20-09-07

Categorie: Dag des Oordeels

Categorie: Dag des Oordeels
Je bevind je in de categorie Dag des Oordeels. Hieronder kun je alle hadith's vinden van deze categorie. Maak in onderstaande lijst een keuze om meer over betreffende hadith te lezen.

De aanmoediging zich voor te bereiden
Wie vloekt zal niet getuigen op de Dag des Opstanding

1. De aanmoediging zich voor te bereiden
Naar inhoudsopgave

Naar een overlevering van Mu'ath Ibn Jabal, moge Allah met hem tevreden zijn, heeft de Profeet Sallalahu 'alaihi wasalam gezegd: 'Op de dag van de opstanding zal er geen dienaar een stap verder zetten voordat die gevraagd wordt over vier dingen; waar hij zijn leven heeft doorgebracht, wat hij in zijn jeugd uitvoerde, hoe hij zijn geld heeft verdiend en uitgegeven en wat hij met zijn kennis heeft gedaan'.[overgeleverd door Tabarani]

De uitleg van de hadith: De dagen in ons leven zijn kort en onze levensjaren zijn beperkt, daarop volgt de dood, waarover geen twijfel bestaat. Nadat de mensen opgewekt worden vanuit hun begraafplaatsen wordt ieder mens afzonderlijk gevraagd over de dagen in zijn leven en of hij ze deugdzaam of ondeugdzaam heeft doorgebracht. Ook wordt men over zijn actieve levenslustige jeugdjaren ondervraagd en of men zich heeft bezig gehouden met het vergaren van de juiste kennis en het verrichten van deugdzame daden. Wanneer dit het geval is, wordt men beloond, waarna men over zijn geld wordt gevraagd: is het op deugdzame wijze verdiend en uitgegeven aan degene die men lief had en volgens de verplichtingen.

Men wordt ook gevraagd over zijn kennis die men heeft verzameld en of men naar die kennis heeft gehandeld en het volk daarmee heeft bevoordeeld. Er kan namelijk alleen volgens nuttige kennis gehandeld worden om anderen daarmee te bevoordelen. Onze bijdrage is slechts bedoeld om naar Allah's tevredenheid te streven, moge Hij het goedkeuren.


2. Wie vloekt zal niet getuigen op de Dag des Opstanding
Naar inhoudsopgave

Overgeleverd door Abu Ad Darda dat De Profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei: Mensen die gewend zijn te vloeken zullen op de dag des Opstanding niet voorspreken en niet getuigen. (Moesliem)

04:57 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

19-09-07

‘Aa-ieshah bint As-Siddiq

‘Aa-ieshah behoorde tot een prestigieuze familie in de Qoeraysh stam, genaamd Banoe Taym. De leden van deze familie stonden bekend om hun vrijgevigheid, hun goede manieren, en dat ze vrouwen goed behandelden.

De families leefden in een rijk van vrede en liefde. Het meest voortreffelijke lid van deze stam was Aboe Bakr Abi Ooeh’aafah, ‘Aa-ieshahs vader. Hij was een welgestelde koopman die erg vriendelijk was en makkelijk om mee te praten. Hij kende iedereen in de Qoeraysh stam en iedereen kende hem en zijn kennis van zowel de geschiedenis van de stam en die van andere stammen, als van poëzie en genealogie (kennis van stambomen), was grondig. Aboe Bakrs wijsheid bracht hem ertoe om gelijk te reageren op de roep van de Islam door zijn vriend Mohammed (Allah’s vrede en zegen zij met hem). Hij twijfelde niet om in de nieuwe religie te geloven en zijn best te doen het te steunen. 

Voordat de openbaring kwam, was Aboe Bakr een eerbare man. Na de openbaring en nadat hij erin geloofd had, werd zijn eerbaarheid alleen maar verveelvoudigd en was hij de tweede man in de moslim- gemeenschap. Tevens werd hij later gekozen als de Khalief na de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem), omdat hij zo vertrouwenswaardig was. 

Aboe Bakr was getrouwd met een vrouw die Oem Roeman heette en die tot de stam van Kinanah behoorde. Ook zij was goed gemanierd en oprecht in haar geloof, net als haar echtgenoot. De Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) maakte een verwijzing naar haar, wanneer hij zei: “Wie van jullie graag een van de maagden der Paradijs (Al-h’oer) wil zien, laat hem naar Oem Roeman kijken”  

‘Aa-ieshah werd opgebracht met het liefhebbende karakter van zulke ouders. Ze was meer bevoorrecht dan anderen, omdat, toen zij geboren werd, haar beide ouders al Moslim waren. Vanaf het eerste moment dat zij haar ogen opende, zag zij haar ouders in de weer voor de da’wah van de Islam. Toen ze voor het eerst iets kon horen, hoorde ze de stemmen van haar ouders die uit de Koran reciteerden. Haar vader reciteerde de Koran in zo’n ontroerende manier dat hijzelf of een ieder die er naar zou luisteren ervan zou moeten huilen. De Qoeraysh waren bang dat dit mensen zou beïnvloeden en indruk zou maken op mensen, dus zij probeerden hem ervan te weerhouden om nog hardop te lezen. 

Aboe Bakrs familie werd vereerd door regelmatige bezoekjes van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem). Hij (Allah’s vrede en zegen zij met hem) was gewend Aboe Bakr dagelijks te bezoeken om de kwesties rond de da’wah met hem te bespreken, terwijl ‘Aa-ieshah stond toe te kijken en te luisteren. Het was precies de manier waarop haar ouders respect en eerbied toonden aan de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem), die haar ervoor zorgden dat zij een diepe liefde en respect voor hem koesterde in haar hart. 

De Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) toonde ook interesse in ‘Aa-ieshah, omdat hij in haar al van kleins af aan tekenen van intelligentie zag. Hij zei vaak tegen haar moeder: “Zorg goed voor ‘Aa-ieshah, Oem Roeman”. Die korte woorden toonden zijn bewondering voor ‘Aa-ieshah.  

Allah zegende dat beminnelijke kind door haar te laten opgroeien in een huis van de Qoeraysh dat vol van eer en cultuur was, wat ook nog eens het tweede huis was dat de Islam aannam, na het huis van de Profeet zelf. Maar ze kreeg een nog nobelere status toen ze door Allah werd gekozen om de vrouw te worden van Zijn Profeet, terwijl ze nog een kind was. Zo werd haar leven een voorbeeld voor Moslimgezinnen. Het leven van de Boodschapper van Allah (Allah’s vrede en zegen zij met hem) was als een open boek waarin geen geheimen werden gehouden voor welke moslim dan ook. Hij was een ideaal voorbeeld om te volgen. Zelfs in de meest ingewikkelde details van zijn leven volgden zij hem in aanbidding, jihad, sociale en familiare aangelegenheden en andere onderwerpen. Daaruit voortvloeiend was zijn leven met ‘Aa-ieshah voor de wetenswaardigheid van iedereen. 

 

De eerste les was het huwelijk. Ze trouwde met de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem), de nobelste der nobelen, maar in een erg nederig huis, als het al huis genoemd mocht worden. Het was een enkele kamer, die gebouwd was van ongebakken stenen en palmbladeren, met een leren gordijn voor de deur. Het meubilair was gemaakt van leer, gevuld met vilt en geplaatst op een kleedje. Dat was het huis van de bruid die de moeder der gelovigen was en de vrouw van de laatste Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem): een huis van ongebakken stenen, palmbladeren en leren bekleding gevuld met vilt!! Eigenlijk, was het Allah die Zijn boodschapper naar zo’n bescheiden leven had geleid. 

 

‘Aa-ieshah ontving een bescheiden bruidsschat van 500 dirhams, ondanks haar nobele afkomst, buitengewone schoonheid en manieren. Maar die bescheiden bruidsschat was vooral symbolisch. Het was niet van een doorsnee man naar een doorsnee vrouw, maar van de meest nobele der mensheid en Allah’s boodschapper naar de dochter van een uitstekende rijke man van Banoe Taym en Qoeraysh.

 

Waarom volgen de mannen en vrouwen van vandaag de dag niet het voorbeeld van de grote Boodschapper voor alle mensen? Waarom zouden zij de bruidschat zo erg overdrijven dat het jonge mannen in de weg staat om te trouwen, of hen in ieder geval verlaat om te trouwen, totdat ze financieel in staat zijn om dit te betalen. Het huwelijk is nu als een soort belasting geworden. De kolossale bedragen van de bruidsschatten die erin resulteren dat er een groter aantal jonge ongetrouwde vrouwen zullen zijn, wat de maatschappij vroeg of laat zal leiden tot morele chaos. 

 

Hebben we een beter voorbeeld dan de Boodschapper van Allah (Allah’s vrede en zegen zij met hem)? Nou, waarom volgen we het dan niet? De moslim maatschappij heeft geleden als gevolg van dit gedrag. Wanneer zullen er goede mannen en goede vrouwen zijn om deze ongepaste gewoonte te heroverwegen?

Nou, hoe was de bruiloft van deze nobele man en de Boodschapper van de hele mensheid? ‘Aa-ieshah zelf vertelde over de gebeurtenissen van die dag: 

“Er werd geen kameel, noch schaap geslacht voor mijn bruiloft, totdat Sa’d bin Ubadah ons de schotel stuurde, die hij gewend was om naar de Boodschapper van Allah (Allah’s vrede en zegen zij met hem) te sturen.” 

 

Dus, er werd niet speciaal voor de bruid een kameel of schaap geslacht. De enige kost die er was, was de gewoonlijke schotel voedsel die een van de metgezellen gewend was iedere dag naar de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) te sturen. Het was een simpele maaltijd. Zulke eenvoudigheid in bruiloft en bruidsschat zou heus een voorbeeld moeten zijn voor ons allen.   

Het gezin is de hoeksteen van de medelevende Moslimgemeenschap. Maar zoals we zien, kunnen moderne en vreemde huwelijksgebruiken een echte bedreiging zijn voor het maken van gezinnen.

Alhoewel ‘Aa-ieshah (moge Allah tevreden met haar zijn) de vrouw van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) was en de dochter van Aboe Bakr As-Siddiq en Oem Roeman, die werd beschreven als de houri van het Paradijs, nog had ze gevoelens van jaloezie, die gedeeld werd door alle vrouwen. Ze hield van haar echtgenoot en in haar jaloezie, haatte ze het als hij aan een van zijn andere vrouwen dacht. Veel voorbeelden van haar jaloezie kunnen teruggevonden worden in haar biografie.

Allah s.w.t. stond toe dat ‘Aa-ieshahs leven een open boek was voor mannen om te leren hoe zij hun vrouwen moesten behandelen en om te leren geduldig te zijn met hun tekortkomingen. Dit terwijl er rekening wordt gehouden met het feit dat ‘Aa-ieshah moreel een hogere plaats had dan iedere andere vrouw. 

 

We gaan geen voorbeelden geven van haar jaloezie tegenover de andere vrouwen van de Profeet, die in de omringende kamers leefden. Maar we zullen wel een voorbeeld geven van haar jaloezie tegenover de vrouw die ze nooit ontmoet heeft, namelijk Khadizja. 

Zijn liefde voor Khadizja zorgde ervoor dat de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) altijd voor haar opkwam, en altijd in haar voordeel sprak en dat hij vriendelijk en vrijgevig was tegen haar vrienden, ter ere van haar herinnering. Zelfs vele jaren na haar dood, behield hij dezelfde liefde en respect voor haar. Dit zette ‘Aa-ieshahs hart in vuur en vlam, en op een dag verloor ze haar zelfbeheersing en zei tegen hem: “Waarom denk je nog aan de oude vrouw van de Qoeraysh met een tandeloze mond, waarbij het tandvlees zichtbaar was, die bovendien lang geleden overleden is. Terwijl Allah je in haar plaats een betere vrouw gegeven heeft?” (Bukhari 1575) 

 

Ze hield van haar echtgenoot en haar jaloezie was haar niet kwalijk te nemen, ze had immers een ongeëvenaarde man. Maar toch, maakten deze woorden hem boos en hij antwoordde: “Nee, bij Allah, Allah heeft me niet een betere vrouw ervoor in de plaats gegeven. Zij geloofde in me, toen mensen me verloochenden. Ze bemoedigde en steunde me met haar geld toen mensen me teleurstelden en enkel van haar heb ik kinderen.” 

Alhoewel ‘Aa-ieshah spijt had van haar gedrag t.o.v. de herinnering aan Khadizja, bleef haar jaloezie onverbiddelijk. Daarom zouden mannen de vrouwen geen schuld moeten toekennen met betrekking tot deze jaloerse eigenschap in hen.  

 

Tijdens haar leven in het huis van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem), keek ze naar hem, luisterde ze naar hem, en stond hem bij in de oorlogen. Alles wat ze zag en hoorde werd volledig begrepen en maakte haar kennis in haar religie dieper. 

‘Aa-ieshah leefde lange tijd na de dood van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem). Ze was een vrouw van gezag voor alle Moslims die kennis zochten voor de vele kwesties in hun geloof.

De mensen om haar heen hadden veel voordeel aan haar intelligentie, en van vele hadiths die ze overgeleverd heeft van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) overtroffen die van al de andere Moeders der Gelovigen. 

Imam Az-Zahri zei over haar: “Als ‘Aa-ieshahs religieuze kennis vergeleken zou worden met de kennis van alle vrouwen van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) en de kennis van sommige vrouwen in de wereld, dan nog zou haar kennis groter zijn.” Haar kennis was niet beperkt tot hadiths. Het strekte zich uit tot poëzie en geneeskunde. Aboe Hisham bin ‘Urwa overleverde van zijn vader, “Ik heb nooit iemand gezien die meer kennis heeft van jurisprudentie, geneeskunde en poëzie dan ‘Aa-ieshah.” 

Haar huis werd een bestemming voor studenten om kennis op te doen en het te verspreiden in de verschillende steden. Moge Allah tevreden met haar zijn en genade met haar hebben, want zij hield trouw vast aan het vertrouwen van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem).

 

18:21 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-09-07

04. Aansporing tot de Soennah en waarschuwing voor de bid'ah

   


Aansporing tot de Soennah en waarschuwing voor de bid'ah

 

وقد أمرنا بالإقتفاء لآثارهم والإهتداء بمنارهم وحذرنا المحدثات وأخبرنا أنها من الضلالات فقال النبي صلى الله عليه وسلم: عليكم بسنتي وسنة الخلفاء الراشدين المهديين من بعدي عضوا عليها بالنواجذ وإياكم ومحدثات الأمور فإن كل محدثة بدعة وكل بدعة ضلالة

6- We zijn waarlijk bevolen om hun sporen op te volgen en hun licht als leiding te nemen, we zijn gewaarschuwd voor de vernieuwingen en we zijn bericht dat deze tot de dwalingen behoren. De Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - heeft gezegd:

عليكم بسنتي وسنة الخلفاء الراشدين المهديين من بعدي، عضوا عليها بالنواجذ، وإياكم ومحدثات الأمور فإن كل محدثة بدعة وكل بدعة ضلالة

"Houd jullie vast aan mijn Soennah en de Soennah van de rechtschapen en rechtgeleide kaliefen na mij. Bijt hier stevig in vast met jullie kiezen, en pas op voor de vernieuwde zaken, want waarlijk, elke vernieuwing is een innovatie, en elke innovatie is een dwaling."

وقال عبدالله بن مسعود رضي الله عنه: اتبعو ولا تبتدعوا فقد كفيتم
وقال عمر بن عبد العزيز رضي الله عنه كلاما معناه: قف حيث وقف القوم فإنهم عن علم وقفوا وببصر نافذ كفوا ولهم على كشفها كانوا أقوى وبالفضل لو كان فيها أحرى فلئن قلتم حدث بعدهم فما أحدثه إلا من خالف هديهم ورغب عن سنتهم ولقد وصفوا منه ما يشفي وتكلموا منه بما يكفي فما فوقهم محسر وما دونهم مقصر لقد قصر عنهم قوم فجفوا وتجاوزهم آخرون فغلوا وإنهم فيما بين ذلك لعلى هدى مستقيم
وقال الإمام أبو عمرو الأوزاعي رضي الله عنه: عليك بآثار من سلف وإن رفضك الناس وإياك وآراء الرجال وإن زخرفوه لك بالقول

7- ‘Abdoellah ibn Mas'oed - moge Allah tevreden met hem zijn - heeft gezegd:

اتبعو ولا تبتدعوا فقد كفيتم

"Volg op en innoveer niet, want waarlijk, jullie zijn voldaan."

8- ‘Oemar ibn ‘Abdil-‘Aziez - moge Allah tevreden met hem zijn - heeft een uitspraak gedaan waarvan de betekenis als volgt is:

قف حيث وقف القوم فإنهم عن علم وقفوا وببصر نافذ كفوا ولهم على كشفها كانوا أقوى وبالفضل لو كان فيها أحرى فلئن قلتم حدث بعدهم فما أحدثه إلا من خالف هديهم ورغب عن سنتهم ولقد وصفوا منه ما يشفي وتكلموا منه بما يكفي فما فوقهم محسر وما دونهم مقصر لقد قصر عنهم قوم فجفوا وتجاوزهم آخرون فغلوا وإنهم فيما بين ذلك لعلى هدى مستقيم

"Stop waar de mensen (de Metgezellen) zijn gestopt, want waarlijk, zij zijn uit kennis gestopt en zij hebben zich met een diep inzicht onthouden. Zij waren vaardiger in het ontdekken hiervan en als er een voordeel in zou zitten, dan waren zij hiermee voor geweest. En als jullie zeggen: het is na hen geïntroduceerd, dan heeft niemand dit geïntroduceerd dan hij die tegenstrijdig is aan hun Leiding en zich afkeert van hun Soennah. Wat zij ervan beschreven hebben, is toereikend en wat zij erover gezegd hebben, is voldoende. Wie hen overschrijdt, is een smachter (naar het valse), en wie hen onderdoet, is een tekortkomer. Er zijn mensen die hen hebben ondergedaan waarop zij nalatig waren, en anderen hebben hen overschreden waarop zij overdreven, en waarlijk, zij bevinden zich hiertussen op een rechte Leiding."

9- Al-Imaam Aboe ‘Amr al-Awzaa'ie - moge Allah tevreden met hem zijn - heeft gezegd:

عليك بآثار من سلف وإن رفضك الناس وإياك وآراء الرجال وإن زخرفوه لك بالقول

"Houd je vast aan de overleveringen van degenen die voor zijn gegaan (selef), al word je geweigerd door de mensen. En wees op je hoede voor de meningen van de mensen, al versieren zij deze voor je met hun woorden."

وقال محمد بن عبد الرحمن الأدرمي لرجل تكلم ببدعة ودعا الناس إليها: هل علمها رسول الله صلى الله عليه وسلم وأبو بكر وعمر وعثمان وعلي أو لم يعلموها؟ قال: لم يعلموها قال: فشيء لم يعلمه هؤلاء أعلمته أنت؟ قال الرجل: فإني أقول قد علموها قال: أفوسعهم أن لا يتكلموا به ولا يدعوا الناس إليه أم لم يسعهم؟ قال: بلى وسعهم قال: فشيء وسع رسول الله صلى الله عليه وسلم وخلفاءه لا يسعك أنت؟ فانقطع الرجل فقال الخليفة وكان حاضرا: لا وسع الله على من لم يسعه ما وسعهم

وهكذا من لم يسعه ما وسع رسول الله صلى الله عليه وسلم وأصحابه والتابعين لهم بإحسان والأئمة من بعدهم والراسخين في العلم من تلاوة آيات الصفات وقراءة أخبارها وإمرارها كما جاءت فلا وسع الله عليه

10- Mohammad ibn ‘Abdir-Rahmaan al-Adramie zei tegen een man die een innovatie verkondigde en de mensen hiertoe opriep:

هل علمها رسول الله صلى الله عليه وسلم وأبو بكر وعمر وعثمان وعلي أو لم يعلموها؟

                                                                                               

"Hadden de Boodschapper van Allah - sallallahoe ‘alayhi wa sallam, en Aboe Bakr, ‘Oemar, ‘Oethmaan en ‘Alie hier kennis van of niet?" Hij zei:

لم يعلموها

"Ze hadden hier geen kennis van." Al-Adramie zei:

فشيء لم يعلمه هؤلاء أعلمته أنت؟

"Iets waarvan zij geen kennis hadden, heb jij daar wel kennis van?" De man zei:

فإني أقول قد علموها

"Dan zeg ik: "Zij hadden hier wel kennis van." Al-Adramie zei:

أفوسعهم أن لا يتكلموا به ولا يدعوا الناس إليه أم لم يسعهم؟

"Was het voldoende voor hen om hier niet over te spreken en de mensen hier niet toe op te roepen, of was het niet voldoende voor hen?" Hij zei:

بلى وسعهم

"Welzeker, het was voldoende voor hen." Al-Adramie zei:

فشيء وسع رسول الله صلى الله عليه وسلم وخلفاءه لا يسعك أنت؟

"Iets dat voldoende was voor de Boodschapper van Allah - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - en zijn kaliefen, is dat niet voldoende voor jou?"

Toen hield de man op, waarop de kalief die aanwezig was, zei:

لا وسع الله على من لم يسعه ما وسعهم

"Moge Allah het niet verruimen voor degene die niet voldaan is met hetgeen dat voldoende was voor hen."

11- En zo, moge Allah het niet verruimen voor degene die niet voldaan is met hetgeen dat voldoende was voor de Boodschapper van Allah - sallallahoe ‘alayhi wa sallam, zijn Metgezellen, degenen die hen op de beste manier volgden, de Imaams na hen en degenen die stevig in de kennis gegrondvest staan, van het reciteren van de Verzen over de Eigenschappen, het lezen van de berichten hierover en het aannemen hiervan zoals het is gekomen.

20:04 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

categorie;dag des oordeels

Categorie: Dag des Oordeels
Je bevind je in de categorie Dag des Oordeels. Hieronder kun je alle hadith's vinden van deze categorie. Maak in onderstaande lijst een keuze om meer over betreffende hadith te lezen.

De aanmoediging zich voor te bereiden
Wie vloekt zal niet getuigen op de Dag des Opstanding

1. De aanmoediging zich voor te bereiden
Naar inhoudsopgave

Naar een overlevering van Mu'ath Ibn Jabal, moge Allah met hem tevreden zijn, heeft de Profeet Sallalahu 'alaihi wasalam gezegd: 'Op de dag van de opstanding zal er geen dienaar een stap verder zetten voordat die gevraagd wordt over vier dingen; waar hij zijn leven heeft doorgebracht, wat hij in zijn jeugd uitvoerde, hoe hij zijn geld heeft verdiend en uitgegeven en wat hij met zijn kennis heeft gedaan'.[overgeleverd door Tabarani]

De uitleg van de hadith: De dagen in ons leven zijn kort en onze levensjaren zijn beperkt, daarop volgt de dood, waarover geen twijfel bestaat. Nadat de mensen opgewekt worden vanuit hun begraafplaatsen wordt ieder mens afzonderlijk gevraagd over de dagen in zijn leven en of hij ze deugdzaam of ondeugdzaam heeft doorgebracht. Ook wordt men over zijn actieve levenslustige jeugdjaren ondervraagd en of men zich heeft bezig gehouden met het vergaren van de juiste kennis en het verrichten van deugdzame daden. Wanneer dit het geval is, wordt men beloond, waarna men over zijn geld wordt gevraagd: is het op deugdzame wijze verdiend en uitgegeven aan degene die men lief had en volgens de verplichtingen.

Men wordt ook gevraagd over zijn kennis die men heeft verzameld en of men naar die kennis heeft gehandeld en het volk daarmee heeft bevoordeeld. Er kan namelijk alleen volgens nuttige kennis gehandeld worden om anderen daarmee te bevoordelen. Onze bijdrage is slechts bedoeld om naar Allah's tevredenheid te streven, moge Hij het goedkeuren.


2. Wie vloekt zal niet getuigen op de Dag des Opstanding
Naar inhoudsopgave

Overgeleverd door Abu Ad Darda dat De Profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei: Mensen die gewend zijn te vloeken zullen op de dag des Opstanding niet voorspreken en niet getuigen. (Moesliem)

05:26 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-09-07

het licht

de profeet[vzmh] vroeg eens aan abu bakr''siddiyk'',;

o siddiyk ,wat is u geliefd op het aardbol,waar hou jij van deze wereld,;

daarop antwoordde siddiyk;o rasoul[vzmh],van 3dingen hou ik van deze wereld,;

1dat allah[swt] me zolang mogelijk laat leven,

dat ik zolang mogelijk jouw pracht kan bezichtigen.,

2mijn leven lang langs je zitten en naar je luisteren,

3al mijn bezittingen op uwer weg uitdelen,

voor deze 3 dingen hou ik van deze wereld,

verder heeft het geen enkel betekenis voor me,

al wat met jouw te maken heeft o rasoul[vzmh],

daar hou ik van op deze wereld.

prachtig antwoord van hoogste niveau;

we kunnen het alleen maar navertellen;

ver zijn we van hun verwijderd,

ver leven we van deze grootheden,

die als een maan het licht van de zon weerspiegelen,

en naar ons toe uitstralen,

zoals de profeet[vzmh],als een zon naar hun toescheen,

moge allah[swt] ons allen hun licht doen ontvangen,

amin.

19:23 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Rabi’a al-’Adawiyya

Mijn God en mijn Heer: Ik sla mijn ogen neer,
Sterren verschijnen
Vogels in nesten bereiden zich voor de nacht
Hun gedempt gekwetter fascineert me
U bent de Ware die nooit verandert
Onveranderlijk en Onbewogen
Eeuwigheid die nooit voorbij gaat
Bewakers sluiten de poorten des Konings
Maar Uw deur blijft open voor wie U aanroept
Mijn Heer, Iedere minnaar is nu alleen met zijn geliefde
En ik ben alleen met U

Verliefd op U
Ontbreekt het mij aan tijd
De duivel te haten
Bevangen door Liefde is er slechts plaats voor U

Ik heb U gemaakt tot levensgezel van mijn Hart
Mijn lichaam is dan wel beschikbaar voor wie dat nodig vindt
Het is genegen voor wie tot haar komt
Maar de geliefde van mijn hart bent U
De Gast van mijn Ziel

Het is de Heer van het huis waar ik naar verlang
Wat heeft het huis zelf mij te bieden?

Wie mij wil overtuigen, liegt.
Wie kan de vorm beschrijven
Van Dat in wiens aanwezigheid men verdrinkt?
En in wiens aanwezigheid men echt bestaat?

Uw licht leerde mij lief te hebben
Uw schoonheid leerde mij poëzie
U danst in mijn hart
Waar geen mens U vinden kan

 

 

Rabi’a al-’Adawiyya

17:00 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De aanvaardbare daden

De aanvaardbare daden

Voordat je enig stap zet, mijn moslimbroeder en zuster is het voor jou van belang om op de hoogte gebracht te worden van het pad waarin jouw verlossing ligt. Laat jezelf niet uitgeput raken door veel daden te verrichten. Misschien zal degene die veel daden verricht niets anders dan vermoeidheid daardoor verkrijgen in deze wereld en bestraffing in het hiernamaals.

Dit wordt geïllustreerd in een hadith zoals overgeleverd door Ibn Maadjah van Aboe Hourayrah en Shaikh Al-Albaanee die de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam hebben horen zeggen:

"Misschien verkrijgt een vastend persoon niets van zijn vasten behalve honger en degene die gedurende de nacht in gebed staat niets behalve vermoeidheid."

Allaah De Verhevene zegt: “En Wij zullen ons tot hun werken wenden en zullen deze als stof verstrooien.” [Soerat Al-Foerqaan 25 : Ayah 23]

Hij heeft tevens gezegd: “Die de dood en het leven heeft ingesteld, opdat Hij u moge beproeven wie onder u zich het beste gedraagt…” [Soerah Al-Moelk 67 : Ayah 2]

Ken daarom, voor iets anders, de noodzakelijke voorwaarden voor daden voordat dezen geaccepteerd worden. Het is essentieel dat twee grote en belangrijke zaken vervuld zijn voor elke daad. Als dit niet zo is dan zal de daad niet geaccepteerd worden.

Ten eerste: Dat degene die de daad heeft verricht niets anders hierdoor verlangt dan het Aangezicht van Allah (Geprezen en Verheven is Hij).

Ten tweede: Dat de daad in overeenstemming is met de wetten die Allah de Verhevene in Zijn Boek heeft gemaakt of wat Zijn boodschapper, vrede zij met hem, uitgelegd heeft in zijn Soennah.

Foedayl Ibn ‘Ayyaad, een taabi'ee, zei betreffende het vers {...opdat Hij u moge beproeven wiens gedrag het beste is...} [Surah 11 : Ayah 7]"

De meest oprechte en de meest correcte” dus zeiden degenen die in zijn nabijheid waren, "En wat is de meest oprechte en de meest correcte?“ Hij antwoordde, Daden die wel correct zijn maar niet oprecht zijn zullen niet aanvaard worden, en daden die wel oprecht maar niet correct zijn zullen niet aanvaard worden, tenzij ze zowel oprecht als correct zijn. Oprecht betekent dat niets anders dan het Aangezicht van Allah wordt gezocht en correct betekent dat het in overeenstemming is met de Soennah.“

En sommigen van de Salaf waren gewoon te zeggen: Er is geen daad, zelfs als deze onbelangrijk is, of er zullen twee vragen aan voorgelegd worden: Waarom heb je het gedaan? en: Hoe heb je het gedaan?

De eerste vraag gaat over de reden van de daad en zijn motief. Als zijn motief voor een doel behorend tot de doelen van de wereld, zoals het zoeken naar lof of status of enig ander wereldlijk doel was, dan is het een slechte daad en het zal teruggeworpen worden naar zijn uitvoerder. Als het motief van de daad was om de rechten van Allah te vervullen of voor pure onderwerping aan Hem en het zoeken naar middelen om dichter bij Hem te komen dan is het een goede daad en het zal geaccepteerd worden Insha-Allah.

De tweede vraag gaat over het volgen en imiteren van de Boodschapper, vrede zij met hem. Behoorde de daad tot de wettelijke daden of behoorde het tot jouw vernieuwing en uitvinding? Als het van de leiding van de boodschapper, vrede zij met hem, was dan is het een goede daad en als het in strijd is met de leiding van de boodschapper, vrede zij met hem, dan is het een slechte daad en deze zal dan niet worden geaccepteerd van zijn uitvoerder zoals in de hadith van ‘Aa’ishah (moge Allah tevreden met haar zijn) bewezen wordt, die zei:

“De boodschapper van Allah, vrede zij met hem, zei: “Eenieder die in deze zaak van ons iets toevoegt wat daar niet bij hoort, het zal worden verworpen.“ [Overgeleverd door Moesliem]

En zij levert tevens over dat de Boodschapper van Allah Sallalahu 'alaihi wasalam, zei:

“Eenieder die een daad doet die wij niet bevolen hebben, het zal verworpen worden." [Overgeleverd door Moesliem]

Wanneer één van bovenstaande twee voorwaarden niet vervuld is dan is de daad noch rechtschapen noch aanvaardbaar. Het gezegde van de Gezegende en de Verhevene verschaft het bewijs hiervoor:

“Laat daarom degene, die op de ontmoeting met zijn Heer hoopt, goede daden verrichten en bij de aanbidding van zijn Heer niemand anders met Hem vereenzelvigen." [Soerah Al-Kahf 18 : Ayah 110]

Allaah, De Verhevene heeft in dit vers bevolen dat de daden rechtschapen dienen te zijn, hetgeen betekent: volgens de Shari’ah. Vervolgens beveelt Hij dat de persoon het oprecht voor Allah dient te doen, en hierbij niets anders naast Hem verlangt.

Al-Haafidh Ibn Katheer (moge Allah hem genadig zijn) zei: Dit zijn twee zuilen van de aanvaardbare daad. Het is noodzakelijk dat de daad oprecht voor Allah is en tevens correct, volgens de Shari’ah van de boodschapper van Allah, vrede zij met hem. De gelijkenis hiervan is tevens overgeleverd van Al-Qaadi ‘Ayyaad (moge Allaah genade met hem hebben) en anderen.

Allaah de Verhevene zegt ook: "En wie is beter in geloof dan hij, die zich aan God onderwerpt en die het goede doet.. [Soerat A-Nisaa-e 4:125]

De betekenis van het ‘onderwerpen aan Allah’ is: het maken van jou intentie en daden voor Allah, en de betekenis van het ‘goede doen’ is: het imiteren en volgen van de Soennah van de boodschapper, vrede zij met hem.

Moge Allah onze intenties zuiveren en onze zonden vergeven, aaaamien.

16:05 Gepost door Assalamu aleykum warahmatullahi wabarakatuh in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |