgeen met rust laat wat hem niet aangaat."

Ibn al-Qayyim (rahiemahoe Allaah):

"Als de doenya uit tijdelijk aanwezig goud zou bestaan en het hiernamaals uit eeuwig aanwezig zand zou bestaan, dan zou een slim persoon voor het eeuwig blijvende zand kiezen en het tijdelijk bestaande goud links laten liggen!!! Welnu, de doenya is tijdelijk bestaand zand en het hiernamaals eeuwig blijvend goud.
Hoe kun je dan voor het tijdelijke kiezen???"

"Miftah Daar es-Sa'ada"

Uitspraak van Soefyaan ibnoe 'Oeyaynah:
"Omar ibnoe Al-khattaab (radiya-allahoe’anhoe)heeft gezegd: Het is mij eender of ik wakker wordt in een situatie die ik liefheb of haat, want ik weet niet of het goede verschuilt gaat achter de zaken die ik liefheb of achter de zaken die ik haat!" [Hilyatoel-Awliyaa 4/252]

En hij heeft gezegd: "De dragers van de kennis, zijn zij die met hun kennis te werk gaan!" [Al-Hilyah]

Al-Hasan Al-Basrie heeft gezegd: "Allah vergeeft zeventig zonden van de onwetende, vooraleer hij één enkele zonde van de geleerde vergeeft!" [Al-Hilyah]


En hij heeft ook gezegd:

"O Zoon van Adam! Je zult geen ware imaan bereiken totdat je niet meer let op fouten van anderen die je zelf ook hebt, en totdat je die fout van jezelf corrigeert. En als je dat gedaan hebt, zul je weer een andere fout vinden die je nog niet gecorrigeerd hebt. Als je dat doet zul je het erg druk metjezelf hebben. En de meest geliefde dienaar van Allaah is degene

die zoals deze persoon is."


'Alle mensen zijn dood, behalve degenen die kennis hebben; en al degenen die kennis hebben slapen, behalve degenen die goede daden verrichten; en zij die goede daden verrichten zijn bedrogen, behalve degenen die oprecht zijn; en degenen die oprecht zijn, zijn altijd in een staat van bezorgdheid.' [Imaam as-Shaafi’ie rahimahoellaah]

 

 

 

Soefyaan ath-Thawri zei:

"Deze koningen hebben voor jullie het Hiernamaals gelaten, laat hen dan met het wereldse."

"De slechtste onderdaan is degene die het wereldse achterna zit met daden van het Hiernamaals."

"Geen overlevering van de Boodschapper van Allah heeft mij bereikt, of ik handelde hiernaar, ook al was dit zwaar."

"Ik heb geen enkele dirham uitgegeven aan het bouwen van huizen."

"Als onwrikbaar geloof zich in het hart nestelt, dan vliegt dit uit blijdschap naar het Paradijs."

"Wie verheugd is met het wereldse, zal vrees voor het Hiernamaals uit zijn hart ontnomen zien worden."




Al-Hasan al-Basri zei:

"Goed zijn voor de buren houdt niet in het afhouden van kwaad, maar het verdragen van kwaad."

"Wie van het wereldse houdt, zal vinden dat liefde voor het Hiernamaals uit zijn hart verdwijnt."

"Iedere dag wordt er omgeroepen: ,,Ik ben een nieuwe dag en een getuige over jouw daden."

"Een persoon verricht een zonde waardoor hij ontnomen wordt van het nachtgebed."

"Iedere gemeenschap heeft haar afgoden en de afgoden van deze gemeenschap zijn de dirham en de dinar."

"O zoon van Adam, je bent niets anders dan een aaneenschakeling van dagen. Wanneer dan een dag voorbij is gegaan, is een deel van jou voorbij gegaan."

"Wij weten van niets zwaarders dan het verduren in de nacht en het uitgeven van het bezit."

"De gelovige is in dit wereldse leven als een gevangene die streeft naar het zich bevrijden van zijn ketenen. Hij waant zich niet veilig, totdat hij Allah ontmoet."

"Godsvrucht zal onder de godsvruchtigen blijven, zolang zij vele toegestane zaken zullen laten uit angst te vervallen in verboden zaken."

Ash-Shaafi3i zei:

"Wie godsvrucht niet met de gepaste achting acht, komt geen achting toe.

"Gulheid en vrijgevigheid bedekken de tekortkomingen in het wereldse en het Hiernamaals."

"Drie zaken die het zwaartst zijn: ,,Vrijgevig zijn ten tijde van tekortkoming, vroomheid ten tijde van afzondering en het vertellen van de waarheid tegen iemand van wie je iets verlangt of wie je vreest.

"Kennis is datgene wat nut heeft, niet datgene wat onthouden wordt."

"Wie zijn broeder in het geheim vermaant, heeft hem geadviseerd. En wie hen openlijk vermaant, heeft hem te schande gemaakt."

"Voldaanheid verhardt het hart, verzwaart het lichaam en verhindert scherpzinnigheid."

Bron: Siyar A'laam in-Noebalaa’ & Sifat us-Safwah

00:27 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-10-07

Weet dat kennis noer (licht) is,

Ibn al-Moebaarak heeft gezegd:

''Ik heb gezien dat de zondes de harten doden..

En het verslaafd zijn aan zondes leidt tot vernedering..

En het wegblijven van zondes doet de harten leven..

En het beste voor Nafs (eigen-ik) is haar (Nafs) ongehoorzaam zijn..''


As-Shaafi3ie (Ra7imahoeLaah) heeft gezegd:

''Ik klaagde bij mijn sheikh (wakie3) over mijn slechte geheugen,

Hij spoorde mij aan tot het wegblijven van zondes,

En hij zei: 'Weet dat kennis noer (licht) is,

En het licht van Allah wordt niet gegeven aan een zondaar''


Immers: het licht van Allah (kennis) gaat niet samen met de duisternis van een zonde


''Allah heeft engelen geschapen met verstand en geen begeertes, dieren met begeertes en geen verstand, en de mens met zowel verstand als begeertes. Dus als het verstand van een persoon sterker is dan zijn begeerte, is hij als een engel. En als zijn begeertes sterker zijn dan zijn verstand, dan is hij als een dier..''

Uit het boek: 'Oeddat oes Saabirien' - Ibn Qayyim

13:14 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-10-07

De verstandelijke methode

Allah (SWT) heeft de mens geschapen en heeft hem het verstand geschonken. Wanneer de

mens zijn verstand niet wil gebruiken dan daalt hij tot het niveau van een dier en nog lager.

"Wij hebben veel djinn en mensen voor de hel geschapen. Zij hebben harten waarmee zij niet

begrijpen, zij hebben ogen waarmee zij niet zien en zij hebben oren waarmee zij niet horen. Zij

zijn als het vee, nee zij dwalen nog erger. Zij zijn het die onoplettend zijn."

(Zie vertaling v.d. betekenis van soerat Al- A’raaf; 179, Heilige Koran)

Om het denkproces te voltooien of om te kunnen redeneren zijn er een aantal

voorwaarde waaraan voldaan moet worden, deze zijn:

1-een feit

2-gezonde hersenen

3-zintuigen

4-voorkennis (referentie kader)

Deze vier elementen zijn van essentieel belang om dingen te kunnen beseffen

anders gezegd

het overbrengen van het feit d.m.v. zintuigen naar de hersenen naast de voorkennis

waarmee het feit wordt verklaart.

Als de verstandelijke methode op de juiste manier wordt gehanteerd dan leidt het

tot een juiste resultaat.

Het verstandelijke onderzoek en zijn resultaten

Het verstand doet op drie verschillende gebieden onderzoek:

1. het bestaan van iets

2. de essentie

3. de eigenschappen

Wanneer het verstand een oordeel geeft over het wel of niet bestaan van iets, dan is

het oordeel in dit geval een vaststaand feit, en kan geen enkele fout bevatten, omdat

dit oordeel middels een zintuiglijke waarneming van het feit tot stand is gekomen.

Het oordelen over zowel de essentie als de eigenschap van iets is niet altijd

foutloos, omdat het oordeel in dit geval middels de voorkennis en de analyse van

het feit tot stand is gekomen.

Een voorbeeld hiervan: als men een stem hoort uit de kamer ernaast, geeft men een

zekere oordeel over het bestaan van iets die de stem heeft teweeggebracht. Maar

wie is diegene die de stem heeft doen ontstaan? En wat is zijn essentie en

eigenschappen? De antwoorden op deze vragen kunnen niet altijd foutloos zijn.

Wanneer het om een verstandelijke onderzoek naar credo of geloof gaat heeft

het onderzoek alleen te maken met het bestaan en niet met de essentie of de

eigenschappen. En dit vormt de basis voor onze volgende onderzoek.

 

 

 

 

 

Het verstandelijke bewijs voor het bestaan van de Schepper

Het bewijs voor het bestaan van Allah (SWT) kunnen wij in alles terug vinden. Omdat het

bestaan van alle waarneembare dingen een vaststaand feit is en dat alles afhankelijk is van iets

anders,wat voor ons een absolute waarheid is. Het is vanzelfsprekend dat alles door een

schepper is geschapen, want het feit dat alles afhankelijk is van iets anders betekend dat het

geschapen is. Het feit dat alles afhankelijk is betekend dat niets eeuwig is, er moet altijd iets

ervoor geweest zijn.

Men kan beweren dat: bepaalde voorwerpen alleen afhankelijk zijn van soortgelijkevoorwerpen, want voorwerpen vullen elkaar aan en daarom zijn ze niet afhankelijk.

Deze stelling is fout, want het gaat hier om de bewijsvoering over specifieke soorten van

voorwerpen, zoals een pen, een kan of een papier die door een schepper zijn geschapen. Hieruit

blijkt dat een voorwerp afhankelijk is van een ander, afgezien van het feit wie de ander is. En

dit ander is niet het voorwerp zelf, dit is voor iedereen zintuiglijk waarneembaar. Hiermee is

bevestigd dat een voorwerp of een ding die van een ander afhankelijk is niet eeuwig kan zijn en

is zeker door een ander geschapen.

Men kan ook beweren dat: een voorwerp die van materie is, alleen materie nodig heeft dusalleen zichzelf nodig heeft en daarom niet afhankelijk kan zijn.

Deze stelling is ook fout want, wanneer wij er van uitgaan dat een voorwerp die van materie is

en alleen materie nodig heeft dan is de behoefte zelf van deze materie een behoefte aan iets

anders dan de materie zelf. Dus het heeft geen behoefte aan zichzelf, omdat de materie uit

zichzelf niet in staat is om de behoefte van andere materie aan te vullen.

 

Er moet in dit geval iets anders dan de materie zijn die het aan kan vullen, dus het is afhankelijk

van een ander en niet van zichzelf. Bijvoorbeeld voor dat het water verdampt is er een hoog

temperatuur nodig. Als we er van uitgaan dat de temperatuur en het water van materie zijn dan is

de temperatuur op zich niet voldoende om het water te laten verdampen. Maar er is een bepaalde

percentage van temperatuur nodig om de verdamping van het water te realiseren. Dit specifieke

percentage van temperatuur is hetgeen wat het water nodig heeft om te verdampen. Dit

percentage is niet door het water zelf of door de temperatuur opgelegd maar door iets anders dan

de materie. Dit maakt de materie helemaal afhankelijk van het percentage.

Derhalve is de materie afhankelijk van een ander die dit percentage vaststelt. De afhankelijkheid

van de materie van een andere is in dit geval een vast staand feit en is daarom behoeftig dus door

een schepper geschapen.

Op grond hiervan zijn alle zintuiglijk waarneembare dingen die wij beseffen door een schepper

geschapen.

De schepper moet eeuwig zijn en geen begin hebben, want als de schepper niet eeuwig is dan is

hij een schepsel en kan geen schepper zijn, omdat hij een schepper is moet hij eeuwig zijn. De

schepper is absoluut eeuwig.

Wanneer wij bepaalden dingen bekijken waarvan wij het vermoeden hebben dat het een

schepper kan zijn, denken wij aan drie mogelijkheden de materie de natuur of Allah. De stelling

dat de materie de schepper kan zijn is onjuist, want dat is gebleken uit het feit dat het percentage

die de materie nodig heeft om bepaalde zaken tot verandering te brengen door een ander wordt

vastgesteld. En daarom is de materie niet eeuwig en wat niet eeuwig is kan geen schepper zijn.

De natuur kan ook niet de schepper zijn, want de natuur is een samenstelling van dingen in het

universum die volgens een bepaald systeem functioneren.

De orde van deze dingen ontstaat niet alleen door het systeem zelf, want als deze dingen niet

bestaan dan bestaat er ook geen systeem. De orde ontstaat ook niet door de dingen, want door het

bestaan van deze dingen ontstaat niet van vanzelfsprekend en automatisch een systeem, en ook

door haar bestaan zelf komt geen orde zonder een organisator. En het komt ook niet door de

dingen en het systeem want orde komt alleen tot stand door een bepaalde status die op de dingen

en het systeem gelegd wordt. Door deze speciale status van het systeem en de dingen ontstaat de

orde. De speciale status is op het systeem en de dingen vastgelegd en alleen hierdoor ontstaat de

orde. Deze orde komt niet door het systeem en de dingen maar door een ander. Daarom is de

natuur alleen in staat om tot beweging te komen door een bepaalde status die op haar door een

andere is opgelegd, wat betekent dat de natuur een andere nodig heeft. Dus ook deze is niet

eeuwig want wat niet eeuwig is kan geen schepper zijn. Er blijft alleen de schepper over die deze

eigenschap heeft en Hij is eeuwig en dat is Allah (swt).

Het bestaan van Allah (swt) is zintuiglijk waarneembaar. En d.m.v. onze zintuigen kunnen wij

zijn bestaan beseffen. Want de zintuiglijk waarneembare dingen die wij beseffen zijn behoeftig

en deze behoefte verwijst naar de eeuwige, dus naar het bestaan van de schepper.

Hoe meer de mens zich verdiept in de schepsels van Allah (swt) en het universum bestudeert, de

tijd en ruimte omcirkeld beseft hij dat hij een klein wezen is ten opzichte van deze bewegende

werelden. En beseft ook dat deze werelden draaien volgens vaste en specifieke regels en wetten

hierdoor kan men absoluut het bestaan van deze schepper en zijn eenheid en machtigheid

beseffen. Ook door het verschil die de mens ziet tussen dag en nacht en het bestaan van de zeeën

en rivieren en de sterren. Dit zijn allemaal verstandelijke en sprekende aanwijzingen voor het

bestaan van Allah (swt).

"In de schepping van de hemelen en de

aarde, in het verschil van nacht en dag, in de

schepen die op zee varen met wat nuttig is

voor de mensen, in het water dat Allah uit de

hemel laat neerdalen om daarmee de aarde te

doen herleven nadat zij dood was, in dat Hij

allerlei dieren erop heeft verspreid, in het

besturen van winden en in de wolken die

voortgedreven worden tussen hemel en aarde

zijn tekenen voor mensen die verstandig zijn"

(Zie vertaling v.d. betekennissen v.d. Koran; soerat Al-bakara; 164)

Het verstand is het gene die het bestaan van Allah (swt) kan beseffen, en het is ook de weg naar het

geloof. Daarom heeft de Islam het gebruiken van het verstand verplicht, en om het als arbiter te

laten dienen in het geloven in het bestaan van Allah (swt). Derhalve is het bewijs voor het bestaan

van Allah (swt) een verstandelijk bewijs.

De eigenschappen van Allah (SWT)

Het bestaan van Allah (SWT) is zintuiglijk waarneembaar. Alles wat zintuiglijk waarneembaar is

kan verstandelijk beredeneerd en onderzocht worden. Hiertegen zijn de eigenschappen van Allah

(SWT) niet zintuiglijk waarneembaar, dus niet verstandelijk onderzoekbaar hierdoor zijn we

genoodzaakt om de overgeleverde bronnen (Koran, Soennah) te raadplegen.

Het bewijs over een onderwerp kan alleen verstandelijk of overgeleverd zijn.

Verstandelijke bewijs:

Het verstandelijke bewijs is het bewijs die het verstand zelf heeft uitgevonden en bewerkstelligt.

Bijvoorbeeld onze stelling: het heelal is begrensd omdat het een geheel van stelsels is en elke geheel

is begrensd. Dus het geheel van begrensde delen is vanzelfsprekend begrensd. Als we naar de

"begrensde" kijken zien we dat het niet eeuwig is want als het eeuwig zou zijn zou het niet

begrensd zijn. Hierdoor is het heelal niet eeuwig dus hij is door een ander geschapen.

Dit is een voorbeeld van een verstandelijk bewijsvoering over het feit dat het heelal geschapen is

door een schepper. Het verstand zelf heeft dit uitgevonden en geformuleerd hierdoor noemen we dit

een verstandelijke bewijs.

Het is van belang dat we onderscheid maken tussen verstandelijk begrip en bewijs.

Het verstandelijke bewijs zoals we eerder hebben gezegd is de uitvinding van een bewijs van het

verstand zelf. Maar het verstandelijke begrip is wat het verstand zelf begrepen heeft en niet wat het

verstand bewezen heeft. Het verstandelijke begrip betekent het verstandelijk besef van de

betekennissen van een zin m.a.w. de rol van het verstand hier is het begrijpen van iets wat al bestaat

of iets wat al uitgevonden is.

Overgeleverde bewijs:

Het overgeleverde bewijs is het bewijs die door Allah (SWT) en Mohammed (VZMH) overgeleverd

is m.a.w. Koran, Soennah en hetgeen waar deze twee naar toe wijzen (Idjma’oe Essahabe en Kiyas).

Bijvoorbeeld: het bewijs voor de verplichting om met de Wet van Allah (SWT) te regeren.

"... en wie niet oordeel vellen volgens wat Allah heeft neergezonden dat zijn de ongelovigen."

(zie vertaling v.d. betekennissen v.d. Koran soerat Al-Ma’ida; 44)

" ...Oordeel dan tussen hen volgens wat

Allah heeft neergezonden en volg hun

neigingen niet in afwijking van wat van de

waarheid tot jou gekomen is. Voor een

iedere van jullie hebben Wij een norm en

een weg bepaald..."
(Zie vertaling v.d. betekennissen

v.d. Koran soerat Al-Ma’ida; 48)

conclusie:

Het onderwerp omtrent verstandelijk of overgeleverd bewijs bepaald het feit van het

onderzoeksveld. Wat zintuiglijk waarneembaar is zoals het bestaan van Allah (SWT) is

verstandelijke bewijsbaar. Hiertegenover zijn de eigenschappen van Allah (SWT) niet

verstandelijk bewijsbaar omdat het verstand de essentie van Allah niet kan waarnemen noch

beseffen. Om die reden kan de eigenschappen van Allah (SWT) alleen door een vaststaand

(onbetwijfelbaar, onmiskenbaar) overgeleverde bewijs bewezen worden.

Is de Islamitische Credo (Akiedah) puur verstandelijk?

De Islamitische Akiedah is onder te verdelen in twee categorieën.

1. Wat alleen het verstand bewezen heeft zoals het bestaan van Allah (SWT), dat de Koran Allah’s

woord is en de profeetschap van Mohammed (VZMH).

2. Wat overgeleverd is zoals het bestaan van Engelen en, Paradijs, Hel etc...

Alhoewel de Islamitische Akiedah overgeleverde delen bevat is het toch verstandelijk omdat de

bron (de Koran) die de overgeleverde bewijzen impliceert op het verstand gebaseerd is. Het

verstand heeft eerst de geloofswaardigheid van de Koran bewezen. Nadat het verstand de

geloofswaardigheid van de Koran vastgesteld heeft, is het mogelijk geworden dit als referentiepunt

te nemen.

Zeg: "O, gij mensen, nu is de

waarheid van uw Heer tot u

gekomen. Wie daarom die leiding

volgt, volgt haar ten bate van zijn

eigen ziel en wie dwaalt, dwaalt

slechts tot haar nadeel. En ik ben

geen bewaker over u."

(zie vertaling v.d. betekennissen v.d. Koran soerat Yoenes 108)

 

 

''uit expliciet''

21:22 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De logische methode

De logische methode

Door de jaren heen is de logica een synoniem van rede en redenering geworden,

daarom gebruikt men het woord logica i.p.v. de rede en denken.

Wetenschappelijk en filosofisch gezien is logica een manier van denken die

bepaalde regels hanteert om de juiste denkwijze en resultaten te garanderen.

In het woordenboek filosofie geschreven door Harry Willemsen staat op blz. 253 het

volgende over logica;

Afgeleid van het Griekse "logos" (=woord, rede, begrip) is de logica van oudsher de

kunst, respectievelijk wetenschap van het redeneren. Er zijn verschillende vormen

van logica zoals, formele logica, logica empirische, mathematische, etc... wij zullen

de logica van twee kanten benaderen:

1. Wij gaan de basis waarop logica wordt gebaseerd benaderen en

onderzoeken. De verschillende vormen van logica laten we buiten

beschouwing.

2. Onze onderzoek naar logica heeft betrekking tot het geloof m.a.w.

"is de logica een geschikte weg die naar het geloof kan leiden?"

Het feit van logica is als volgt; redenering waarin de conclusie

noodzakelijk uit de premissen volgt.

Majorpremisse + minorpremisse= conclusie

Dit is het denkproces van de logica, of we kunnen het anders definiëren,

Eerste introductie + tweede introductie = conclusie.

Een voorbeeld:

Alle mensen zijn sterfelijk (major premissie). Sokrates is een mens (minorpremisse).

dus: Sokrates is sterfelijk. Of: Alle mensen zijn sterfelijk. Alle Grieken zijn mensen.

dus: Alle Grieken zijn sterfelijk.
(Zie geschiedenis van de Westerse filosofie; Bertrand

Russell)

Ten eerste:

De conclusies van logica worden op introducties gebaseerd, het geloof – en

ongeloofwaardigheid van deze premissen is niet altijd even makkelijk om het te

achterhalen. Bijvoorbeeld de eerder genoemde stelling dat "de mens een denkende

dier is", was de premissie waarop het onderzoek werd gebaseerd. Als de premissie

twijfelachtig is dan is de conclusie ook twijfelachtig. De vraag is wie kan de

juistheid en de geloofwaardigheid van de introductie garanderen zodat er een

juiste conclusie kan worden getrokken. Deze vraag vormt een complex in de

wetenschap van logica die tot op heden onopgelost is gebleven.

Ten tweede:

De logica: premissie +premissie= conclusie
, volgens de logica is het

vanzelfsprekend dat de conclusie helemaal afhankelijk is van de

premissie.

Het feit van premissie is dat het abstract is en gebaseerd wordt op

veronderstellingen en verbeeldingen die absoluut los staan van de

zintuiglijke waarnemingen, en dit betekent automatisch dat de conclusie

abstract is en los staat van de zintuiglijke waarnemingen, en dit is onjuist.

Ten derde:

De logica is een wetenschap die wetten en denkregels omvat. Het logische

proces als wetenschap is voor de geleerde zelf moeilijk en gecompliceerd,

laat staan diegene die er niet voor hebben geleerd, om deze reden is de

logica een ongeschikte methode om tot geloof te komen.

Het zoeken naar geloof is geen specifieke taak voor intellectuelen en

geleerden maar een zaak die iedere mens zelf kan onderzoeken. Het

hanteren van logica als de meest geschikte methode om tot een waarheid

te komen maakt het zoeken naar geloof die voor iedere mens mogelijk

moet zijn ontoegankelijk.

Slotwoord:

Logica kan tot een juiste conclusie leiden, dit is alleen mogelijk indien de

premissen en de conclusie met het feit passen. Dit houdt in dat het zowel tot

een juist en onjuist conclusie kan leiden. De conclusie van logica is dus niet

waterdicht of uitgesloten van juistheid en geloofwaardigheid. Derhalve mag

de logica niet gehanteerd worden bij essentiële zaken zoals het zoeken naar

een geloof.

Logica kan tot

een juiste conclusie

leiden, dit

is alleen mogelijk

indien de

premissen en de

conclusie met het

feit passen. Dit

houdt in dat het

zowel tot een juist

en onjuist conclusie

kan leiden.

De conclusie van

logica is dus niet

waterdicht of

uitgesloten van

juistheid en

geloofwaardigheid.

Derhalve

mag de logica niet

gehanteerd worden

bij essentiële

zaken
zoals het

zoeken naar

een geloof.

De onjuistheid van de logica

De verstandelijke methode is de enige juiste methode die tot het geloof leidt.

En de resultaten van deze methode zijn uitsluitend juist. Het is

vanzelfsprekend dat iedere mens denkt, hoewel het denkniveau onderling

verschilt van oppervlakkig tot verlicht. En dit verschil in het denkniveau heeft

te maken met de capaciteiten van de mens. Maar wat vast staat is dat iedere

mens denkt en in staat is om tot de waarheid te komen.

De verstandelijke methode is de methode van de Heilige Koran.

Degene die een blik werpt op de Koran vindt dat de Koran de mens oriënteert naar

het denken en het verstand, bijvoorbeeld:

"En tot Zijn tekenen behoort dat Hij

voor jullie echtgenotes uit jullie eigen

midden geschapen heeft om bij haar

rust te vinden. En Hij heeft liefde en

erbarmen tussen jullie gebracht.

Daarin zijn tekenen voor mensen die nadenken"

(Zie vertaling v.d. betekenis van soerat Ar- Roem; 21, Heilige Koran)

" En tot Zijn teken behoort dat Hij

jullie in vrees en begeerte de bliksem

laat zien en dat Hij uit de hemel

water laat neerdalen en dat Hij

daarmee de aarde laat herleven

nadat zij dood was. Daarin zijn

tekenen voor mensen die verstandig zijn."

(Zie vertaling v.d. betekenis van soerat Ar-Roem; 24, HeiligeKoran)

Allah (SWT) heeft duidelijk aangegeven dat het niet gebruiken van het

verstand een reden is tot ongeloof, die tot eeuwige leven in de hel resulteert.

"Dan zeggen zij: <ja zeker er is

een waarschuwer tot ons

gekomen, maar wij hebben (hem)

van leugens beticht en wij zeiden:

‘Allah heeft niets neergezonden ;

Jullie verkeren alleen maar in

grote dwaling.> En zij zeggen:

<hadden wij maar geluisterd of

ons verstand gebruikt, dan waren

wij nu niet bij hen die in de vuurgloed thuis horen.>

Zie vertaling v.d. betekenis van Soerat Al-Moelk; 9-10, Heilige Koran)

21:21 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De overleveringsmethode

 

De overleveringsmethode is de manier waarop kennis wordt doorgegeven d.m.v. overlevering. Er

zijn mensen die zeggen, dat geloof niet verstandelijk of wetenschappelijk etc. bewijsbaar is. Volgens

hen is geloof een betrouwbaar kennis, die men moet accepteren en aannemen zoals het door hun

vaderen overgeleverd is.

Deze methode, die de meerderheid van de mensen hanteert is een onjuiste methode.

Waarom is het een onjuiste methode? Het antwoord luidt als volgt:

1. Niet alle vergaarde kennis is betrouwbaar en zodoende juist. Alleen de kennis die gebaseerd is op een

bewijs, die iedereen kan overtuigen is een betrouwbare kennis. En wat geloof betreft, het moet

bewijsbaar zijn, omdat de levensvisie wordt bepaald door het aangenomen geloof. Zoals het niet

mogelijk is om een gebouw te bouwen zonder een stevige fundament, is het ook niet mogelijk om een

levensvisie aan te nemen zonder een betrouwbaar, overtuigend, concreet en vaststaand bewijs.

2. Om iets als bron van waarheid aan te nemen, moet men eerst de betrouwbaarheid en de

geloofswaardigheid van deze bron bewijzen. Bijvoorbeeld de Koran of de Bijbel kan slechts

aangenomen en gepraktiseerd worden, als men met zekerheid kan vaststellen dat het van de Schepper

afkomt.

3. In tegenstelling tot andere religies vinden wij in de Koran, teksten (ayaats) die het blindelings volgen

van iemand of iets afkeurt, en de mensheid aanzet en roept tot denken. Bijvoorbeeld;

a. "En als tot hen gezegd wordt: <volgt wat Allah

heeft neergezonden na> Zeggen zij: <welnee, wij

volgen dat na waarvan wij merken dat onze

vaderen er zich aan hielden. > Ook dan soms als

hun vaderen helemaal niet verstandig waren en

zich niet de goede richting hadden laten wijzen?

Zij die ongelovig zijn lijken bijvoorbeeld op

iemand die schreeuwt tot iets wat alleen maar de

roep en de kreet hoort. Doof, stom, en blind zijn

zij. Zij worden dan ook niet verstandig.

(Uit de Koran; soerat Al-Bakara: 169-170)

b. "Welnee, maar zij zeggen: <Wij hebben

gemerkt dat onze vaderen tot een [geloofs]

gemeenschap behoorden en in hun spoor gaan

wij in de goede richting.>

En zo hebben wij vóór jouw tijd geen

waarschuwer naar een stad gezonden zonder dat

haar inwoners die een luxeleven leidden zeiden: <

Wij hebben gemerkt dat onze vaderen tot een

[geloofs] gemeenschap behoorden en in hun

spoor gaan wij verder.> Hij zei: <En als ik dan

tot jullie kom met een betere leidraad dan die

waarvan jullie gemerkt hebben dat jullie vaderen

zich eraan hielden?> Zij zeiden: < waarmee jullie

gezonden zijn, daaraan hechten wij geen geloof.>

 

 

Als we ons in de ontwikkeling van de kennisgeschiedenis verdiepen

vinden we de uitgestorven en kortstondige ideeën en concepten. Hier

tegenoverstaand vinden we ook ideeën en concepten die tot heden

gecontinueerd zijn en nog voortduren. Een van de ideeën en concepten is

het geloof. Ongeacht de tijd en plaats waar de mens zich bevind heeft hij

altijd ergens in gelooft: in de Zon, dieren, in zichzelf, etc...

21:14 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |